Autoverlichting in combinatie met wetgeving is een hot item. Er zijn de laatste jaren veel nieuwe lichttechnieken bijgekomen zoals led verlichting, laser verlichting en, daaruit voortvloeiend, ook veel vragen over wat er nu eigenlijk wel en niet mag. Er zijn helaas veel misverstanden over de wetgeving van autoverlichting.
Als je autoverlichting niet goed werkt, kan de politie je aan de kant zetten en riskeer je een bekeuring. De hoogte van de boete hangt af van het type verlichting. Voor een kapot achteruitrijlicht is de boete € 60,- en bij een defect knipperlicht € 120,-. Voor een defecte kentekenplaatverlichting is de boete € 60,-, als deze verlichting niet brandt gelijktijdig met de autoverlichting aan de voorzijde. Als je je autoverlichting niet gebruikt terwijl dit wel verplicht is, kan de boete zelfs oplopen tot € 190,-.
Interieurverlichting: Wat Mag Wel en Niet?
Maar hoe zit het nu precies met de interieur verlichting? Mag je een interieurlampje aan doen in de auto tijdens het rijden? Velen hebben het waarschijnlijk wel eens ervaren: als kind spelen met het plafondlampje.
De meeste bestuurders hebben liever niet dat je de interieurverlichting aanzet tijdens het rijden. Velen beweren zelfs dat je een boete kunt krijgen als je rijdt met het plafondlampje aan. Maar is dat wel zo?
Om het voor eens en altijd duidelijk te hebben of je een boete krijgt voor het rijden met de interieurverlichting, vroegen we de politie om toelichting. Het schijnt dat zij er wel het een en ander van weten. ‘In principe is het niet strafbaar om de reguliere verlichting in een voertuig aan te hebben als je rijdt. Dit omdat het vanuit de fabrikanten voldoet aan de normeringseis. Wat echter wel strafbaar zou kunnen zijn en ook tot afleiding in het verkeer kan leiden, is zelf aangebrachte verlichting (denk bijvoorbeeld aan kerstverlichting in cabines van vrachtauto’s). Er moet dan ook wel sprake zijn van een onveilige situatie.
Lees ook: Betere binnenverlichting Yaris
De woordvoerder legt verder uit: ‘Wat echter wel strafbaar zou kunnen zijn en ook tot afleiding in het verkeer kan leiden, is zelf aangebrachte verlichting (denk bijvoorbeeld aan kerstverlichting in cabines van vrachtauto’s). Er moet dan ook wel sprake zijn van een onveilige situatie. In het donker moet u uw autoverlichting gebruiken. Overdag bij slecht zicht mag u het dimlicht gebruiken. In het donker is het dimlicht verplicht. De dimlichten hoeven niet aan als de mistlichten branden. Branden de dimlichten en mistlichten aan de voorkant van de auto tegelijk?
De politie legt uit dat het niet strafbaar is om de reguliere verlichting in een voertuig aan te hebben tijdens het rijden, zolang deze verlichting voldoet aan de normen van de fabrikant.
“Het is niet strafbaar om de standaard binnenverlichting aan te hebben, aangezien deze verlichting voldoet aan de eisen van de fabrikant,” aldus een woordvoerder van de politie.
Wanneer dergelijke verlichting leidt tot een onveilige situatie, kan de bestuurder beboet worden op basis van artikel 5 van de Wegenverkeerswet. Dit geldt wanneer de verlichting afleidt of gevaarlijke weerspiegelingen veroorzaakt die de zichtbaarheid belemmeren.
Wat dat met verlichting te maken heeft? Nou, als je flikkerende kerstverlichting op het dashboard plakt of een glimmende discobal aan het plafond hangt, dan kan dat niet alleen andere weggebruikers afleiden, maar ook effect hebben op jouw zicht.
Lees ook: Waar zit de zekering van de binnenverlichting?
Het licht zorgde ervoor dat hij last zou kunnen krijgen van verblinding (bij het naar achteren kijken in de binnenspiegel), reflecties in de ruiten en mogelijk verminderd nachtzicht. Het is niet voor niets dat de brug van een zeeschip ’s nachts wordt verduisterd, met onder meer een dik gordijn om de verlichte kaarttafel heen. Dat gebeurt om het nachtzicht van de dienstdoende officieren niet te verpesten.
Waar je vader gelijk in had, is dat het best irritant kan zijn als iemand een leeslampje aanzet. Zeker de moderne led-lampjes zijn nogal fel. Heb je de laatste tijd weleens in het donker in de trein gezeten? Is het je opgevallen hoe lastig het is om naar buiten te kijken als alle verlichting binnen aanstaat? Dat effect heb je ook in de auto. De interieurverlichting laat alles en iedereen in de auto weerspiegelen in de ruiten, waardoor de bestuurder lastiger naar buiten kan kijken. En dat is best belangrijk.
De belangrijkste reden waarom veel bestuurders liever zonder verlichting rijden, is de weerspiegeling van het licht in de autoruiten. Dit kan de zichtbaarheid ernstig verminderen en zo onveilige situaties veroorzaken. Hoewel het dus niet verboden is om autorijden met interieurverlichting aan te doen, is het verstandig om te voorkomen dat de verlichting je zicht belemmert.
Je ogen wennen aan dat licht en dat gaat ten koste van je zichtvermogen naar buiten toe. Je pupillen zijn namelijk kleiner vanwege de verlichting.
Extra verlichting en verlichting onder de auto is verboden als dit zonder schakelaar gemonteerd is. Verkeerd gebruik van de verlichting kan een boete opleveren. Hieronder valt bijvoorbeeld het voeren van mistlicht wanneer het niet mistig is.
Lees ook: Praktische gids: Ford Focus interieurverlichting
Mistlampen geven zeer fel licht. Hierdoor mogen ze alleen worden gebruikt wanneer je zicht ernstig wordt belemmerd. In alle andere omstandigheden zijn ze vervelend voor andere weggebruikers.
Hieronder een overzicht van de verschillende soorten autoverlichting en wanneer je ze mag gebruiken:
- Dimlicht: Dit mag je overdag voeren. In het donker is het dimlicht verplicht.
- Groot licht: Dit mag alleen ’s nachts gebruikt worden, behalve bij tegenliggers of wanneer op korte afstand een ander voertuig wordt gevolgd (dus ook fietsers en bromfietsers).
- Dagrijlicht: Bedoeld voor overdag en beide lichten zijn naar voren gericht.
- Mistlicht: Mag alleen gevoerd worden als de weersomstandigheden daar aanleiding voor geven. Het mistlicht voor mag alleen branden als er nauwelijks zicht is door mist, sneeuwval of regen. Het mistlicht achter mag alleen aan bij mist of sneeuwval waardoor het zicht minder is dan 50 meter. Bij zware regen mag u het mistachterlicht niet gebruiken.
- Achterlichten en kentekenplaatverlichting: Moeten altijd gelijktijdig branden met groot licht, dimlicht, stadslicht of mistlicht.
- Parkeerverlichting: Verplicht bij parkeren of stil staan buiten de bebouwde kom.
- Zijmarkeringslichten: Mistlichten en (zij)markeringslichten zijn verplicht voor caravans en aanhangwagens.
Staat u buiten de bebouwde kom op de rijbaan? Of op parkeerstroken, parkeerhavens, vluchtstroken en vluchthavens langs autosnelwegen en autowegen? Dan moet u in het donker stadslicht en achterlicht voeren.
U kunt het beste uw autoverlichting regelmatig controleren. Als de verlichting van uw auto verkeerd afgesteld staat, kan die andere weggebruikers verblinden. Daardoor ontstaan mogelijk gevaarlijke situaties. De eigenaar van een auto is verantwoordelijk voor een goede afstelling van de lampen.
Voor de verlichting van auto’s worden steeds vaker Xenon-, laser- en LED-lampen gebruikt. Ze geven een sterker licht. Als koplampen niet goed afgesteld staan, geeft dat een probleem voor andere bestuurders.
Vaak geeft een agent je de gelegenheid om een defecte lamp ter plekke te vervangen door een reservelamp. De politie is echter niet verplicht om deze uitzondering toe te passen, omdat je al in overtreding bent. Bezwaar maken tegen deze verkeersboete heeft dus geen zin.
Met slechte verlichting in het donker rondrijden veroorzaakt een onveilige situatie. Je kunt altijd de Wegenwacht inschakelen als je autoverlichting het niet doet.
Kijken en scannen
APK-eisen voor Autoverlichting
Heeft u de verkeerde verlichting op uw auto? Dan kan dit een reden zijn om uw auto af te keuren bij de algemene periodieke keuring (apk).
Tijdens de keuring moet u de functie van de verlichting per licht beoordelen. Bij lichten die aan zijn en waarbij u andere verlichting aanzet, mag een licht de functie van het andere licht overnemen.
Bijvoorbeeld: Is een achterlicht of een dagrijlicht aan en zet u de richtingaanwijzer ook aan? Dan krijgt het achterlicht of dagrijlicht de functie van de richtingaanwijzer en mag dit licht gaan knipperen.
De functie van een achteruitrijlicht is het verlichten en het waarschuwen van het overige verkeer dat een voertuig achteruit rijdt of gaat rijden. De achteruitrijlichten moeten geschakeld zijn via de achteruitversnelling. Alleen als het voertuig in de achteruitversnelling staat geschakeld, mag of mogen de achteruitrijlicht(en) branden.
De glazen van de lichtarmaturen mogen niet zijn bespoten, geverfd of beplakt. De glazen van de lichtarmaturen aan de achterzijde van het voertuig, met uitzondering van de achteruitrijlichten, mogen geen barsten of gaten vertonen waardoor wit licht naar achteren kan worden gestraald.
Lichten met dezelfde functie moeten nagenoeg van gelijke grootte, gelijke kleur en gelijke sterkte zijn.
