De Geschiedenis van de BMW Zescilinder-in-Lijn Motor

Bayerische Motoren Werke, kortweg BMW, is een Duitse onderneming uit München die auto's en motorfietsen produceert. De onderneming is gevestigd in München, waar eveneens een fabriek en het BMW Museum staat. BMW is momenteel verdeeld in twee hoofddivisies - merkspecifieke autoproductie en diensten/technologieën. De eerste divisie is verantwoordelijk voor het ontwerpen, engineeren, bouwen en op de markt brengen van auto’s onder de merknamen “BMW” en “MINI”.

De geschiedenis van BMW begint in 1913, toen Karl Friedrich Rapp de Rapp Motorenwerke oprichtte als vliegtuigmotorfabriek. In 1916 verkreeg het bedrijf een contract om V12 motoren te bouwen voor Oostenrijk-Hongarije. Een te snelle uitbreiding zorgde voor problemen, waarna Rapp het bedrijf verliet en het bedrijf werd omgedoopt tot Bayerische Motoren Werke GmbH.

Na verkoop van het bedrijf aan Knorr-Bremse kocht voormalig meerderheidsaandeelhouder Camillo Castiglioni in 1922 de naam BMW terug en verkocht deze aan de Bayerische Flugzeug Werke. In 1916 richtte Rapp de Bayerische Motorenwerke (BMW) op en begon met de fabricage van motoren voor vliegtuigen. De eerste vliegtuigmotor van de firma was de BMW IIIa. Na het verbod om vliegtuigen en vliegtuigmotoren te bouwen door het Verdrag van Versailles van 28 juni 1919 was de toekomst van BMW onzeker.

De Eerste Auto en de Jaren '30

Dit was voor Bayerische Motoren Werke de start als autofabrikant. De eerste auto van de automaker, de Dixi 3/15, rolde in 1928 van de lopende band. Hij was gebaseerd op de Austin 7 en in licentie van de Britse automaker Austin Motor Company. In 1933 begon BMW zijn eigen auto’s te produceren onder licentie van de Amerikaanse automaker Ford Motor Company. Het eerste model was de BMW 303. De 303 werd gevolgd door de BMW 315 /1 sportwagen. In 1938 introduceerde BMW de 328 sportwagen.

BMW introduceerde veel verschillende motoren, wat in de jaren zestig bijzonder was. De snelle 2-liter wagens, waren zeer geavanceerd voor hun tijd.

Lees ook: Alles over de Peugeot Verticale Cilinder

BMW tijdens de Tweede Wereldoorlog

In 1941 begon BMW met de productie van de Messerschmitt Me 262 gevechtsvliegtuig. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was BMW een grote leverancier van motoren aan de Luftwaffe en van motorfietsen en andere voertuigen aan de Wehrmacht. Een van de motortypen was de 801, een van de krachtigste motoren in die tijd. Tot 1945 werden er in totaal meer dan 30.000 geproduceerd.

De Bayerische Motoren Werke-fabrieken werden tegen het einde van de oorlog zwaar gebombardeerd. De fabriek in München werd voor het grootste deel verwoest. De fabrieken in oostelijk Duitsland (Eisenach, Dürrerhof, Basdorf en Zühlsdorf) werden door de Sovjet-Unie in beslag genomen.

De Naoorlogse Jaren en de Nieuwe Start

Na de Tweede Wereldoorlog was BMW gedwongen de productie van vliegtuigmotoren te staken, omdat de Geallieerden eisten dat de onderneming zich alleen op de autoproductie zou toeleggen. Na de beroering van de oorlog herstelde BMW zich. De Sovjets gingen de BMW ontwerpen nabouwen, maar het betrof feitelijk alleen auto's en de eencilinder BMW R35. Daarom zijn de merken IMZ Ural en KMZ Dnepr geen kopieën van het in Eisenach geproduceerde Wehrmachtsgespann. De Sovjet-boxermachines waren nagemaakte BMW R71 zijspancombinaties, die al in 1939 via Zweedse tussenpersonen waren aangekocht.

In 1952 introduceerde BMW zijn eerste na-oorlogse model, de 501 luxe sedan. De 501 werd in 1954 gevolgd door de 502 sportwagen. De 503 kwam in 1955. De 503 werd gevolgd door twee modellen, de 1500 en de 1800. De 1500 werd vanwege de marktvraag nooit voor de openbare verkoop vervaardigd. De 1500 werd in 1959 vervangen door de sportwagens 2000C en 2000 CS.

In 1961 begon de Nieuwe Klasse met de BMW 1500/1800 - later bekend als E9 - serie sedans. Deze reeks is sindsdien geëvolueerd tot de volgende generaties van alle belangrijke E30 3 Serie modellen, waaronder cabriolets (1982-2002), vierdeurs sedans(1983-1989) en stationwagons (1984-1993). In 1967 begon BMW met de productie van de E12 5 Serie luxe sedans.

Lees ook: Reparatiekosten cilinder

In 1975 introduceerde BMW zijn eerste sport-luxe sedan, de E28 M5. De M5 wordt aangedreven door een 3.5 liter 6-cilinder motor met handgeschakelde 6-versnellingsbak, die hem een goede acceleratie bij lage snelheden gaf en tegelijk zuinig was bij hoge snelheden dankzij de dubbele carburateurs.

De BMW Isetta

Om de fabriek te redden van het bankroet, produceerde BMW kleine auto's, waaronder de BMW Isetta en de BMW 700. In 1966 nam BMW Hans Glas GmbH over voor 9,1 miljoen DM. De modellen van Glas verloren snel hun eigen, echt BMW uiterlijk, met uitzondering van het logo op de grille. In november 1969 liep de laatste Goggomobil van de band in Dingolfing. Vanaf dat moment werden hier uitsluitend nog BMW's geproduceerd.

De Jaren '80 en '90

In 1986 introduceerde BMW de E30 - later bekend als de 3 Serie - die de New Class Sedan reeks verving. In 1986 verscheen ook de BMW M6 - een kleine coupé aangedreven door de M88/3 zes-in-lijn motor. De M6 werd naast zijn broer en zus, de viercilinder E30 318i, geproduceerd.

In 1988 begon BMW met de productie van wat het “de Ultieme Rijmachine” noemt, met als een van de doelen dat een eigenaar geen aanhanger of tweede auto meer nodig heeft. Op 25 oktober 1989 rolden meer dan 12.000 auto’s van BMW’s assemblagelijn in München op weg naar klanten in heel Europa en Noord-Amerika.

In 1991 debuteerde de 8-Serie coupé, en in 1992 ook een cabriolet versie. De 8-Series werd aangedreven door een V12 motor en was verkrijgbaar met een handgeschakelde 6-versnellingsbak of een automatische 4-versnellingsbak. In 1995 introduceerde BMW de Z3 tweezits roadster, die samen met Toyota was ontwikkeld en gebaseerd was op de MR2 van de Japanse firma.

Lees ook: Kosten en procedure voor het vervangen van een cilinderkoppakking

Het bedrijf nam in 1994 het Britse Rover over. Door een verkeerde inschatting bleken de rechten op Rolls-Royce Aerospace te berusten, voor de neus van Volkswagen weg. In 2000 werd Rover van de hand gedaan, waarbij BMW slechts de rechten op de Mini behield.

21e Eeuw en de Moderne Tijd

In 2000 introduceerde BMW zijn eerste X-reeks sport utility voertuig, de X5. In 2003 kondigde BMW het “pure rijplezier” aan van de 1 Serie, een compacte auto die ook als hatchback verkrijgbaar is. In 2006 werd een geheel nieuwe 3 Serie aangekondigd. De E90/E91 sedans vervingen de E46 sedans, en de E92 coupes vervingen de E36 coupes. In 2012 introduceerde BMW zijn eerste X1 crossover (verkrijgbaar met benzinemotor of met elektromotor).

Het BMW logo werd in 1917 ontworpen door Franz Josef Popp; het verscheen voor het eerst op BMW’s Type I auto die kort na het einde van de Eerste Wereldoorlog volgde. Het oorspronkelijke logo bestond uit een cirkelvorm en werd in de loop van de jaren 1940 enigszins gewijzigd om er de blauw-witte kleuren aan toe te voegen die de vlag van Beieren moesten voorstellen.

De Zescilinder-in-Lijn Motor

De 6 cilinder in lijn van BMW, bijna van iconische waarde voor het merk. Voorheen de ruggengraat van het concern. Maar ze worden steeds zeldzamer binnen het huidige BMW gamma. De atmosferische varianten hebben het veld al moeten ruimen. Voorlopig zijn er (gelukkig) nog wel turbovarianten.

U kent de zes-in-lijn (I6) hoogstwaarschijnlijk van BMW, dat het concept al sinds jaar en dag hanteert. Daarnaast deden de Japanners ook een aan I6, in de Nissan Skyline GT-R t/m de R34-generatie (daar komen we later op terug), en natuurlijk de vorige Toyota Supra, met als summum de 2JZ waar alle puristen letterlijk over kwijlen. Ook de nieuwe Supra heeft weer een I6, maar dat is een blok dat rechtstreeks uit de schappen van BMW komt. Historisch zien we de I6 ook bij de klassieke Britse merken, Jaguar en Aston Martin, lang, lang geleden.

In de moderne tijd heeft BMW gezelschap gekregen van Mercedes en Jaguar Land Rover, en het lijkt erop dat ook Aston Martin zich in de toekomst bij de I6-club voegt. Vroeger had de zes-in-lijn een groot bereik: zowel het klassieke Jaguar, Aston Martin, als Mercedes tot de jaren '90 gebruikten de motorvorm, maar ruilden deze in voor een V6: bij Mercedes uit eigen ontwikkeling, bij JLR omdat het inmiddels eigendom was van Ford, dat V6/V8-motoren in de schappen had liggen. Aston Martin stapte over naar de V8 en V12, bij de laatste ging het ook om een Ford-blok, want ook Aston Martin was tot een jaar of tien geleden van Ford.

Voor de rest gebruikten eigenlijk alle andere fabrikanten (Audi, Porsche (in de niet-911'jes), de Franse en Italiaanse merken, Opel en Mazda) in de 21ste eeuw bij ons weten een V6, wanneer er zes cilinders in een auto gingen.

Er zijn verschillende redenen waarom een fabrikant niet voor een I6 zou kiezen. Ten eerste vanuit crashveiligheids-overwegingen: bij een I6 ben je bij een crash aan de voorzijde eerder bij het motorblok dan bij een I4 of V6. Bovendien wil je de motor het liefst zo min mogelijk voor de vooras willen hebben liggen, vanwege de balans. En dan is er nog de kwestie van packaging: hoe krijg je alle benodigde onderdelen in een kleine motorruimte. Een I6 met nog een bak eraan vreet ruimte, die er wel moet zijn. Een V6 is nou eenmaal half zo lang.

Een zes-in-lijn ligt altijd in de lengterichting: ten eerste omdat hij vaak is gekoppeld aan aan platform met achterwielaandrijving, en ten tweede omdat een zescilinder dwars monteren nagenoeg onmogelijk is met de ruimte die je hebt. Dat je met een beetje creativiteit ook in een kleine motorruimte nog veel cilinders kwijt kunt bewijst BMW, een goed voorbeeld van een fabrikant die erin slaagt om de I6 in een zeer kort voertuig te leggen: al vanaf de eerste generatie heeft de 1 Serie een I6, en een oude 130i is slechts 4,23 meter lang. Ook de Z3M, die de 4 meter nauwelijks overstijgt, had toch een volvette 3.2 I6 aan boord. Iets vergelijkbaars zagen we bij Aston Martin, die in de zeer compacte V12 Vantage twee keer zes cilinders op rij legde.

Omdat een medaille twee kanten heeft, behandelen we nu de inherente voordelen van een I6. Ten eerste heb je minder onderdelen nodig: één cilinderkop, en één uitlaat. Daarnaast is een I6 (samen met een V12) in principe de superieur gebalanceerde motor, er komt niets bij in de buurt qua souplesse: de zuigers 1-6, 2-5 en 3-4 spiegelen elkaar, en de drie posities van de krukas staan op 120 graden afstand van elkaar, om zo een perfecte cirkel te vormen. Je hoeft bovendien geen trucjes als een balansas toe te passen, zoals vaak bij een V6 het geval is.

Echter, het argument dat alles overstijgt is uiteindelijk het kostenargument. Hoe hanteer je als fabrikant zo efficiënt en goedkoop mogelijk een motoren-lineup. De bottom-line van het hele verhaal is dat de vorm van de motor die gekozen wordt heel vaak puur een kwestie van een rekensommetje is.

JLR wisselt de van Ford gekochte V6 om voor een I6 omdat het een logische modulaire ontwikkeling is van de eigen Ingenium-I4, en het gros van de fabrikanten houdt vast aan de V6, omdat het of een verkleinde versie van een bestaande V8 is, of omdat het een weg is die ze al ingeslagen waren, en waar ze op doorgaan. Aan de andere kant is een nieuwe V6 ook vaak een downsizing van een bestaande V8: de 2.9 V6 biturbo van Porsche/Audi is eigenlijk een kleine 4.0 V8, en ook de 2.9 V6 in Alfa Romeo's Q-modellen is een kleine 3.9 V8 van Ferrari, bekend uit onder andere de Portofino en 488.

Alleen Mercedes-Benz is hier de vreemde eend in de bijt, omdat het eigenhandig in de jaren '90 wisselde van de I6 naar de V6, en dit nu weer omkeert. De moderne V6 van Daimler heeft een inhoud van 3,0 liter, terwijl de non-AMG-V8 tot voor kort 4,7 liter groot was, dus de V6 lijkt een op zichzelf staande ontwikkeling. Maar kennelijk was de tijd rijp om nu toch weer om te schakelen naar de I6, wellicht vanwege het befaamde soepele karakter.

Het goede nieuws voor de verstokte I6-fan is dat het concern vooralsnog aangeeft dat de V-vormpjes niet in de buurt komen van de heerlijk smeuiige lijnmotoren. Met andere woorden: relax our batty, de ‘rechte zes’ houdt het nog wel een tijdje uit onder de Beierse motorkap, en alles kleiner dan een V8 krijgt de cilinders gewoon op een rijtje. Het wordt bovendien nog leuker voor notoire blokhoek-haters: Das Haus, ook wel bekend als Mercedes-Benz, schijnt hard te werken aan een moderne zes-in-lijn-motor, en ook over Jaguar doen geruchten van een zes-in-lijn-revival de ronde. Audi, dat andere Duitse merk, heeft vooralsnog geen plannen van de V’s af te stappen.

Hoe de mogelijke producten van Mercedes en Jag zich verhouden tegenover de nu nog onbetwiste koning van de I6, dat zal de tijd leren.

De BMW 6 Serie

De eerste generatie BMW 6 Serie zag in 1976 het levenslicht. De auto was de opvolger van de E9 Coupé en was net als die voorganger alleen leverbaar als coupé. De 6 Serie was technisch verwant aan vlaggenschip 7 Serie en was min of meer de coupéversie van die auto. Naast sportieve prestaties bood de 6 Serie dan ook veel luxe.

Nadat de 8 Serie het tot 1999 had uitgehouden, bood BMW een tijd lang geen grote coupé meer aan. Tot 2003, toen het opnieuw een 6 Serie introduceerde. Het model ging in feite verder waar de eerste generatie gebleven was: sportieve luxe. Wel was de auto nu gebaseerd op de techniek van de 5 Serie. Voor het eerst was de 6 Serie er ook als Cabrio.

In 2018 herhaalde de geschiedenis zich weer. De 6 Serie werd opgevolgd door de iets grotere en luxere 8 Serie, hoewel die 8 Serie deze keer wel een meer directe evolutie is van de 6 Serie. Anders gezegd: de 6 Serie heet voortaan 8 Serie, nu het model wat nadrukkelijker als een coupé-alternatief voor de 7 Serie wordt gepositioneerd. Toch staat er nog altijd een 6 Serie in de showrooms, want de opvolger van de 5 Serie Gran Turismo ging vanaf 2017 als de 6 Serie Gran Turismo door het leven.

De gedocumenteerde km stand is thans 102523. Nieuwe APK bij aflevering.

BMW Motorfietsen

Op de Motorshow van Berlijn in september 1923 werd het startsignaal gegeven voor de bouw van BMW motorfietsen: de R 32 is de eerste BMW motorfiets, ontwikkeld door Max Friz. Het startschot voor de BMW motorfiets is een gebeurtenis op 2 januari van het jaar 1917: op deze dag treedt de 33-jarige ingenieur Max Friz in dienst bij BMW.

Voor Max Friz - bij BMW inmiddels chef constructeur - reden om zich helemaal op het hoofdstuk 'motorfietsen' te gaan concentreren. Al in december 1922 - nog geen vier weken nadat hij de opdracht had gekregen - had Friz de eerste BMW motorfiets al op ware grootte op zijn tekentafel staan.

Het BMW boxerconcept wordt nu met de hoge kwaliteit en de betrouwbare techniek gerealiseerd die BMW in de vliegtuigbouw gewend was. Dat maakt de BMW boxer al snel tot het optimale basismodel voor professionele motorsport, waar altijd de hoogste eisen aan materiaal en technologie worden gesteld.

Natuurlijk wordt ook iets gedaan aan de 8 pk van de standaard R 32. Rudolf Schleicher, zelf enthousiast motorcoureur - en sinds 1923 ingenieur bij BMW - pakt het project aan. Hij construeert een stalen cilinder met een nieuwe cilinderkop met hangende kleppen. Het vormt de basis voor de BMW racemachines en zet het merk BMW niet alleen in offroad racen en op de circuits, maar ook in de hele motorwereld op de kaart.

In principe is het nog steeds de machine van Rudolf Schleicher, waarmee men in 1929 het absolute snelheidsrecord wil gaan breken. Na enkele technische modificaties - waaronder drukvulling van de motor met een compressor - is het op 19 september 1929 eindelijk zover: Ernst Henne schiet met 216 km/h over de Ingolstädter Landstrasse - waar tegenwoordig een maximum snelheid van 50 km/h geldt - en verbetert het bestaande wereldrecord met 10 km/h.

Voor de eerste BMW motorfiets wordt nog gebruik gemaakt van een destijds ook aan andere fabrikanten geleverde tweecilinder viertakt boxermotor. Deze motor wordt voor inbouw overdwars gemodificeerd en voorzien van een direct er aan vast gemonteerde drieversnellingsbak. In plaats van door een slijtagegevoelige ketting wordt de kracht via een cardanas naar een vetgevuld kegelwielhuis aan het achterwiel gebracht.

In het onveranderde rijwielgedeelte van de BMW R 32 met bladgeveerde schommelarmen, trommelrem voor en klos/wigrem achter is nu een nieuwe sportmotor geplaatst: de BMW R 37 is klaar. De eerste BMW eencilindermotor: de R 39. Geconcipieerd als sportmachine haalt deze motor 6,5 pk uit één 250cc cilinder in het ingekorte rijwielgedeelte van de BMW R 32.

Voor het 750cc model wordt de R 57 motor opgeboord naar 83 mm - op beproefde wijze in lengterichting draaiend met de beide cilinders dwarsgeplaatst voor betere koeling. Bij de BMW R 11 zijn de gelugde en hardgesoldeerde buizen vervangen door geperst stalen profielen voor het frame en de vorkpoten. De toegenomen stabiliteit van het rijwielgedeelte is vooral bij rijden met zijspan merkbaar. De motoren komen ook robuuster over, waardoor deze bouwwijze in het buitenland naam maakt als de 'Duitse School'.

Na de beroering van de oorlog, lukt het BMW om een nieuwe start te maken met het produceren van motorfietsen. De jaren 50 worden gekenmerkt door sportieve successen. BMW behaalt opmerkelijke topsnelheden met een in serie geproduceerde machine. In Berlijn-Spandau, waar tot 1945 vliegtuigmotoren werden gebouwd en vervolgens gereedschapsmachines werden geïnstalleerd, krijgen de BMW motorfietsen hun nieuwe thuis en Berlijnse lucht in hun banden.

Een nieuw tijdperk breekt aan: een cockpit weggewerkt in een volledige en gestroomlijnde kuip maken het rijden op de motor comfortabeler. Er zijn sportieve motorfietsen. De motorfietsfabrikant verrast met baanbrekende innovaties en het nieuwe segment van travel enduro. De nieuwe vierkleppen boxer met elektronisch motormanagement en de eerste BMW ééncilinder motorfiets sinds 1966 komen in de jaren 90 op de markt.

Verschillende nieuwe modellen en technische innovaties laten BMW Motorrad groeien: de nieuwe K Serie wordt nu geleverd met een dwarsgeplaatste motor en de nieuw ontwikkelde F Serie voedt het middensegment.

BMW Turbo Inline-6-motoren zijn belachelijk | Uitleg aflevering 4

BMW in de Autosport

Ook in de motorfietsbranche deed BMW goede zaken, de bekende tweecilinder tweewielers werden vanaf de jaren zestig niet alleen populair bij overheidsdiensten, maar ook zeker bij het grote publiek. BMW is groot geworden door de autosport. Het bedrijf is succesvol in het gebied van toerwagens.

De geproduceerde auto's anderzijds, aldus Niki Lauda. Piquet werd in 1983 wereldkampioen met een Brabham team. Later was BMW nog motorenleverancier voor het team BMW-Williams tussen 2000 en 2005. BMW stopte de samenwerking met Williams na het seizoen van 2005. Het kocht het Formule 1-team van Peter Sauber voor de aanvang van het seizoen 2006. Tot en met seizoen 2009 was BMW eigenaar van het team BMW Sauber.

BMW Modellen met Zescilinder-in-Lijn Motor
Model Periode Kenmerken
BMW 320/6 E21 1975-1983 Eerste generatie 3 Serie met zescilinder motor
BMW M6 1986 Kleine coupé aangedreven door de M88/3 zes-in-lijn motor
BMW 130i 2005-2012 Compacte auto met een krachtige zescilinder motor
BMW Z3M 1997-2002 Roadster met een 3.2 I6 motor

Populaire artikelen:

Plaats een reactie