Nazimiljardairs: De Donkere Geschiedenis van BMW en Andere Duitse Bedrijven

David de Jong schreef het boek "Nazimiljardairs: De donkere geschiedenis van de rijkste families van Duitsland". Het boek onthult hoe Duitse bedrijven tijdens het Derde Rijk onnoemelijk veel geld en macht vergaarden door medeplichtig te zijn aan de wreedheden.

Deze magnaten namen Joodse bedrijven in beslag, kochten dwangarbeiders en voerden de wapenproductie op om Hitlers leger uit te rusten terwijl Europa brandde. Het schokkendste van alles is dat door Amerika’s politieke opportunisme deze miljardairs na de oorlog weg konden komen met hun misdaden. Ze zijn sindsdien alleen maar rijker geworden, terwijl ze nauwelijks rekenschap afleggen van dit duistere verleden.

Velen van hen blijven tot de dag van vandaag delen van de wereldeconomie beheersen en bezitten iconische merken waarvan de producten in alle continenten worden verkocht.

BMW en de Quandt Familie

In 1946 werd magnaat Günther Quandt gearresteerd wegens vermeende nazi-samenwerking. Quandt, patriarch van Duitslands meest iconische industriële imperium, een dynastie die tegenwoordig BMW bestuurt, beweerde dat hij door minister van Propaganda Goebbels was gedwongen zich bij de partij aan te sluiten. De rechtbanken spraken hem vrij.

Quandt en vele anderen logen, en zijn erfgenamen, en die van andere nazi-miljardairs, zijn sindsdien alleen maar rijker geworden, terwijl hun rekeningschap met dit duistere verleden op zijn best onvolledig blijft.

Lees ook: Ontdek het verhaal van Jan de Jong en BMW

Andere Bedrijven en Hun Rol

Naast BMW waren er andere bedrijven die profiteerden van het Nazi-regime:

KRUPP

Staalproducent Krupp, opgericht in 1811, had sinds het eind van de Eerste Wereldoorlog geen wapens gemaakt. Na Hitlers machtsovername in 1933 veranderde dat snel. Het bedrijf werd de belangrijkste leverancier van oorlogstuig met staal: van kanonnen tot schepen.

Omdat Krupp zo belangrijk was geweest voor de oorlogvoering van de nazi’s, kon het bedrijf na de oorlog op veel belangstelling van de geallieerden rekenen. Eigenaar Alfried Krupp kreeg aanvankelijk 12 jaar cel omdat zijn concern dwangarbeid had gebruikt en fabrieken in de bezette gebieden had leeggeroofd. Hij werd echter later vrijgesproken, omdat zijn vader het bedrijf tot 1943 geleid had - en die was te dement om nog berecht te kunnen worden.

Toen de geallieerden op de Conferentie van Potsdam in augustus 1945 afspraken dat grote Duitse bedrijven die een rol hadden gespeeld in de Duitse oorlogseconomie opgedeeld zouden worden, kreeg Krupp opdracht om 75 procent van het concern te verkopen. Maar er was geen koper, en Alfried Krupp hield zijn miljardenbedrijf.

SIEMENS

Industriereus Siemens, die elektronische onderdelen voor wapens en ander materieel produceerde, had goede klanten aan de nazi’s. Aan het roer van het bijna 100 jaar oude concern stond Carl Friedrich von Siemens, en hoewel hij zelf geen nazi was, zag hij er geen been in om componenten voor Hitlers oorlogsmachine te leveren, zolang de nazi’s maar betaalden.

Lees ook: Passie voor auto's: Don de Jong's verhaal

Siemens gebruikte in de oorlog ook dwangarbeiders, en het bedrijf had fabrieken bij Auschwitz en zeven andere kampen. In 1944 waren 50.000 van de 244.000 ‘medewerkers’ van Siemens joden of zigeuners uit een kamp.

Hoewel Siemens na de oorlog zijn patenten en 80 procent van zijn totale waarde kwijtraakte, wist de familie Siemens opdeling door de geallieerden te voorkomen. Vanaf 1948 maakte het concern weer winst. Nu is Siemens het tweede elektronicabedrijf ter wereld met ruim 300.000 medewerkers, en het concern erkent zijn problematische verleden tijdens de Tweede Wereldoorlog.

DR. OETKER

Al vóór de oorlog was Dr. Oetker een van de grootste Duitse voedingsproducenten. In 1937 noemde Hitler het een ‘voorbeeldig nationaalsocialistisch bedrijf’ omdat het voldeed aan het nazi-ideaal om goed voor de werknemers te zorgen.

De familie Oetker onderhield in de oorlog warme banden met de nazi’s en stuurde vooral enorme hoeveelheden bakpoeder naar het front. Ook in Duitsland zelf profiteerde Dr. Oetker van de oorlog: in 1942 verkocht het bedrijf een half miljoen pakjes bak- en puddingpoeder, een verdubbeling ten opzichte van vóór de oorlog.

En omdat de leiding van Dr. Oetker tot de vriendenkring van SS-leider Heinrich Himmler behoorde, kreeg het concern arbeidskrachten uit de kampen om nieuwe fabrieken te bouwen. Rudolf-August Oetker, die in 1944 aan het roer kwam te staan, was actief lid van de SS, maar hij en het bedrijf ontsprongen de dans na de oorlog.

Lees ook: Onderhoud en reparatie in Streefkerk

Later heeft de familie Oetker spijt betuigd over de inzet van dwangarbeiders en heeft het bedrijf gestolen kunstwerken teruggegeven aan joodse families.

MERCK, FINCK & CO. & ALLIANZ

In 1924 erfde August von Finck het bank- en verzekeringsimperium van zijn vader, bestaande uit Merck, Finck & Co. en Allianz. Dankzij Hitlers regime kreeg hij er in de jaren 1930 twee joodse banken bij: die van Dreyfus uit Berlijn en later die van Rothschild uit Wenen.

Het vermogen van de familie Finck groeide stevig met deze grote joodse banken, maar de Amerikanen keken mee, en in 1944 werd het concern van Finck in een document aangeduid als ‘een particulier bedrijf dat zichzelf verrijkt heeft met de Arisierung’ - de overname van joodse bedrijven.

Al op 8 mei 1945 werd Finck gearresteerd door Amerikaanse soldaten, maar er was onvoldoende bewijs dat de bankier te kwader trouw had gehandeld. Hij beweerde de banken te hebben overgenomen om ze te redden.

Tijdens een Amerikaans denazificatieproces kwam Finck ervan af met een boete van 2000 rijksmark voor een wederopbouwfonds. De familie kon het bedrijf voortzetten, maar zonder de joodse banken.

VOLKSWAGEN

In 1944 had Volkswagen, nu het meest winstgevende bedrijf van Duitsland, meer dan 30.000 dwangarbeiders voor zich werken. Onder hen waren joden uit Auschwitz die de V1-raket moesten bouwen, een van de nieuwe ‘wonderwapens’ van de nazi’s.

DAIMLER-BENZ

In het begin van de oorlog maakten de Daimler-Benz-fabrieken vrachtauto’s voor de Wehrmacht. Vanaf 1942 werd het assortiment uitgebreid met vliegtuigmotoren voor Hitlers oorlogsmachine. Bijna de helft van de werkkrachten van het bedrijf bestond in 1944 uit dwangarbeiders.

BMW

Autobouwer BMW leverde twee- en vierwielige voertuigen aan Hitlers troepen, naast motoren voor jachtvliegtuigen.

Overzicht van betrokken bedrijven

De volgende tabel geeft een overzicht van de bedrijven die in het artikel worden genoemd en hun betrokkenheid tijdens het Nazi-regime:

Bedrijf Betrokkenheid bij het Nazi-regime
BMW Leverde voertuigen en vliegtuigmotoren aan Hitlers troepen.
Krupp Belangrijkste leverancier van oorlogstuig en staal.
Siemens Leverde elektronische onderdelen voor wapens en gebruikte dwangarbeiders.
Dr. Oetker Leverde voedingsmiddelen aan het front en gebruikte arbeidskrachten uit kampen.
Merck, Finck & Co. & Allianz Namen Joodse banken over.
Volkswagen Gebruikte meer dan 30.000 dwangarbeiders.
Daimler-Benz Leverde vrachtauto’s en vliegtuigmotoren; bijna de helft van de werknemers waren dwangarbeiders.

Duitsland: De duistere geheimen van de superrijken

Het boek "Nazimiljardairs" laat zien hoe een verraderlijke mix van kapitalisme en fascisme de democratie en talloze levens kon vernietigen. Het is een kleurrijk verhaal over moordende zakelijke intriges en opportunisme en hebzucht.

Iedere motorsportliefhebber weet wie Nico Bakker is, maar wie is Harm Boer? Het is zijn kleinzoon en minstens zo handig als opa. Met schoonzoon Iwan Eeken werken er zelfs drie generaties in het familiebedrijf. De jeugdige impuls transformeert de ambachtelijke framebouwer van wereldfaam langzaam in een geautomatiseerde alleskunner.

Populaire artikelen:

Plaats een reactie