De Fiat Dino: Een bijzondere samenwerking tussen Fiat en Ferrari

De Fiat Dino is een sportwagen met achterwielaandrijving, geproduceerd tussen 1966 en 1973. Het was een tussenmodel op weg naar de creatie van de Ferrari “Dino”, wat vaak voor verwarring zorgt tussen de twee modellen.

Het verhaal van de Fiat Dino begint niet in Turijn, maar in Maranello. In 1966 moest Ferrari namelijk een serieproductieauto homologeren voor de Formule 2. Dat betekende dat er minimaal 500 straatmotoren met dezelfde specificaties moesten worden gebouwd. Nu had Ferrari daar zelf niet bepaald de productiecapaciteit voor, dus klopte men aan bij het zusterbedrijf Fiat.

De deal was simpel: Fiat zou de V6-motor bouwen, Ferrari kreeg de homologatie, en Fiat mocht de motor gebruiken in een eigen sportwagen. De motor was een juweeltje: een 2.0-liter V6 ontworpen door de legendarische Dino Ferrari, zoon van Enzo. Vandaar ook de naam ‘Dino’, een eerbetoon aan de jong gestorven ontwerper.

De Fiat Dino zou ervoor zorgen dat Ferrari de noodzakelijke productieaantallen zou draaien om te mogen racen. De Fiat Dino Spider werd voor het eerst getoond op de Autosalon van Turijn in 1966. Een jaar later had ook Ferrari zijn Dino gereed. Een berlinetta waar hetzelfde blok áchterin stond.

Ferrari begon zijn eerste lijn van middenmotor auto’s in 1968 en verkocht deze onder de naam “Dino”, dus zonder “Ferrari”. De bedoeling was oorspronkelijk om alle V6 auto’s deze naam te geven, als eerbetoon aan Alfredo Ferrari, de zoon van Ferrari, die op 24 jarige leeftijd was gestorven. Het merk werd echter niet geaccepteerd door de Amerikaanse Ferrari dealers en daarom ontstonden er Fiat Dino’s en Ferrari Dino’s.

Lees ook: Uitgebreide Review Zenec Navigatie

In feite was de Fiat Dino destijds een soort draagmoeder voor de motor die Ferrari niet zelf gehomologeerd kreeg. Zowel motor als blok werd ‘Dino’ genoemd als eerbetoon aan Enzo’s zoon, die inmiddels aan leukemie was overleden. In 1966 was de eerste Fiat Dino Spider een feit.

Deze samenwerking had niet alleen prachtige auto’s als resultaat. Een bijkomend gevolg was dat Fiat in 1969 een meerderheidsbelang verkreeg in Ferrari. Vanaf eind dat jaar werd zowel de Fiat Dino als de Dino 206 door Ferrari in Maranello geassembleerd. Fiat was sinds 1969 ook eigenaar van Lancia.

De verschillende varianten van de Fiat Dino

De Fiat Dino werd in 1967 geïntroduceerd en was verkrijgbaar als Spider (ontworpen door Pininfarina) en als Coupé (getekend door Bertone). De Fiat Dino Spider kwam op de markt met een 2,0 liter V6 motor met 160 PK die werd bediend met een handgeschakelde 5-versnellingsbak. Dezelfde 2,0 liter motor werd gebruikt in de Ferrari Dino 206 GT in dezelfde periode.

De Fiat Dino Spider was zonder twijfel een van de mooiste open sportwagens van zijn tijd. Pininfarina gaf hem vloeiende lijnen, een lage neus en een elegante achterkant met subtiele rondingen. De Coupé daarentegen was een stuk strakker van lijn, met scherpe hoeken en een meer zakelijke uitstraling.

Binnenin straalde alles luxe en vakmanschap uit. Houtfineer, diepe meters, chromen details en stoelen die eerder uit een chique salon dan uit een fabriek leken te komen. Het dashboard van de Coupé was zelfs ronduit spectaculair voor die tijd, met zeven klokken en een middenconsole die bijna cockpit-achtig aandeed.

Lees ook: Stuurbekrachtiging Fiat Panda oplossen

In 1969 kreeg de Fiat Dino een 2.4-liter V6, rechtstreeks afgeleid van de Ferrari Dino 246. Daarmee groeide de auto uit tot een echte GT: krachtiger, sneller en luxueuzer.

Het model was verkrijgbaar met twee type bodies: de Spider van Pininfarina en de Coupé ontworpen door Bertone. De meest voorkomende 2,0 liter auto’s werden geassembleerd door Fiat, terwijl de 2.4 liter auto’s werden geassembleeerd door Ferrari in Maranello.

De onderhavige allereerste Spider in tweeliteruitvoering is feitelijk de meest pure, begerenswaardige versie van allemaal. Hoewel tevens het meest kwetsbaar. Hiervan zijn slechts 1.133 stuks gemaakt.

Fiat Dino Spider warm idle

De Fiat Dino Spider en Coupé hadden 160 PK, terwijl de Ferrari Dino uit 1967 met de motor van de Dino 206 GT 180 PK zou worden geleverd door het iconische merk uit Maranello. Dit was echter niet het geval. Beide motoren werden gemaakt door Fiat arbeiders in Turijn op dezelfde productielijn en waren dus volkomen identiek.

Lees ook: Oplossingen Versnellingsbak Fiat 500

Het was en is nog steeds die motor met zijn allesbepalende geluid. Een hoog wenen en gieren dat nog boven dat orkestrale uitlaatgeluid van deze Jano-V6 met zijn vier bovenliggende nokkenassen uit klinkt. In feite de nabijheid van iets heiligs. Ja, juist ook vandaag.

Het expres veel willen schakelen met die lange pook van de vijfbak, direct en staalhard in die tandkast stekende, het oneindige doorhalen in toeren, niet zozeer bruut of vernietigend, maar mooi door zijn harmonieuze eindeloosheid. Zo totaal anders dan het vanzelfsprekende, flitsende rukken en knallen van moderne krachtpatsers.

En ja: het gaat gerust ook hard. Ook hier niet zozeer in absolute zin, maar qua beleving. En gaat het daar niet immers om? In deze Fiat Dino is het gehele scala aan geluidsoorten, tonen, toeren ook voluit hoorbaar. Niks kunstmatige kleppen of luiken!

Terugschakelend het levende klappen, gorgelen en kloppen uit die twee Ansa-pijpen, maar evengoed ook vanuit de drie dubbele valstroom-Webers, die je daar voor je neus, onder die motorkap, tussen die hoog opzwellende wielkasten weet te staan. En we voelen ons ook gerust expert driver, coureur. Rijden ook als eentje. Zelfs met keihard bochtenwerk. De onbekrachtigde stuurinrichting is evengoed een feest van gevoeligheid en, tja, ‘mannelijk stuurgenot’.

Let wel: alles met geopend dak. Niks ‘in slechts achtentwintig seconden automatisch sluitende kapconstructie’. De kap wordt met de rechterarm en heerlijk opbollende biceps omhoog getrokken, en met twee verchroomde klemmen razendsnel afgesloten. In een seconde of zes. Of zo. Rijdend.

In het woonwijkje in het midden des lands treffen wij de Fiat Dino Spider uit dit verhaal, een auto die al 18 jaar in handen is van zijn eigenaar. De auto, een model uit 1967, is eens temeer van ademstokkende schoonheid. We vinden hem zelfs stukken indrukwekkender dan de Ferrari Dino, waarvan de supercar-vorm tegenwoordig min of meer gemeengoed is. De Fiat deelt trouwens tal van bepalende ontwerpelementen met zijn meer extravagante broer. Zoals eerdergenoemde ‘hoge’ spatbordvormen, die langgewelfde heuplijn, en min of meer ook die verticale Kamm-tail met ronde achterlichten.

Ook het interieur en dan vooral het dashboard met hoog opstaande klokkenkapel met ronde Veglia-meters, de minimalistische sportstoelen (hier zonder hoofdsteunen), en de diverse knoppen en schakelaars worden broederlijk gedeeld. Niet vreemd, want beide auto’s zijn getekend door Pininfarina. We vinden de Fiat dus echter mooier. Want ook nog groter en daarmee ‘dikker’ en ‘vetter’.

Dit exemplaar komt uit Amerika, waar hij door de auteur van het boekwerk The Other Dino vanuit Europa werd ingevoerd. Een kleine twintig jaar geleden werd de auto naar Nederland gehaald. De auto was in goede staat, maar werd niettemin geheel gespoten, terwijl het blok preventief werd gereviseerd en voorzien van lekkernijen als hoge-compressiezuigers.

Wie wil er in Godsnaam zo’n auto nou ooit verpatsen? Te meer daar het hier ook nog eens gaat om een vroege tweeliter? Waarvan het blok - anders dan de latere 2,4 liter-varianten met hun gietijzeren onderblokken - helemaal uit lichtmetaal is opgetrokken, en daarbij een spitsere, raceachtige vermogensontwikkeling kent, waardoor hij dus dichter bij de oorspronkelijke racemotor staat? Ach, het blijkt zoals zo vaak een kwestie van luxe te zijn. Te veel auto’s, beetje opruimen, andere wensen. Verkopen prima, maar wel voor de juiste prijs, want immers geen geldnood. Een eurobedrag dat om en nabij het dubbele van de oorspronkelijke nieuwprijs in guldens schommelt.

Productieaantallen

Model Productieaantallen
Fiat Dino Spider ~1.500
Fiat Dino Coupé ~6.000
Fiat Dino 2.0 Spider 1.133

Tussen 1966 en 1972 zijn er dik 7.500 exemplaren gemaakt; plusminus 1.500 Spiders en meer dan 6.000 Coupés.

Fiat Dino 2400 Spider

De Fiat Dino speelde in een interessante klasse: te goedkoop om écht met Ferrari te concurreren, maar te duur en te exotisch voor de doorsnee Alfa Romeo-rijder. Zijn natuurlijke rivalen waren de Alfa Romeo GTV 1750, Lancia Fulvia HF, Triumph GT6 en Porsche 911 T.

De Fiat Dino kreeg geen directe opvolger, al kan de Fiat 130 Coupé worden gezien als zijn spirituele erfgenaam. Die was luxueuzer, zwaarder en minder sportief, maar droeg dezelfde Gran Turismo-gedachte uit.

De oorspronkelijke ‘Dino’ was Alfredo, de oudste zoon van Enzo Ferrari. Dino overleed in 1956 op 24-jarige leeftijd aan spierdystrofie (Duchenne). Sindsdien vernoemt Ferrari zijn V6-motoren naar zijn zoon. Dino Ferrari werkte tot zijn dood aan V6-motoren voor de autosport.

De Fiat Dino maakt onderdeel uit van een serie door Fiat en Ferrari gebouwde sportwagens tussen 1959 en 1979. Toen de zoon van Enzo Ferrari, (Alfre)Dino Ferrari, tragisch overleed in 1956 besloot Enzo een aluminium 2 liter V6 motor te ontwikkelen als eerbetoon aan zijn zoon en doopte de motor “Dino”.

Populaire artikelen:

Plaats een reactie