De Fascinerende Geschiedenis van G. van Wijk Auto

De autogeschiedenis in Nederland is rijk en divers, van de eerste pioniers tot de bloeiende industrieën van vandaag. In dit artikel duiken we in de vroege dagen van de auto in Nederland, met een focus op de opkomst van de Eerste Rotterdamsche Auto-Boxen-Garage en de autogeschiedenis in Helmond. Daarnaast werpen we een blik op een unieke Chrysler Six met een bijzonder verhaal.

Automotive Campus Helmond

De Eerste Auto's in Nederland

Alhoewel Hans van Groningen† in ‘Het paardloze voertuig: de auto in Nederland een eeuw geleden’ nog met zekerheid vaststelde, dat niet notaris Johannes Philippus Backx (*Rotterdam, 12 juli 1849-†Amsterdam, 4 mei 1910) uit Wieringerwaard, maar Dolf Zimmermans (pseudoniem voor Bernard Eugène Adolphe Temmerman (na echting, eerder ingeschreven als Van Varseveld); *’s-Gravenhage,1852-†’s-Gravenhage,2 juli 1922 (1) de eerste Nederlandse autobezitter in Nederland was, zijn sindsdien toch weer andere claims boven water gekomen. De laatste liet op 18 mei 1896 in Arnhem zijn 3 pk Benz Victoria aan wal zetten om daags daarna met deze auto in gezelschap van zijn chauffeur via Utrecht en Leiden naar Den Haag - zijn woonplaats - te rijden. Het betrof natuurlijk de eerste automobiel met een explosiemotor in Nederland. Notaris Backx zou in september van dat jaar zijn Daimler Victoria op het Weesperpoortstation in Amsterdam in ontvangst nemen. Maar er zijn ook aanwijzingen, dat Josephus Jacobus Bogaers (*Tilburg, 13 januari 1869-†Antwerpen, 22 november1930), de wollenstoffenfabrikant uit Tilburg al in 1895 in een auto door zijn woonplaats reed. Overigens reed in 1893 al ‘een driewielig voertuig, aangedreven door een benzinemotor, in Venlo’ rond. De bestuurder was echter een Duitser afkomstig uit Süchteln bij Krefeld.

Deze verhandeling is niet bedoeld om een definitief standpunt in te nemen over de eerste automobiel in Nederland. Het is slechts bedoeld om het moment te markeren van de eerste automobielen in Nederland en de oprichtingsdatum van de Eerste Rotterdamsche Auto-Boxen-Garage aan de Noordsingel in 1897, slechts een goed jaar na de verschijning van de automobiel met een explosiemotor binnen onze grenzen.

De Eerste Rotterdamsche Auto-Boxen-Garage

De katholieke Piet (Petrus Johannes) Smits (*Schiedam, 4 maart 1833- †Rotterdam, 4 augustus 1905) was ongetwijfeld een gerenommeerde hoedenmaker in Rotterdam en in goeden doen. Hij was daarnaast ook administrateur van de in 1869 opgerichte Rotterdamsche Onderlinge Glasverzekering-Maatschappij ‘Felix’, die alle soorten spiegelglas verzekerde. De Noordsingel werd aangelegd als onderdeel van het Waterproject van Willem Nicolaas Rose (*Cheribon, 8 januari 1801-†Den Haag, 9 oktober 1877). Met dit project wilde de stadsarchitect een einde maken aan de steeds terugkerende cholera-epidemieën als gevolg van de onvoldoende hygiënische omstandigheden in de overbevolkte stad.

Lees ook: Den Oudert in Wijk en Aalburg

De Noordsingel vormde de grens tussen de buurten het Oude Noorden en de Agniesebuurt en liep van het Noordplein tot de Bergweg. De landschapsarchitecten Jan David Zocher jr. (*Haarlem, 12 februari 1791-†Haarlem, 8 juli 1870) en zijn zoon Louis Paul Zocher (*Haarlem, 10 augustus 1820-†Haarlem, 7 september 1915) - zij werkten sinds 1845 samen in een vennootschap - maakten in 1854 een ontwerp voor de aankleding van de singel, die in 1862 gereed kwam. Bebouwing mocht aanvankelijk niet plaatsvinden vanwege het windrecht van de watermolen van de Blommersdijkse Polder, maar in de jaren zeventig verschenen toch de eerste deftige woningen aan de ruim opgezette oostzijde, want arbeiderswoningen mochten daar toen nog niet gebouwd worden. Het pand van Piet Smits was daar één van.

Van het streven om geen arbeiderswoningen te bouwen zou door de grote groei van de bevolking als gevolg van de aanleg van de Nieuwe Waterweg - tussen 1866 en 1872 - en de daardoor aangetrokken handel en industrie niet veel terecht komen. Piet Smits had met zijn vrouw Cornelia één overlevende zoon en één overlevende dochter. Dochter Catharina Maria Smits (*Rotterdam, 15 augustus 1860-†’s-Gravenhage, 18 juni 1938) huwde met Antonius Reijnerus Johannes Jansen (*Vlaardingen, 6 mei 1857-†’s-Gravenhage, 1 mei 1941), wijnkoper in Rotterdam. Zijn zoon Antoon (Antonius Johannes Petrus) (*Rotterdam, 1 december 1864 - †Rotterdam, 5 november 1923, aan leukemie) begon op 26-jarige leeftijd in 1890 op een groot grondstuk achter zijn ouderlijk huis een rijwielfabriekje.

Zijn vader diende namelijk op 23 april 1890 een rekest bij de gemeente Rotterdam in voor een ‘werkplaatsje ten dienste van smederij’ achter het pand aan de oostzijde van de Noordsingel op nummer 123. Het werd een stenen gebouwtje, dat ‘in geen aanraking met woonhuizen’ kwam ‘en zal gebezigd worden voor ligt smidswerk in hoofdzaak dienende tot reparatiën van rijwielen’. Een jaar later diende zoon Antoon opnieuw een adres in, waarin toestemming voor de vergroting van zijn magazijn werd gevraagd, waarvoor hij op 5 mei 1891 toestemming verkreeg. Later werd dit uitgebreid met een grote houten binnenplaats, waarop rijwielles werd gegeven.

In de Kampioen van de ANWB van 28 mei 1897 schreef men over ‘een kollossale rijschool op de Noordsingel van Smits’, ‘groter dan menig andere’ en met een ‘plankenvloer in uitstekende staat’. Twee maanden later werd - ook in de Kampioen - melding gemaakt, dat Smits erover denkt ‘om zijn werkplaats nog verder uit te breiden en zijn rijwielschool te overdekken.’ In deze rijwielschool kregen ook de dames fietsles. Dat was geen sinecure in een tijd van hoge kragen en lange rokken tot aan de straat.

Op 21 oktober 1897 huwde Antoon met Dijmphna (Dina) Maria Catharina Wilhelmina Smulders (*Rotterdam, 25 februari 1877 - †Rotterdam, 6 juli 1951). Hun huwelijksreis ging naar Parijs, waar zij zich drie dagen later lieten vereeuwigen door een figuur papierknipper. Dina was de zuster van de toenmalige eigenaar van M & P Smulders Fabriek van Suikerwerken aan de Ceintuurbaan in Rotterdam van de bekende anijsmelktabletten. Hun vracht- en bestelwagens waren in onderhoud bij de ERAG. Dina en Antoon zouden zeven kinderen krijgen, waarvan één dood geboren werd en één na een jaar al overleed.

Lees ook: Alles over de Renault vestiging in Wijk bij Duurstede.

In verband met zijn huwelijk liet zijn vader door de eveneens katholieke architect Petrus Gerardus Buskens (*Rotterdam, 9 oktober 1872-†Rotterdam, 19 september 1939) in datzelfde jaar een viertal monumentale panden bouwen op de plaats van het bestaande herenhuis van de familie. De panden van Smits bestonden uit zeven wooneenheden en een onderdoorgang naar het grondstuk aan de achterzijde. De stichtingskosten werden begroot op 33.915 gulden. De bouwvergunning werd op 27 april 1897 verkregen. De aannemers J.R. Vos en C. Groenendijk leverden de panden op 1 december van dat jaar op.

De panden kregen op dat moment de nummers 121, 123, 125 en 127 en zouden rond 1910 worden omgenummerd naar 85a tot en met 93a en voor de bovenwoningen links en rechts van de poort 85b, 87b en 93b. In het huis met nummer 89 werden de kinderen van Antoon geboren: Corrie (Cornelia Petronella Johanna Antonia) (*Rotterdam, 18 mei 1899 - †Tilburg, ? mei 1985), Zus (Mechtelina Catharina Petronella) (*Rotterdam, 27 december 1901 - †Nijmegen, 16 oktober 1925), Piet (Petrus Johannes Marie) (*Rotterdam, 3 september 1903 - † onbekend), Hans (Johannes Cornelis Marie) (*Rotterdam, 8 september 1910 - †Tilburg, 2 maart 1987) en Tootje (Catharina Maria Antonia Maria) (*Rotterdam, 24 maart 1912 - †Bergen op Zoom, datum onbekend).

Documentary - 55 years Mini in the Netherlands

Corrie huwde de legerofficier Adriaan (Adrianus Cornelis Johannes) van de Ven (*Etten en Leur, 29 jaar, 1896?). Zus werd Domicanes (religieuze) in Neerbosch en werd Zuster Dijmphna genoemd. Zij was onderwijzeres en overleed na een missie aan een besmettelijke ziekte in Nijmegen. Piet is al jong naar Canada geëmigreerd. To (Tootje) huwde de tandarts Otto (Otto Julius Albert) Schulte (*Rotterdam, 15 januari 1912 - †Steenbergen (Roosendaal), 19 juli 1975.

In datzelfde jaar 1897 was Antoon al eerder met de trein naar Parijs gereisd om daar één van de eerste Decauville-voiturettes te kopen, waarmee hij zelf naar Rotterdam terugreed! Onderweg kocht hij brandstof bij apothekers en moest hij regelmatig lekke banden repareren. Hij meldde deze automobiel voor zover na te gaan in Nederland nooit aan. De rijksregistratie van automobielen en motorfietsen begon overigens pas in 1898. Maar Smits moet als één van de eersten met een automobiel in Rotterdam hebben rondgereden. Het zou zijn leven als rijwielfabrikant veranderen.

1897 was ook het stichtingsjaar van de Eerste Rotterdamsche Auto-Boxen-Garage in de aanvang bedoeld als stalling voor de eerste automobielen van Rotterdammers of passanten. Het is ‘gelegen op een mooi punt van Rotterdam, dicht bij den weg, dien de automobilisten volgen als zij Rotterdam van Den Haag binnen komen of zich van Dordrecht naar Den Haag of omgekeerd begeven, is het voor hen van belang te weten waar zij geschikt terecht kunnen om aan benzine, olie of andere zaken geholpen [te] kunnen worden’, aldus het tijdschrift De Auto in 1909. In die laatste jaren van de negentiende eeuw was de verkoop van nieuwe en gebruikte rijwielen ongetwijfeld de kurk, waarop het bedrijf dreef.

Lees ook: Onderhoud en Reparatie Renault Wijk bij Duurstede

Met de succesvolle rijwielschool werd die verkoop behoorlijk aangemoedigd voor zowel mannen als vrouwen. Antoon verkocht kant-en-klare merkfietsen, maar stelde ook fietsen onder eigen naam samen. Maar Antoon Smits zag zijn toekomst toch in de opkomende automobiel. Met zijn kennis opgedaan bij de ontmanteling van zijn Decauville, trok hij het jaar daarop - in 1898 dus - opnieuw naar Parijs. Hij wees daar de Decauville-fabriek op een aantal mogelijke verbeteringen in de voiturette, maar kocht uiteindelijk geen nieuwe Decauvilles, maar drie De Dion-Bouton driewielers, één voor hemzelf en twee voor de verkoop.

Deze motorvoertuigen arriveerden in 1899 in Rotterdam. Tenminste twee van deze De Dion-Boutons hadden een aanhangwagen, waarvan het gezamenlijke gewicht precies 150 kilogram was. Voor een dergelijke combinatie behoefte geen aparte vergunning te worden aangevraagd. Zijn eerste klanten waren de landschapsschilder Dirk Johannes Willebeek le Mair (*Rotterdam, 9 november 1866 - †Amsterdam, 28 november 1917) en de jeneverslijter C.F.H.J. De Kuyper (*plaats?, datum? - †plaats?, datum?), beiden toen woonachtig in Rotterdam. Willebeek le Mair kreeg het rijksnummerbewijs voor zijn De Dion-Bouton met nummer 96 op 26 juli 1899. Kuyper kreeg een dag later nummer 97 en Smits zelf op diezelfde dag 98.

Op dat moment reden in Rotterdam volgens het overzicht van rijksnummerbewijzen nog slechts twee automobielen: een 2 cilinder Daimler met nummer 16 van de firma Bikkers & Zoon en een Benz Vélocipède van de firma Hoevels met nummer 17! Op 18 maart 1901 passeerde bij notaris Schrauwen van Notarissen Schrauwen & Slinkert te Rotterdam een overeenkomst tussen Antoon Smits en Fritz (Carl Frederik) Brincker (*Hover Skov,1868? - †plaats onbekend, 6 mei 1928) voor de oprichting per 1 januari 1901 van een ‘Vennootschap van Koophandel’ met als doel de ‘handel in automobielen en alle bijbehoorende artikelen, het doen van herstellingen daaraan, alsmede de fabricage en verkoop van messen voor industrieel gebruik’. De vennootschap werd gevestigd te Rotterdam onder de naam ‘Fr. Brincker’.

Alreeds op 24 juli 1901 werd de vennootschap bij dezelfde notaris als waar de vennootschap werd opgericht, ontbonden. Brincker mocht gebruik blijven maken van de firmanaam ‘Fr. Brinckers’. De reden van deze hele spoedige ontbinding is niet opgehelderd.

De Autogeschiedenis van Helmond

In 1919 begon de autogeschiedenis in Helmond, met de eerste activiteiten van en met auto’s in de Kerkstraat-zuid waar de familie van der Meulen-Ansems hun garage begon. In 1975 begon de Volvo met een hoofdkantoor en ontwerpafdeling op de terreinen waar nu de Automotive campus is gevestigd. Het gebied bij de Automotive Campus is nu groot en uitgebreid met diverse Automotive- en Mobiliteitsbedrijven.

De Chrysler Six: Een Bijzonder Verhaal

Een Chrysler Six uit 1930, die in 1939 werd ingemetseld achter een muur van een afgelegen boerderij om niet door de Duitsers geconfisqueerd te worden - en daar pas in 2018 ontdekt is. De Chrysler zou zes jaar hebben gereden en zou in 1939 zijn ingemetseld achter een muur van een boerderij een in een afgelegen gebied om hem uit handen van de Duitse bezetter te houden. Vervolgens zou hij totaal zijn vergeten, waardoor de ontdekking in 2018 een grote verrassing was.

De auto in Oss is een Royal Sedan met een handgeschakelde drieversnellingsbak. De inhoud van de ‘straight-six’ is 195,6 cubic inches, ongeveer 3,2-liter. Het opgegeven vermogen was 62 pk bij 3.200 toeren. De Chrysler heeft achter suicide doors die toegang geven tot een grote stoffen achterbank en een enorme hoeveelheid beenruimte: een hoeveelheid comfort die je eerder in een huiskamer zou verwachten. In het in opmerkelijk goede staat zijnde interieur heeft het bakelieten stuurwiel een hoofdrol, maar ook het verweerde ‘brass’ dashboard met zijn mooie meters trekt de aandacht, ook door de stijlvolle houten strip met pinstripe. Leuk detail is ook de zwengel boven het raam, om die ene ruitenwisser te bedienen.

In de Chrysler ligt een geplastificeerd ‘verkoopcontract’ dat een stukje van zijn historie prijsgeeft. Het is met de hand geschreven en ondertekend door A.A. Hardeman en bevat - letterlijk - de volgende tekst: “Gegevens van Chryssler HZ-28032. Opgemaakt 6 April 2018. Gekocht in 26-28 in Den Haag door A.A. Hardeman Sr te Den Haag. In de oorlogsjaren verstopt vd Moffen in de boerderij. Bij in Den Haag Keplerstraat 17 alwaar nu huizen staan. Na de oorlogsjaren gestald in de garage van Hardeman waar hij tot heden gestaan heeft. Kentekenpapieren zijn zoek en in over gedaan aan: R. Röling te Mijdrecht.”

Op internet heeft ook iemand opgemerkt dat het boerderijverhaal rammelt omdat er op de voorruit van de auto een afdruk van een ANWB-sticker te herkennen is. Deze stickers schijnen pas vanaf de jaren ’50 in omloop te zijn gekomen, hetgeen betekent dat de auto na de oorlog waarschijnlijk nog op de weg is geweest.

Volgens de advertentie van RJ Car Center zou de Six uit 1932 stammen. Maar de handgeschreven brief in de auto geeft ‘26 - ‘28 aan als periode waarin hij gekocht zou zijn door garage Hardeman. Daaruit is duidelijk geworden dat het serienummer hoort bij een serie Chryslers CJ6 die in 1930 in de Verenigde Staten in het jaar 1930 geproduceerd zijn.

Op dat laatste plaatje is, naast het serienummer, motornummer en typeaanduiding ook een aanbeveling opgenomen om ‘voor de smering te gebruiken Le Roy olie van Van de Fa Vreede & Co uit Amsterdam’. Hardeman junior valt het kwartje meteen op de juiste plek: “Mijn vader weet veel meer dan ik over die auto, maar wat ik weet is dat mijn overgrootvader in 1928 deze garage is begonnen, hier op deze plek. Hij had bij Louwman & Parqui gewerkt voor hij besloot voor zichzelf te beginnen met verkoop en onderhoud van vooral Amerikaanse auto’s.

Die pakhuizen zijn gesloopt om in de Kepplerstraat nieuwbouw te plegen. Die twee stalen achterwielen zijn trouwens later op de auto gezet, omdat tijdens de oorlog de originele eikenhouten achterwielen in de kachel zijn opgestookt, voor verwarming. De voorwielen zijn nog origineel, maar de stalen achterwielen zeker niet.”

Met de gedachte dat de Chrysler later veel geld waard zou worden, heeft de familie Hardeman hem altijd bewaard en zelfs onderhouden; af en toe laten lopen en in een keer per jaar de motor met de slinger ronddraaien om vastzitten te voorkomen. In 2018 is de heer Röling uit Mijdrecht langs geweest om hem over te nemen. Hij vroeg ook of hij een dagje in de kelder van de garage mocht graven om oude onderdelen te zoeken. Hardeman senior vervolgt: “We hebben nog contact gehad met het Louwman Museum gezien het feit dat Louwman vroeger importeur was van Dodge en het toch om een hele oude auto gaat, maar daar was geen belangstelling want er stond al een CJ6 in de collectieopslag. Dus na al die jaren van zorgvuldig bewaren heb ik hem toen maar verkocht aan meneer Röling, een verzamelaar van allemaal oude boten, vrachtauto’s en auto’s, voor 5000 euro.

De Chrysler Six staat nu voor € 11.950 euro te koop in Oss. Dat een 93-jarige auto niet of nauwelijks in waarde is gestegen is deels uit te leggen doordat er van de CJ6 alleen al rond de 20.000 stuks zijn gemaakt en dat de auto nog geregeld op veilingen te koop wordt aangeboden. Desondanks is deze Chrysler Six uit 1930 een tijdcapsule die het waard is om bewaard te worden.

Overzicht van belangrijke momenten en feiten:

Jaar Gebeurtenis
1896 Eerste automobiel met explosiemotor in Nederland
1897 Oprichting Eerste Rotterdamsche Auto-Boxen-Garage
1919 Start autogeschiedenis in Helmond
1930 Productiejaar van de Chrysler Six
1939 Chrysler Six ingemetseld
2018 Herontdekking Chrysler Six

Chrysler Six 1930

Populaire artikelen:

Plaats een reactie