De Geschiedenis van Jan van Riel Autobedrijf: Een Verhaal van Familie en Veerkracht

De geschiedenis van Jan van Riel Autobedrijf is verweven met de rijke en soms tragische historie van Tilburg en de persoonlijke verhalen van de familie Van Riel. Het is een verhaal van aanpassing, veerkracht en de zoektocht naar een beter leven, te midden van de veranderingen die de 20e eeuw met zich meebracht.

Het verhaal begint met de grootvader van Maarten van Riel, een van de vele textielarbeiders in Tilburg. De stad was het centrum van zijn leven, maar ook de plaats waar hij een einde aan zijn leven maakte. Wanneer Van Riel terugkeert naar zijn geboortestad, kan hij zijn pijnlijke familiegeschiedenis niet langer negeren. Hij duikt in de archieven en stelt vragen die hij eerder niet durfde te stellen.

Het verdriet van Tilburg legt Van Riel aan de hand van zijn familiegeschiedenis de rijke en tragische historie van de Tilburgse textielindustrie bloot. In de vroege jaren tachtig noteerde een verslaggever van het Haarlems Dagblad hoe de stad eruitzag en wat er op de muren geschreven stond - ‘Laat de rijken de crisis betalen!’ Het zag er allemaal nogal somber uit.

De textielindustrie werd geassocieerd met frustratie, woede en andere negatieve gevoelens, vooral door het abrupte ontslag van werknemers zonder waardering. Velen worstelden met werkloosheid of een karig pensioen. Bovendien stonden sommige complexen erg lang leeg, als treurige monumenten van vervlogen tijden. Zo stond Brouwers’ Lakenfabriek, in het centrum van de stad, twintig jaar lang te verkrotten.

In maart 1982 werd Sigmacon officieel failliet verklaard en maakte de Koninklijke AaBe zijn zoveelste doorstart, met 200 werknemers. Verder waren het vooral leegstaande fabrieken die herinnerden aan de textiel. Sommige panden werden tijdelijk voor iets anders gebruikt. Zo werd de wollenstoffenfabriek van Janssens van Buren deels gesloopt en omgebouwd tot een supermarkt (Famila). In andere leegstaande hallen werden caravans of praalwagens gestald, en een gemeentelijke dienst nam zijn intrek in het gebouw van de Tilburgse Katoenspinnerij aan de Ceramstraat.

Lees ook: Garage Van Riel review

Leegstaande fabrieksgebouwen zijn geen fraai gezicht als ze in je straat staan te verpauperen. Ze zijn ook niet fraai als ze je dagelijks herinneren aan een pijnlijke geschiedenis: wat ooit de trots van de stad was, werd nu een bron van schaamte.

Henk van Riel: Een leven getekend door de oorlog

Henk van Riel, toen 21 jaar oud, zag dat allemaal van heel dichtbij; werkte na zijn verlengde diensttijd , in de slagerij van een oom in de Haagse binnenstad. Het werd voor mijn vader Henk stiekem kijken. Samen met een neef van mijn vader die ik Fons noem, zoon van NSB-ouders. Nieuwsgierig als die twee jonge heren waren naar de leuke marsmuziek, de mooie glimmende uniformen etc. En per slot moesten de bezetters ook ergens hun vlees kopen….! Ze wisten mijn vader over te halen om het vlees goedkoper te geven en wat te rommelen met de bonnetjes, zodat zijn oom dat niet zou merken, in ruil voor een mooi horloge. En ze bleven terug komen, zagen mijn vader voor vol aan. Henk van Riel was immers een lange knappe man met hoog voorhoofd, zo een echt Arisch type.

“Jongen wat doe jij toch in deze duffe slagerij. De ouders van neef Fons waren al lid van de NSB en Fons vond dat zelf ook allemaal wel interessant. Ook hij beïnvloedde mijn vader om voor “de vijand” te gaan werken. Geheel tegen de zin van mijn grootvader, die pas weduwnaar was geworden. Mijn vader had dus alleen nog zijn vader Andre en zijn 8-jaar jongere broer Piet. Ze hadden na het overlijden van mijn grootmoeder de jonge huishoudster en tevens kinderverzorgster Diny in huis.

Voor grootvader Andre van Riel werd het echter in Den Haag te moeilijk. Omdat veel mensen en ook ander familieleden wisten van de verkeerde keuze van mijn vader en om die reden niet meer bij hem in de winkel de rookwaren wilde kopen. De Duitsers wilden dat wel, en dus moest mijn grootvader ze heel vriendelijk en beleefd tegemoet treden en een beetje met ze mee praten! Maar de klandizie in de winkels nam toch te veel af, en mijn grootvader wilde niet steeds op het gedrag en de keuze van mijn vader worden aangesproken.

Mijn vader bleef bij die NSB-oom en tante en neef Fons achter. Maar er waren nog te veel ander familieleden en kennissen van mijn vader en grootvader in Den Haag, zodat mijn vader daar nauwelijks kon blijven en ook neef Fons zag betere mogelijkheden in Duitsland. Met een auto hebben ze geprobeerd samen naar Duitsland te komen maar dat mislukte door tussenkomst van SS’ers en familieleden die dachten dat mijn vader de NSB -neef was en hem hebben verraden. Het leek voor de beide neven veiliger om onafhankelijk van elkaar naar Duitsland te gaan, maar mijn vader voelde daar niet voor omdat hij vrijwel geen Duits kende.

Lees ook: B van Riel: wat klanten zeggen

Na twee dagen en nachten lopen zonder drinken of eten kwam hij volslagen uitgeput in Brabant bij een Duitse kazerne aan, met de vraag of ze alsjeblieft wat eten en werk voor hem hadden. Ze vertrouwden mijn vader niet. Hij werd krijgsgevangen genomen en mishandeld. Enkele dagen later werd mijn vader weer vrijgelaten door toedoen van een Nederlandse militair. Later moest hij met een soort SS-leger mee naar het westen van Duitsland, waar hij behoorlijk afgebeuld werd en tijdens een lange mars van uitputting en in een poging te ontsnappen te ver achterbleef. Hij werd daarbij in een been geschoten en bleef gewond liggen.

Omstanders schoten te hulp maar toen een boer hem met paard en wagen naar een naburig ziekenhuis wilde brengen werd die goede man voor de ogen van mijn vader doodgeschoten. Ook in dat ziekenhuis kreeg mijn vader geen rust. De SS’ers wilde hem er de volgende dag alweer uithebben. Met hulp van andere Nederlanders werden uniformen verwisseld en na zijn genezing werd mijn vader uiteindelijk onder een valse naam in dat stadje ingeschreven . Hij kon daar blijven wonen en werken.

Daarna is mijn vader uiteraard als ex-collaborateur veroordeeld tot enkele jaren gevangenisstraf. Ik geloof dat hij ook in het internerings kamp Vught heeft gezeten en daar in erbarmelijke omstandigheden heeft moeten leven. Na een suïcidepoging en door toedoen van zijn jongere broer Piet en hun huishoudster Diny is zijn vader hem met tegenzin nog een keer komen opzoeken. Die begreep niet waarom mijn vader voor de Duitsers was gaan werken. Maar Henk van Riel kon niet veel zeggen.

Na de interneringstijd heeft mijn vader nog even bij zijn vader in Noordwijk gewoond , maar de verhoudingen ook met bepaalde neven waren dusdanig verstoord dat het niet lang meer kon. Toen ontstond mijn vader´s zoektocht naar familieleden en plaatsen waar dat wel nog kon. Ze kregen een klein arbeiderswoninkje, een donker en vochtig krot , waar alle zes kinderen zijn geboren. Ik ben de oudste en van 1957. Van mijn vader´s familie kende ik alleen oom Piet, zijn enige broer die ver weg in Noord-Holland woonde. Zussen hadden ze niet, en van de andere familie hoorde ik alleen dat het kappers, sigarenboeren en kleermakers waren heel vroeger in Den Haag, en in een paar andere plaatsen waaronder Haarlem. Ook mijn grootvader Andre behoorde tot de gegoede middenstand.

Mijn vader werkte echter als ongeschoold arbeider voor een hongerloontje. Vlees kwam er bij ons niet op tafel, en we hadden nauwelijks genoeg kleding. Dat had zonder de oorlog anders kunnen zijn. Mijn vader heeft destijds in Den Haag zijn bakkersopleiding niet kunnen afmaken omdat hij vervroegd in militaire dienst moest. Van zijn vader had hij mogen worden wat hij wilde, en een eigen winkel kunnen hebben. Dat was voor de oorlog financieel blijkbaar nog mogelijk. Maar na de oorlog kon mijn vader niet meer terug naar die bakkersschool, en moest gewoon voor zichzelf zorgen.

Lees ook: Van Riel Breda: Wat klanten zeggen

Grootvader Andre is in 1953 overleden, verbitterd en depressief, na zijn laatste jaren als boekhouder te hebben gesleten. Hij was dus al overleden nog voordat mijn ouder elkaar in Rotterdam leerde kennen! Mijn jongste broer bleek verstandelijk zeer zwak te zijn en ook mijn andere broer had behoorlijke gedragsproblemen en kreeg wat verkeerde vriendjes. Er ontstonden afgrijselijke scènes waarbij mijn vader er behoorlijk op los kon slaan. Hij dreigde ons soms met de Tuchtschool en Veenhuyzen! Gelukkig was hij vrij lange dagen van huis. Hij moest per dag twee uur lopen heen en terug naar zijn werk in Schiedam, omdat er geen geld was voor de tram.

Maar thuis was hij soms heel onrustig, als hij niet sliep, zag ik hem de krant lezen, brood smeren en de vaat doen, maar dat was dan ook alles. Ik was altijd blij als hij er niet was. Van mij had hij er toen niet zo nodig hoeven te zijn, maar ik begreep wel dat vaders nu eenmaal nodig waren voor het gezinsinkomen. Mijn moeder zag met zoveel kinderen echt geen kans om ook nog buitenshuis te werken. Mijn vader praatte bijna niet, en deed ook vrijwel niets met ons. Als jong kind was ik vaak bang voor hem! Mijn twee broers en later ook een zusje verdwenen naar gezinsvervangende tehuizen. Ze waren ook autistisch, maar daar wist toen nog niemand iets van. Nu herken ik het ook in de andere familieleden en in mijn licht/verstandelijk beperkte zoon.

In 1965 raakte prinses Beatrix verloofd met Claus von Amsberg, een Duitser. Een woord wat ik in die tijd vaak hoorde, maar met een vreemde harde ondertoon en op school leerde ik een beetje waarom. En dat door de oorlog en de bezetting veel Nederlandse mensen de Duitse mensen zijn gaan haten. Ook weer zo woord, wat je volgens de zusters op mijn roomse school nooit mocht gebruiken, laat staan doen. …! Ik zag Claus tijdens een rijtour door Rotterdam. Hij zag er heel gewoon en stralend verliefd uit. Ik werd later zelfs een beetje verliefd op hem. Had ook medelijden met Beatrix, want als twee mensen elkaar in liefde vonden, was dat immers het werk van God…. We moesten maar veel bidden voor de kroonprinses en haar Duitse verloofde.

Mijn opa van moeder´s kant die naast ons woonde dacht daar echter wel anders over! Hij moest niets hebben van alles wat maar Duits klonk of daaraan refereerde. Tijdens de Koninklijke trouwerij, die we met de hele familie bij mijn oma thuis op de televisie konden zien, heeft hij een hele tijd met zijn rug naar de tv gekeerd gezeten en is later weg gegaan. Ook zag ik die beroemde komische show van Paul van Vliet, over de jas van Claus` e.d. Pas op die avond kwam ik tot de ontdekking dat mijn vader uit Den Haag kwam, zoon van een rijke sigarenboer was. Mijn grootvader Andre bezat drie huizen, een auto en een mooie antiekverzameling en mijn vader was met zijn ouders vaak in de Koninklijke Schouwburg geweest.! Ik begreep daar allemaal niets van. Hoe konden wij zo arm zijn als mijn vader zulke rijke ouders gehad hadden!

Voor de gymnastieklessen in de kweekschool moest ik altijd over dat hele grote lege plein in de binnenstad waar ik het concertgebouw De Doelen heb zien bouwen. Op de plek waar volgens mijn moeder en dat bewuste boekje, voor de oorlog gewoon huizen stonden , een school een kerk en winkels of een speeltuintje….! Onderweg naar school of naar die kweekschool met mijn vriendin Anne-Marie die een Oostenrijkse grootmoeder had, zagen we bordjes met Claus heraus e.d. Belachelijk`` zei Anne. We hadden op school al gehoord over het bombardement waarmee het hart uit onze stad was geslagen en daarmee ook een stuk uit het hart van onze ouders, die het zelf hadden meegemaakt. In ieder geval mijn moeder, die er nog levendig over kon vertellen maar toch ook iets in zichzelf miste. Mijn vader vertelde dus uiteraard helemaal nooit iets….!

In september 1969 verhuisde ik, door toedoen van mijn vader voor wie dat allemaal financieel zoveel beter uitkwam, naar het gezin van mijn oom Piet in Alkmaar. Na een week of zes vertelde mijn tante Herma in Alkmaar mij een heel vreemd verhaal. Dat ze nooit had begrepen waarom, toen ik nog heel klein was, mijn ouders niet naar Haarlem hadden willen verhuizen, want dan zouden ze volgens mijn tante Herma een veel beter leven gehad kunnen hebben, en was het voor mijn oom ook een stuk prettiger geweest. Mijn oom had iets meer schoolopleiding dan mijn vader, was chemisch analist en later leraar. Destijds woonden mijn oom en tante in IJmuiden met hun twee kinderen .

Mijn vader had in Haarlem werk kunnen krijgen in een koekjesfabriek en ze hadden zolang bij familie in huis kunnen wonen! Maar er waren geloof ik neven die daar wel wat bezwaren tegen hadden. Wellicht wisten die iets van mijn vader´s geschiedenis. Voor zover ik nu weet had mijn moeder toen wel willen verhuizen maar mijn vader vond het toch te moeilijk, zo dicht bij die familie en zo ver bij Den Haag vandaan. Hij had nog steeds heimwee en hoopte toen nog een keer naar Den haag terug te kunnen keren, maar waarschijnlijk heeft hij dat nooit goed aangedurfd of was hij bang dat mijn moeder heimwee zou krijgen en zonder hem en met ons als kinderen terug zou willen naar Rotterdam.

Tot groot verdriet van mijn oom Piet, die ook mijn peetoom was zijn wij als gezin dus toen in Rotterdam gebleven, waar mijn moeder nu nog woont. Mijn oom Piet in Alkmaar die ik toen nog niet zo goed kende, bleek en heel warme en hartelijke man te zijn, zoveel anders, en voor mij ook zoveel meer vader als dat mijn echte vader ooit heeft kunnen zijn!! Ook vader’s van vriendinnetjes in Rotterdam waren heel anders dan mijn vader, zoveel warmer en hartelijker. Mijn oom maakte vaak grapjes, deed spelletjes met ons en zong ook graag net als ik. Mijn tante was ook warm en hartelijk, maar had geen gemakkelijk karakter en veel te idealistische ideeën over mijn opvoeding, terwijl ik op 12-jarige leeftijd al behoorlijk zelfstandig en mij niet meer zo gemakkelijk liet heropvoeden. Ook begreep mijn tante nog niet veel van de puberteit. Haar eigen dochters waren immers nog wat jonger. Alles bij elkaar gaf dat vaak een hevige strijd, waarin ik me niet geaccepteerd voelde.

Mijn tante gaf mij vaak het gevoel dat alles wat ik van mijn ouders geleerd had slecht was en ik dat allemaal zou moeten afleren. Ik begreep daar in de eerste jaren nog niet veel van. Dat ze niet veel met mijn vader op had begreep ik nog wel een beetje, want dat had ik zelf ook niet, maar van mijn moeder moest ze toch echt afblijven! Ik moest vooral goed mijn best doen op school en hoge cijfers halen . Mijn tante Herma had ook een lastige kwaal, namelijk een te snel werkende schildklier, waardoor ze vaak behoorlijk neurotisch was en vooral van mij niets kon hebben. Ook mocht ik nooit me niet lekker voelen of al te veel praten over iets. Zij had het immers veel moeilijker gehad in de oorlog toen ze haar eigen vader allang niet meer had, haar stiefvader als dwangarbeider in Duitsland was en zij, terwijl haar moeder de boer op ging om aan voedsel te komen een kacheltje aan moest houden en op haar halfzusjes moest passen! Daar kon ik dus, volgens haar, nog wel een voorbeeld aan nemen!

Door de strengheid van mijn tante in het bijzonder, voelde ik mij nooit helemaal veilig in dat gezin. Ik moest mij altijd inhouden en heb daar eigenlijk nooit helemaal voluit kunnen leven helaas. In januari 1975 was er een grote familiereünie van de van Rielen in Noordwijk. Daar zag ik voor het eerst van mijn leven 150 onbekende familieleden, tijdens de viering van het 60-jarig huwelijk van een stokoude oudoom en oudtante uit Haarlem. Die bleken mij als heel jong kind nog gezien te hebben, mijn ouders en ik hadden daar gelogeerd destijds en ze hadden mijn ouders uitgenodigd om daar te komen wonen. Daar wist ik dus nauwelijks iets van.

Kort daarna kreeg mijn oom Piet een acute hersenvliesontsteking. Hij lag drie dagen in coma en het was behoorlijk kantje bord!! Wellicht had de confrontatie met al die familie en het ontbreken van mijn vader op dat feest hem wel iets te veel aangegrepen. Mijn tante besprak die zaken met de neuroloogpsychiater die mijn oom behandelde. Mijn oom kreeg zelfs het sacrament van de zieken, omdat de verwachting was dat hij zou overlijden. Ik werd ook ziek, een zware griep met bronchitis die wekenlang duurde. Ook kreeg ik toen de vraag voorgelegd of ik na het overlijden van mijn oom nog wel in Alkmaar wilde blijven. Ik vond dat niet meer dan vanzelfsprekend, was ondanks alles best gek op mijn tante en nichtjes, en het gezin van mijn ouders ging steeds verder van mij af staan. Ik kwam er alleen nog in de schoolvakanties en dan zag ik natuurlijk alle verschillen en was dan altijd blij weer in Alkmaar terug te kunnen komen, en daar mijn eigen leven te kunnen leiden.

In de latere Alkmaarse jaren liep ik ook mee met de Pax Christi voettochten in Brabant en de massale eucharistievieringen in de St. Jan . Het deed haar te veel denken aan de massale bijeenkomsten van de NSB en zo. Zij was erg bang voor massapsychose, terwijl ik er juist optimaal van genoot, en daardoor meer contact kreeg met klasgenoten die ook mee hadden gelopen, en net zo een idealistisch wereldbeeld hadden dan ik toen.

Een halfzus van mijn Alkmaarse tante is met een Duitse man getrouwd en woonde dus in Duitsland omdat er voor hem aan het eind van de jaren vijftig geen plek was in Nederland. Hij werd nog nergens geaccepteerd. Als die Duitse familie over was hing er altijd een behoorlijke spanning in huis. Ik vond Oom Egon en tante Corrie best heel aardig. Ze begrepen mijn aanpassingsproblemen in Alkmaar wel beter dan mijn tante zelf. Op mijn 15e kreeg ik een Duitse schrijfvriendin. Na een paar keer allebei i...

Deze persoonlijke ervaringen en familiegeschiedenissen vormen de achtergrond van Jan van Riel Autobedrijf. Het is een verhaal van doorzettingsvermogen, aanpassing en de wil om ondanks moeilijke omstandigheden een succesvol bedrijf op te bouwen.

Standbeeld van het Heilig Hart op de Heuvel in Tilburg

Frans van Riel en de Rijkspolitie

Frans van Riel, een andere belangrijke figuur in de familiegeschiedenis, was per 1-1-1946 aangesteld tot wachtmeester der Rijkspolitie Ie klasse bij het Korps Rijkspolitie ter stand plaatse Asten. Hij was lid van de Verkeersgroep Eindhoven van 1-juli-1949 tot juni 1970. Eerst in de rang van Wachtmeester (Ie klasse) en vanaf 1958 in de rang van Opperwachtmeester. Gedurende deze periode was hij ruim acht jaar instructeur/examinator van de reserve Rijkspolitie van de Verkeersgroep Eindhoven en ook nog enkele jaren voorlichtingsambtenaar van het Korps Rijkspolitie.

Uit het archief van Frans van Riel komen diverse details naar voren over zijn werk en leven bij de Rijkspolitie. Hij bezocht diverse keren de Verkeersschool te Bilthoven voor diverse cursussen. Ook toen was een motor een veel gebruikt surveillancemiddel bij de Verkeersgroepen.

Hieronder een overzicht van de voertuigen die Frans van Riel gebruikte:

KentekenVoertuigDetails
HX-4069Ford Tudor sedan 4 Door
HX-4144Ford Country Square “Woody” 2 doorSamen met Matchless motor HX-5449 bij de wasplaats van garage van der Meulen-Ansems
OnbekendFord Customline Station Wagon 4 door
HX-5336Harley Davidson zijspan combinatieBestuurder Frans van Riel, bakkenist onbekend
HX-5291Harley Davidson zijspan combinatie
HX-5290Harley Davidson zijspan combinatieLocatie: Leeuwarden, deelname aan de Friesche Elfstedentocht, bakkenist: Jan Gatsma
HX-5449Matchless soloLocatie: garage van der Meulen-Ansems
HX-5911B.M.W.
MK-81-43Ford ZephyrLoonstrookje van Frans van Riel in '69/'70

Politievoertuigen

Deze details geven een inkijk in het dagelijks leven van Frans van Riel en zijn bijdrage aan de Rijkspolitie. Zijn toewijding en professionaliteit hebben ongetwijfeld bijgedragen aan de normen en waarden die Jan van Riel Autobedrijf vandaag de dag nog steeds hoog in het vaandel heeft staan.

Het verhaal van Jan van Riel Autobedrijf is dus niet alleen een zakelijk succesverhaal, maar ook een kroniek van een familie die zich door de ups en downs van de geschiedenis heeft weten te worstelen en uiteindelijk haar stempel heeft gedrukt op de lokale gemeenschap.

Duitse autogiganten vluchten uit VS – Trump ziet Amerikaanse auto-industrie instorten!

Populaire artikelen:

Plaats een reactie