In 2004 bezochten we Australië tijdens onze eerste wereldreis, die begon in Ecuador in Zuid-Amerika en via Australië en Nieuw-Zeeland eindigde in China. Onderstaand reisverhaal over onze belevenissen en ervaringen in Australië is een vervolg op onze reis door Argentinië.
Sydney: Een Vluchtige Kennismaking
We waren weer redelijk vroeg uit de veren. Dit keer om 7.30 uur. Met name Remco heeft nog steeds last van het tijdsverschil, slaapt slecht en is iedere ochtend vroeg wakker. Daarnaast zijn we er ook niet aan gewend om een kamer met anderen te delen en alhoewel onze kamergenoten niet erg veel lawaai maken, was het toch onrustig. Zo kwamen ze vannacht om 3.30 uur binnen en daar werden we ook weer wakker van. Na een verfrissende douche hebben we lekker ontbeten.
We liepen nog een beetje rond in Newtown, en dat lijkt best een geschikt wijkje om te wonen. Na de lunch haalden we de rugzakken op in het hostel en hielden we in King’s Street een taxi aan die ons naar de luchthaven bracht. De taxichauffeur sprak tijdens de rit naar de luchthaven honderd-uit over hoe de regering de economische situatie zou kunnen verbeteren en wij knikten maar van yes. We konden het ons goed voorstellen dat z’n vrouw erg blij is dat haar man niet de hele dag thuis is, want wat kon hij ouwehoeren, zeg!
Maar…. Op de luchthaven checkten we in en schrokken we van het aantal kilo’s dat de weegschaal aangaf. Die bleef steken op 54 kilo! Remco z’n rugzak kreeg zelfs het label ‘heavy, bend your knees’. Ter vergelijking….. in Iguazu (Argentinië) gaf de weegschaal nog 31 kilo met z’n tweeën aan. We hebben in de tussentijd echt niet voor 23 kilo aan souvenirs gekocht.
Tasmanië: Een Eiland vol Natuurlijke Schoonheid
De vlucht naar Hobart, de hoofdstad van Tasmanië, was nogal turbulent. We hadden echt het gevoel dat het vliegtuig aan het dansen was in de lucht. Zo hebben we het nog niet meegemaakt. Op de luchthaven was, in tegenstelling tot wat we hadden verwacht, helemaal geen bagagecontrole en we stonden al snel buiten het luchthavengebouw en namen we een shuttle bus, die ons voor Hostal Allport’s afzette. Van de buitenkant zag het schitterende huis er nogal gesloten uit, maar het hostal bleek toch geopend. Nadat we enkele slaapzalen en enkele tweepersoonskamers hadden gezien, namen we die laatste voor AU$ 70,-.
’s Middags liepen we naar het centrum van Hobart. Het was zondag. De winkels waren dicht en de straten uitgestorven. Gelukkig scheen het zonnetje, zodat we met een avondzonnetje nog tussen de boze grijze wolken door en konden we nog enkele mooie plaatjes schieten. We liepen terug naar het hostal en onderweg haalden we bij een supermarkt wat fruit. We hadden niet veel honger en we besloten om een fruitsalade te maken en een lekker wijntje te gaan drinken. Het fruit is hier overigens erg goedkoop.
We sliepen uit, ontbeten in de eetkamer cq. woonkamer van het hostal en liepen daarna weer naar het centrum van Hobart. Gisteren hadden we enkele campingwinkels gezien en aangezien we nog een gasbrander nodig hadden, gingen we daar vandaag naar op zoek. Nadat we een aantal campingwinkels hadden bezocht, wisten we bij de laatste campingwinkel een goede deal te sluiten, want daar was de gasbrander namelijk afgeprijsd en twee keer zo goedkoop als elders. Tevens kochten we een campinglampje dat op AA-batterijtjes werkt en een gastankje. Aangezien we oplaadbare batterijen bij ons hebben, kwam een campinglampje op AA-batterijen ons uitstekend uit.
In onze reisgids stond een wandelroute door Hobart en die volgden we. De route ging langs leuke, rustige straatjes met enkele mooie huizen en langs een bakkertje, waar we lunchten. We liepen verder naar St David’s Park, een schitterend park op de plek waar eens een begraafplaats was. Vruchtbare grond waarschijnlijk, want de planten en bomen zagen er schitterend uit. We mochten bij ‘Service Tasmania’, een overheidsinstelling, gebruikmaken van het internet. tot onze beschikking. Een vijfdeurs auto mét airconditioning. en de rugzakken waren opgepikt reden we naar Mount Wellington.
Mount Wellington en de Tahune Forest Air Walk
Boven op Mount Wellington was het met name koud en winderig. Gelukkig stond er een huisje waarin we konden schuilen. We vervolgden de route naar Huonville, waar we in een supermarkt broodjes en ‘shaved ham’ kochten. Op een parkeerplaats even van de weg lunchten we. Onder een afdak stonden twee picknicktafels waaraan we gingen zitten. Er stonden ook twee elektrische barbecues. Dit hadden we nog niet eerder gezien en we gingen op onderzoek uit. Het bleek dat het gebruik van de barbecues gratis was en dat de bakplaat kon worden verhit door een tijdknop in te drukken. Wij barbecueden niet, maar genoten tijdens de lunch van het uitzicht over het meer en na de lunch reden we verder via Geeveston naar de ‘Tahune Forest Air Walk’.
Het landschap onderweg was schitterend. Veel frisgroene heuvels afgewisseld door kleine plaatsjes. We reden door dorpjes die qua omvang niet veel voorstelden. Enkele huisjes, een hoofdstraatje en een paar zijstraatjes. Met een inwonertal van rond de 1.000 personen spreken ze hier al van een ‘stad’.
De ‘Tahune Forest Air Walk’ is een canopy walk (wandelpad) op 45 meter hoogte tussen de boomstammen. In Europa zal je je op 45 meter hoogte al lang tussen of zelfs boven de kruinen van de bomen bevinden, maar niet op Tasmanië. Hier groeien bomen die wel tot 90 meter hoogte reiken! We wandelden dus inderdaad tussen de boomstammen. Op het bijzondere feit na dat je zo hoog boven de grond liep, was de wandeling een beetje teleurstellend, juist doordat je met name tussen de boomstammen liep en we weinig uitzicht hadden. Alleen het uitzichtpunt over de rivier was erg mooi.
Op de terugweg reden we langs de ‘Big tree’, die inderdaad erg hoog was. De stam heeft een diameter van 6,2 meter en met een hoogte van 87 meter behoorde deze boom tot één van de hoogste van het bos. Een bord aan de voet van de boom verbood eenieder om over de grond te lopen, maar vooral op het houten wandelpad te blijven, “omdat de boom anders gestrest raakt van alle voetstappen” Kun je je het voorstellen… een overspannen boom!
Mount Field National Park en Lake St Clair
We braken de tent op, ontbeten en reden vervolgens naar het ‘Mount Field National Park’. De omgeving onderweg was weer schitterend. Nog altijd heuvelachtig met de frisgroene weiden. Eigenlijk nog steeds hetzelfde schitterende landschap als gisteren. We verbaasden ons over de maximum snelheid die op deze bochtige, secundaire weg naar het park gold, want die bedroeg namelijk 100 kilometer per uur. We vonden het een zeer a-relaxte snelheid en daarom bleef onze kilometerteller steken bij zo’n 70 à 80 kilometer per uur. Notabene hadden we geen haast.
Bij het nationale park kochten we een toegangsbewijs voor alle parken op Tasmanië en we kregen er zodoende een ‘paspoort’ bij. In het paspoort kun je van ieder park op Tasmanië een parkstempel verzamelen en dat is schijnbaar een zeer gewild iets. De prijs van het toegangsbewijs was per 1 november 2004 gestegen van $ 33 naar maar liefst $ 50, een behoorlijke prijsstijging. We kregen een behoorlijk aantal folders mee.
Vanaf de ingang van het park was het ongeveer 20 minuutjes lopen naar een waterval. Hoewel we weinig van de waterval voorstelden (na Iguazu vinden we alle watervallen ‘klein’), was deze waterval toch erg mooi. Helder water viel via een groot aantal plateaus naar beneden. De hoeveelheid water was gering, want het riviertje bovenaan de waterval was ondiep en slechts een metertje of twee breed.
We vervolgden onze weg over de ‘Tall Tree Walk’. Dit is een route door een bos met hoge bomen en ook een hoop omgevallen bomen. Bij één van de woudreuzen stond een meetinstrument, waarmee de hoogte van bomen kon worden bepaald. Je moest door een kijkertje kijken naar de top van een boom en als je die had bepaald, dan kon je op een metertje aan de zijkant van de kijker een bepaalde waarde aflezen en aan de hand van de gevonden waarde kon je op een bord de hoogte van de boom aflezen. We deden dat en kwamen op een hoogte van 74 meter uit.
Na anderhalf uur wandelen liepen we terug naar de auto om door het park verder te rijden naar Lake Darson. Dit meer ligt 16 kilometer dieper in het park. Na de wandelingen reden we verder naar ‘Lake St Clair’, maar dat was toch nog een behoorlijk eindje rijden. Het landschap veranderde van mooie, groene heuvels naar dichte bossen.
Bij Lake St Clair vroegen we bij het informatiecentrum naar de wandelmogelijkheden en de kortste wandelroute bleek er één van anderhalf uur te zijn. Die wandeltocht besloten we maar te maken, want we hadden nog voldoende tijd voordat het donker zou worden, hoewel het al 16.00 uur was. Rond 17.30 uur waren we terug bij de auto en reden we verder naar Queenstown, waar we op een zeer ongezellige camping ons tentje opzetten. De (stacaravan-) camping had plaats voor slechts een handvol tenten, maar er stond maar één ander tentje. We hadden dus ruimte zat.
Er stond een picknicktafel onder een afdakje, waarop we ons eigen maaltje kookten. Toen het begon te schemeren, kwam de eigenaar van de camping met een lamp aanzetten, die hij voor ons aansloot.
Queenstown en Strahan
Na het ontbijt gingen we op zoek naar een dokter in Queenstown. Nog altijd loopt Marjolijn met tientallen rode, jeukende bultjes op met name armen en benen en we wilden daar toch even een deskundige naar laten kijken. Maar voordat we naar Strahan zouden vertrekken, reden we nog wat door Queenstown, dat een handjevol mooie gebouwen telt. Het is een oud mijnwerkersstadje dat absoluut betere tijden heeft gekend, wat wel blijkt uit de staat van vele huizen en uit de mensen op straat.
Na wat door Queenstown te hebben gereden en nadat we het stoomtreintje zagen vertrekken, reden we verder naar Strahan. Strahan is een leuk, klein dorpje en met slechts 750 inwoners het enige plaatsje ‘van omvang’ aan de westkust (!) In het plaatsje zelf was verder niet veel te doen, maar er was in ieder geval een supermarktje, waar we ham en melk kochten en bij de warme bakker (die was er wel!) kochten we lekkere, verse broodjes.
We reden naar het ‘peoples park’ en maakten een 45 minuten durende wandeling naar een waterval, die behoorlijke teleurstellend was. naar het strand, waar het enorm rustig was. niemand op het strand. Om 15.30 uur konden we naar de dokter, die in één oogopslag zag ‘dat het beten’ waren, maar waarvan dat wist ie niet.
Zeehan en Rosebery
route richting Zeehan, waar we eigenlijk wilden overnachten. besloten we door te rijden en te overnachten in Rosebery. in de plaatselijke bibliotheek nog wel even internetten. 16.15 uur en een kwartier voor sluitingstijd. verbinding pijlsnel.
Cradle Mountain National Park
Voor de lunch kochten we enkele ham/kaasbroodjes bij de plaatselijke warme bakker en reden vervolgens naar het nationale park Cradle Mountain. auto op de kleine parkeerplaats bij het bezoekerscentrum van het park. In het bezoekerscentrum lieten we ons ‘Nationale Parken paspoort’ stempelen, kochten we een wandelkaart en lieten we ons voorlichten over de diverse wandelroutes. We kozen voor een 4 uur durende wandeltocht die ons langs het kratermeer en het Marion lookout punt zou voeren.
Een shuttlebus bracht ons vanaf het bezoekerscentrum via een smal weggetje naar het beginpunt van de wandeling, waar we begonnen aan een een schitterende wandeling, die deels over houten flonders en deels over losse stenen ging. Soms was het wandelen heel eenvoudig en soms heel vervelend, dus. Het was ook af en toe behoorlijk klimmen geblazen. Op sommige stukken was het pad zo stijl dat we ons omhoog moesten trekken langs een ketting! We liepen een klein deel door een bosje waar een watervalletje en met name veel muggen waren. de bekende ‘cradle mountain’. Wat hadden we een mazzel met het weer.
Devonport, Penquin en Launcheston
We reden verder naar Devonport door een prachtige omgeving, maar door de zeer vele bochten in de weg was het vermoeiend rijden. In Devonport reden we naar een camping en toen we onze tent op wilden zetten zagen we de resten van een uitgebrande caravan. Eerder deze week waren de weersvooruitzichten volgens het radiojournaal voor vandaag: onbewolkt en tot 29 graden. Het zou de mooiste en heetste dag van de week worden, maar vandaag bleek dat van die voorspelling echter niets terecht zou komen.
We pakten de tent in en reden naar het toeristenbureau in het plaatsje Penquin. Het vrouwtje dat het toeristenbureau leidde, stond ons voor de deur van het toeristenbureau ons al op te wachten en was erg vriendelijk. Ze gaf ons een toeristische route mee die we aan de hand van onze reisgids ook al hadden uitgestippeld. Ondanks dat de route naar het ‘Online access centre’ goed was uitgelegd, was het toch nog even zoeken naar de high school, waar de plaatselijke internetverbinding te vinden was. Met een leeg geheugenkaartje en twee volle foto-cd’s vervolgden we onze weg door een heuvelachtig, agrarisch gebied naar Gunns Plains en weer terug naar Devonport. Daar namen we een klein stukje snelweg richting Launcheston.
De hemel was inmiddels behoorlijk grijs en voor enkele seconden reden we door een regenbuitje. We bekeken snel twee campings rondom Launcheston en besloten ons geluk te beproeven op de camping in Hadspen. Bij de supermarkt haalden we biefstukjes die we op de camping barbecueden. In het klein hutje voor de campinggasten was een 2-pits gasstel, een barbecue (eigenlijk meer een kookplaat) en een koelkast aanwezig.
Launcheston lijkt ons best een aardig en levendig stadje, maar van dat levendige hebben we echter niets meegekregen, aangezien we gistermiddag na winkelsluitingstijd aankwamen en het vandaag zondag is. We reden in Launcheston naar de Cataract Gorge. Dit is een kloof waar de rotswanden bijna verticaal zijn. We liepen twintig minuten totdat we bij een eerste meertje in de rivier kwamen. Hier was een heel park omheen gebouwd waar we prachtige pauwen en enkele wallibi’s zagen. Via een ander pad liepen we terug naar de auto, waar ook de eindhalte van een oud (elektrisch) trammetje is en die kwam toevallig net aanrijden.
Bay of Fires en Freycinet National Park
We reden we via Scottsdale en St Helens naar Bicheno. Bij het plaatsje St Helens ligt de Bay of Fires. Dit is niet zo zeer een baai, maar meer een enorm lang hagelwit zandstrand met een prachtige blauwe zee. Naast het zandstrand zijn ook enkele rotsen die begroeid zijn met een rode algensoort en dat zorgt voor een bijzonder kleurcontrast met de rotsen en de zee. Maar de rode algen zijn niet de reden voor de naam van de baai.
Na een rustige nacht pakten we vanochtend weer de tent in, ontbeten en reden vervolgens naar het Freycinet National Park, dat ongeveer 40 km ten zuiden van Bicheno ligt. Hier bevindt zich de Wine Glass Bay en die wilden we bekijken. Al snel nadat we waren uitgestapt, kwam een Walibi ons begroeten. We begonnen aan de wandel- c.q. klimtocht. We hadden al gelezen dat we 600 traptreden (enkele reis) moesten overbruggen om bij een uitkijkpunt te komen. Vanaf het uitkijkpunt hadden we prachtig uitzicht over de baai, maar we ...
Het verkennen van Australië en Tasmanië biedt een onvergetelijke ervaring met diverse landschappen en unieke natuurlijke attracties. Van de bruisende stad Sydney tot de rustige en adembenemende natuurparken van Tasmanië, elk moment is een avontuur op zich.
