Er zijn van die auto’s die, wanneer je er voor de eerste keer een foto van ziet, je nooit meer vergeet. In de wereld van klassieke auto's zijn er enkele modellen die opvallen door hun unieke ontwerp en bijzondere geschiedenis. Een van die opvallende categorieën zijn de auto's met drie wielen. Deze voertuigen, vaak ontstaan uit fiscale voordelen of de behoefte aan goedkope transportmiddelen, hebben een onuitwisbare indruk achtergelaten op de autowereld. Van de Britse Bond Bug tot de Italiaanse Piaggio Ape, deze driewielers hebben elk hun eigen verhaal en charme.
Laten we een duik nemen in de wereld van deze bijzondere voertuigen en enkele van de meest iconische modellen verkennen.
De Britse Droom: Bond Bug en Reliant Robin
Een echte auto is het niet, de Bug heeft slechts drie wielen en komt uiteraard uit het land waar driewielers fiks belastingvoordeel genoten en daarom razend populair waren: Groot-Britannië. We kennen allemaal de Reliant’s, al is het maar door het optreden van de door Mr. Bean bekende Reliant Robin.
Bond Bug: Een Oranje Driehoek op Wielen
Alleen verkrijgbaar in een tint oranje die enkel in de jaren ’70 is gebruikt, vrij van chroom, maar plastic dan je lief is, een enorme NACA-sleuf op de voorzijde en geen deuren maar een omhoog scharnierend dak. De Bond Bug is zo’n auto en bovenstaande foto is die foto, voor mij dan. Net als Reliant, maar bijvoorbeeld ook AC (van de Cobra), bouwde ook Bond vanaf eind jaren ’40 veel driewielers.
Lees ook: Informatie over Klassieke Mercedessen
Ze zijn de belangrijkste concurrent van Reliant, maar zo populair als de Regal werden de Bond Minicar en later de Bond 875 nooit. In 1969 neemt Reliant het bedrijf over. Tegelijker tijd wordt bij Reliant namelijk een prototype ontwikkeld van een driewielige sportwagen, de Rogue. Deze wordt ontworpen door industrieel ontwerper Tom Karen, die ook tekende voor de Scimitar GTE.
Hoewel frame en motor geleend worden van de Regal, lijkt de Bond Bug in niks op andere Reliants of andere auto’s überhaupt. Je kunt het ontwerp nog het beste omschrijven als een oranje (een ander kleur was er niet) driehoek op drie wielen. Het kunststof wagentje had geen deuren, maar los te klikken canvas schermpjes.
Bond Bug: Een opvallende verschijning uit de jaren '70.
Niet dat je die steeds ging loshalen om in te stappen, makkelijker was het om gewoon heel het dak -inclusief voorruit- naar voren te kantelen. De twee kuipjes zijn niet meer dan dunne kussentjes die in de voorgevormde plastic ‘badkuip’ zijn geplakt. Het 700cc viercilindertje met 29 pk gaat schuil tussen de benen van de beide inzittende en wordt slechts door een kunststof kap aan het zicht onttrokken.
Dat het motorgeluid niet gesimuleerd hoeft te worden over de speakers hoef ik je vast niet uit te leggen. Sterker nog, de Bug heeft niet eens een radio, want die zou je toch niet horen. Een dashboard heeft het kekke wagentje evenmin, de kilometerteller zit tegen de behuizing van de motor aangeplakt, de stuurkolom loopt een meter door en verdwijnt pas net boven je voeten in het schutbord.
Lees ook: Mercedes-Benz modellen: Klassiekers
De Bond Bug werd in de markt werd gezet als een betaalbare en sportieve auto, maar daar moeten wel kanttekening bij worden geplaatst. Het was met een topsnelheid van 122 km/u de enige driewieler in die tijd die harder kon dan de Britse maximumsnelheid, maar de auto was niet veel sneller dan een Mini of Hillman Imp. Daarnaast was de auto ook fractioneel duurder dan een Mini en die had wel vier wielen en ook wat meer comfort.
En betere rijeigenschappen, want even lekker hoeken is er niet bij. In 1973 komt Reliant nog met de iets krachtigere Bond Bug 750E/ES, die de 700E/ES opvolgt. Er zijn ook exemplaren met het 850cc blok uit de Mini, die vaak 850ES worden genoemd. Dit zijn echter geen originele exemplaren, maar conversies door handige harry’s. Net zoals er ook altijd wel iemand is die het een goed idee vind om er een Hayabusa-blok in te lepelen.
Reliant Robin: Een Auto van het Volk
Een Britse auto uit 1979 waar er in Nederland maar weinig van rijden. Gek is dat ook niet, want volgens Bulsink zijn de auto's niet erg betrouwbaar. "Maar het mooie is dat de problemen zich vaak vanzelf weer oplossen." Een kapot knipperlicht, afslaande motor: Bulsink schrikt er niet meer van. Hij rijdt standaard met een gereedschapskist achterin.
Als de auto wel in één keer start, is het een wonder. Toch is het zijn grote liefde. "Ik houd van alles wat uit Engeland komt of Brits is. Dit was vroeger echt een auto van het volk. Waar dat in Frankrijk de Eend was en in Duitsland de Kever was dit die van Engeland."
Lees ook: Onvergetelijke Avonturen met een Oldtimer
De Engelsen maakten meerdere auto's. "Je hebt de Rolls Roys, en je hebt dit...", lacht Bulsink wijzend op zijn kleine klassieker. Bulsink heeft twee modellen: een Robin en een Rialto en gebruikt ze iedere dag. "Het voordeel is dat het een auto onder de vierhonderd kilo is, dus is geen APK nodig. Je mag er ook gewoon de snelweg mee op. Maar harder dan 110 kilometer per uur haalt hij niet."
Reliant Robin: Bekend om zijn onconventionele ontwerp en populariteit in Groot-Brittannië.
Eén van de twee auto's vond Bulsink in Nederland. De andere liet hij overkomen uit Engeland. Dat was niet zonder risico. Op de weegbrug van de RDW bleek de auto namelijk toch zwaarder dan vierhonderd kilo en dus vreesde hij dat hij er niet in mocht rijden. "Toen heb ik alle onderdelen (meubilair, red.) eruit moeten halen om onder de vierhonderd kilo te komen. Het was een puzzel, maar het is gelukt."
Alleen op dagen dat het heel hard waait blijven de oldtimers wel eens in de garage staan. "Het is dan net een vliegend tapijt. Je kan sturen wat je wil, maar het kiest zelf de kant die het uitgaat." Verder voelt hij zich veilig in de auto. "Er zitten gordels in, anders heb je officieel een helm nodig in de auto. De filmpjes op internet zijn erger dan dat het lijkt." Bulsink breidt zijn collectie in de toekomst misschien nog uit met een cabrio. "Of een elektrische variant die ik dan zelf ombouw. Het is alleen wel allemaal erg klein onder de auto, maar inmiddels weet ik de weg", grapt hij.
De Reliant Robin staat bekend om zijn onconventionele ontwerp en is in Groot-Brittannië een iconisch voertuig. Ondanks zijn reputatie van onbetrouwbaarheid, blijft het een geliefde auto voor liefhebbers van Britse klassiekers.
De Italiaanse Werkbij: Piaggio Ape
Iedereen die wel eens in Italië is geweest kent de Ape (spreek uit als apéé). Het schattige autootje met drie wielen. Dit Italiaanse icoon wordt is al meer dan 65 oud maar gaat nog lang niet met pensioen. Het veelzijdige wagentje is nog steeds populair, ook in Nederland.
Antoinette Schotman woont al even in de Italiaanse regio De Marken en kijkt nog steeds geamuseerd hoe jong en oud van de ‘werkbij’ houden. “Zie ik het goed ?… Ja ik zie het goed” Twee hoog bejaarde oudjes naast elkaar in een Ape. Man met hoed op achter het stuur en een mooi gekapte signora ernaast. Het is zondagochtend in het dorpje Barbara in Le Marche wanneer deze hoogbejaarden uitstappen op weg naar de zondagmis.
Piaggio Ape: Een veelzijdig en iconisch voertuig in Italië, geliefd bij jong en oud.
Het kleine werkautootje op drie wielen Ape (wat werkbij betekent) is na de oorlog geïntroduceerd met het idee een eenvoudig en goedkoop hulpmiddel voor bij het werk te ontwikkelen. In dat idee is men zeer goed geslaagd naar onze mening. De Ape is hier in le Marche een vast onderdeel van het straatbeeld. Wanneer de Ape op bochtige smalle straatjes voor ons rijdt, bestuderen we iedere keer geamuseerd wat er allemaal in de laadbak gaat.
De handige werkbij kan overal komen en dus ook overal stoppen. Iedere keer als we weer een oud Italiaans echtpaar samen knus in de Ape zien rijden, vervallen alle oordelen over hun rijstijl en genieten we hoe efficiënt de bejaarden eigenlijk de Ape weten in te zetten om hun mobiliteit te kunnen handhaven terwijl een autorijbewijs hetzij er niet is hetzij het niet meer verstandig is dat te gebruiken. Groot gelijk denken we dan.
Een heel ander gevoel roept de moderne uitvoering van de Ape bij ons op. De mooie karakteristieke oude Ape’s in pasteltinten; roze, beige en lichtblauw moeten plaats maken voor ’n strakke, hoekig vormgegeven Ape in fluorkleuren. Een opgevoerde en bestickerde Ape lijkt hip te zijn onder jongeren, getuige de vele jongeren die bewonderend om de Ape en diens coureur lopen of staan. De werkbij lijkt vleugels te hebben gekregen.
Daar waar de oude versie wat bokkig op gang komt, stuift de moderne Ape na het starten de weg op. We zien liever de oude eivormige Ape. In de kwestie blijken we wat conservatief. Wij blijven graag in het oude beeld hangen. Maar de makers van de Ape: de fabriek Piaggio uit Toscane, zelf ook echte werkbijen, gaan terecht mee met de tijd mee.
De Moderne Klassieker: Morgan 3Wheeler
De Morgan 3Wheeler is one-of-a-kind. Natuurlijk vanwege de drie wielen, het lijkt wel een oud gekortwiekt jachtvliegtuig. Britser dan Brits is hij dan betekent fun op de openbare weg, of op het circuit. De Morgan 3Wheeler is een unieke moderne klassieker. Met twee wielen aan de voorzijde en één aan de achterkant is een unieke rijervaring gegarandeerd.
Na een afwezigheid van precies 60 jaar kondigde Morgan in 2011 aan een nieuwe 3Wheeler in het programma op te nemen. Dat was precies 100 jaar nadat Henry Frederick Stanley Morgan zijn eerste driewieler, de Runabout, ging produceren. De keuze voor drie wielen was vroeger vooral fiscaal, de ‘auto’ was zo te registreren als motorfiets, wat veel belasting scheelde.
Morgan 3Wheeler: Een moderne interpretatie van de klassieke driewieler, met een unieke rijervaring.
Wat begon als een rudimentaire eenzitter zonder koetswerk en met handremmen groeide in 1928 uit tot de gestroomlijnde Super Sports, waarmee de huidige 3Wheeler zijn coole looks deelt. De V-Twin driewielers werden vanaf 1932 langzaam vervangen door de F-serie met watergekoelde viercilinder en is na WOII niet meer teruggekeerd.
In 2018 nam Autovisie de Morgan 3Wheeler mee op pad. “Als de kwajongen in me wat lomp en vol bravoure de oprit van de A2 opstuurt, corrigeert de Morgan me even als een leermeester. Hij laat me subtiel voelen dat hij geen moderne, door een esp-systeem gedrogeerde heilige koe is, maar een levendige driewieler. Het achterwiel slipt nog net niet weg, maar voelt wel even onzeker en zoekerig aan, ook voor een gevorderde vierwieltemmer.
“Dat was ik even vergeten na de hernieuwde kennismaking met deze luidruchtige feestganger. Want ik liet me onvermijdelijk meevoeren door het concert dat de V-Twin-formatie voorop gaf. Als een puber die van zijn nieuwe Akrapovic-uitlaat op zijn Vespa geniet, gaf ik alleen maar zoveel mogelijk gas, de rest kon me even niet boeien. Genieten van die overdosis decibellen waarin je toch die klassieke tune, de heartbeat van de S&S V-Twin hoort.
“Als we kijken naar de basisopzet van beide concepten, dan zie je zeker overeenkomsten. Feitelijk zijn het vintage jachtvliegtuigen. Ze hebben wel de romp daarvan, maar vleugels ontbreken, waardoor je gedwongen wordt tot ‘laagvliegen’, een sensatie die in de luchtvaartwereld voorbehouden is aan een select clubje militaire jachtvliegers.
“De romp, of zoals dat in autoland heet ‘het koetswerk’, is ook licht van gewicht en minimaal uitgevoerd. In de basis een buizenchassis (bij Morgan zit daar nog deels een traditioneel essenhouten frame tussen) en de bekleding is dun en licht. Het aluminium plaatwerk zit er meer om de wind te geleiden en het water buiten te houden dan dat het je beschermt.
De veiligheid komt van het stalen buizenframe dat deels als rolbeugels boven het plaatwerk uittorent en zo de inzittenden moet beschermen. Wel komt er hoe dan ook een beetje ellebogenwerk bij het rijden van pas, want om te kunnen sturen heb je meer ruimte nodig dan het interieur kan bieden.
“In de Morgan heb je ook minder de behoefte om de grens op te zoeken, ondanks het feit dat alles na wat kilometers vlot went en je vertrouwen krijgt in dat ene achterwiel. Bovendien heeft Morgan de besturing zodanig afgesteld dat al te abrupte stuurbewegingen niet voorkomen. De eerste paar graden rond de middenstand draait hij licht en reageert de auto wat vertraagd en als je daarna gas blijft geven fungeert onderstuur al vlot als remparachute.
Bij lage snelheden en als je maximaal accelereert vanuit stilstand hoor je de aandrijflijn, die uit een MX-5-versnellingsbak, een cardanas en een getande riem bestaat, af en toe kermen en klapperen. “Met een spinnend achterwiel van start gaan kan en de 3Wheeler achter laten uitbreken is met wat provoceren en 86 pk op het achterwiel ook mogelijk, maar dat alles voelt al gauw als ongepast.
En altijd dat heerlijk roffelende geluid van de sterk vibrerende V-Twin, waardoor je je wel meteen afvraagt hoeveel extra onderhoud zo’n aandrijflijn nodig heeft. Je moet hoe dan ook een diehard zijn om met deze machine echt hard te rijden. Eind vorig jaar maakte Morgan bekend het huidige model van de 3Wheeler uit te zwaaien, al is dat slechts voor een jaartje. Om de productiestop feestelijk in te luiden kwam het bedrijf met de P101, een zeer exclusieve variant van de 3Wheeler.
Het gaat namelijk om slechts 33 exemplaren van de P101. Die aanduiding staat voor Project 101 en dat is de interne naam die Morgan ruim tien jaar geleden aan de ontwikkeling van het model koppelde. Een auto als dit mag krankzinnig lijken in deze wereld, toch is het een van de meest populaire Morgan-modellen uit de geschiedenis. De P101 krijgt allerlei bijzondere details om het unieke karakter van deze 3Wheeler te vieren. Een van die details is de asymetrische tonneau-cover, die we ook zagen op de EV3 Concept uit 2016.
Ideaal voor als je alleen in de auto zit, want het onderdeel bedekt de passagiersstoel. Het asymmetrische thema van de 3Wheeler wordt op deze P101 nogmaals benadrukt door de verschillende kleuren (zwart en wit) voor de uitlaateindstukken. Morgan levert de 3Wheeler P101 in twee kleuren (Deep Black of Satin White Silver), en voegt daar een aantal verschillende liveries aan toe. Prijzen van de P101 beginnen bij £45.000 exclusief belastingen (zo’n €50.000), de oplage is gelimiteerd tot 33 stuks.
Alle exemplaren zijn al opgevraagd door dealers in het Verenigd Koninkrijk, Europa en de Verenigde Staten. Als dit jaar de laatste 3Wheelers van de band rollen, stopt Morgan met de productie van het huidige model. Wel laat de fabrikant al weten dat het de productie van het iconische model in een later stadium weer gaat hervatten met een nieuwe variant.
In deze Morgan 3Wheeler uit 2012 zit een 2.0 V Twin S&S motorblok die 86 pk genereert. Dit motorblok werk samen met een vijftraps versnellingsbak en via een cardanas en een getande riem wordt het achterwiel aangedreven. Het leeggewicht van de auto is slechts 525 kilogram. Dit exemplaar heeft daarnaast zwarte spaakvelgen, glimmende uitlaten met hitteschilden, zilverkleurig neusstuk, zwarte roll-bars, twin flyscreens en een ‘bomb release style’ startknop.
Sinds 2012 zijn er met deze 3Wheeler 6.100 kilometers gereden en sinds de eerste eigenaar twee keer van eigenaar gewisseld. Dat Morgan exclusief is, mag duidelijk zijn. De auto’s worden in kleine aantallen met de hand gemaakt. Dat zien we ook terug in de hoeveelheid Morgans die op Gaspedaal.nl, een auto-zoekmachine waar het aanbod tweedehands auto’s van meerdere autosites wordt getoond, te vinden is.
Van de 33 Morgans die in Nederland te koop staan, zijn er slechts twee 3Wheelers. Dit exemplaar is van die twee het oudst: deze komt uit 2012, de ander is nog net niet gloednieuw met bouwjaar 2020. Deze of een andere occasion kopen? Onderzoek altijd goed wat je wilt kopen, check de onderhoudshistorie en laat een goede aankoopkeuring doen als je zelf onvoldoende verstand van zaken hebt.
De Vergeten Dwerg: NWF Bambino 200
Tijdens de jaren vijftig waren dwergauto’s in zwang. Zij vormden een mooi alternatief voor de motorscooters of in het Duits: de Motoroller. Er waren diverse fabrikanten van de kleine wagentjes. Eén daarvan was de NWF 200. Binnen het dagelijkse verkeersbeeld zult u een Bambino 200 nauwelijks tegenkomen, of liever gezegd: de kans is héél klein.
Er zijn nog enkele operationele exemplaren bekend in Nederland, en in de dwergauto sectie van het Louwman Museum in Den Haag vindt u er ook één. De eerste gedachte die dan in je opkomt is: “Hé, een Fuldamobil, wat leuk!” Dat die gedachte naar boven komt is niet vreemd. Tijdens de jaren vijftig had de Nederlander Henk Albronda een imperium.
Daartoe behoorden de handelsfirma Hostaco in Rotterdam en het Veghelse constructiebedrijf Alweco. Albronda besloot om van de in licentie gebouwde NWF 200 (feitelijk dus de Fuldamobil S1 met een andere naam) een verdienmodelletje te maken, hij zag veel toekomst in een kleine, goedkope auto waarvan de import aanvankelijk in handen was van MVH uit Deventer. Albronda nam die activiteit over.
Sterker: hij wilde de driewieler, die door NWF in Wilhelmshaven in licentie werd gebouwd (en NWF 200 werd genoemd) in Nederland gaan assembleren. Dat gebeurde nooit. Wel kwam een aantal van deze dwergwagentjes uit Wilhelmshaven via Rotterdam in Veghel terecht, bij de assemblagelocatie van Albronda. Daar kregen zij de Bambino naamplaatjes.
NWF Bambino 200: Een zeldzame dwergauto uit de jaren '50, gebouwd onder licentie van Fuldamobil.
