De geschiedenis van autofabrikant Spyker Cars lijkt op een kat met negen levens. Het is een verhaal van vallen en opstaan, beginnend in de late 19e eeuw en doorlopend tot in de moderne tijd.
De Vroege Jaren: Rijtuigfabriek Gebrs. Spijker
Spyker (oorspronkelijk Spijker) was een Nederlands automerk dat begin 20e eeuw internationaal doorbrak. In 1880 besloten de broers Hendrik Jan en Jacobus Spijker om samen een rijtuigfabriek te beginnen, genaamd Rijtuigfabriek Gebrs. Spijker. Ze waren vastbesloten om met hun bedrijf uitsluitend kwaliteitsproducten te leveren, wat niet onopgemerkt bleef en de business floreerde.
Al snel werd het pand in Hilversum te klein en zes jaar na de oprichting verhuisde het bedrijf naar Amsterdam. In 1891 werd de N.V. Rijtuigfabriek v/h Gebrs. Spijker opgericht met als doel meer kapitaal aan te trekken voor verdere groei. Zes jaar later kregen de broers een wel heel bijzondere opdracht: de bouw van de gouden koets. In 1898 werd dit kunstwerk op wielen aangeboden aan H.M. Koningin Wilhelmina.
De Gouden Koets, gebouwd door de Gebrs. Spijker
De Overstap naar Automobielen
De broertjes Spijker zaten niet stil en zagen om zich heen de wereld veranderen. Het werd hen al snel duidelijk dat de wereld van de toekomst niet zou rondrijden in koetsen met paarden ervoor, maar in automobielen. Ze besloten studiereizen te maken naar Frankrijk en de Verenigde Staten om de fabricagemethoden van de grote automobielfabrieken te leren kennen en begrijpen zodat ze dit zelf konden gaan toepassen. In 1898 namen de broers het besluit om het bedrijf uit te breiden met een automobielafdeling. Hiervoor werd in datzelfde jaar de N.V. Industriële Maatschappij “Trompenburg” opgericht. Het bedrijfskapitaal was 700.000 gulden en er werd een hypothecaire lening afgesloten van een half miljoen voor de bouw van een nieuwe fabriek aan de Amsteldijk in Amsterdam.
Lees ook: Klantbeoordelingen VDN Automotive
De fabriek kwam op de plek van de oude buitenplaats “Trompenburg”, waar admiraal Cornelis Tromp woonde. Het bedrijf kreeg zo nu en dan klanten die een automobiel als chassis hadden gekocht en die bij de gebroeders Spijker een koetswerk naar eigen keuze op het chassis lieten bouwen. Iets wat in die tijd heel gebruikelijk was. Het chassis kwam meestal van Benz. Een logische volgende stap was het besluit om een verbeterde auto te bouwen en deze onder de naam Spijker-Benz op de markt te brengen. De eerste Spijker-Benz wagens werden in 1899 te koop aangeboden. In 1901 werd de nieuwe fabriek aan de Amsteldijk in gebruik genomen.
Waar het bouwen van custom carrosserieën de broers prima afging, bleek dat er toch wel wat meer kennis en kunde nodig was om een volledige auto te bouwen onder de eigen naam. De broers zaten vol van ideeën, maar die waren lang niet altijd realiseerbaar en dit zat de ontwikkeling van het bedrijf behoorlijk in de weg.
Internationale Doorbraak en Tegenslagen
Omdat bijna de gehele productie naar Engeland werd geëxporteerd, werd in 1903 de naam gewijzigd in Spyker omdat de Engelsen de “ij” niet konden uitspreken. 1903 werd het jaar van de internationale doorbraak van Spyker met de onthulling van de eerste zescilinder ter wereld op de Olympia-Show in Londen en op de Autosalon van Parijs. Na 3 jaar afwezig te zijn geweest, was Spyker in 1906 terug op de R.A.I. met een prachtige stand. Eind 1906 liep de export naar Engeland sterk terug door een geheel onverwachte economische teruggang, waardoor de vooruitzichten voor 1907 nogal somber waren.
Begin 1907 werd Hendrik Jan, die in Nederlands-Indië verbleef, teruggeroepen in verband met de moeilijke situatie van het bedrijf. Op de terugweg ging hij bij z’n Engelse vriend Elsworth langs voor financiële hulp. Toen zij samen met het schip “Berlin” de overtocht naar Nederland maakten, sloeg het noodlot toe. De “Berlin” verging bij Hoek van Holland en beide overleefden het niet. De dood van Hendrik Jan sloeg in als een bom. De economische recessie werd in 1907 in ons land goed merkbaar en door het gebrek aan goede leiding kreeg het bedrijf het financieel steeds moeilijker. Op 5 oktober 1907 werd surséance van betaling aangevraagd en Jacobus werd ontslagen als directeur. Op 1 april 1908 volgde het faillissement van Spyker.
De schuldeisers namen genoegen met betaling van 25% van alle vorderingen. De hoop was er dat hiermee nog iets van het geïnvesteerde kapitaal te redden was. Het bedrijf ging nu zelf de verkoop van auto’s organiseren en het dealerschap van Verwey en Lugard werd beëindigd. In hetzelfde jaar werd het bedrijf opnieuw opgestart als N.V. Industriële Maatschappij “Trompenburg”. Naast personenauto’s ging het bedrijf zich nu ook richten op de bouw van vrachtwagens. Hiervoor werden modellen van het Zwitserse merk Saurer geïmporteerd en deze werden vervolgens verkocht onder de naam Saurer-Spyker.
Lees ook: Hermes Automobielen Mercedes G-Klasse
In 1912 liepen de bedrijfsresultaten echter al weer terug, mede door de enorme concurrentie uit de Verenigde Staten. In 1914 besloten de aandeelhouders om het bedrijf te verkopen. Een groep financiers, onder leiding van F.H. Tijdens de Eerste Wereldoorlog kwam de autoproductie nagenoeg stil te liggen door het gebrek aan materialen, waar ook veel concurrenten mee te maken hadden. Ook verliet constructeur Lavoilette het bedrijf, wat een aderlating was voor Spyker. Door de relaties van Wijnmalen, fuseerde het bedrijf in 1915 met de “Nederlandse Vliegtuigenfabriek” tot de N.V.
Na de Eerste Wereldoorlog en het Einde van de Oorspronkelijke Spyker
Na de Eerste Wereldoorlog werd de productie van automobielen weer opgestart, maar dit verliep moeizaam zonder de aanwezigheid van Lavoilette. De concurrentie uit Amerika was zo groot dat men bij Trompenburg besloot om een prestige wagen op de markt te brengen in de klasse van Hispano Suiza, Minerva en Rolls-Royce. De wagen werd ontworpen door Frits Koolhoven, vliegenier en vriend van Wijnmalen.
De auto was een assemblageproduct, bestond grotendeels uit buitenlandse componenten, maar maakte een zeer goede indruk op de Olympia-Show in 1920 in Londen. Om zelf ook een kleine wagen te kunnen leveren, kocht men deze bij Mathis in Straatsburg. Ze werden van een nieuw merkembleem voorzien en als Spyker-Mathis verkocht. In 1921 begon men met het bouwen van vrachtauto’s, terwijl er in dat jaar weer een economische teruggang was. In 1922 ging het bedrijf wederom failliet, waarbij hij de vier miljoen gulden die hij geïnvesteerd had geheel verloren zag gaan.
Omdat er nog voorraden waren, werden de werkzaamheden voortgezet en konden er nog auto’s geleverd worden. In 1923 werd de fabriek door curatoren verkocht en in 1924 werd de N.V. “Spyker Automobielfabriek” opgericht. Er werd weer kapitaal in de fabriek gestoken, maar resultaten bleven uit en men besloot om de zaak te liquideren. De merknaam Spyker werd in 1999 geregistreerd door de Nederlandse zakenman Victor Muller.
Het kwam voort uit de samenwerking tussen Muller en Maarten de Bruijn, die een prototype sportwagen bouwde. Maarten de Bruijn, medeoprichter en creatief brein achter Spyker Cars, stapte in 2005 uit het bedrijf door een “verschil in inzicht” met medeoprichter Victor Muller. Hieraan lag onder andere ten grondslag dat De Bruijn met Spyker uitsluitend sportwagens wilde bouwen. Muller was echter ook geïnteresseerd in de productie van luxe terreinwagens.
Lees ook: Uitgebreide informatie over Leuveld Automobielen in Albergen
De Heropleving van Spyker in de Moderne Tijd
Eind jaren negentig kopen Victor Muller en ontwerper Maarten de Bruyn het teloorgegane Nederlandse automerk Spyker. De verwachtingen zijn hooggespannen, want nog voor de eerste auto in 2001 de weg op gaat zijn er al ongezien een kleine twintig Spyker C8 Spyders verkocht.
Het bedrijf heeft steeds problemen die door het boegbeeld van Spyker, Victor Muller, op een opvallende manier het hoofd worden geboden. Als er geld nodig is gaat hij niet lenen, maar kopen. Eerst koopt Muller een F1-team en later neemt hij het veel grotere Saab over. Beide acties zijn pogingen Spyker weer financieel gezond te maken. Beide avonturen lopen niet goed af. Ook de beursgang van Spyker is geen succes.
In de afgelopen jaren moest Muller steeds verder zoeken om over de hele wereld geldschieters te vinden om zijn plannen te financieren. Langzamerhand zal het voor hem steeds moeilijker worden om nog iemand te vinden die vertrouwen in hem en Spyker heeft.
Spyker C8 Preliator
Het is onduidelijk of er nog auto's worden gebouwd bij Spyker in Zeewolde. Spyker verkeert voor de zoveelste keer in zijn bestaan in een bijzonder netelige situatie. Diverse bedrijfsonderdelen van de sportwagenbouwer zijn failliet verklaard. Victor Muller moet nu voor eind april 2021 een bedrag van 1,4 miljoen euro op tafel leggen om de schuldeisers van Spyker terug te betalen, zoals je in het vorige artikel kon lezen. Lukt dat niet, dan kan curator Dennis Steffens overgaan tot de verkoop van de merkrechten.
Maar zelfs als Muller erin slaagt te betalen en de merkrechten van Spyker behoudt, dan is hij er nog niet. Spyker verkeert al jaren in een comateuze toestand. Sinds het eerdere faillissement in 2014 (dat in 2015 werd teruggedraaid) is er geen personeel meer in dienst en sinds eind 2015 de vestiging aan de Edisonweg in Zeewolde werd verlaten, zijn er geen productiefaciliteiten meer.
De Bedrijfsstructuur en Huidige Status
Om de staat en toekomst van het merk te begrijpen is het goed om te weten hoe de onderneming in elkaar zit. Wat is er nu precies failliet aan Spyker? Dat is het voormalige moederbedrijf Spyker NV waarover op 12 januari van dit jaar faillissement is uitgesproken. Spyker Services is in maart 2020 failliet verklaard. Daar rust sinds 2018 pandrecht op van de Belastingdienst, die een van de grote schuldeisers van Spyker is.
Enkele jaren geleden al is ook dochterbedrijf Spyker Events & Branding failliet verklaard. Die entiteit hangt onder Spyker NV en krijgt nog 52.000 euro van Spyker NV, maar de NV kon dat geld niet ophoesten. Dat is de aanleiding geweest voor curator Willem Jan van Andel van Spyker Events & Branding om in de loop van 2020 het faillissement van Spyker NV in gang te zetten, want zijn geduld was op. Muller is dus naarstig op zoek naar 1,4 miljoen euro om een definitieve uitverkoop af te wenden.
Dan is Spyker weliswaar op papier gered, maar dan is het nog steeds niet levensvatbaar. Om echt weer te kunnen beginnen met auto’s bouwen is zeker 75 tot 100 miljoen euro nodig. Dit obligatieplan is een van de vele pogingen van Victor Muller in de afgelopen jaren om nieuw geld voor Spyker te vinden en die evenzo vaak op niets uitliepen.
In de verslagen van de curatoren Steffens en Van Andel wemelt het van de niet nagekomen beloften omtrent het aantrekken van nieuw geld om schuldeisers te betalen. Ook bijvoorbeeld het aanleveren van boekhoudinformatie en administratie bleek een probleem te zijn. De achtereenvolgende curatoren hebben in de afgelopen jaren opvallend veel geduld getoond met Muller en zijn beloften. Ook na niet nagekomen toezeggingen kreeg Muller steeds weer een nieuwe kans om toch weer geld ergens vandaan te toveren als het erop leek dat het bijna, ja nu echt bijna, zover was.
Ondanks het in gebreke blijven van Muller rond geld en de administratie is curator Steffens vol lof over de tomeloze inzet van Muller: ‘Hij is echt nog dagelijks enorm bezig met Spyker. Hij is over de hele wereld bezig.
Potentiële Investeerders en de Toekomst van Spyker
Een andere weg voor Muller naar nieuw geld voor Spyker in plaats van een failliet merk is zijn netwerk. Zijn daar nog geldschieters te vinden? In augustus 2020 leek het daar wel op. Milan Morady is een Luxemburgs bedrijf waarachter Russisch geld zit. Investeerders Boris Rotenberg en Michael Pessis kondigden vorig jaar augustus aan te willen investeren in Spyker en om in 2021 weer auto’s te gaan bouwen. Dat zou dan gaan om De Spyker C8 Preliator, en later ook de D8 Peking-to-Paris en de B6 Venator die nog in het stadium van prototype verkeren. Beide heren hebben zelf auto’s van Spyker gekocht en werken sinds 2015 met Muller samen.
Maar zolang er niet substantiële bedragen op tafel komen om Spyker weer operationeel te maken, blijft de droom van Muller buiten bereik. Muller nadert nu het moment dat wat er nog rest van Spyker, definitief uit zijn handen dreigt te vallen. Zonder intellectueel eigendom onder zijn controle is zijn rol uitgespeeld. De bedragen waarover het - in eerste instantie - gaat zijn niet enorm. Voor een miljardair als Rotenberg is 1,4 miljoen speelgeld. Dat geldt ook voor eerdere investeerders in Spyker als Marcel Boekhoorn, tevens vriend van Muller.
Al vaak is er over Muller geschreven als een kat met meer dan negen levens en zijn hoge hoed waaruit hij steeds weer geldschieters tovert.
Spyker leeft voort, dankzij de 'hobby' van een Nederlander! | Deel 1 | RTL Autowereld
Modellen en varianten van Spyker:
- C8 Laviolette
- C8 Spyder
- C8 Aileron
- C8 Preliator
Productieaantallen:
Spyker heeft in zijn hele geschiedenis vanaf 2000 ongeveer 260 auto's geproduceerd.
Motoren:
De motortechniek van de C8 Laviolette en C8 Spyder is afkomstig van Audi. Achterin schuilt namelijk een 4,2-liter V8-motor met een vermogen van 298 kW (400 pk) en 480 Nm aan trekkracht.
Kenmerken:
Uniek aan de C8-modellen is de hoge afwerkingsgraad en het zeer uitgesproken design. Met name de interieurs van Spyker zijn gemaakt van hoogwaardige materialen, zoals leder, aluminium, prachtige schakelaars en klassieke klokken.
Huidige Situatie:
Nieuwe Spykers zijn niet meer te koop. Wie een Spyker wil rijden, is aangewezen op de occasionmarkt. Door hoge productiekosten en feitelijk zeer beperkte vraag werd de productie van de Spyker C8 Spyder al vrij snel beëindigd. Tegenwoordig is het model door die beperkte productieaantallen en unieke ontwerp een gewild verzamelaarsobject.
Occasionprijzen:
Prijzen voor occasions zijn hoog. Een Spyker C8 Spyder uit 2006 kan al snel ongeveer 350.000 euro kosten.
Alternatieven:
Spyker begeeft zich in een uniek deel van de markt. Een markt waar er nauwelijks concurrenten zijn. Een merk met een soortgelijke afwerking is het Duitse Wiesmann. Het aanbod van Wiesmann occasions is daarnaast een stuk ruimer waardoor de kans van slagen aanzienlijk groter is. Maar echt een concurrent is het niet. In dit segment van de markt wordt niet gesproken over concurrenten.
