De Geschiedenis van Van Zuilen Auto's: Een Verhaal van Transformatie in het Werkspoorgebied

Het Werkspoorgebied in Utrecht, ooit een plek van staal- en machinefabrieken, heeft de afgelopen jaren een opmerkelijke transformatie doorgemaakt. Na het vertrek van de traditionele industrieën, bepaalden autobedrijven, staalboeren en andere stadsrandfuncties het beeld. Inmiddels is het gebied uitgegroeid tot een bruisende creatieve en culturele hotspot. Een van de bedrijven die hier een rol in speelt, is Van Zuilen Auto’s.

Sinds 2001 is Van Zuilen Auto’s gespecialiseerd in de in- en verkoop van jonge gebruikte exclusieve auto’s. Ze halen jonge auto’s van met name de Duitse en Engelse premiummerken naar Nederland. Door hun merkonafhankelijkheid zijn zij altijd flexibel en objectief, aldus Tom van Zuijlen. Wisselen van merk kan gewoon. Zij ontzorgen relaties van A tot Z. Van aankoop tot onderhoud, van verzekering tot lease. Alles onder één dak en met korte lijnen. Tom is niet alleen gek van auto’s.

Om de ontwikkeling van Werkspoor goed te kunnen begrijpen moeten we terug in de tijd. Na het vertrek van de staal- en machinefabrieken bepaalden vooral autobedrijven, staalboeren, een sportcentrum en andere typische stadsrandfuncties het beeld van het Werkspoorgebied.

Het voornemen om hier ruimte te bieden aan kunstenaars en creatievelingen stamt uit 2015 maar is 6 jaar later geformaliseerd in de Omgevingsvisie. Daarin staat dat Werkspoor moet uitgroeien tot een ‘binnenstedelijk werkgebied voor stadsgeoriënteerde en creatieve bedrijven’. Vier jaar later lijkt dit profiel een schot in de roos. De leegstand daalde flink, het aantal vierkante meter aan werkruimte nam substantieel toe, de waarde van de gebouwen steeg en steeds meer Utrechters weten het gebied te vinden.

De transformatie van het Werkspoorgebied is mede te danken aan pioniers en creatieve ondernemers. Het werk van zulke pioniers - de zussen Ernst houden zich ook bezig met het vergroenen van straten en het organiseren van evenementen - heeft Werkspoor veel gebracht. Maar op een gegeven moment is het tijd voor professionalisering. Enerzijds om de transformatie op gebiedsniveau aan te vliegen (tot nu toe vinden succesvolle projecten op plotniveau plaats), anderzijds om het experimentele karakter - circulair bouwen, vergroening, duurzame energie - op te schalen. Daarom stelden Bedrijvenkring Cartesius (BKC) samen met de gemeente in 2024 een directeur-ontwikkelaar aan, in de persoon van Roderik van Lith.

Lees ook: Dijk en Waard: Alles over auto's

Als buitenstaander was hij meteen onder de indruk van de ambities die er voor het gebied bestonden. "De ligging in de stad, de rijke mix aan werkfuncties, het besluit om woningbouw uit te sluiten - het is een unieke kans om Werkspoor de toekomst in te loodsen. Die opgave is overigens niet makkelijk, haast Van Lith te zeggen. "We hebben te maken met bedrijven die hier al lang zitten, en die vaak eigenaar zijn van de grond en de gebouwen. Het is aan ons om de verkleuring naar een creatief werkgebied stapsgewijs te laten verlopen."

Een gemis is het gebrek aan uitvoeringsbudget. "We kunnen bijvoorbeeld geen kavels uitgeven en die opbrengsten gebruiken voor het herinrichten van de openbare ruimte. Van Lith en zijn collega Ramona van Silfhout richten zich op opgaven die het perceelniveau overstijgen. Zoals de overstap naar collectieve en duurzame vormen van energie - 'We ondersteunen ondernemers bij regelingen en subsidies’ - en het verbeteren van de openbare ruimte.

"Er is een idee om parkeren onder te brengen in een collectieve voorziening, zodat we straten en voorterreinen groener kunnen maken. Maar de meningen hierover lopen nogal uiteen. Een andere taak is het borgen van de juiste bedrijvenmix. "We willen geen Papendorp zijn en dus is het zaak om grip te houden op nieuwe ontwikkelingen. Passen die in het gewenste profiel? Welke betekenis heeft het Werkspoorkwartier voor de stad?"

De gemeente Utrecht kijkt positief naar de transformatie. "De ontwikkeling van het Werkspoorkwartier is een gezamenlijk proces van ondernemers, vastgoedeigenaren en de gemeente. Met de Omgevingsvisie en de dit jaar verschenen Werklocatienota sturen we op vergroening, circulaire werkvormen en behoud van creatieve bedrijvigheid. Dit gebeurt bewust stapsgewijs, zodat functies elkaar kunnen versterken en het gebied duurzaam kan groeien."

Er zijn afspraken gemaakt en maatregelen getroffen om de betaalbaarheid van werkruimtes voor met name creatieve beroepen en kunstenaars op de lange termijn te garanderen. Zoals een convenant om tot 2040 80.000 vierkante meter betaalbare werkruimte te behouden en subsidies voor de aankoop en verbouwing van broedplaatsen.

Lees ook: Zelf krassen uit je autolak halen

Van Lith: "Die hebben het er soms moeilijk mee. Is er straks nog plek voor mij? Voel ik me thuis bij de nieuwkomers? Daarom is het aan ons om verbindingen te leggen tussen de verschillende bloedgroepen." Hij vertelt over zogenoemde Werkspoorkwartalen waar ondernemers tijdens een barbecue of borrel elkaar ontmoeten.

Charlotte Ernst is desgevraagd optimistisch: "Veel bedrijven die hier zitten staan voor transities die naadloos passen in het profiel dat we nastreven. Andere vormen van mobiliteit, een gezonde werkomgeving, energietransitie, enzovoorts. Hen bereiken en meenemen is zeker niet makkelijk, maar er liggen genoeg mogelijkheden voor kruisbestuiving."

Een recente mijlpaal is de bouw van een upcylestation, pal naast het Hof. Hier worden straks huishoudelijke spullen (waaronder kleding), fietsen en elektronica ‘geupcycled’ tot producten van dezelfde of betere kwaliteit. "Het ligt voor de hand om een link te leggen met de nabijgelegen milieustraat," zegt Ernst.

Als we met Van Lith zijn werkplek in de Werkspoorfabriek verlaten, zegt hij: "Vergelijk dit gebied eens met een gemiddeld bedrijventerrein. Je kunt hier een blokje om, een borrel doen bij een van de hippe cafés, leren over de geschiedenis. Er is reuring, en veel werkgelegenheid in dit kleine stukje Utrecht."

Het Werkspoorkwartier is uitgegroeid van een traditioneel bedrijventerrein tot een creatieve en culturele hotspot. Met plekken als de Werkspoorkathedraal, het Hof van Cartesius, De Nijverheid en de Werkspoorfabriek is het een belangrijke plek voor economie, innovatie en ontmoeting. Het gebied combineert werk, cultuur, groen en horeca en draagt zo bij aan de levendigheid van Utrecht.

Lees ook: Expertise van De Veiling Auto's B.V.

In de nieuwe handreiking 'Circulaire economie op bedrijventerreinen' is het Werkspoorkwartier een van de praktijkvoorbeelden van Circulaire Maakdistricten (pag. 19). Deze handreiking biedt handvatten voor de ruimtelijke inpassing van circulaire economie op bedrijventerreinen aan o.a. Ontwerp: gebiedsvisie door gemeente i.s.m. bewonderenswaardige prestaties neer.

Als we met Beppie Spruit over het drie kilometer lange Werkspoorpad lopen, een zes kilometer lange gravelroute die het gebied voor voetgangers ontsluit, vragen we haar wat zij vindt van de circulaire gebouwen. "Ik vind het geweldig. Kijk naar die oude NS-informatieborden op die zijgevel. Het is toch geweldig dat je dat niet weggooit.

Spruit neemt haar bezoek mee op een wandeling die ze sinds een tijdje als rondleiding aanbiedt. Als ze met vrienden door het gebied ging, merkte ze hoe verrast ze waren. Inmiddels leidt ze organisaties als TNO en Milieufederatie rond die voor bijvoorbeeld een teamdag naar Werkspoor komen. De wandeltocht voert langs de Vlampijpateliers, een monumentaal gebouw met grote ramen waar vroeger de technisch tekenaars zaten en dat nu verbouwd wordt tot creatieve broedplaats.

Via de 175 meter lange Werkspoorfabriek, waar naast tal van bedrijfjes en het Museum van Zuilen zijn gevestigd lopen we via het haventje - dat een buitenzwembad wordt - naar de majestueuze Werkspoorkathedraal. Het is Spruits favoriete plek en eenmaal binnen snap je waarom. De gigantische montagehal beneemt ieders adem, de industriële details zijn van een ongekende schoonheid. Binnen staat Sofie die verantwoordelijk is voor de programmering van het gebouw. "De liefde voor WSK, zoals we de kathedraal noemen, zit diep, het belang voor het gebied staat buiten kijf."

De naam van Bob Scherrenberg valt, een lokale ondernemer die jaren geleden het pand kocht om het een tweede leven te geven. Sofie is duidelijk over zijn rol: "Zonder pioniers als Bob en de zussen Ernst was dit gebied nooit van de grond gekomen. Ik weet nog hoe het hier jaren geleden was.

De Werkspoorkathedraal in Utrecht

Charlotte Ernst weet waarover ze praat, want samen met zus Bianca is ze de drijvende kracht achter het Hof van Cartesius, een ensemble van losse paviljoens rondom een binnentuin waar inmiddels zo’n honderd bedrijven uit de creatieve en culturele sector gevestigd zijn - van meubelmakers tot vormgevers, van modeontwerpers tot illustratoren. Als stedenbouwkundige zag Ernst hoe creatievelingen en kunstenaars in veel steden werden ingezet om verlaten gebieden wakker te kussen, maar ook weer moesten verdwijnen als de gebiedstransformatie een succes bleek. "Kunst en cultuur is in het begin leuk, maar als zulke gebieden in beeld komen als woonlocatie en de huurprijzen omhoog gaan, moeten ze als eerste het veld ruimen."

Die ervaringen - onder meer op de NDSM-werf in Amsterdam - zaten Ernst op zijn zachtst gezegd niet lekker. "Steden hebben op lange termijn dit soort gebieden nodig. Daarom besloot ik me hard te maken voor het Werkspoor." Ze deed mee aan een prijsvraag die de gemeente had uitgeschreven voor een ‘creatieve hub’ in de groenstrook langs de spoorlijn. Vanaf het eerste moment voegden de zussen Ernst een pijler toe aan het creatieve profiel: circulair ondernemen, al is het maar omdat het volgens Charlotte ‘misselijkmakend is hoeveel bouwafval we produceren’.

Een slimme zet, omdat circulair denken en handelen - dat naast hergebruik ook gaat ook over duurzame energie, klimaatadaptatie en inclusiviteit - past bij het DNA van de creatieve gemeenschap. "Dat zit ’m in de functies, zoals repaircafés, werkplaatsen, ateliers, een winkel voor tweedehands bouwmaterialen, maar ook in hoe kunstenaars en makers omgaan met gebouwen en objecten. Neem de Nijverheid, neem de Vlampijpateliers, en kijk hier," ze wijst naar eigen Hof, "90 procent van wat je ziet is hergebruikt of restmateriaal.

Regelmatig belandt ze in discussies over of circulair bouwen wel tot goede en mooie architectuur leidt. Ze herinnert zich een bezoek van de jury van de Utrechtse Rietveldprijs die twijfels had bij de architectonische kwaliteit. Volgens Ernst een achterhoedegevecht. "Denken in esthetica en gevelbeelden is een gedateerde manier van spreken over architectuur. Niet het mooie plaatje telt, maar wat de architectuur teweegbrengt. Hier is dat herkenbaarheid, eigenaarschap." Na een moment: "Want besef wel, dit Hof hebben we met zijn allen gemaakt. Als je hier komt huren, help je mee in het onderhoud.

Staand aan de Vlampijpstraat wijst ze naar de asfaltweg. "De openbare ruimte moet een vergroeningsslag krijgen. Minder auto’s op straat en als het even kan minder hekken. De verblijfskwaliteit moet omhoog - zodat het uitnodigt tot ontmoeting."

De Opkomst van Familiebedrijven in de Autowereld

In het bedrijfsleven zijn veel familiebedrijven actief en de autowereld maakt daar geen uitzondering op. Bij de opkomst van de automobiel, zoals dat vroeger heette, was het een uitdaging om met de tijd mee te gaan en de bakens te verzetten. Veel autobedrijven vinden hun oorsprong als smederij, wagenmaker of fietsenmaker. Mensen, die van niets iets konden maken en technisch zeer creatief waren.

Repareren en het autootje op de been houden was een uitdaging en zo proberen van een garagebedrijfje uit te groeien naar een automobielbedrijf en een dealerschap te bemachtigen. In 1934 besloten de heren Goedhart en de Bruijn samen een autobedrijf te beginnen aan de Lopikerstraat te Schoonhoven. In de moeilijke tijd voor de oorlog wisten ze een klantenkring op te bouwen van wie zij het vertrouwen kregen. Met de verkoop van personen- en bedrijfswagens werd de zaak verder uitgebreid.

Merken als Chevrolet, DKW en Austin werden verhandeld en veel dumpvrachtwagens werden opgekocht, compleet gereviseerd en doorverkocht. In 1950 werd het Morris dealerschap aangegaan, waarna in 1965 werd overgegaan naar Simca, Sunbeam, Chrysler en Talbot. Het VW/Audi dealerschap werd aangegaan in 1980. Door plaatsgebrek in de binnenstad werd in 1992 een nieuw pand gebouwd in Schoonhoven Oost met een benzinestation en carwash.

In 1994 kwam Jan-Willem de Bruijn als derde generatie het bedrijf versterken. 2004 was het jaar waarin hij Cees de Bruijn na ruim 40 jaar opvolgde als directeur. In 2012 werd het bedrijfspand ingrijpend verbouwd. Zo werd de werkplaats flink vergroot en werden er nieuwe kantoren gerealiseerd voor directie, verkoop en administratie. Maar meest in het oog springend was de prachtige luifel met oprijbalkon voor auto’s. Dit maakte van het pand een enorme eyecatcher.

Het doel is om, elke dag weer, klanten tot volle tevredenheid mobiel te houden. Kwaliteit, service, vertrouwen en persoonlijk contact zijn de kernwaarden.

De transformatie van het Werkspoorgebied, de opkomst van familiebedrijven in de autowereld, en de focus op duurzaamheid en innovatie, maken het Werkspoorgebied tot een unieke plek in Utrecht.

WEBINAR: Groen financieringskader steden en gemeenten in België

Populaire artikelen:

Plaats een reactie