Tijdens de Tweede Wereldoorlog speelde de Amsterdamse KPD-groep een cruciale rol in het organiseren van communistisch verzet in Nazi-Duitsland. Onder leiding van Wilhelm Knöchel, opererend onder de schuilnamen Alfred Schröder en Erasmus, probeerde deze groep een netwerk op te zetten en te onderhouden, ondanks de enorme risico's en moeilijkheden.
Wilhelm Pieck
De rol van Wilhelm Knöchel
De belangrijke man van de KPD in West-Europa werd steeds meer Wilhelm Knöchel. De toen ongeveer veertigjarige mijnwerker had al een lange staat van dienst. Tijdens de Machtsübernahme bezocht hij juist de Leninschool in Moskou, werkte aansluitend hierop in dezelfde stad een tijd voor de Profintern, de communistische vakverenigingsinternationale, en keerde in 1935 in het geheim naar Duitsland terug, waar hij belast werd met het instrueren van de illegale KPD in Hamburg.
Daar hij op de Brusselse partij-conferentie in oktober 1935 in het partijbestuur gekozen werd, kreeg hij tegen het einde van dit jaar opdracht in Amsterdam de leiding van de illegale KPD op zich te nemen met de bedoeling een nieuw bestuur te vormen en in te werken, dat het werk kon overnemen. Daarna verbleef Knöchel lange tijd in Parijs. De bedoeling was dat Knöchel de KPD in Duitsland zelf zou gaan leiden. Derhalve had Knöchel zich voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog weer in Amsterdam gevestigd.
Op een bijeenkomst in januari 1940 te Moskou besluit men de Abschnittsleitungen in de diverse hoofdsteden rond Duitsland te liquideren en met meer kracht aan te sturen op het vormen van een operatieve leiding in Duitsland zelf. De Amsterdamse KPD-groep telde circa vijftig man die zich gereed moesten houden om terug te keren naar Hitler-Duitsland. Naast Knöchel waren er nog twee leidende figuren, Erich Gentsch en Eugen Schwebinghaus.
Lees ook: Aanhanger Reclame van Volkswagen: Van Klassiek tot Modern
Gentsch was een vijftigjarige metaalarbeider die een actieve rol had gespeeld in het Berlijnse vakverenigingswerk. Van 1935 tot 1937 verbleef hij in Praag, maar van 1937 tot 1939, toen Knöchel elders werkte, kreeg hij de leiding van de Abschnittsleitung West in Amsterdam.
Pogingen tot opbouw van de KPD in Duitsland
Er is niet veel verbeeldingskracht en kennis van het nationaal-socialistische Duitsland voor nodig om zich te kunnen voorstellen met welke risico's en moeilijkheden het opbouwen van de KPD in Duitsland gepaard ging. De eerste man die uitgestuurd werd was Willy Gall. In mei 1939 begaf hij zich naar Berlijn als instructeur van enkele kleine bestaande groepen. Na tussentijds in Amsterdam rapport te hebben uitgebracht was hij in augustus weer op zijn post in Berlijn; het uitbreken van de oorlog maakte door de verscherpte controle het reizen naar Amsterdam te riskant zodat hij er verder van afzag.
Eind 1939 of begin 1940 werden hij en anderen gearresteerd en op 25 juli 1941 werd de terechtstelling van Gall en zijn medewerkers bekend gemaakt. De moeizaam geknoopte draden waren weer verbroken. Een nieuwe poging liet even op zich wachten.
Door de Duitse opmars in mei 1940 door Nederland, België en Frankrijk stagneerde de opbouw van de KPD van Amsterdam uit een tijdlang, al gingen op zichzelf staande plaatselijke groepen door. Op 16 januari 1941 gaat Willy Seng op weg. Via de illegale grenspassage die het vliegveld Venlo bood bereikte hij Wuppertal. Zijn taak was die van een kwartiermaker; zijn opdracht luidde zich voorlopig niet met politiek in te laten, zich een bestaan op te bouwen en voor een woning te zorgen.
Een paar maanden liet hij niets van zich horen maar toen kwam er via een bepaald adres steeds post van hem. Voornamelijk stuurde hij stemmingsberichten. In juli 1941 vertrok Alphons Kaps naar Düsseldorf. Hij reisde met de Mitropa. De contactman op deze trein was Lazina. Lazina liet Kaps mee gaan als zilverpoetser. In Amsterdam had men voor de nodige papieren gezorgd.
Lees ook: T-Roc of T-Cross kiezen?
Nadat zo een dunne verbindingslijn naar Rijnland-Westfalen was gelegd, kwam vervolgens Berlijn zelf aan de beurt. In de late herfst van 1941 ging Alfred Kowalke, na eerst contact te hebben opgenomen met Wuppertal en Düsseldorf, naar Berlijn. Werner Seelenbinder en Paul Hinze, overgeblevenen van de Uhrig-gruppe, zorgden voor adressen waar gewoond en gewerkt kon worden. Zelfs wisten zij stencilapparaten en een pers te organiseren.
Na een laatste ontmoeting met Goulooze begin januari vertrekt Knöchel op 9 januari 1942 naar Berlijn. Ook hij reist als zilverpoetser van Lazina met de Mitropa. In Düsseldorf treft hij Kaps en Stamm; de laatste gaat met hem mee naar Berlijn. In Berlijn neemt Knöchel de leiding van het werk op zich.
De verbinding via Duisburg
Hoewel Goulooze over verschillende mogelijkheden beschikte om contact te houden was besloten de verbinding met Knöchel in hoofdzaak over een vast postadres in Duisburg te laten lopen. Via een rijnschipper kwam de post dan verder door. Goulooze zorgde ervoor, dat alles wat Knöchel hem aan rapporten, stemmingsberichten en nieuws deed toekomen, naar Moskou overgeseind werd.
Het contact met de KPD-leiding in Stockholm onderhield Daan via Zweedse zeelieden die Delfzijl aandeden. Geregeld kreeg hij de tijden door dat zijn mensen in een bepaald café berichten, koffers met tijdschriften of brochures moesten ophalen. Zelfs personen maakten van deze route gebruik. Langs deze weg kwam het nieuwe, in Zweden gedrukte Comintern-orgaan Die Welt, opvolger van de Rundschau, Nederland binnen en zo kregen het kader van CPN en KPD het te lezen.
Via Mitropa kwamen vijfentwintig exemplaren bij Kaps, die een deel ervan doorstuurde naar Seng en Kowalke. De KPD in Duitsland schijnt geen eigen brochures te hebben uitgegeven, maar wel kranten zoals de Ruhr-Echo, Friedenskämpfer, Freiheit en misschien nog andere. Van deze kranten gingen steeds enkele nummers via Delfzijl naar Stockholm en Moskou.
Lees ook: Gids voor Tweedehands Caddy Automaat
Niet alleen met de berichtgeving en de propaganda hield Knöchel zich bezig, maar ook met de versteviging van het broze net van dunne draadjes dat met zoveel offers tot stand gekomen was. In mei 1942 heeft hij een soort conferentie, als dit tenminste niet een veel te weidse term is voor deze bijeenkomst, voor Rijnland-Westfalen belegd. Hier kwam onder andere de vorming van een Duits Nationaal-Comité aan de orde, klaarblijkelijk een poging ook organisatorisch buiten de eigen kring te komen.
Het zwakke punt vormde de verbinding met Amsterdam. Daarom begonnen de Comintern en de KPD-leiding bij monde van Wilhelm Pieck er in de zomer van 1942 bij Goulooze op aan te dringen in Berlijn een radiografisch contact met Moskou en Amsterdam op te bouwen. Het was in ieder geval een meer dan hachelijk karwei.
Met het postadres in Duisburg moest iets mis zijn want al van oktober 1942 af kwamen er geen brieven meer door. Bovendien had de zendapparatuur allang moeten arriveren met behulp van rijnschippers. Tenslotte besloot Knöchel zelf naar Amsterdam te gaan om de verbinding te herstellen.
Wat er op deze reis gebeurd is heb ik niet kunnen achterhalen. Knöchel bezweek psychisch onder de even gruwelijke als geraffineerde verhoormethoden van de Gestapo. Nu Knöchel zich liet gebruiken werkte de Gestapo een ingenieus plan uit dat in lange besprekingen tot in detail met hem werd doorgenomen in de gevangenis van Düsseldorf. Omgekeerd schiep dit ook de mogelijkheid om via deze onverdachte verbinding met de Comintern misleidende informaties over de illegale KPD aan Moskou te kunnen verstrekken.
De Gestapo kreeg nu zo veel belang bij de opbouw van het zenderapparaat dat zij zich evenzeer zorgen maakte over de stagnatie, die ontstond door het niet doorkomen van de benodigde apparatuur via binnenschepen uit Nederland. Zij overweegt zelf de dertig meter koperdraad te verschaffen die voor de antenne nodig zijn. Maar er deden zich complicaties voor die de Gestapo verhinderden haar opzet te volvoeren.
Frans ging zich in Berlijn steeds minder op zijn gemak voelen: de trefpunten leken hem niet veilig, deels zeker omdat hij zich in een vreemde stad bevond en dan niet zomaar een vreemde stad maar voor zijn besef het hol van de leeuw zelf, maar deels ook omdat hij bij Goulooze zich een zo andere stijl van illegaal werken eigen gemaakt had; daarbij maakte Knöchel een nerveuze en gedeprimeerde indruk op hem en er ging geen kracht, zekerheid en zelfvertrouwen van deze man uit zoals dit bij Daan wel het geval was. Kortom Frans besloot het op te geven en zijn terugkeer naar Nederland voor te bereiden onder het mom van pinksterverlof.
Toen hij voor de thuisreis gereed was bleef de Gestapo niets anders over dan toe te slaan. Deze gang van zaken was een lelijke streep door de rekening van de Gestapo zowel in Berlijn als in Amsterdam, maar ook toen nog trachtte zij in Nederland geen enkele argwaan te wekken omdat zij voor alles Goulooze in handen wilde krijgen. Met alle beschikbare mensen werd er naar hem gezocht op grond van de aanwijzingen waar men nu over beschikte.
Toen probeerde de Gestapo het via Frans. De brieven van zijn vrouw ving men bij de censuur op en men dwong hem deze te beantwoorden. En Frans, in de mening verkerend dat het er allemaal nog heel onschuldig uitzag voor hem en de anderen, deed dit. De Gestapo zocht echter een onopvallende gelegenheid om met Goulooze in contact te komen en hoopte dat via de vrouw van Frans gedaan te krijgen.
Toen voor de eerste keer iemand uit het apparaat, namelijk de koerierster Annie, op 23 april 1943 door aanwijzingen van Knöchel gearresteerd werd, had dit nog geen argwaan gewekt. Goulooze kende deze vrouw van het werk dat zij voor Pegasus deed en het geld dat zij inzamelde voor en onder de Duitse communistische emigranten. In het apparaat van Goulooze was zij pas half januari 1943 ingeschakeld en zij wist dus weinig. Direct waren de nodige maatregelen genomen om de adressen die zij kende te ontruimen, maar dit was geen ingrijpende zaak.
De inspanningen van de Amsterdamse KPD-groep en de communicatielijnen via Duisburg waren van groot belang voor het verzet tegen het Nazi-regime, ondanks de vele obstakels en tragische gebeurtenissen.
