Aantal auto's per jaar
Aantal auto's per kleur
Geschiedenis
Geschiedenis van Audi (bron)
Het merk heeft zijn oorsprong in het in 1899 opgerichte autobedrijf Horch Automobielwerke. Dit bedrijf werd opgericht door ex-Benz-werknemer August Horch samen met een drietal partners. Na elf jaar kwam er een einde aan deze samenwerking. Horch wilde bekendheid voor zijn merk vergaren door aan autosport deel te nemen. Zijn partners waren het daar niet mee eens omdat het te geldverslindend zou zijn en ontsloegen de technisch directeur en oprichter Horch in 1909. August Horch wilde vervolgens met een investering van een vermogende vriend een nieuwe autofabriek starten maar kon zijn eigen naam daar niet meer voor gebruiken omdat zijn ex partners de naam Horch inmiddels als handelsmerk hadden gedeponeerd. De tienjarige zoon van deze vermogende vriend hoorde het gesprek hierover tussen zijn vader en August Horch aan en zei tegen deze: Horch is in het Latijn Audi,[3] waarom noemt u de nieuwe fabriek niet Audi? De merknaam was geboren.
In jaren dertig fuseerden Audi, DKW, Horch en Wanderer tot één holding: Auto-Union. De merken bleven naast elkaar bestaan. Het bekende logo met de in elkaar gehaakte vier ringen, geïnspireerd door de Olympische Spelen die in 1936 naar Duitsland zouden komen, symboliseert de samenwerking van deze vier merken waaruit het hedendaagse Audi is ontstaan.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden door Auto Union geen autos maar pantservoertuigen en andere legervoertuigen geproduceerd. Na de oorlog werd de civiele productie weer hervat en kwam de fabriek in handen van Mercedes-Benz.
Onderdeel van Volkswagen
In 1965 wilde Volkswagen Auto Union van Mercedes-Benz overnemen. Een groot deel van de aandeelhouders van Mercedes-Benz was daar destijds op tegen omdat ze vreesden er een concurrent bij te krijgen. Er was immers nog veel (technische) kennis van voor de oorlog in huis. Met een kleine meerderheid echter stemde de raad van bestuur van Mercedes-Benz toch met de verkoop aan Volkswagen in en nam men ook een nog uit te komen model over, wat later de eerste naoorlogse Audi werd: de Audi 60. Het zeer moderne motorblok was in feite een Mercedes-Benz-ontwerp, dat bij het model werd gekocht. Mercedes was bang dat de auto geen succes zou worden en verkocht het daarom, maar de auto werd een groot succes en zo kregen de tegenstanders van de overname gelijk. Ze hadden er een concurrent bij. In 1969 werd ook NSU inclusief zijn slagzin Vorsprung durch Technik aan de Auto Union toegevoegd, waarna het bedrijf Audi NSU Auto-Union A.G. ging heten. In 1985 veranderde de bedrijfsnaam in Audi A.G.
Herintroductie in de jaren zeventig
In het begin van de jaren zeventig werd een hele reeks nieuwe modellen geïntroduceerd die ook de redding van moederconcern Volkswagen betekenden. Volkswagen had tot dan toe voornamelijk op de Kever en afgeleide modellen gedreven. De Audi 50, in feite bedoeld als opvolger van de kleinere NSU-modellen, kwam vrijwel ongewijzigd als Volkswagen Polo op de markt en de Audi 80 met een fastback achterkant als Volkswagen Passat. In de jaren tachtig gingen beide merken qua modellen steeds meer hun eigen weg. Audi werd het luxemerk binnen het Volkswagenconcern. De Audi quattro bezorgde het merk veel roem door begin jaren tachtig ongeveer elke rally te winnen waar de auto aan meedeed. Dieseltechnologie maakte bij Audi vervolgens een doorbraak met de TDI wat synoniem is voor veel vermogen en een laag brandstofverbruik. Dieselmotoren werden daardoor ook stiller.
Deelname aan races in de jaren negentig en 21e eeuw

In de jaren negentig introduceerde Audi vernieuwingen als de aluminiumcarrosserie Audi Space Frame (ASF) op massageproduceerde autos en in 1998 nam het Lamborghini over. Eind jaren 90 begon Audi met succes aan het lange-afstandsracen, met overwinningen in Sebring, Daytona en de 24 uur van Le Mans. In 2000, 2001, 2002, 2004 en 2005 behaalde Audi de overwinning in het algemeen klassement van Le Mans met de Audi R8. In 2007 werd een straatversie van deze raceauto afgeleid en op de markt gebracht (Audi R8). Audis eerste supersportauto voor de openbare weg won met afstand vele vergelijkingstests van zijn gevestigde concurrenten. In 2006, 2007 en 2008 won Audi met de dieselgestookte 12-cilinder Audi R10 en zo is de Audi-techniek sinds 2000 vrijwel ongeslagen op Le Mans. Ook de Bentley die in 2003 won was uitgerust met een Audi motor, maar in 2009 won Peugeot de titel. In 2010 won Audi opnieuw Le Mans met de Audi R15 Plus. Tussen 2011 en 2014 werd er gewonnen met de Audi R18. Vanaf 2012 werd er geracet met de diesel-hybride R18 E-tron Quattro. In 2015 en 2016 werd Audi op Le Mans verslagen door zustermerk Porsche. Op 26 oktober 2016 kondigde Audi aan na achttien jaar uit het WEC en de 24 uur van Le Mans te stappen. Dit om zich te richtten op Formule E.
Ook doet Audi al jaren mee in de DTM. In de originele Deutsche Toerenwagen Meisterschaft reden ze tussen 1990 en 1993 in de Audi V8 Quattro DTM. Hiermee werden ze kampioen in 1990 en 1991.
Toen DTM in 2000 weer nieuw leven in werd geblazen, kwamen er flinke veranderingen in de reglementen. Eén daarvan was dat vierwielaandrijving verboden was en Audi wilde daarom niet officieel meedoen. Wel steunden ze semi-privé team Abt door hen in de Audi TT-R te laten rijden. Vanaf 2004 deed Audi officieel mee met de A4 DTM. Vanaf 2012 waren coupés weer verplicht en ging het over op de A5 en later de RS5. In totaal waren er 7 overwinningen; in 2002, 2004, 2007, 2008, 2009, 2011 en 2013.
Op 16 juli 2009 werd gevierd dat Audi 100 jaar bestaat. Bij die gelegenheid werd het logo opgefrist.[4]
Uitstootschandaal

In september 2015 kwam aan het licht dat Audi op grote schaal fraude had gepleegd met emissiewaarden van zijn dieselauto's. Jarenlang had het voertuigen uitgerust met software die detecteerde wanneer het voertuig op de testbank stond en dan het nodige deed om aan de stikstofoxidennormen te voldoen. De afwijkingen waren dermate groot dat de wagens zonder de vervalsing nooit gehomologeerd zouden zijn. Het bedrijf moest in 2017 in totaal 24.000 Audi A7's en A8's van de bouwjaren 2009 - 2013 terugroepen.[5]
In juni 2018 wordt de topman van Audi, Rupert Stadler, door de Duitse justitie opgepakt.[6] Hij wordt verdacht van betrokkenheid bij het dieselschandaal, hij heeft dit altijd ontkend. De week ervoor waren al invallen gedaan in zijn huis om te voorkomen dat bewijsmateriaal zou verdwijnen.[6] Stadler is de eerste Volkswagentopman in functie die is gearresteerd vanwege het schandaal.[6] Stadler was sinds 2006 de hoogste baas. Zijn functie wordt tijdelijk overgenomen door de Nederlander Bram Schot. Begin oktober 2018 is het contract met Stadler per direct ontbonden.[7] Hij zit al vier maanden vast en hij zou op de hoogte zijn geweest van de softwaremanipulaties en toch hebben toegestaan dat de betreffende voertuigen verkocht werden.[7] Volgens Audi kan hij zich nu volledig richten op zijn verdediging.[7]
In oktober 2018 kreeg Audi een boete van 800 miljoen in Duitsland voor de verkoop van sjoemeldiesels.[8] Het bedrijf gaat niet in beroep en erkent daarmee ook schuld.