We schrijven 1753. Het was rustig in de Nederlanden en tijd om de blik naar binnen te richten, zo ook in Montfoort.
In dat jaar bouwt Hendrik van Utenhove, burgemeester van Montfoort en Heer van Heeswijk, op de stadswal de achtkantige molen die tot op vandaag zo beeldbepalend is voor onze gemeente.
Een bovenkruier was voor die tijd betrekkelijk nieuw: robuuster dan andere typen molens, makkelijker op de wind te zetten, ruimer van binnen en met een grotere maalcapaciteit. En daar was het Hendrik natuurlijk om begonnen, want het bezit van een molen was in die tijd een soort goudmijn.
Het Windrecht en Dwangrecht
De eigenaar was doorgaans een hoge heer, die van een nog hogere heer twee bijzondere (heerlijke) rechten kreeg tegen betaling. Het eerste recht was het windrecht. In die tijd hing er aan wind een prijskaartje, want wind was namelijk de energiebron voor al die duizenden molens in ons land. Het tweede recht dat de eigenaar van de molen kon kopen was het dwangrecht. Dat betekende dat iedereen, boeren, bakkers, enzovoort, iets te malen had, gedwongen werd dat bij die ene molen te laten doen.
Dat dwangrecht van Hendrik betrof niet alleen de inwoners van zelf, maar ook alle buurtschappen er omheen. Hendrik had het absolute monopolie, en wee degene die gesnapt werd als hij zijn graan bij een andere molen aanbood. Dat de molenaar betaald werd voor zijn arbeid door de mensen die graan om te malen aanboden, spreekt vanzelf. Alleen verschilden de 'tarieven' nogal. De molenaar werd namelijk betaald in natura. Hij mocht uit elke meelzak een schep nemen voor zichzelf. Echter, hoe groot was die schep? Daar viel over te twisten en dat werd ook driftig gedaan.
Lees ook: Duik in de Geschiedenis van Autobedrijven
Maar de molenaar was ook om andere reden niet geliefd. Hij moest namelijk optreden als belastingontvanger. Over alles wat bij hem gemalen werd moest 'impost' worden betaald, een soort btw zou je kunnen zeggen. Ook hierbij kon natuurlijk gesjoemeld worden. Voor zijn rol als tollenaar kreeg de molenaar wel een vergoeding.
Concurrentie en Conflicten
Het monopolie van Hendrik betrof uitsluitend het malen van het meest gangbare product: graan. Er was voor anderen dus wel toestemming om bijvoorbeeld in een zogeheten grutmolen boekweit tot grutten te malen, of in een pelmolen gerst tot gort, of om met een rosmolen (aangedreven door een paard) olie te persen. Van dit soort molens hebben er enkele in Montfoort gestaan. Maar toen een van die molens door de eigenaar, kasteelbewoner Gobius, in 1812 verkocht werd aan molenaar Johannes Sieverts wilde deze ook graan gaan malen.
Het windrecht was dan wel afgeschaft, maar het dwangrecht nog niet. Daarom kreeg Sieverts van de Staten van Utrecht geen toestemming. Dat besluit werd door aanplakking bekend gemaakt met de vermelding dat eenieder verplicht was zijn koren te laten malen bij 'De Valk'. Toch bleef dat illegale malen van Sieverts niet geheim en dat leidde tot hevige botsingen tussen de eigenaren van de twee molens. 'De Valk' was toen in het bezit van Johan Wilhelm Montandon.
De Naam "De Valk"
Het moge duidelijk zijn dat na de afschaffing van het wind- en dwang- recht, de concurrentie in de molenwereld goed op gang kwam. Velen wilden een graantje meepikken, een uitdrukking die misschien wel uit die tijd dateert. Daarom zag eigenaar Montandon geen brood meer in 'De Valk' en verkocht hem aan Izak Stalenhoef. Die, op zijn beurt, verkocht de molen in 1853 aan Jan van Nieuwendijk. Blijkbaar leverde het malen van tarwe minder op dan hij verwacht had, want al in 1858 komt 'De Valk' in handen van Johannes van Wichen, korenmolenaar uit Harmelen.
Verval en Restauratie
In de loop der jaren werd er nauwelijks geïnvesteerd in onderhoud van de molen, want daarvoor werd er ook te weinig verdiend. Het ambachtelijk malen van graan was steeds meer vervangen door industrieel malen en overal in Nederland verloren molens hun functie. Ook 'De Valk' stond jaren stil en dreigde hetzelfde lot te krijgen als duizenden andere molens in ons land die als zielige monumenten van een vervlogen tijdperk in elkaar stonden te zakken.
Lees ook: Betrouwbaar auto-onderhoud
Zo verkocht Van Rijn in 1944 de molen aan ene Bos die 'De Valk' gebruikt als stal voor zijn varkens - wat een afgang voor die eens zo majestueuze bovenkruier! In de Jaren 50 van de vorige eeuw leek het er op dat, kort voor het 200-jarig bestaan, er een roemloos einde zou komen aan 'De Valk', namelijk slopen. Een groot deel van de bedekking van de molen was weg, waardoor wind en regen vrij spel hadden.
De redding kwam van de plaatselijke aannemer/projectontwikkelaar André Versteegen. Die was tevens bestuurslid van de plaatselijke VVV en kon het niet aanzien dat zoân beeldbepalend monument als 'De Valk' uit Montfoort zou verdwijnen. Hij kocht de molen en pakte met verve de restauratie aan. Met dien verstande dat het productiegedeelte uit het interieur werd verwijderd om plaats te maken voor woonhuis en kantoor. Malen was er dus niet meer bij, maar het pittoreske exterieur werd mooi hersteld.
Toch bleek dat zelfs voor een welgesteld iemand als Versteegen de instandhouding van zo'n grote molen een te ambitieuze opgave was. Met hulp van deskundigen uit de molenwereld werd een plan voor een grondige restauratie opgesteld, met een begroting van de kosten. Omdat, zoals bekend, ambtelijke molens niet zo snel draaien, werd in afwachting van de subsidie toezegging, in 1985 de staart van de molen verwijderd en in 1986 werden de beide roeden er uit gehaald. Die gewichtsvermindering was nodig omdat de hele molen steeds meer naar een kant aan het verzakken was. Het eerste herstel dat werd aangepakt toen in 1986 de subsidiekraan werd opengezet, betrof het aanbrengen van een geheel nieuwe fundatie.
Een technisch huzarenstukje, want de 'molen kon niet eventjes verplaatst worden om een 50 cm dikke plaat van gewapend beton te storten. Wat wel gedaan werd was de hele gelijkvloerse ruimte van de molen een halve meter diep uitgraven. Daarbij stuitten de arbeiders op een verrassende vondst, namelijk het fundament van een standerdmolen, die op deze plaats gestaan had voordat 'de Valk' werd gebouwd. Toen de fundatie van die middeleeuwse standerdmolen nauwkeurig in kaart was gebracht, werd er die halve meter dikke plaat van gewapend beton op gestort, waar de dikke muren van de achtkantige molen aan verankerd werden.
In deze vloer werden tien insparingen gehouden waardoor pijpen met een diameter van 27 cm tot een diepte van 15 meter de grond in werden geperst. Daarna werden deze pijpen volgestort met beton en werd op elke paal 50 ton druk gezet, waarna de palen met de vloer werden verbonden. De hele molen rust dus nu, via de betonvloer, op die tien palen die samen 500 ton kunnen dragen.
Lees ook: Overzicht Autoservice Den Blanken
Na deze reddingsactie voor het fundament, kwam deel twee van de restauratie aan bod. Oppervlakkig gezien zag het exterieur van 'De Valk' er redelijk goed uit. Maar de deskundigen van 'De Utrechtse Molens' begrepen dat een aardig decor wel voldoet bij de Opera, maar niet bestand is tegen de elementen van het genadeloze buitenleven. Daarom moest de in slechte staat verkerende kap er af, en dat gebeurde op 22 februari 1988. Zoals iedereen weet die in een oud huis aan het verbouwen gaat, bij het herstellen van het een, kom je vaak iets anders tegen dat ook nodig vernieuwd moet worden. Zo'n tegenslag trof ook de restauratie van 'De Valk' en dat betekende extra vertraging en hogere kosten.
Vergeleken bij het spectaculaire werk met een reusachtige kraan, was de verdere afwerking van de buitenkant een kwestie van goed vakmanschap. Zoals het aanbrengen van een nieuwe rietvacht op het achtkant, waarmee de rietdekker op 1 december klaar was. En toen brak het spannende moment aan van proefdraaien. Natuurlijk deed hij het, na een investering van zoveel vakmanschap. En toen de nieuwe zeilen aan de wieken waren gezet, was het feest. Montfoort had 'De Valk' in volle glorie terug.
En na een 'interim- periode' met molenaars Henk van Houweling en Martie Gouma, wordt de molen sinds begin 1998 bemand door een echte 'molengek' die de wieken liefst dagelijks laat draaien. Nu eens versierd met vlaggetjes, dan weer met kerstbomen, nu eens helemaal gepavoiseerd met honderden lampjes en zelfs recentelijk met protestborden toen de hoogte van de nieuwe supermarkt dreigde hem de wind uit de zeilen te nemen. Eind goed, al goed.
Het is de wens van Stichting 'De Utrechtse Molensâ dat ook het innerlijk van de molen weer geschikt gemaakt wordt voor pellen en malen. Om deze laatste fase in de hergeboorte van 'De Valk' te kunnen realiseren, hebben enkele inwoners van Montfoort, met een startsubsidie van de Rabobank, een stichting opgericht met als doel de molen niet alleen te beschouwen als een folkloristische attractie, maar hem ook weer productief te laten zijn.
