Het Dynamic Stability and Traction Control (DSTC) systeem is een essentieel onderdeel van de veiligheidsuitrusting in veel Volvo-modellen. Het helpt de bestuurder om de controle over de auto te behouden in moeilijke rijomstandigheden. In dit artikel wordt de werking van DSTC in detail uitgelegd, inclusief de functies, bediening en mogelijke problemen.
Algemene Informatie over DSTC
Het stabiliteits- en tractieregelsysteem STC/DSTC ((Dynamic) Stability and Traction Control) helpt de bestuurder voorkomen dat de wielen doorslippen en verbetert de tractie van de auto.
Afhankelijk van de markt is de auto uitgerust met STC of DSTC. In de tabel staan de bijbehorende regelingen van de verschillende systemen aangegeven.
| Functie/systeem | STC | DSTC |
|---|---|---|
| Antislipregeling | X | |
| Antispinregeling | X | X |
| Tractieregeling | X | X |
Functies van DSTC
- Antislipregeling: Deze regeling beperkt de aandrijfkracht en remkracht van elk van de afzonderlijke wielen om de auto op die manier te stabiliseren.
- Antispinregeling: Deze regeling voorkomt dat de aangedreven wielen tijdens het optrekken doorslippen.
- Tractieregeling: Deze regeling is actief op lage snelheden en brengt de aandrijfkracht van een slippend aandrijfwiel over op een aandrijfwiel dat niet slipt.
Bij een ingreep van het systeem kunnen er merkbare pulsaties optreden in het rem- of gaspedaal. Tijdens het gas geven kan de auto langzamer optrekken dan u verwacht.
Bediening van DSTC
Iedere keer dat u de auto start, wordt het stabiliteitssysteem automatisch geactiveerd. Het is mogelijk de werking van het systeem te beperken, wanneer de wielen doorslippen en u gas geeft. Het systeem grijpt bij doorslippende wielen dan later in, zodat er een hogere mate van doorslippen mogelijk is.
Lees ook: Hoe DSTC uitschakelen in uw Volvo
Niveau kiezen, Sport-stand: Het stabiliteits- en tractieregelsysteem is altijd geactiveerd - uitschakelen is niet mogelijk. U kunt echter de Sport-stand kiezen voor een actievere rijervaring. In de Sport-stand registreert het systeem of de gaspedaal- en stuurwielbediening alsook het bochtenwerk als actiever dan normaal aan te merken zijn, waarna het systeem toestaat dat de achtertrein een gecontroleerde vorm van slippen vertoont voordat het ingrijpt en de auto stabiliseert.
Als u de gecontroleerde vorm van slippen beëindigt door het gaspedaal te bedienen, grijpt het stabiliteits- en tractieregelsysteem in om de auto te stabiliseren.
De Sport-stand maakt maximale aandrijving mogelijk, als de auto is blijven steken of over een zachte ondergrond (zoals zand of een dikke laag sneeuw) rijdt.
Sport-stand is te kiezen in het menusysteem MY CAR. De Sport-stand is actief, totdat u de stand verlaat of de motor afzet.
Veelvoorkomende Problemen en Oplossingen
Er zijn verschillende situaties waarin het DSTC-systeem kan ingrijpen of problemen kan veroorzaken. Hieronder volgen enkele veelvoorkomende problemen en mogelijke oplossingen:
Lees ook: Alles over de Volvo V50 en DSTC
Blokkerende Voorwielen bij Snel Optrekken
How to check for DTC in Volvo C30, S40, V50, C70 (diagnostic trouble codes hidden menu)
Een veelvoorkomend probleem is het ervaren van een hard repeterend geluid en schokken bij het stevig optrekken vanuit de eerste of tweede versnelling. Dit kan de antislipregeling zijn die in werking treedt. Het kan voelen alsof de voorwielen stuiteren door doorslippen.
Mogelijke oorzaken en oplossingen:
- Banden: Controleer de bandenspanning. Te harde of te zachte banden kunnen de tractie verminderen, waardoor DSTC eerder ingrijpt. Een bandenspanning van 2,6 bar voor en 2,8 bar achter wordt aanbevolen.
- Stabilisatorstangen: Versleten stabilisatorstangen voor en achter kunnen leiden tot doorslippen. Vervanging en uitlijning kunnen het probleem verhelpen.
- Motorsteun: Een versleten onderste motorsteun kan ook bijdragen aan het probleem.
- Uitlijning: Een verkeerde uitlijning kan de tractie beïnvloeden.
- ABS Sensoren en Ringen: Controleer de ABS sensoren en puls tand ringen op loszittende, vervuilde of gebarsten onderdelen.
- Aandrijfassen: Controleer of de borgbouten van de aandrijfassen goed vast zitten en niet zijn afgebroken.
Ingrijpen van DSTC in Bochten
DSTC grijpt in zodra het binnenste wiel in de bocht doorslaat/slipt. Een kapotte veer of schokdemper kan het contact van de band met het wegdek verminderen, waardoor DSTC te vroeg ingrijpt.
TSA (Trailer Stability Assist)
Bij alle combinaties van auto en aanhanger/caravan kan het bekende verschijnsel met pendelbewegingen optreden. Doorgaans treedt het verschijnsel pas bij hoge snelheden op.
Als de aanhanger/caravan echter overmatig beladen is of als het gewicht van de lading verkeerd verdeeld is (bijvoorbeeld te ver naar achteren), bestaat er ook op lagere snelheden van 70-90 km/h gevaar voor pendelbewegingen.
Lees ook: Functionaliteit van de Charcoal Volvo
Een pendelbeweging begint altijd met een van de onderstaande factoren, zoals:
- De auto met aanhanger/caravan staat bloot aan rukwinden.
- De auto met aanhanger/caravan rijdt over een oneffen wegdek of over hobbels.
- Grote stuurbewegingen.
Een pendelbeweging is vaak niet of nauwelijks te dempen, waardoor de combinatie moeilijk bestuurbaar wordt en het gevaar bestaat op de verkeerde weghelft of naast de weg te belanden.
Het TSA-systeem houdt continu de bewegingen van de auto in de gaten en dan vooral de dwarsbewegingen. Als een neiging tot pendelbewegingen geregistreerd wordt, worden de voorwielen ieder afzonderlijk dusdanig afgeremd dat de combinatie gestabiliseerd wordt. Vaak is dit voldoende om de auto weer onder controle te krijgen.
Als de pendelbeweging ondanks de eerste ingreep van het stabiliteitssysteem niet wordt gedempt, worden alle wielen van de combinatie afgeremd en wordt de aandrijfkracht van de motor verlaagd. Wanneer de pendelbeweging vervolgens stukje bij beetje verminderd is en de combinatie weer stabiel is, beëindigt het systeem de regeling waarna u de auto weer volledig onder controle hebt.
Het TSA-systeem kan ingrijpen bij snelheden van 60-160 km/h.
Let op: Het TSA-systeem grijpt mogelijk niet in als u met grote stuurbewegingen de pendelbeweging zelf tracht op te heffen, aangezien het systeem dan niet kan bepalen of de pendelbeweging wordt veroorzaakt door de aanhanger/caravan of door de bestuurder.
Andere Veiligheidssystemen in Volvo
Naast DSTC biedt Volvo een reeks andere geavanceerde veiligheidssystemen:
- Adaptieve Cruisecontrol (ACC): Helpt een gelijkmatige snelheid en een bepaald tijdsverschil ten opzichte van de voorligger aan te houden.
- City Safety: Detecteert dreigende aanrijdingen en remt automatisch om een aanrijding te voorkomen of de gevolgen ervan te beperken.
- Connected Safety: Wisselt informatie uit tussen uw auto en andere voertuigen om te waarschuwen voor gevaarlijke verkeerssituaties.
- Cross Traffic Alert (CTA): Waarschuwt voor kruisend verkeer bij achteruitrijden.
- Driver Alert Control (DAC): Trekt uw aandacht wanneer de auto op een ongecontroleerde manier bestuurd wordt.
- IntelliSafe: Een rijveiligheidsconcept dat actief of passief helpt in uiteenlopende rijsituaties.
- Rijbaanassistent: Helpt het risico beperken dat u onbedoeld de eigen rijbaan verlaat.
- Roll Stability Control (RSC): Beperkt het gevaar dat de auto kantelt en over de kop slaat.
- Run-off Road Protection & Mitigation: Helpt het risico beperken dat uw auto onbedoeld van de weg raakt.
