De eerste auto ter wereld: de Ford Model A en de impact van Henry Ford

Voordat de automobiel was uitgevonden, werden er andere dingen gebruikt om je snel te verplaatsen, bijvoorbeeld met paard en wagen. Stap voor stap zijn mensen van lopen, naar een getrokken kar tot een auto gekomen. De eerste voorloper van de auto was de "zeilwagen", die al rond 1830 vóór Christus zou hebben bestaan. In Europa werd hij pas in de 17e eeuw gebruikt, maar de zeilwagen had ook nadelen: de mensen konden er alleen mee rijden als er wind was.

Later bedachten de Chinezen een voertuig dat op buskruit reed, maar hiermee kon je geen lange afstanden rijden. Ook al hadden mensen het al vaker eerder geprobeerd, in de 18e eeuw begonnen uitvinders toch weer met het ontwerpen en bouwen van een echt bestuurbaar voertuig. Het woord auto ontstond in die tijd van het woord: "autos".

In het begin van de 18e eeuw begonnen mensen te experimenteren met voertuigen die op stoom reden. De Fransman Nicolas Cugnot bouwde in 1769 het eerste voertuig dat op eigen kracht bewoog. In 1829 begon er een stoomkoets als vervoersdienst te werken, maar het duurde niet lang of er kwam een ongeluk waarbij 5 mensen dood gingen. In 1897 werd door een Amerikaanse uitvinder een motor gemaakt die op buskruit werkte. De motor werd op een fiets gezet. Met de fiets kon je wel 160 km/u rijden. De motor verspreidde weinig vieze lucht en rook uit doordat er maar weinig buskruit tegelijkertijd ontploftte in de motor.

In ongeveer dezelfde tijd dat als de stoommoter werd gemaakt, maakte de Fransman Etienne Lenoir in 1860 de eerste turfgasmotor. Later verving hij die door petroleumgas te gebruiken. Veel mensen hebben meegeholpen aan de ontwikkeling van de auto. Toch zijn er twee het belangrijkste: Gottlieb Daimler en Karl Benz. Ze werkten niet samen maar hebben wel de eerste motorvoertuigen in dezelfde tijd gemaakt.

Gottlieb Daimler maakte samen met zijn vriend Wilhelm Maybach de auto’s "Daimler" en "Maybach". Karl Benz maakte de Mercedes Benz. Benz startte een klein bedrijf voor gas aangedreven machines in Mannheim. In 1879 maakte hij zijn best ontwikkelde prototype, op een driewieler. In 1886 bouwde Gottlieb Daimler de eerste vierwieler met een 1 pk cilinder motor. Het had een luchtgekoelde motor, een soort versnellingsbak met twee versnellingen en een zogeheten differentieel, waardoor de aangedreven achterwielen onafhankelijk van elkaar konden draaien. Het voertuig reed 18 km/u, voor die tijd een behoorlijke snelheid.

Lees ook: Alles over je eerste rijbewijs

Daimler bouwde zijn motor ook in op een boot. Later gebruikte hij de motor ook bij een luchtschip (vergelijkbaar met de latere Zeppelin). De eerste Benz (heet nu Mercedes) ontstond in 1885. Carl Benz was zeg maar de eerste automaker ter wereld. Zijn vrouw Bertha was de eerste persoon ter wereld die samen met haar kinderen een ritje heeft gemaakt van meer dan 100 km. Toen ze van de stad Mannheim naar Pforzheim heeft gereden in 1888. Ze heeft 180 km gereden. Bertha wist van auto’s, want zei kon eerste auto zonder problemen besturen.

Ze moest midden in de nacht op zoek naar benzine en ze vond uiteindelijk een apotheek waar ze benzine (petroleum spirit) verkochten, dat werd het eerste benzinestation. Want de wagen had (nog) geen benzinetank.

In de Messing-tijdperk kwamen veel verschillende auto's. Toen werd er een standaardontwerp bedacht. Dit standaardontwerp bedacht het bedrijf Panhard. Het standaardontwerp werd voor het eerst gebruikt van een auto van Panhard. Het ontwerp staat gekend als Système Panhard. Bij de wielophanging (een deel van de auto waar de wiel aan vast zit) werd veel gebruikgemaakt van bladvering (soort van vering). Er werden ook nog een aantal andere manieren gebruikt. Dit tijdperk wordt ook gekenmerkt door het begin van de onafhankelijke ophanging. In die beginjaren werd er ook al geëxperimenteerd met elektrische motoren. De elektrische auto is dus veel ouder dan de meeste mensen denken.

De toename van auto's aan het begin van de twintigste eeuw zorgde in de Amerikaanse steden al voor parkeerproblemen. Ook waren er nog nauwelijks verharde wegen. De eerste betonwegen kwamen. De eerste Amerikaanse autoweg (highway) was de Lincoln Memorial Highway die in 1920 voltooid werd. Ook de maximum snelheid deed zijn intrede. In de jaren 1930 krijgen de auto's een moderner uiterlijk en worden ze meer en meer gestroomlijnd. De latere Volkswagen Kever (1943) en de Morris Minor zijn daar een goede voorbeelden van. Deze relatief kleine wagentjes worden meer en meer bereikbaar voor de gewone man (vandaar ook Volkswagen).

Armand Peugeot maakte in 1891 zijn eerste auto, gebruikmakende van de Panhard machine. De eerste Franse auto's waren licht (zo'n 350 kg) en klein, met kleine motoren. Gaandeweg kwamen er meerdere cilinders en versnellingen. Ook het chassis werd aangepast. De eerste redelijk betrouwbare auto’s kwamen rond 1907.

Lees ook: Evolutie van de BMW 3 Serie

Graaf Albert De Dion en zijn partner Georges Bouton maakten schitterenden kleine motoren. Rolls Royce was niet de eerste autobouwer uit Groot-Brittannië. Dat was Frederic Lanchester, die zijn auto bouwde in 1895. Herbert Austin bouwde zijn eerste driewieler, ook in 1895. Een van de beroemdste compagnonschappen (twee partners die een bedrijf beginnen) begon in 1904 met Charles Rolls en Henry Royce. Rolls zocht een goede Engelse auto voor zijn showroom.

Charles Rolls vond de auto’s van Henry Royce mooi en wilde er zoveel mogelijk kopen als er geproduceerd werd. In 1906 produceerden zijn samen de Rolls Royce "Silver Ghost". Hij werd zo genoemd omdat hij (voor die tijd) een heel stille motor had. De auto werd bewonderd vanwege zijn betrouwbaarheid en comfort, en werd 19 jaar lang geproduceerd.

In Italië begon de auto-industrie later dan in andere Europese landen. Er waren maar een paar kleine bedrijven. Totdat een groep mannen een bedrijf startten die Fabbrica Italiana Automobili Torino heette, of FIAT. Ze bouwden kleine auto met vier zitplaatsen, waarin de passagiers tegenover de chauffeur zaten. De eerste FIAT rolde in 1899 uit de fabriek. Het bedrijf werd al snel groter en begon auto's te verkopen aan Amerika.

In 1896 ontstond de eerste Ford. Op 4 juli maakte hij zijn eerste nachtrit. In 1899 werd de "Detroit Automobile Company" opgericht, maar het ging al in 1900 failliet vanwege de lage autoproductie. Toch kwam er een jaar later een doorstart, die de ‘Henry Ford Company’ heette. Die bestaat nu nog steeds, maar dan onder de naam Ford.

In 1903 opende de gereorganiseerde Cadillac Automobile Company. Het kenmerkende aan het vernieuwde Ford bedrijf was de uitvinding van het lopende band systeem, waarmee achter elkaar auto's konden worden gemaakt. Naast de Ford en de Cadillac had je de Oldsmobile, Buick en Packard. Vlak voor de Tweede Wereldoorlog waren behalve Ford en Packard ook General Motors, Chrysler en Nash grote autobedrijven. Adam Opel begon met het ontwikkelen van een eigen auto in 1898. Deze kwam de weg op in 1902.

Lees ook: Eerste Generatie Panda: Een Overzicht

De Amerikaanse uitvinder Henry Ford zorgde er voor dat de auto niet alleen beschikbaar was voor de elite, maar ook voor de massa.

100e geboortedag Henry Ford (1963)

De T-Ford die hij produceerde sloeg aan. Deze auto werd in 1908 in massaproductie genomen. Om die massaproductie mogelijk te maken was er echter wel techniek nodig. Henry Ford ontwikkelde daarom de lopende band.

Ford zou eerder in een slachterij in Chicago al eens een dikke lijn hebben gezien waarop karkassen vervoerd werden en arbeiders een voor een onderdeel van het karkas afsneden. Ford ontwikkelde dit principe voor de auto. Hoewel er voor Ford ook al personen waren die gebruik maakten van een iets wat op een lopende band leek, wordt Ford door velen gezien als de uitvinder van het principe. Het chassis van de wagen werd met een touw door de fabriek getrokken en onderweg werden de onderdelen op de auto gemonteerd.

Met behulp van de lopende band slaagde Ford erin iedere 93 minuten een nieuwe auto te produceren. Ongekend voor die tijd. Onbegrijpelijk vonden buitenstaanders het dat Henry Ford op een dag de lonen van zijn arbeiders verdubbelde. Werknemers kregen niet meer $2,34 maar $5 per dag uitbetaald. Ford versterkte op deze manier echter de middenklasse, de markt die hij voor ogen had met zijn T-Ford.

Door een trend te zetten wat betreft het verhogen van de lonen, droeg hij er toe bij dat auto’s voor steeds meer mensen uit de middenklasse betaalbaar werden. De T-Ford werd in 1927 opgevolgd door de A-ford met een 4-cilinder, een veel modernere auto die echter veel minder werd verkocht.

Over Ford zijn talloze boeken geschreven, waaronder 'De uitvinder van de moderne tijd' van Richard Snow, die de geschiedenis van Ford en zijn bedrijf uitstippelde, en Steven Watts' analyse van zijn persoonlijkheid en de verwevenheid met de Amerikaanse samenleving. Robert Lacey's biografie 'The Men and the Machine' biedt een diepgaand onderzoek naar Ford en zijn bedrijf na zijn dood.

Tussen de vele automusea verspreid over de wereld, zijn de oude auto's te bekijken. Nog altijd zijn dergelijke races belangrijk voor de verdere ontwikkeling van auto's. De eerste Grand Prix werd gereden in 1906 op een circuit van 106 km bij Le Mans in Frankrijk.

De eerste race werd in 1894 gehouden tussen Parijs en Rouen (126 km). Daar deden 102 mensen aan mee. Niet alle auto’s mochten starten, omdat de meeste om een of andere reden werden gediskwalificeerd (dat je niet meer mee mag doen). Maar de meeste kwamen meestal wel aan de finish. In 1895 lag de route van Parijs, maar het eindigde ook in Parijs. Je moest namelijk vanaf Parijs naar Bordeaux en weer terug. De winnaar was Emile Levassor. Hij had 48 uur zonder bijrijder gereden. Maar hij werd ook gediskwalificeerd omdat je volgens de regels vier zitplaatsen moest hebben, en hij had maar plek voor twee. Maar de kranten en tijdschriften schreven veel over hem.

Toen was de kleur van de wagen heel belangrijk. De kleur van de racewagens hadden de kleur van het land en oorsprong.

Om de eerste motoren te starten moest de bestuurder aan een slinger draaien. Zelfs met een kleine motor was dit heel gevaarlijk. De meeste eerste auto’s hadden een kleine motor. Er was nog geen benzinepomp bij de motor ingebouwd, dus kreeg de motor met zwaartekracht benzine. Dit werkte meestal goed. Maar als de auto een steile helling op wilde rijden, kwam de benzine beneden in de tank en hield de benzine op te stromen.

In 2007 verwisselde een 1903 Model A Rear Entry Tonneau, de oudste Ford die er bestaat, voor 693.000 USD (532.000 euro) van eigenaar. Topstuk tijdens de veiliong was een 1931 Duesenberg Model J Dual Windshield ‘Barrelside’ Phaeton, deze bracht bijna 1,3 miljoen USD (1 miljoen euro) op.

De eerste redelijk betrouwbare auto’s kwamen rond 1907. Van 1908 tot 1927 worden er ruim vijftien miljoen T-Fords gemaakt dankzij het feit dat hij vanaf 1913 als eerste auto ter wereld aan de lopende band wordt geproduceerd. Volgens maker Henry Ford is de T-Ford “verkrijgbaar in alle kleuren, mits het maar zwart is”. Dat heeft te maken met de droging van de lak; zwart droogt het snelst en dat beperkt dus productietijd en -kosten.

Deze Model T toerwagen met gecapitonneerde bekleding is nog een vroeg type met koperen radiateur en lampen. De Ford is voorzien van diverse, destijds op bestelling leverbare accessoires zoals speciale vering en dito remmen. Bovendien heeft dit exemplaar naast de gebruikelijke tweeversnellingsbak een hoge en een lage gearing, een soort terreinversnelling die ingeschakeld kan worden met een aparte hendel.

In de huidige samenleving is de auto niet meer weg te denken. Toch heeft de auto in de afgelopen eeuw een behoorlijke evolutie meegemaakt, tot de modellen zoals wij die nu kennen. Halverwege de 18e eeuw werden de eerste auto's op de markt gebracht, die aangedreven werden door stoom. In die tijd was stoom een vrij moderne techniek om te gebruiken in mechanische machines die voortgedreven dienden te worden. Denk bijvoorbeeld aan de stoomtrein.

Vanaf ongeveer 1880 kwam er een nieuw soort verbrandingsmotor op de markt, die werd aangedreven door benzine. Deze benzinemotors brachten een ware revolutie op gang in de autowereld. Motoren werden kleiner en men kon langere afstanden rijden. Carl Benz wordt een beetje gezien als de grondlegger van de echt eerste productieauto, omdat hij de eerste was die enkele tientallen auto's wist te verkopen, nadat zijn vrouw een testrit van 80 kilometer met zijn auto had gereden.

Vanaf begin 20e eeuw, kwamen er automerken op die ook grote productieaantallen gingen produceren. Hoewel we veel automerken kennen, zijn we eigenlijk heel slecht op de hoogte van de verschillende geschiedenissen per automerk. Ieder merk heeft zijn eigen ontwikkeling meegemaakt, waardoor het in staat is tot op de dag van vandaag nog auto's te produceren.

Populaire artikelen:

Plaats een reactie