De automobielindustrie heeft door de jaren heen een enorme transformatie doorgemaakt, van de eerste voertuigen met eenvoudige verbrandingsmotoren tot de geavanceerde elektrische auto's van vandaag. Twee belangrijke aspecten van deze evolutie zijn de ontwikkeling van automatische transmissies en de verbetering van autoverlichting. Dit artikel duikt in de geschiedenis van de eerste auto met automaat en de fascinerende reis van autoverlichting, van de eerste kaarslampen tot de moderne LED-technologie.
DAF 600, de eerste personenauto van DAF.
De Geschiedenis van de DAF 600: De Eerste Auto met Automaat
Zestig jaar geleden werd de DAF 600, ook wel bekend als de Variomatic, met veel heisa gepresenteerd op de AutoRAI in Amsterdam. Hoewel de DAF 600, de allereerste auto met automaat, meteen een succes bleek zodra de eerste exemplaren van de band rolden, kregen bedenkers Hub en Wim van Doorne een hoop kritiek te verduren over de auto. Vooral één uitvinding trok de aandacht: het pientere pookje, zoals de heren Van Doorne het noemden in de reclame. Een enkel pookje dat ervoor zorgde dat je achteruit en vooruit kon rijden: schakelen hoefde niet meer.
De concurrentie ging meteen aan de haal met het pookje en gaven de DAF 600 de bijnaam 'truttenschudder met jarretel-aandrijving', wat de reputatie van de auto geen goed deed. Wonderbaarlijk genoeg stond de reputatie van de DAF 600 de verkoop niet in de weg. Niet meer hoeven schakelen bleek een grote praktische vooruitgang te zijn voor personenauto's. Bovendien zit de motor van de DAF 600 voorin, waardoor achterin veel meer bagageruimte was dan in andere auto's. De auto werd een rage en tienduizenden exemplaren rolden van de band.
De Continu Variabele Transmissie (CVT)
De Continu Variabele Transmissie (CVT) is een Nederlandse uitvinding. In de Daf 600 heette de Continu Variabele Transmissie nog Variomatic. Al gauw ontstond de bijnaam 'het pientere pookje'. Je kon vooruit en achteruit. Gemakkelijker werd het niet! Een Daf werd daardoor al snel gezien als een auto voor bejaarde dames en nonnen. De Variomatic deed in beide draairichtingen precies hetzelfde. Zodoende kon je met een Daf even hard vooruit als achteruit rijden.
Lees ook: Alles over je eerste rijbewijs
De eerste Variomatics hadden riemen van rubber, vanaf 1970 werd een duwband met stalen schakels toegepast. Uitvinder van de moderne CVT is de Nederlander Hub van Doorne, mede-oprichter en technisch geweten van de Van Doorne's Automobielfabriek (DAF) in Eindhoven. In 1972 werd Van Doorne's Transmissies gevestigd in Tilburg. Bosch Transmission Technology heeft inmiddels 80 miljoen duwbanden voor CVT's geproduceerd. Een kwart van alle automatische transmissies die jaarlijks worden gebouwd, is een CVT.
Hydra Matic - 's werelds eerste automatische transmissie
De Evolutie van Autoverlichting
Vóór de komst van elektrische verlichting werden kaarsen, olielampen en carbidlampen gebruikt voor de eerste generatie automobielen. De koplamp, voor beter zicht op de weg, kwam vanaf 1900 toen de carbidlamp zijn intrede deed en de snelheden toenamen. Het werd nu mogelijk s ’avonds op de onverlichte weg te gaan rijden. Laten we eens kijken naar de verschillende soorten verlichting die door de jaren heen zijn gebruikt.
Een carbidlamp.
Kaars- en Olielampen
Kaarsen en olielampen werden al begin 19e eeuw in huis toegepast maar ook op de paardenkoets en de fiets. Het lag voor de hand dat deze lichtbronnen vanaf rond 1890 ook op de eerste automobielen werden gebruikt. Zowel de kaarslamp als de olielamp, met het licht zichtbaar aan de voor-, achter- en de zijkant van de lamp, hadden hoofdzakelijk de functie om door anderen gezien te worden. De kaars zit in een buisvormige houder onder de lamp. Een schroefveer onder de kaars houdt de kaars tijdens het branden op zijn plaats in de lamp tot hij geheel is opgebrand. Ook olielampen werden in die tijd veel toegepast, ze zijn minder gevoelig voor wind en geven wat meer licht dan de kaarsen.
Carbidlampen
De carbidlamp, uitgevonden door Thomas Leopold Willson in 1892, werd het eerst gebruikt voor onder andere de verlichting binnenshuis (waar nog geen elektriciteit was), in vuurtorens als baken op zee, in kolenmijnen en op de fiets. De toepassing op de automobiel kwam vanaf 1900. Carbidlampen geven hun felle witte licht bij het verbranden van acetyleengas, dat ontstaat door een chemische reactie van calcium carbid met water.
Lees ook: Evolutie van de BMW 3 Serie
In de bovenkamer zit een waterreservoir. Met behulp van een regelventiel wordt het druppelen van het water op het calcium carbid geregeld. Het inregelen van de hoeveelheid waterdruppels bepaalt de aanmaak van het acetyleengas en daarmee ook de grootte van de vlam en de hoeveelheid licht in de lamp. Het acetyleengas loopt via een gasleiding naar de brander in de lampunit. De lamp wordt aangestoken door middel van een lucifer of een vuursteenaansteker. Carbidlampen geven bijzonder helder wit licht en zijn daardoor geschikt als koplamp. Ze zijn ook ongevoelig voor wind en regen.
Elektrische Lampen
De eerste elektrische lampen, uitgevonden door Thomas Edison in 1879, hadden een aantal nadelen. De lamp bestond uit een gloeidraad van koolstof geplaatst in een vacuüm glazen bol. De koolstof gloeidraad had slechts een levensduur van 40 uur en het rendement, de lichtopbrengst, was erg beperkt. Het eerste elektrische achterlicht kwam in 1915 en vanaf 1919 kwamen elektrische koplampen beschikbaar ter vervanging van de carbidlamp. Vanaf 1920 werden dynamo’s voor elektrisch licht op automobielen met benzinemotor gemeengoed.
Integratie in het Carrosserieontwerp
Het was vanaf de 30er jaren dat koplampen, achterlichten en richtingaanwijzers door carrosserieontwerpers in de carrosserievorm werden geïntegreerd. Bij inschakeling van de richtingaanwijzer kwam een pijlvormige arm voorzien van elektrisch licht uit de middenstijl tevoorschijn om aan te geven dat men in die richting ging draaien. Later werd deze constructie echter verboden, vanwege mogelijk schadeletsel aan personen door de uitstekende arm, en werden kleine zij-richtingaanwijzerlampen in de voorschermen geplaatst. Dit bleek in de praktijk toch niet een ideale plaats te zijn want vanaf 2010 verhuisden de zij-richtingaanwijzers bij nieuwe auto’s massaal van de voorschermen naar de linker en rechter buitenspiegel.
Verbeteringen in Elektrische Koplampen
Net als bij carbidlampen hadden de eerste elektrische koplampen het nadeel tegenliggers te verblinden. Dit werd enigszins ondervangen door het toepassen van een parabolische reflector en een lens. In 1924 werd dit verbeterd door de uitvinding van de Bilux of Duplo lamp met 2 gloeidraden, één voor het gedimd licht en de ander voor het groot licht. De gloeidraad voor het gedimd licht is half afgeschermd en zorgt voor een lichtbundel gericht op het wegdek over een afstand van zo’n 80 meter. De gloeidraad voor het groot licht verlicht het gehele wegdek en de omgeving over een afstand van zo’n 150 meter aan de voorzijde van de auto.
Standaardisatie en Halogeenlampen
In 1940 werd de ronde sealed beam koplamp in Amerika geïntroduceerd om zodoende een standaard koplamp te verkrijgen gelijk voor alle personenauto’s. Vanaf 1960 werd deze standaard koplampunit door bijna alle autofabrikanten in Europa en Japan overgenomen. Echter door de komst van de verwisselbare halogeenlamp in Europa in de zeventiger jaren veranderde dit snel. Bovendien hadden auto- en lampfabrikanten in Europa, uit stylingsoogpunt, de voorkeur voor een lampconstructie met een aerodynamische vorm geïntegreerd in de carrosserie van de auto.
Lees ook: Eerste Generatie Panda: Een Overzicht
LED Verlichting
De techniek van de LED (Light Emitting Diode) lamp werd uitgevonden in het begin van de 60er jaren. De eerste LED lampen in de productie van de automobiel werden toegepast vanaf 1993, aanvankelijk alleen voor de achterlichten en het derde remlicht. De moderne LED lampen garanderen een langere levensduur (> 50.000 uur) en een betere lichtopbrengst (> 300 lumen per Watt) in vergelijking met de traditionele gloeilamp en halogeen lampen. Tevens zijn ze ongevoelig voor schokken en zijn de kosten relatief laag. De LED verlichting heeft bovendien een bijzonder voordeel nagenoeg geen opgloeitijd te hebben.
Voor de veiligheid heeft dit een aanzienlijk voordeel. De traditionele gloeilamp heeft 0,3 seconden nodig om op te gloeien, bij LED verlichting is dat in minder dan een microseconde. Bij een noodstop op de snelweg bij 100 km/u snelheid zie je je voorganger met LED remlichten dus 0,3 seconden eerder wat een ‘winst’ geeft van zo’n 10 meter remafstand!
Wettelijke Eisen en Koplamp Niveauregeling
Langzamerhand kwam er ook steeds meer wetgeving over verlichting en signalering met het doel de veiligheid te vergroten. Het gaat hierbij om zowel beter zien en als beter gezien worden. Ook werd de koplamp niveauregeling geïntroduceerd en later verplicht gesteld. Bij het beladen van de auto met bagage en extra passagiers komt de auto in een achterover hellende positie en wordt het tegemoetkomend verkeer door het gedimd licht verblind.
Overzicht van de Evolutie van Autoverlichting
Hieronder een tabel met de belangrijkste ontwikkelingen in de autoverlichting:
| Periode | Type Verlichting | Kenmerken |
|---|---|---|
| Vóór 1900 | Kaars- en Olielampen | Voornamelijk om gezien te worden |
| 1900-1920 | Carbidlampen | Helder wit licht, geschikt als koplamp |
| Na 1915 | Elektrische Lampen | Eerst met korte levensduur, later verbeterd |
| Jaren 70 | Halogeenlampen | Vervangbaar, aerodynamische vormgeving |
| Na 1993 | LED Verlichting | Lange levensduur, hoge lichtopbrengst, snelle reactietijd |
De eerste auto met een zelfregelend koplampniveau was de Panhard Dyna Z uit 1954. In de zeventiger jaren werd een handmatige dashboardbediening voor de bestuurder ontwikkeld waarmee het koplampniveau elektrisch kan worden geregeld afhankelijk van de belading.
Onderzoekers zijn doorlopend bezig met het verbeteren van de automobielverlichting. In dit artikel zijn niet alle voor de auto toegepaste lichtbronnen besproken, zoals Xenon en Laser verlichting en intelligente systemen die het licht regelen naar de rij- en weersomstandigheden.
