Dacia: Rijk van Goud en Zilver - Een Vergeten Volk Herleeft

De Daciërs, een volk dat in de Romeinse tijd leefde in grote delen van het huidige Roemenië, worden vaak beschouwd als een van de 'vergeten volkeren' uit de wereldgeschiedenis. Dankzij recente archeologische ontdekkingen en tentoonstellingen, zoals die in het Drents Museum in Assen, komt hun fascinerende verhaal echter weer tot leven.

De tentoonstelling Dacia - Rijk van goud en zilver in het Drents Museum, die liep tot 26 januari 2025, presenteerde meer dan 600 gouden en zilveren voorwerpen van de Daciërs. Deze pronkstukken en offers uit het oude Dacië, het gebied dat nu bekend staat als Roemenië, gaven een uniek inkijkje in de cultuur en geschiedenis van dit volk.

De objecten in de tentoonstelling waren bruiklenen uit 17 musea door heel Roemenië, waaronder het Nationaal Historisch Museum in Boekarest. Ze vertelden het verhaal van het Dacische volk vanaf 2000 voor Christus tot en met de verovering door de Romeinen. Sommige schatten waren nog nooit eerder binnen of buiten Roemenië getoond.

Helaas werd de tentoonstelling overschaduwd door een diefstal in de nacht van 24 op 25 januari 2025, waarbij kunstrovers zich toegang verschaften tot het museum en verschillende archeologische objecten buitmaakten, waaronder de gouden helm van Coțofenești en drie Dacische koninklijke armbanden.

Desondanks blijft het verhaal van de Daciërs fascineren, en is het belangrijk om hun geschiedenis en cultuur te blijven bestuderen en te delen.

Lees ook: Kleurcodes voor Volkswagen Polo

De verloren taal van de Daciërs – De vergeten stem van het oude Europa

Wie Waren de Daciërs?

Zoals bij veel volken uit de Oudheid het geval is, danken we ook de eerste vermelding van de Daciërs aan de Griekse historicus Herodotus, die in de vijfde eeuw v.C. zijn beroemde Historiën schreef. De Daciërs - Herodotus noemde hen Geten - leefden ten noorden van de Donau. Ze komen aan bod in de beschrijving van een veldtocht die Darius I in Europa zou hebben gemaakt.

De Daciërs boden hardnekkig weerstand tegen de Perzen; andere stammen hadden zich zonder slag of stoot overgegeven. Herodotus noemt hen dan ook ‘de dapperste en deugdzaamste van de Thraciërs’. Vier eeuwen later roemt ook de Romeinse schrijver Ovidius hun krijgslust. Hij had kennis met hen gemaakt tijdens zijn ballingschap (ca. 8-18 n.C.) in Tomis aan de Zwarte Zee (nu Constanța).

Ovidius beschreef hen als volgt: ‘Ze hebben een woeste stem en uiterlijk, net als Mars. (...) En als ik naar de mensen kijk, zijn ze nog wreder dan wolven.’

De naam Dacië komt voor het eerst voor in De Bello Gallico, van Julius Caesar. Veel klassieke auteurs spraken van Geten, maar mogelijk was dat de Griekse naam voor hen, en was ‘Daciërs’ gebruikelijker in het Latijn. Een andere mogelijkheid is dat de Geten de voorgangers zijn van de Daciërs, of dat hun benaming geografisch bepaald was: Geten in het oosten, Daciërs meer westelijk.

Zeker is dat de Daciërs dankzij de klassieke schrijvers langzaam de geschiedenis binnensluipen, maar dat er ondanks hun geschriften nog allerminst een helder beeld ontstaat over het volk en zijn cultuur.

Lees ook: Lees meer over de Fiat Panda

Kaart van Dacia

Roemenië, het Land van de Daciërs

Geografisch gezien besloeg Dacië het grootste deel van het moderne Roemenië. Het gebied was gezegend met een gevarieerd landschap. In het zuiden en oosten werden vruchtbare vlaktes begrensd door de Donau, die niet alleen diende als transportader, maar ook als natuurlijke grens tegen de Griekse en latere Romeinse expansie.

Naar het noorden toe veranderde het landschap in heuvels en uiteindelijk in de steile bergen van de Karpaten. Deze geografische diversiteit zorgde ervoor dat Dacië zowel landbouwgrond als een overvloed aan natuurlijke grondstoffen bezat.

Een van de waardevolste natuurlijke hulpbronnen was goud. Dacië stond bekend om zijn rijke goudmijnen, die niet alleen economisch van belang waren maar ook bijdroegen aan de sociale en politieke structuur van de Dacische samenleving. De belangrijkste vindplaats van dit edelmetaal was de ‘gouden polygoon van Transsylvanië’.

Goud werd vooral gewonnen uit alluviale afzettingen in de duizenden kilometers aan rivieren en beekjes die de Karpaten doorsnijden. Deze methode was al bekend in de kopertijd. Pas in de Romeinse tijd kwamen er ondergrondse goudmijnen.

Metaalbewerking en Sieraden

In de kopertijd (4500-3500 v.C.) maakte de metaalbewerking zijn opkomst. Koper werd verwerkt tot gereedschappen; sieraden werden gemaakt uit koper en goud. Beide metalen zijn zacht en relatief makkelijk te vormen. In de vroege bronstijd (3500-2100 v.C.) verschenen er vooral veel zilveren voorwerpen, soms in een object gecombineerd met goud. In grafheuvels zijn veel zilveren haarringen gevonden.

Lees ook: Alles over de goudkleurcode voor je Opel Astra

In de midden-bronstijd veranderde de materiële cultuur. Aardewerk uit deze periode had invloeden uit verschillende culturen. Dat was ook te zien aan koperen en bronzen voorwerpen die wijzen op banden met de Balkan, Servië en Centraal-Europa. Goud werd steeds populairder en ook goudkleurig brons, dat ontstond na bijmenging van een tiende deel goud, werd vaak gebruikt. Dit gold ook voor elektrum, een natuurlijke legering van goud en zilver.

De complexiteit van de werkstukken nam toe. Sieraden werden soms gebruikt voor grafgiften, maar veel objecten werden verstopt in geheime bewaarplaatsen. Op deze plekken buiten de nederzettingen werden giften gedeponeerd van rituele aard, bestemd voor goden en andere bovennatuurlijke krachten.

Populair waren opnieuw de haarringen, die soms aan elkaar werden bevestigd en zo een ketting vormden. Archeologen vonden grote hoeveelheden ringen van het Brăduț-type. Deze variëren in grootte, en gewicht, maar worden allemaal gekenmerkt door een vergelijkbare vorm - open met taps toelopende uiteinden - en versieringen. Mogelijk speelden ze als een soort betaalmiddel een rol in de handel.

Tot een halfbolle vorm gehamerde dunne gouden schijven waren een populair sieraad. Ze werden versierd met stippen en meanderende motieven. Vier gaatjes op de ­‘hoeken’ van de cirkels verraden dat ze dienden om kleding te versieren.

Een bijzondere vondst is de schat van ­Perșinari. Deze omvat een gouden zwaard en tenminste twaalf dolken van elektrum, gelegeerd met koper. Hoewel dit in principe wapens zijn, waren ze niet bruikbaar in de strijd: de zachtheid van het metaal vormt hiervoor een belemmering. Ze worden nu geïnterpreteerd als ceremonieel. Het zwaard en de dolken dateren uit ca. 1600-1400 v.C. en werden in 1962 gevonden in een verborgen bergplaats. In de late bronstijd en vroege ijzertijd komen armbanden in de mode, vaak van massief goud.

Contact met Andere Volkeren

In de vroege ijzertijd (850-450 v.C.) wordt Dacië bezocht door andere volken. Vondsten van aardewerk en bronzen en ijzeren objecten laten zien dat Noord-Thraciërs zich tussen 850 en 700 v.C. in het Dacische gebied vestigden. In de zevende en zesde eeuw v.C. kwamen er Scythische invloeden uit de Centraal-Aziatische steppen naar Dacië.

Deze brachten nieuwe wapens, gedecoreerd met dierfiguren en krijgstactieken mee. Het paard deed zijn intrede in de krijgskunst. Nomadische ­krijgers werden begraven in grafheuvels, die in lange rijen van tientallen exemplaren langs de rivieren lagen. In meer dan een derde ervan werd paardentuig gevonden. Soms was dat uitgevoerd in brons, soms in goud en zilver.

Rond 650 v.C. vestigden zich Griekse kolonisten in het toen onbewoonde kustgebied bij de monding van de Donau aan de Zwarte Zee. De Griekse kolonies met hun nieuwe producten als wijn en olijfolie hadden een grote aantrekkingskracht op de Daciërs, en na een vijftigtal jaar vestigden ook zij zich in het deltagebied. Een van de Griekse steden uit deze tijd is het al genoemde Tomis, waar jaren later Ovidius heen werd verbannen.

Dacische Koninkrijken

Rond 360 v.C. werd Philippus II, de vader van Alexander de Grote, heerser over Macedonië. Hij slaagde er in 339 v.C. in om de Scytische koning Atheas te verslaan, waardoor de Macedoniërs de controle kregen over de westkust van de Zwarte Zee. Er ontstonden allianties tussen lokale heersers in Dacië en de Griekse steden langs de Zwarte Zee.

Zo werden naast goederen ook ideeën over macht, koningschap en religie verspreid. In de loop van de derde eeuw v.C. vestigden zich nieuwkomers uit het noorden en het westen, waaronder Keltische stammen. Uit deze mix ontstonden nieuwe culturele identiteiten met lokale, Hellenistische en Keltische elementen. De oorspronkelijke Noord-­Thracische materiële cultuur verdween.

Inmiddels beheerste een nieuwe grootmacht het internationale toneel: het Romeinse Rijk. Twintig jaar nadat zij het Macedonische koninkrijk ten val hadden gebracht, stichtten zij in 146 v.C. de provincie Macedonia met de Donau als noordgrens. Dacië en Rome werden buren. In de drie Mithridatische Oorlogen, die de periode van 89-63 v.C. besloegen, kwam het tot zware strijd in het Donau-gebied.

In deze roerige ­periode wist de krijgsheer Boerebista de volken van Dacië te verenigen. Onder zijn heerschappij bereikte het nieuwe koninkrijk Dacië zijn grootste omvang. In 48 v.C. steunde hij Pompeius in diens burgeroorlog tegen Caesar en werd daarmee een potentiële vijand van Rome. Maar Pompeius werd vermoord en vier jaar later werd ook Boerebista door Dacische edelen gedood. Zijn koninkrijk viel uiteen en vormde niet langer een bedreiging voor het Rome.

De door de Romeinen verwoeste plaats Sarmizegetusa was de politieke en religieuze hoofdstad van de Daciërs. De ruïnes zijn van het tempelcomplex.

De Ondergang van Dacië

Ruim honderd jaar bleef het relatief rustig langs de grens tussen Dacië en het Romeinse Rijk. Rome had voor de veiligheid veel ­soldaten gelegerd in het grensgebied. Maar in 69 n.C. waagden de Daciërs zich toch over de Donau. Ze werden teruggeslagen en hielden zich rustig tot een nieuwe uitval in 84.

In 89 eindigde deze ­oorlog onbeslist, en keizer Domitianus stemde in met jaarlijkse betalingen aan een nieuwe Dacische leider, Decebalus, om de orde te bewaren. Decebalus greep echter deze kans om zijn troepen en zijn positie te versterken. Rome ging hem hierdoor als een bedreiging zien en de senaat besloot hem de oorlog te verklaren.

De campagne tegen de Daciërs (101-102) geleid door Trajanus zelf, eindigde in een Romeinse overwinning. De keizer toonde zich barmhartig. Er werd een verdrag gesloten met Decebalus, waarna de Romeinen zich terugtrokken. De Dacische koning hield zich echter niet aan de hem opgelegde bepalingen en in 105-106 trok Trajanus opnieuw ten strijde.

Ditmaal was er geen genade. Dacische dava’s (steden en ­forten) werden ontmanteld, Dacische culten werden verboden en Decebalus, door Romeinse soldaten in het nauw gedreven, pleegde zelfmoord. Dacië werd de Romeinse provincie Dacia en werd drastisch geromaniseerd.

De Helm van Coțofenești

In 1928 vonden enkele Roemeense kinderen na een flinke regenbui op een heuvel bij het Roemeense dorpje Piana Coțofenești een oude helm. De kinderen speelden er wat mee en namen de helm vervolgens naar huis. Het object deed hierna enige tijd dienst als waterbak voor kippen. Na enige tijd werd de waarde van het object echter toch onderkend.

Archeologen maakten het object schoon en deden uitgebreid onderzoek in de omgeving van de vindplaats. Ze concludeerden dat de helm dateert uit ongeveer 450 voor Christus en oorspronkelijk werd gebruikt door leden van een zogeheten Geto-Dacische nederzetting. Aangenomen wordt ook dat het object in de regio zelf werd vervaardigd.

De vrijwel massief gouden helm weegt 726 gram en mist alleen een deel van de schedelkap. Aan de voorzijde van de helm zijn twee versierde grote ogen te zien die volgens archeologen bedoeld waren om het boze oog of magische spreuken mee af te weren. Op de helm zijn verschillende mythologische beelden te zien, waaronder een ram die wordt geofferd door een knielende man. De wapens, kleding en fantasiedieren op de helm verwijzen naar de Euraziatische steppenvolken. Een op de helm afgebeelde sfinx is geïnspireerd op de Griekse mythologie. Aangenomen wordt dat de beroemde helm eigendom was van een koning of een vooraanstaande edelman.

Helm van Coțofenești, c.a. 450 v. Chr., National History Museum of Romania. (Foto: Ing.

Gouden Armbanden

De gouden armbanden zijn alleen in de Dacische hoofdstad Sarmizegetusa Regia gevonden. In totaal zijn het er 24 en ze komen allemaal uit offerkuilen in het religieuze deel van de stad. Als je goed kijkt, zie je dat de versieringen verschillend zijn. Sommige hebben een wolvenvacht en anderen hebben schubben.

Ze zijn nooit gedragen, maar direct in de koninklijke schatkist gestopt en later geofferd. Het goud dat gebruikt is voor deze armbanden komt van een plek 80-120 km ten noorden van Sarmizegetusa Regia. Er zijn ook zilveren varianten van deze armbanden buiten de hoofdstad gevonden. Deze zijn wel gedragen, op de bovenarm.

Dacische armband uit Sarmizegetusa Regia, ca. 50 v. Chr., National History Museum of Romania. (Foto: Ing.

Dacia - Rijk van Goud en Zilver in het Drents Museum

Vanaf 7 juli 2024 presenteerde het Drents Museum de grote archeologietentoonstelling Dacia - Rijk van goud en zilver. Meer dan vijftig goud- en zilverschatten uit het Roemenië van de 20ste eeuw voor Christus tot de 3de eeuw na Christus kwamen naar Assen. Het grootste gedeelte dateerde uit de periode vóór de Romeinse verovering (106 n. Chr.).

Met Dacia vertelde het Drents Museum het verhaal van de Daciërs, een van de ‘vergeten volkeren’ uit de wereldgeschiedenis. In de 2de eeuw voor Christus bewoonden de Daciërs een groot deel van het tegenwoordige Roemenië, Dacië. De unieke geografische locatie - tussen de Euraziatische steppe in het oosten, de mediterrane wereld in het zuiden en Centraal Europa in het westen - maakte het gebied een kruispunt van culturen.

Grieken, Kelten, Thraciërs, Scythen en Perzen hebben allemaal hun invloed op de Daciërs en elementen van deze verschillende culturen zijn dan ook terug te vinden in de objecten. Ook de Romeinen hebben veel interesse in Dacië. Zij wijden er twee veldslagen aan om uiteindelijk in 106 na Christus het strijdvaardige volk te veroveren.

In Dacia - Rijk van goud en zilver focuste het museum op de periode vóór deze verovering.

De Diefstal

In de nacht van 24 op 25 januari 2025 verschaften kunstrovers zich toegang tot het Drents Museum in Assen door met explosieven een deur te forceren. In het pand maakten de inbrekers vervolgens verschillende archeologische objecten buit, waaronder de gouden helm van Coțofenești, het absolute topstuk van de tentoonstelling, en drie Dacische koninklijke armbanden.

De politie doet onderzoek en heeft Interpol ingeschakeld. De algemeen directeur van het Drents Museum, Harry Tupan, noemde het een zwarte dag voor het museum en het National History Museum of Romania.

Object Periode Museum
Helm van Coțofenești Ca. 450 v. Chr. National History Museum of Romania
Dacische armband Ca. 50 v. Chr. National History Museum of Romania
Dacische armband Ca. 50 v. Chr. National History Museum of Romania
Dacische armband Ca. 50 v. Chr. National History Museum of Romania

Populaire artikelen:

Tags

Plaats een reactie