Marokko op de Motor: Een Avontuurlijke Reis

Marokko is een prachtig land om te bezoeken op de motor. Onze trouwe schrijver Hans den Ouden schrijft in een uitgebreid artikel waarom Marokko een prachtig land is voor mooie motorreizen. Hij reist met zijn vrouw Dia de hele wereld rond en in dit verhaal een verslag van hun laatste motortrip.

Chefchaouen, de blauwe stad.

Waarom Marokko?

Marokko is dichtbij en biedt een unieke mix van adembenemende landschappen en fascinerende steden. Er zijn adembenemende landschappen, zoals in het Atlasgebergte, de woestijn, bijvoorbeeld bij Erg Chebbi en er is een kust met plaatsen als Agadir en Essaouira. Daarnaast zijn er fascinerende steden, zoals Chefchaouen (de blauwe stad) Fez, Meknes, Marrakech enz. met middeleeuwse medina’s en kasbahs.

De beste periodes om naar Marokko te gaan op de motor zijn de maanden maart t/m mei en september t/m november. Wij zijn er nu twee keer een maand geweest in december en januari.

Voorbereiding en Transport

Je kan Marokko op elke soort motor rijden, we zagen Goldwings en H-D cruisers. Wij kozen deze keer voor onze Suzuki Vstroms.

Lees ook: EPC voor Mercedes: Een diepgaande blik

Je kan je motor er natuurlijk heen rijden, maar je kan hem ook per vrachtwagen naar Malaga sturen. Rij je zelf, zoals wij deze keer deden en mijdt je zoveel mogelijk de snelweg, dan ben je er in een dag of acht. Stuur je de motor naar Malaga per vrachtwagen, dan ben je met Nordcargo vanaf Klundert op de Moerdijk ongeveer €420 kwijt voor een enkele reis.

Neem je een retour, dan kost het wat minder per reis. Je kan al je bagage, dus ook je motorpak, helm en laarzen met je motor meegeven op een pallet, dat kost niets extra. Zelf ga je dan per vliegtuig.

Desgewenst komt iemand je ophalen op de luchthaven, het is maar een paar kilometer, maar er zit een rivier(bedding) tussen en het is een snelweg. Vanaf Malaga is het twee uur rijden naar Algeciras, waarvandaan de ferris vertrekken.

De Overtocht: Ferry naar Marokko

De ferries van vier verschillende maatschappijen varen allemaal meerdere keren per dag naar de diverse havens in Marokko. Afhankelijk van welke route je kiest, ben je in een tot anderhalf uur in Marokko. Je kan met de ferry naar Cueta, Tanger Med en Tanger. Cueta is een Spaanse enclave, dus dan is de grensovergang een eindje verderop.

Als je via Tanger of Tanger Med reist, dan is de douane al op de ferry aanwezig en kan je ook vast je motor aanmelden en laten registreren. Daarbij krijg je dan een klein papiertje uitgereikt wat je weer in moet leveren als je het land verlaat. Dat is belangrijk want anders is je motor nog in Marokko, volgens hun administratie en mocht je ooit nog terugkomen, al is het op een andere motor, dan heb je een uitdaging.

Lees ook: Gids voor Zekeringen Mercedes Vito W638

De motor wordt gekoppeld aan het nummer dat ze in je paspoort schrijven (een soort BSN voor buitenlanders). Overigens werd bij ons afgelopen jaar in Tanger Med bij vertrek de informatie in een tablet ingevoerd en werd het papiertje dat we in Cueta hadden gekregen niet ingenomen.

Je motor wordt adequaat vastgezet door de medewerkers van de ferry. Meestal is de zee erg rustig, maar soms staan er redelijke golven als het de dagen ervoor hard gewaaid heeft.

Accommodatie en Kosten

Je kan in Marokko ook kamperen, maar de meeste campings, die wij zagen, waren vooral gericht op campers en eventueel caravans. De ondergrond is meestal hard en zanderig.

Wij kamperen niet in Marokko, de hotels zijn veel goedkoper dan in west Europa, variërend van €25 tot €50 voor een tweepersoonskamer per dag. Het scheelt een hoop bagage.

Motorroutes en Wegen

Er zijn prachtige motorroutes om te rijden, met talrijke bochten. De meeste wegen zijn van goede kwaliteit en buiten de steden is het erg rustig. In de steden moet je wel alert zijn in het drukke verkeer, vooral op de vele rotondes. De meeste wegen zijn van goede kwaliteit, maar door onderhoudswerkzaamheden rij je soms stukken over gravel.

Lees ook: Informatie over Mercedes-Benz Autoverzekeringen

Al onze routes staan op MyrouteApp en op openbaar, dus wil je een leuke rondreis maken, dan kan je daar de routes downloaden.

Route Voorbeelden en Bezienswaardigheden

Chefchaouen (de blauwe stad)

Wij reden de laatste keer vanaf de ferry naar Chefcahouen, de blauwe stad. Het hotel Parador ligt aan de rand van de medina en daar kan je heerlijk dwalen door de nauwe straatjes met talloze winkeltjes. Natuurlijk probeert iedereen je wat te verkopen, maar echt opdringerig is het allemaal niet.

Ifrane

Via Azrou reden we naar Beni Melal. Onderweg kom je door Ifrane, daar zijn de huizen gebouwd in Zwitserse steil, het is een wintersportoord als is er maar tien kilometer piste. Het ligt op een hoogte van 1655m. Het is een van de schoonste plaatsen ter wereld.

Vlakbij ligt het Ifrane National Park waar in de prachtige cederbossen de berberapen over de weg lopen.

Marrakech

Onze route eindigde in Beni Melal en daarvandaan reden we naar Marrakech, een prachtige route door de bergen met grotendeels vers asfalt. Wij vinden de medina van Marrakech niet zo heel boeiend. Het hotel, Moroccan House ligt vlak bij de uitvalswegen, dus dat is fijn. Het is een leuk hotel, gebouwd als riad. Marrakech is ook een grote, drukke stad met ruim 1 miljoen inwoners.

We maakten vanuit Marrakech een rondrit door de bergen. Een prachtig gebied met schitterende uitzichten.

De Tizi 'n Test Pas.

Taroudant en de Tizi ’n Test Pas

Na Marrakech reden we naar Taroudant, dat is een van de mooiste routes in Marokko. Het is de weg naar de Tizi ’n Test pas op 2100m. Deze route is echt genieten van prachtige uitzichten en fraaie bochten, al was de route in onderhoud toen wij er waren. Boven op de top van de berg ligt een leuk restaurantje waar je een heerlijke Berberomelet kan eten.

Agadir

Na Taroudant besloten we naar de kust te rijden, in Agadir omdat het daar altijd lekker weer is, zo rond de 20ºC in januari. Lekker om een paar dagen te ontspannen.

Ait Benhaddou

En dan naar Ait Benhadou waar de films zijn opgenomen, zoals Gladiator 1&2 en Game of Thrones en nog vele andere. Het is leuk om er een uurtje doorheen te wandelen.

Tizi ’n Tichka

Dan naar de Tizi ’n Tichka een prachtige route weer door de kloof van de rivier en dan de bergpas. Dit is een nogal toeristisch gebied, maar desalniettemin prachtig.

N’kob en Merzouga

De volgende morgen reden we naar N’kob. De route is schitterend en gaat door de hoge Atlas. De bergdorpjes zijn veelal verlaten en de kasbah’s waar je langs rijdt zijn vervallen. De omgeving is echter prachtig.

We stopten voor de lunch in het welvarende Ouarzazate, waar de filmstudio’s zijn. De Atlas studio is de grootste filmstudio ter wereld. Ook de weg tussen Ouarzazate en N’kob is een feestje om te rijden. Geleidelijk verlaat je de hoge Atlas, maar N’kob ligt nog altijd wel op 1500m hoogte.

De weg van N’kob naar Merzouga is saai, op de loslopende kamelen na. We verbleven in Merzouga/Hassiabiad in het hotel Camel’s House, dat ons was aangeraden.

We reden de volgende dag met Mohammed van het hotel met zijn Landcruiser de woestijn in. Je bent snel buiten de bewoonde wereld en het was er ongelooflijk stil. Mohammed verzorgde ook de lunch. Hij maakte een berberpizza. Dat is een dubbelgevouwen pizza, zoals een pizza calzone en die wordt dan onder de grond gebakken. Ik was verrast dat er geen as of zand meer op zat toen hij weer uit de bodem werd gehaald. Hij smaakte prima.

Ooit was hier een zee, tienduizenden jaren geleden. Op sommige plaatsen vind je dan ook fossielen van allerhande schelpen en andere zeedieren.

Tinghir en de Todra Kloof

De weg naar Tinghir is saai en lang. Het plan was om twee dagen te blijven, maar na een nacht in het eerste hotel verhuisden we naar een ander. Dat eerste hotel had bedden zo hard als beton, het was er stervenskoud en er was geen warm water. Het was wel goedkoop. We verhuisden daarom naar Hotel Tomboctou, dat had dan weer heerlijke bedden en een warme douche. Het hotel heeft ook een garage.

Hoewel in Tinghir de grootste zilvermijn van Afrika is, is het een wat armoedig plaatsje. Na de verhuizing reden we de 40 kilometer lange Todra of Togda kloof in. De bergen daarna zijn indrukwekkend, kaal en hoog. We reden tot op 2700m.

Het was koud, de temperatuur zakte naar 0°C en we zagen een paar sneeuwvlokjes neerdwarrelen. Het beoogde tankstation vonden we niet, zodat we na verloop van tijd ons wat zorgen begonnen te maken. In een dorpje vonden we een man die benzine verkocht. Beide motoren werden gevuld met 10L uit een jerrycan en het bleek ook nog maar €1 per liter te kosten.

Even verder zagen we een leuke restaurant voor de lunch, we aten er een authentiek Marokkaans gerecht met kip, ei en een salade. We waren evenwel zo koud geworden dat we besloten om te keren en nog een dag te blijven zodat we de volgende dag de Gorge du Dades konden rijden.

Gorge du Dades

De rit daar naar boven is vermakelijk, hoewel er niet meer dan 13 bochten zijn waarvan ongeveer de helft haarspeldbochten zijn. Bovenaan stopt iedereen om de verplichte foto te maken. Daarna is het landschap prachtig.

Op een gegeven moment kun je linksaf naar Imilchil en rechtsaf over de bergen terug naar Tinghir. Die weg is nieuw en prachtig. Sommige stukken zijn nog niet helemaal klaar, maar het is goed berijdbaar gravel.

Na ongeveer 10 km begint het asfalt weer en toen ik een bocht omkwam reed ik de schaduw in en daar lag ijs. Mijn voorwiel gleed meteen weg en ik sloeg tegen de vlakte. Gelukkig was alleen het schakelpookje verbogen en had ikzelf ook geen schade.

Midelt en Fez

Van Tinghir reden we naar Midelt. Een deel van die route is prachtig, door de bergen, langs een rivierbedding, die je af en toe kruist. Op de meeste plaatsen staat de rivier echter droog. Het hotel, Riad Villa Midelt was prima, maar niet heel goedkoop. Midelt ligt op 1400 meter en het was er dan ook weer frisjes.

Van Midelt reden we door het cederbos bij Azrou weer naar Fez. Onderweg zagen we deze keer veel apen. Fez ligt op 215 m hoogte en het was er dan ook aangenaam warm met 20ºC.

Terugreis

Na nog een dagje lanterfanten reden we naar de ferry in Tanger Med. Vandaar vaar je in anderhalf uur naar Algeciras. We waren 25 dagen in Marokko. Dia zei de laatste dag: ‘We gaan hier zeker nog een keer heen.’ We keken naar het weer in Spanje en Frankrijk en zagen dat het overal regende.

Dacia en de Dakar Rally

Het is nog vroeg in de maand, maar dit is waarschijnlijk het onverwachtste autonieuws dat wij in juli 2023 gaan tegenkomen. Dacia maakt bekend dat het merk in 2025 gaat meedoen aan de Dakar Rally. Het merk verklaart nog niet welke auto ze gaan gebruiken, alleen dat ze in de T1-categorie willen meedoen.

The Dacia Sandriders – Dakar Rally 2025 Recap

Cristina Gutiérrez Herrero van de Extreme E en rallylegende Sébastien Loeb zijn de coureurs.

De categorie T2 zijn productieauto’s die zijn gemodificeerd voor de Dakar. Dit zou bijvoorbeeld een extreem uitgevoerde Duster kunnen zijn. Maar Dacia gaat meedoen in de categorie T1+. Dit zijn voertuigen die niet per se gebaseerd zijn op productiemodellen. De Prodrive Hunter is hier een voorbeeld van. Misschien krijgt die wel een setje Jogger koplampen.

En het goede nieuws houdt daar niet op, want het fabrieksteam van Dacia gaat samenwerken met het Prodrive. Het Britse bedrijf gaat meewerken aan de bouw van de rallyauto’s. Met de Subura P25 heeft Prodrive laten zien dat dat geen probleem moet zijn. Stel je eens voor: een duin verslindende Dacia die eruit ziet als een liefdesbaby tussen de BRX Hunter en de Duster.

De rallyauto’s van Dacia die gaan meedoen aan de Dakar Rally lopen op synthetische brandstoffen van Aramco. Het testen van de Dacia’s begint volgend jaar. De eerste échte test zal plaatsvinden tijdens de Rallye du Maroc in 2024. Een jaar later gaat Dacia ook meerijden in het World Rally Raid Championship. Dat wordt allemaal gebruikt als voorbereiding op de Dakar Rally waar Dacia het gaat opnemen tegen de Toyota Hilux en de nieuwe Ford Ranger Raptor.

“Dacia en Dakar zijn een perfecte match”, aldus de baas van het Roemeense merk, Denis Le Vot. “Dit is niet alleen een test voor de ware robuustheid van Dacia, maar ook een bewijs van onze inzet ten aanzien van koolstofarme mobiliteit. We zijn erg enthousiast over de deelname aan Dakar met synthetische brandstoftechnologie”.

Le Vot komt niet met de mentaliteit “meedoen is belangrijker dan winnen”.

Dacia focust op groei

Met nieuwe modellen en betere techniek moet het lukken om die doelstelling te realiseren. Maar het merk wil trouw blijven aan zichzelf.

De herpositionering van de Renault-dochter, dat wordt geflankeerd door een groot modellenoffensief, mag evenwel niets aan haar kernwaarden veranderen. Daarnaast wil Dacia ook doorgroeien naar hogere segmenten en klanten meer waarde bieden dan in het verleden.

Tegelijkertijd moet het merk dus trouw blijven aan zichzelf. Ook in de toekomst zal Dacia staan voor betaalbare mobiliteit en de “beste prijs-prestatie verhouding”, aldus salesmanager Xavier Martinet (foto). Als onderdeel van de herpositionering moet het merk moderner worden, maar tegelijkertijd blijven focussen op de essentie om goedkoper te blijven dan andere autofabrikanten.

Populaire artikelen:

Plaats een reactie