Opel Fabriek Zaragoza: Een Overzicht van Geschiedenis en Productie

Opel Automobile GmbH, vaak afgekort tot Opel, is een van oorsprong Duitse autofabriek, die sinds 2017 in handen is van het Franse autoconcern PSA Groupe. In 1862 werd het bedrijf opgericht door Adam Opel en pas in 1899 werd de eerste auto van het merk geproduceerd. Sinds de omzetting in een Aktiengesellschaft in 1929 behoort Opel tot de General Motors-groep.

Opel beschikt over 10 fabrieken en drie ontwikkel- en testcentra in zeven Europese landen. Het telde in het jaar 2016 38.000 medewerkers, waarvan 19.000 in Duitsland. In de Zaragoza fabriek in Spanje werden in 2016 meer dan 360.000 voertuigen geproduceerd en dit was de grootste productielocatie van Opel. In Duitsland liepen 260.000 voertuigen van de band. In de twee fabrieken in Engeland, Ellesmere Port en Luton, bleef de productie iets onder de 200.000 voertuigen steken.

De personenauto's en lichte bedrijfswagens, inclusief die van Vauxhall, worden in meer dan 50 landen verkocht. De grootste afzetmarkten van Opel/Vauxhall zijn het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en Italië, hier werd in 2016 meer dan 650.000 voertuigen verkocht. In België en Nederland lagen de verkopen op zo’n 40.000 voertuigen.

De Vroege Jaren van Opel

Adam Opel was de oudste zoon van Philipp Wilhelm Opel, een slotenmaker uit Rüsselsheim. Na een stage in het bedrijf van zijn vader reisde Opel als gezel naar onder meer Luik, Brussel en Parijs, waarna hij, samen met zijn broer Georg, in de naaimachinefabriek Journaux & Leblond aan de slag ging. In het voorjaar van 1863 begon Adam Opel als zelfstandige in een voormalige koeienstal. Georg, die in Parijs gebleven was, zorgde voor al het nodige staal, naalden en haken.

In 1868 trad Adam Opel in het huwelijk met ondernemersdochter Sophie Marie Scheller. Zij maakte de oprichting van een heuse Opel-naaimachinefabriek mogelijk. Pas in 1900 werd duidelijk dat er geen toekomstmuziek meer zat in de productie van naaimachines. In 38 jaar tijd werden door Opel meer dan een miljoen naaimachines geproduceerd en verkocht.

Lees ook: Bekijk de volledige analyse van de Opel Grandland automaat.

In 1886 overtuigden zijn vijf zoons Opel om de allereerste Opel-fiets te produceren, een hoge bi. In 1898 produceerden de 1200 werknemers in de Opel-fabriek reeds 25.000 naaimachines en 15.000 fietsen. Het succes van de vijf zoons in de wielersport betekende meteen ook een succes voor de productie en verkoop van de fietsen. In de jaren '20 werd Opel zo de grootste fietsproducent ter wereld. Van 1902 tot 1907 en van 1910 tot 1932 werden door het merk ook motorfietsen geproduceerd.

De Overstap naar Automobielen

In 1898, drie jaar na het overlijden van vader Adam die nooit wagens wilde en zou produceren, begonnen zijn zoons met de bouw van hun eerste wagen. In 1899 kochten ze hiervoor de Anhaltische Motorwagenfabrik van Friedrich Lutzmann. Ze benoemden hem wel tot directeur van de autoproductie en brachten zo de Opel Patentmotorwagen „System Lutzmann“ op de markt, de allereerste wagen van Opel. In het begin werd voornamelijk geëxperimenteerd met carrosserie- en motor-varianten. Door een gebrek aan middelen om de inmiddels hoogtechnologische Franse wagenproducenten bij te houden, werd de productie van een nieuwe wagen uitgesteld.

In 1902 werd uiteindelijk een samenwerkingscontract afgesloten met Darracq. Tevens kwam in datzelfde jaar de eerste wagen op de markt die volledig onafhankelijk door Opel werd geproduceerd, de Opel 10/12 PS. Deze had een 1.9-liter twinmotor. Toen Carl Jörns in 1907 met een wagen met 60pk de Kaiserpreis won, werd Opel door Wilhelm II benoemd tot hofleverancier. Het duurde echter nog tot 1909 tot de eerste relatief betaalbare wagen voor het gewone volk op de markt kwam.

Ten zuiden van Rüsselsheim wordt in 1919 een testbaan aangelegd voor de nieuwste modellen. Het was de allereerste race- en testbaan in Duitsland die ook uitsluitend voor deze proeven werd gebruikt. Het zou echter nog vijf jaar duren voor deze op grote schaal werd gebruikt.

8.000 familias pendientes de la OPEL en Zaragoza

Opel onder General Motors

Uiteindelijk werd in 1929 besloten om voor net iets minder dan 26 miljoen Amerikaanse dollar 80 procent van de aandelen te verkopen aan General Motors. GM werd hiermee meteen de grootste aandeelhouder binnen de onderneming. In 1935 slaagt Opel er als eerste Duitse automerk in om 100.000 wagens van hetzelfde model te verkopen en in 1940 produceerden ze de één miljoenste auto, een Opel Kapitän. Kort daarna werd de productie van de personenwagens door het nazi-regime stilgelegd.

Lees ook: Alles over de Opel Combo

Bommen van de geallieerden hebben in 1944 de fabriek in Rüsselsheim volledig vernietigd. Ook de fabriek in Brandenburg an der Havel werd door een geallieerd bombardement verwoest. Een nieuwe passagierswagen kwam een jaar later uit en zou de naam Opel Olympia krijgen. Tegelijkertijd werd ook begonnen met de productie van koelkasten onder de naam "Frigidaire". De Opel Post, een werknemerstijdschrift, werd in 1949 voor het eerst uitgegeven en bestaat tot op heden nog steeds.

In 1950 ging de vernieuwde fabriek van Rüsselsheim open. Alleen de Olympia en Kapitän werden destijds opnieuw in productie genomen. Ook in Bochum wordt een fabriek geopend om de productie nog meer te spreiden. Deze fabriek zou de Opel Kadett, waarvan in de jaren 30 al twee modelvarianten waren uitgekomen, helemaal vernieuwen.

In het voorjaar van 1964 kreeg de Kapitän er twee broertjes bij, de Opel Admiral en de Opel Diplomat. In de jaren 60 stond dit trio bekend als "de grote drie" of het "KAD-trio" (Kapitän-Admiral-Diplomat). De Opel Manta en de Opel Ascona vervolledigden in 1970 het rijtje en met 3,2 miljoen geproduceerde auto's was het een van de meest succesvolle generaties die Opel gekend heeft. Ook tijdens de rest van de jaren 70 was Opel nog in volle bloei.

Door de Irak-Iranoorlog stegen aan het begin van de jaren 80 de olieprijzen enorm. Hierdoor kwam Opel voor het eerst sinds 1950 weer in rode cijfers. Tot en met 1990 werd alleen de vierde generatie Kadett met geruststellende cijfers verkocht. De wagens aan het einde van de jaren 80 werden als te weinig innovatief beschouwd ten opzichte van marktleider Volkswagen en kenden veel kwaliteitsproblemen. Deze problemen staan bekend als het López-effect, wat verwijst naar destijds CEO José Ignacio López de Arriortúa.

De Opel Omega en de Opel Astra leken door hun verkoopscijfers het tij aanvankelijk te keren, maar door diverse terugroepingen liep het imago van Opel een flinke deuk op. Na de overstap van López naar Volkswagen werd hij ervan verdacht belangrijke plannen van Opel meegenomen te hebben naar Volkswagen. Door een onstabiele economie moest ook Opel aan het begin van de 21e eeuw aan zowel capaciteit als werkkrachten inboeten om uit de rode cijfers te blijven. In Bochum resulteerde dit in een daling 23.000 naar 6.000 medewerkers.

Lees ook: Opel Astra uit 2000 taxeren

Op 27 februari 2009 werd door GM een voorstel gedaan aan Opel om een "zelfstandige Europese business unit" op te richten, samen met Vauxhall, dit om ontslagen en sluitingen te voorkomen. De unit zou wel onderdeel blijven uitmaken van het GM-concern. De Belgische investeringsmaatschappij RJH International en een consortium rond Magna toonden interesse.

Op 30 mei 2009 werd een deal gesloten met de Canadese producent van auto-onderdelen Magna en de Russische staatsbank Sberbank. De Duitse regering gaf hieraan de voorkeur omdat dit het minste aantal banen in Duitsland zou kosten. Magna wil de fabriek in Antwerpen sluiten en een deel van de productie in Zaragoza overhevelen naar Duitsland.

De overheid was bereid voor 4,5 miljard euro aan staatssteun te geven, op voorwaarde dat Opel zou worden verkocht aan het consortium van Magna. Europees Commissaris Neelie Kroes betwijfelt of de Duitse overheid bij de redding van autobouwer Opel wel de Europese regels volgt.

Op 3 november van datzelfde jaar laat GM weten Opel te behouden. De verbeterende marktomstandigheden en het belang van Opel voor de internationale strategie van GM lagen hieraan ten grondslag. Onder druk van commissaris Kroes liet de Duitse overheid kort daarvoor weten dat de steun niet afhankelijk is van de eigenaar van Opel. GM komt hier ook voor in aanmerking nu het Opel niet verkoopt.

Om Opel levend te houden zouden ontslagen en sluitingen van Opel-fabrieken volgen, waaronder de fabriek te Antwerpen. Begin 2014 trekt Opel zich terug uit de Chinese markt. Opel was al 20 jaar actief in deze markt, maar niet echt succesvol.

Overname door PSA Groupe

Op 6 maart 2017 werd bekend dat PSA Groupe voor 2,2 miljard euro zowel Opel als Vauxhall zou overnemen. Het Franse autoconcern had een overeenkomst bereikt met het moederbedrijf General Motors. PSA wordt na de transactie na Volkswagen AG de grootste autofabrikant van Europa. GM had Opel sinds 1929 in handen. De Europese activiteiten leden sinds 2009 ruim 8 miljard euro aan verliezen.

Opel begon ook al vroeg in haar historie met het produceren van vrachtwagens. Reeds in 1910 werd het eerste model uitgebracht. Deze vrachtwagen had een voor die tijd aanzienlijk laadvermogen van 1 ton. In 1931 begon het bedrijf meerdere modellen te ontwerpen en produceren en kwam er een bakwagen uit met een laadvermogen van 2,5 ton. In 1931 opende Opel een separate vrachtwagenfabriek in Brandenburg.

Sportieve Modellen en Tuning

Al sinds de jaren 60 maakt Opel zelf sportieve varianten op zijn modellen. Zo was er de Opel Commodore GS/E, de Opel Kadett GT/E en de Opel Manta GT/E. Zowel bij de Kadett als bij de Manta werd dit achtervoegsel bij latere modellen omgedoopt naar GSi. Een GSi-variant kwam er ook op de eerste generatie Opel Astra en op bepaalde generaties van de Opel Corsa. Vanaf 1998 verdween GSi van het toneel om plaats te maken voor het Opel Performance Center, afgekort tot OPC.

Hoewel er van de vierde generatie Opel Corsa een OPC-variant bestaat, werd ook een GSi-variant gemaakt. Tot einde 2012 was dit het enige model waarvan zowel een GSi- als een OPC-variant bestond. Bij alle sportieve modelvarianten van Opel die werden ontwikkeld voor het bestaan van het Opel Performance Center, werd het uiterlijk onder handen genomen door Irmscher. Tot op heden maken zij nog steeds tuning-onderdelen voor nieuwe Opel-modellen. Ook het Italiaanse designbureau Bertone heeft zich beziggehouden met Opel.

Productielocaties en Zaragoza

De grootste fabriek van Opel is die in Rüsselsheim. In 2002 werd die voor 750 miljoen euro omgebouwd tot de modernste fabriek ter wereld. Daarnaast bouwt Opel ook nog auto's in Eisenach. In Kaiserslautern worden motoren en onderdelen vervaardigd. De fabriek in Bochum is eind 2014 gesloten. Dit betekent het einde van de productie van auto’s en motoren.

Eisenach bouwt vanaf 2012 ook de nieuwe Opel Adam die in de klasse van de Audi A1, Volkswagen Up! en Fiat 500 valt. Opel voorziet een maximale capaciteit van 85.000 eenheden voor deze premium stadswagen. Hierdoor is het geplande banenverlies van 300 werknemers van de baan. Voor dit nieuwe model heeft Opel een investering van 250 miljoen euro gedaan in de vestiging. Eisenach produceert ook de nieuwe Corsa E 3d (vanaf januari 2015). De huidige capaciteit van de fabriek is 180.000 auto's (Corsa 3d), maar deze zal zeker stijgen vanaf 2015.

Opel Zaragoza is de grootste fabriek, met een maximale productiecapaciteit van 400.000 auto's per jaar. Door de zwakke vraag wordt de capaciteit dit jaar bijgesteld naar 333.000 auto's. De volgende Corsa en Combo worden hier ook zeker gemaakt.

Op 15 december 2010 rolde de laatste auto van de band. Deze fabriek produceert een klein aantal Vivaro's door de samenwerking met Renault en Nissan. De Movano en Vivaro zijn omgelabelde Master en Trafic bestelwagens en worden dus niet door Opel zelf ontwikkeld. Daardoor beslist Renault mee waar de modellen gebouwd worden. De Movano wordt al bij Renault gemaakt, verwacht wordt dat ook de volgende Vivaro (2013) in een Renault vestiging gebouwd zal worden.

Suzuki Magyar Corp. Volkswagen nam eind vorig jaar een belang in Suzuki en kan nu de samenwerking met zijn concurrenten Opel/Vauxhall laten stoppen. Opel gaf wel aan dat de volgende Agila, zonder Suzuki ontwikkeld zal worden.

De Opel Corsa

De Opel Corsa is en blijft een van de populairste modellen van Opel in Europa, met een stijging van 18% in het aantal registraties in het eerste kwartaal van 2025 ten opzichte van het vorige kwartaal. De huidige Opel Corsa staat al vier jaar bovenaan in de verkoopranglijst van het Duitse B-segment en was ook drie jaar op rij (2021-2023) de nummer 1 in het Verenigd Koninkrijk. In landen als Nederland, Noorwegen, Slovenië en Kroatië hoort hij steevast bij de top drie.

De Opel Corsa verscheen in 1982 op de markt met de eerste generatie (Corsa A), een compacte hatchback met hoekig design, bedoeld als tegenhanger van kleine stadsauto’s zoals de Volkswagen Polo. In 1993 volgde de Corsa B, herkenbaar aan zijn rondere lijnen en met meer nadruk op veiligheid en comfort. De derde generatie, de Corsa C, kwam in 2000 en werd groter en volwassener. Deze generatie was populair vanwege zijn veelzijdigheid en moderne uitstraling.

In 2006 verscheen de Corsa D, die veel techniek deelde met de Fiat Punto en qua afwerking en rijgedrag weer een stap vooruit zette. In 2019 introduceerde Opel de zesde generatie, de Corsa F, voor het eerst onder leiding van het PSA-concern (nu Stellantis). Deze generatie kwam niet alleen met brandstofmotoren, maar ook als volledig elektrische variant: de Corsa-e, later omgedoopt tot Corsa Electric. In 2023 kreeg deze generatie een facelift, met onder meer het kenmerkende Opel Vizor-front.

Opel produceert de nieuwe Corsa in de fabriek van Groupe PSA in het Spaanse Zaragoza. De zesde generatie van de Opel Corsa is nog moderner, efficiënter, dynamischer en aantrekkelijker dan zijn voorgangers. De Corsa is bovendien een van de meest aerodynamische modellen in zijn klasse en aanzienlijk lichter dan zijn voorganger. De gewichtsreductie past perfect bij de sportieve look & feel van het model. De lichtste variant van de Corsa blijft zelfs onder de grens van 1.000 kilogram.

"De Corsa is met een verkoopaantal van ongeveer 14 miljoen exemplaren in de afgelopen 37 jaar niet alleen een van de succesvolste modellen in de recente geschiedenis van Opel, maar ook een mijlpaal in ons elektro-offensief", zegt Michael Lohscheller, CEO van Opel. "Vanaf begin 2020 produceren we ook de Corsa-e in Zaragoza. De Corsa-e wordt de eerste volledig elektrische Opel die in Europa wordt gemaakt. De Opel Corsa-e is uitgerust met een 100 kW (136 pk) sterke elektromotor, heeft een actieradius van 330 kilometer (WLTP) en maakt met zijn vanafprijs van 30.999 euro elektrisch rijden bereikbaar voor velen. Samen met de Grandland X Hybrid4, de eerste plug-in hybride van Opel, is de Corsa-e het startsein van een nieuw tijdperk voor Opel: het tijdperk van elektrificatie.

Populaire artikelen:

Plaats een reactie