Rijbewijs B: CBR Eisen en Voorwaarden in Nederland

Het rijbewijs B is een document waarmee je bevoegd bent om auto te rijden in Nederland. Om dit rijbewijs te behalen, moet je voldoen aan bepaalde eisen die gesteld worden door het Centraal Bureau Rijvaardigheid (CBR).

Voorbereiding op het Praktijkexamen

Voorafgaand aan het praktijkexamen moet je het theorie-examen afleggen en rijlessen volgen. Vindt jouw rijinstructeur dat je voldoende kennis en inzicht hebt? Dan mag je deelnemen aan het landelijk rijexamen van het CBR (Centraal Bureau Rijvaardigheid). Hoeveel rijlessen je nodig hebt is voor iedereen persoonlijk. De een heeft het rijden sneller onder de knie dan de ander. Start met het leren van de theorie. Heb je moeite met leren? Overweeg dan een theoriecursus. Plan twee lessen achter elkaar. Les minimaal een keer per week. Onze rijscholen zitten verspreid over heel Nederland, dus er zit er altijd eentje bij jou in de buurt!

Voor wie deelneemt aan 2toDrive gelden er andere regels. Neem je deel aan het project, dan kun je al met 16,5 jaar starten met rijlessen en kun je vanaf je 17e je praktijkexamen doen. Totdat je 18 jaar bent moet je onder begeleiding van een coach autorijden.

Documenten Vereist voor het Praktijkexamen BE

Voor het begin van het praktijkexamen BE moeten kandidaten de volgende documenten tonen aan de examinator:

  • een door het CBR toegestaan identiteitsbewijs;
  • een Nederlands rijbewijs B (de geldigheidsduur mag verstreken zijn) of een geldig rijbewijs B uit een EU-land, EER-land of Zwitserland;
  • de wettelijk voorgeschreven voertuig documenten van zowel de trekkende auto als de aanhangwagen, waaruit blijkt dat de voertuigcombinatie aan de eisen voldoet en tot het examen kan worden toegelaten.

Als de kandidaten de vereiste documenten niet kunnen tonen of deze documenten voldoen niet aan de voorwaarden, dan gaat het examen niet door.

Lees ook: Nieuw rijbewijs nodig? Lees dit!

Praktijkexamen voor het autorijbewijs ─ mijnrijbewijsB.be ─ De examenrit

Het Rijexamen

Tijdens het praktijkexamen laat jij zien hoe je het geleerde in de praktijk brengt. Eerst loop je met de examinator naar de auto en doe je een ogentest door een kenteken van een stilstaande auto op zo’n 25 meter afstand te lezen. Hierna stap je de auto in om in ongeveer 55 minuten je rijexamen af te leggen. Je zelfstandigheid en verkeersinzicht zijn hierbij een belangrijk onderdeel. Direct na jouw rijexamen hoor je van de examinator of je geslaagd bent. Wekelijks slagen er meerdere leerlingen van Verkeersschool Frank Schuurman voor hun rijexamen.

Examenonderdelen

De examinator toetst of je veilig en zelfstandig kunt rijden. En of je voldoende rekening houdt met andere weggebruikers. De examinator let onder andere op:

  • Inhalen
  • Kijkgedrag
  • In- en uitvoegen
  • Je beheersing van de auto
  • Of je goed voorrang verleent
  • Rijden op kruispunten en rotondes
  • Bijzondere verrichtingen

Je krijgt tijdens de rit verschillende opdrachten die inzicht geven in jouw zelfstandige rijgedrag:

  • Zelfstandig route rijden
  • Zelfstandig bijzondere manoeuvres uitvoeren
  • Gevaarherkenning door situatiebevraging
  • Milieubewust rijgedrag
  • Zelfreflectie

Voertuigeisen

Verder stelt de overheid eisen aan alle voertuigen die op de openbare weg rijden. Om in een personen- of bestelauto te rijden, heeft u rijbewijs B nodig. Het maximale gewicht van de auto mag niet meer zijn dan 3.500 kilo, inclusief belading. Wilt u meer goederen vervoeren? Dan heeft u een vrachtwagenrijbewijs (C of C1) nodig. Wilt u meer dan 8 personen vervoeren, uzelf niet meegerekend?

Vanaf 1 juli 2025 mag u met een rijbewijs B in een vrachtwagen of kampeerauto rijden van maximaal 4250 kilogram, inclusief belading. Dit geldt alleen voor voertuigen die rijden op elektriciteit, LPG of een andere duurzame brandstof. Wilt u met een aanhanger, oplegger of caravan achter uw auto rijden? U heeft rijbewijs B, BE of B+ (code 96) nodig om met een aanhanger te mogen rijden achter uw auto.

Lees ook: Alles over je rijbewijs

Je mag vanaf 16,5 jaar rijles nemen voor je autorijbewijs.

Geschiktheidseisen voor Rijbewijs B

Naast de praktische vaardigheden, zijn er ook geschiktheidseisen waaraan je moet voldoen om een rijbewijs B te kunnen halen. Deze eisen zijn vastgelegd in verschillende hoofdstukken en omvatten onder andere:

  • Hoofdstuk 3: Visuele eisen (gezichtsvermogen, gezichtsveld, donkeradaptatie)
  • Hoofdstuk 4: Aandoeningen die de rijvaardigheid kunnen beïnvloeden
  • Hoofdstuk 5: Diabetes mellitus (hypoglykemie, hypo-unawareness)
  • Hoofdstuk 6: Hart- en vaataandoeningen (hartfalen, ritmestoornissen, angina pectoris)
  • Hoofdstuk 7: Neurologische aandoeningen (epilepsie, slaapstoornissen, hersentumoren, beroerte)
  • Hoofdstuk 8: Psychiatrische aandoeningen (psychoses, persoonlijkheidsstoornissen, dementie)
  • Hoofdstuk 10: Gebruik van geneesmiddelen die de rijvaardigheid negatief beïnvloeden
  • Hoofdstuk 11: Syncope (flauwvallen)

In de volgende paragrafen worden enkele van deze eisen meer in detail besproken.

Visuele Eisen (Hoofdstuk 3)

Een goed gezichtsvermogen is essentieel om veilig aan het verkeer te kunnen deelnemen. De volgende eisen worden gesteld:

  • Gezichtsscherpte: Een rapport van een oogarts is vereist.
  • Gezichtsveld: Het bereik dient zich links en rechts minstens 50 graden uit te strekken en minstens 20 graden naar boven en beneden te zijn.
  • Donkeradaptatie: De donkeradaptatie dient min of meer ongestoord te zijn.

Diabetes Mellitus (Hoofdstuk 5)

Personen met diabetes moeten aan bepaalde eisen voldoen om geschikt te worden verklaard voor het rijbewijs. Personen met hypo-unawareness zijn ongeschikt voor alle rijbewijzen. Personen met herhaaldelijke ernstige hypoglykemieën zijn ongeschikt.

Lees ook: Rijbewijs Verlengen Losser

Hart- en Vaataandoeningen (Hoofdstuk 6)

Voor verschillende hart- en vaataandoeningen gelden specifieke eisen. Bijvoorbeeld, personen met NYHA klasse III moeten strenge eisen worden gesteld. Personen met een ICD kunnen onder voorwaarden geschikt worden verklaard.

Neurologische Aandoeningen (Hoofdstuk 7)

Epilepsie is een belangrijke factor bij de beoordeling van de rijgeschiktheid. Personen die vijf jaar aanvalsvrij zijn, ongeacht anti-epileptische medicatie, kunnen geschikt worden verklaard. Bij slaapstoornissen, zoals narcolepsie, moet er minimaal twee opeenvolgende maanden adequate behandeling plaatsvinden.

Psychiatrische Aandoeningen (Hoofdstuk 8)

Personen met een ernstige waanstoornis zijn ongeschikt. Bij stemmingsstoornissen, zoals depressie, moet de persoon minimaal een jaar onder behandeling van een psychiater zijn geweest.

Geneesmiddelen (Hoofdstuk 10)

Het gebruik van geneesmiddelen die de rijvaardigheid negatief beïnvloeden, kan een probleem vormen voor de rijgeschiktheid. De Stichting Farmaceutische Kengetallen (SFK) heeft een lijst van geneesmiddelen die de rijvaardigheid kunnen beïnvloeden. Er zijn verschillende categorieën:

  • Categorie 0: Het geneesmiddel heeft geen invloed op de rijvaardigheid.
  • Categorie I: Het geneesmiddel kan de rijvaardigheid beïnvloeden. Er kunnen zich neveneffecten voordoen.
  • Categorie II: Het geneesmiddel kan een matige invloed hebben op de rijvaardigheid. Er kunnen zich neveneffecten voordoen.
  • Categorie III: Het geneesmiddel heeft een grote invloed op de rijvaardigheid. Er kunnen zich neveneffecten voordoen.

Bij het gebruik van geneesmiddelen uit categorie I, II of III, is het belangrijk om de bijsluiter te raadplegen en de aanbevelingen van de arts op te volgen.

Syncope (Hoofdstuk 11)

Syncope, of flauwvallen, kan een risico vormen voor de rijvaardigheid. Er wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende vormen van syncope. Personen die eenmalig een provocatie-syncope hebben gehad, kunnen na zes maanden weer geschikt worden verklaard. Bij andere vormen van syncope gelden specifieke eisen.

Rijprocedure en Rijklaar maken

Hoofdstuk 1 gaat over het rijklaar maken, de bediening en beheersing van het voertuig en milieubewust rijgedrag. In hoofdstuk 2 wordt het gewenste, aangepaste, besluitvaardige en sociale rijgedrag beschreven dat vereist is voor een veilige deelname aan het verkeer. In hoofdstuk 3 worden slechts die onderwerpen van beoordeling behandeld die voor de betreffende examenonderdelen van toepassing zijn.

De examinator betrekt dus bij elk onderdeel van verkeersdeelneming de onderwerpen van beoordeling uit hoofdstuk 1 en 2. De verkeersregels en verkeerstekens worden in de Rijprocedure niet beschreven of toegelicht. Vereist is dat de gebruiker van deze Rijprocedure de verkeerstheorie volledig beheerst.

De instructeur dient de inhoud van de Rijprocedure te beschouwen als het leerdoel voor zijn leerlingen. Door de gedetailleerde beschrijving van het gewenste rijgedrag weet hij wat van zijn leerling tijdens het examen wordt verwacht. De wijze van opleiden wordt uiteraard geheel overgelaten aan zijn deskundigheid. De examinator beoordeelt het rijgedrag van de examenkandidaat op basis van de Rijprocedure. Tijdens het praktijkexamen stelt hij vast of, en zo ja in welke mate, het getoonde gedrag afwijkt van wat in de Rijprocedure is opgenomen. Afhankelijk van de aard en de ernst van het afwijkende gedrag en het aantal malen dat dit voorkomt, zal hij de kandidaat wel of niet rijvaardig verklaren.

Rijhulpsystemen (ADAS)

Voertuigen zijn uitgerust met rijhulpsystemen. Deze worden ook wel ADAS (Advanced Driver Assistance Systems) genoemd. Een overzicht met veel voorkomende rijhulpsystemen staat in ‘het ADAS Woordenboek’ van de ADAS alliantie.

Voor het meest wenselijk gebruik van deze rijhulpsystemen zijn er in 2023 algemene richtlijnen opgenomen in hoofdstuk 1 en 2 van deze rijprocedure. Deze richtlijnen zijn ontwikkeld op basis van de volgende uitgangspunten:

  • De bestuurder is altijd zelf verantwoordelijk voor het uitvoeren van de rijtaak, dus niet de auto of de rijhulpsystemen.
  • Een goede rijvaardigheid van de bestuurder blijkt uit veilig, comfortabel, sociaal en aangepast rijden. Dit mag met en zonder rijhulpsystemen.
  • Van de rijhulpsystemen weet de bestuurder redelijkerwijs waarvoor deze dienen, hoe deze werken en hoe hij deze zo goed mogelijk kan gebruiken.

De bestuurder weet dat:

  1. namen van rijhulpsystemen kunnen verschillen tussen auto’s (types en merk);
  2. ondanks dat rijhulpsystemen dezelfde functionaliteit hebben, de uitvoering of manier van bedienen tussen auto’s (types en merk) kunnen verschillen;
  3. weg-, weers- en verkeersomstandigheden van invloed kunnen zijn op de werking van de rijhulpsystemen.

De bestuurder weet wat een rijhulpsysteem kan én dat het rijhulpsysteem grenzen heeft aan wat het kan. De bestuurder kan zich doelbewust door de rijhulpsystemen laten informeren of ondersteunen (met uitzondering van noodsystemen). De bestuurder onderkent het risico van negatieve gedragsaanpassingen van zichzelf als gevolg van het rijhulpsysteem.

Samenvatting

Het behalen van een rijbewijs B vereist een goede voorbereiding, zowel theoretisch als praktisch. Daarnaast is het belangrijk om te voldoen aan de geschiktheidseisen die door het CBR worden gesteld. Door je goed te informeren en voor te bereiden, vergroot je de kans op een succesvol rijexamen en een veilige deelname aan het verkeer.

Populaire artikelen:

Plaats een reactie