Het in het noorden van Italië gelegen Turijn moet het op populariteit afleggen tegenover Milaan, maar de stad is zeker zo boeiend. De stad zuigt je op zoals ook andere Italiaanse steden dat kunnen, maar heeft bovenal een duidelijk eigen identiteit. Hierdoor voelt het er anders dan in Milaan wat steeds meer een mondiale uitstraling aan het krijgen is. Turijn is wel degelijk een trendy stad met een prachtig centrum maar ook aan de buitenkant van de stad vind je genoeg plekken die de moeite waard zijn.
Voor veel mensen heeft Turijn nog altijd het imago van een grijze zakenstad, maar dat is onterecht. In deze ruim tweeduizend jaar oude hoofdstad van de regio Piemonte, die omringd wordt door heuvels en bergen, vind je namelijk prachtige grote pleinen, barokke palazzi en indrukwekkende galerijen. En dan hebben we nog niet eens vermeld dat deze stad de bakermat van het Slow Food-beweging is. Lokaal eten vind je hier dus in overvloed.
Ondanks dat Turijn al in de derde eeuw voor Christus ontstaan is, ademt het een vrij jonge sfeer. Dat is te danken aan Napoleon, die in de negentiende eeuw het historisch centrum flink aanpakte. Met Parijs in zijn achterhoofd ging hij aan de slag. Het resultaat was een stad vol brede boulevards en chique galerijen. In 2006 kreeg de stad opnieuw een upgrade: dit was in verband met de Olympische Spelen die er dat jaar werden georganiseerd. De eeuwenoude paleizen werden opgeknapt en er werd bijvoorbeeld een nieuw metrostelsel aangelegd.
Eeuwenlang was Turijn de thuishaven van roemruchte families, zoals de fortuinlijke Savoyes. Veel gebouwen in en rondom de stad herinneren hier nog aan. Midden in het centrum vind je het reusachtige, achttiende-eeuwse Palazzo Reale. Een wandeling door de geweldig gedecoreerde vertrekken van dit paleis brengt je terug naar de tijd van het Italiaanse hofleven. Voor de poort van het Palazzo Reale ligt een ander pareltje: Palazzo Madama. Dit gebouw stamt al uit de middeleeuwen, wat goed zichtbaar is aan de achterzijde. De façade komt uit de tijd van de barok. Binnenin vind je een scala aan overweldigende kunst. Maar het hoogtepunt is het trappenhuis, dat bovendien gratis te bezichtigen is. In het even verderop gelegen Palazzo Carignano zagen de Italiaanse historische figuren Carlo Alberto en Vittorio Emanuele II het levenslicht. In ditzelfde palazzo huisde een halve eeuw later het eerste Italiaanse parlement, toen Turijn als hoofdstad van Italië fungeerde (1861-1865).
Het dynamische verleden van Turijn, als financieel hart en voormalige hoofdstad van Italië, geeft de stad vandaag een koninklijk en tegelijkertijd industrieel karakter. En dat zorgt weleens voor discussie, bijvoorbeeld over het stadsplan. Dankzij de negentiende-eeuwse, brede straten van Napoleon is het centrum zeer autovriendelijk. Decennialang kon de stad van FIAT dit alleen maar toejuichen, maar inmiddels is een aantal van deze boulevards gesloten voor auto’s. Er gaan zelfs stemmen op om de binnenstad volledig autovrij te maken. Het zal niet verbazen dat een groep geboren Turijners het hier grondig mee oneens is. ‘Turijn is dé autostad.
Lees ook: Tips voor autoverhuur in Kos-Stad
Turijn is uiteraard ook de stad van Fiat en de erfenis van deze autofabrikant is nog op veel plekken in Turijn te zien. Het Italiaanse merk is de bedenker van een van de meest iconische auto’s ooit, de Fiat 500, een van de eerste kleine auto’s die in miljoenen aantallen is geproduceerd.
De Familie Agnelli en Fiat
Turijn is ook de stad van de beroemde familie Agnelli, oprichter van het automerk Fiat. De Agnelli’s zijn tot op de dag van vandaag nog steeds belangrijk voor de stad en hebben decennia lang de economie bepaald in deze noordelijke streek. Nog steeds is de familie eigenaar van voetbalclub Juventus en hebben zij al hun kunstwerken geschonken aan het Agnelli museum (zie grote foto boven) bovenop het dak van de oude Fiat-fabriek in Lingotto.
Veel van deze auto’s zijn geproduceerd in Lingotto. De enige autofabriek met een eigen testbaan op het dak. Turijn is de autostad van Italië, zoals Eindhoven de lichtstad van Nederland is en waar de machtige familie Antonelli de naam van Philips draagt.
Rond 1900 was Turijn het woongebied van een ambitieuze elite van industriëlen die villa’s in de stijl van de Art Nouveau, Art Deco en het Eclecticisme lieten optrekken, om toch vooral te laten blijken dat men op de hoogte was van de internationale ontwikkelingen aangaande kunst en architectuur. Nog maar enkele decennia eerder had zich in Turijn een ingrijpende gebeurtenis voorgedaan. Toen maakte Victor Emanuel II (1820-1878) deze stad, die voordien al de hoofdstad was geweest van zijn koninkrijk Piëmont-Sardinië, tot de regeringszetel van het in 1861 één geworden Italië.
Al snel realiseerde hij zich echter dat Turijn hiervoor te decentraal gelegen was en bovendien wat culturele rijkdom betreft niet kon tippen aan Florence of Rome. En daarom verloor Turijn zijn pas verworven status reeds in 1865, toen de koning zijn hof verplaatste naar Florence en tenslotte in 1870 naar Rome. Plotseling was Turijn een gewone provinciestad geworden en stonden de bestuurders voor de opgave om een nieuwe identiteit te creëren. Na ruim een kwart eeuw van economische achteruitgang besloten zij hun kaarten te zetten op de ontwikkeling van de bankensector en moderne industrie.
Lees ook: Het verhaal achter Ford
Wat dat laatste betreft probeerden enkele ondernemers aanvankelijk in te haken op de uitbouw van het spoorwegnetwerk, dat destijds in late navolging van andere Europese landen in Italië ook van de grond begon te komen. Echter, een aantal avontuurlijker ingestelde zakenlieden investeerde in een branche die rond 1900 nog in de kinderschoenen stond: de automobielsector. Die industrie was toen nog ver verwijderd van de huidige massaproductie en bestond hoofdzakelijk uit kleine werkplaatsen die de elite voorzagen van prestigieuze of sportieve modellen.
Daaronder bevond zich ook het fabriekje van Giovanni Agnelli (1866-1945), die zich voorheen in zijn geboortedorp vooral met machinebouw had beziggehouden. Hij voorzag de grote potentie van dit nieuwe vervoersmiddel en streek daarom in 1896 in Turijn neer om zijn toekomstdroom daarin te verwezenlijken. Voor het benodigde kapitaal wendde Agnelli zich tot de bankiers en elitaire bovenlaag, die gretig op zoek waren naar nieuwe investeringsmogelijkheden die hun stad tot bloei konden brengen. Op 11 juli 1899 werden in het Palazzo Bricherasio de handtekeningen gezet voor de oprichting van de Società Anonima Fabricca Italiana di Automobili Torino, later afgekort tot FIAT.
Dankzij technisch vernuft en zakelijk instinct wist Agnelli al snel uit te groeien tot de grootste automobielbouwer van Italië en ging tijdens de Eerste Wereldoorlog ook motoren, ambulances, trucks en vliegtuigen produceren voor de strijdkrachten. Het eerste fabriekje, gelegen aan de Corso Dante en voorzien van een fraaie gevel in Art-Nouveau-stijl, was toen al veel te klein geworden en daarom gaf hij in 1916 de jonge architect Giacomo Mathé-Trucco opdracht om een ontwerp te leveren voor een veel groter en moderner exemplaar dat ruimte moest bieden aan tienduizend werknemers. Deze liet zich inspireren door de Ford-fabrieken in Detroit en schiep een complex op basis van de perfecte bedrijfsorganisatie volgens de principes van het Taylorisme: de Lingotto-fabriek.
In feite werd Lingotto nóg imposanter, zoals wel vaker voorkomt dat de kopie beter is dan het origineel. Het kolossale, vijfhonderd meter lange, gebouw bestaat uit vijf verdiepingen met spiraalvormige hellingsbanen aan de noord- en zuidzijde. De assemblage, volledig door de lopende band gestuurd, begon op de begane grond met het chassis, waarna op de eerste etage de motor werd geplaatst, op de tweede de wielophanging, op de derde de carrosserie en op de vierde het interieur. Via de zuidhelling kwamen de nagelnieuwe auto’s op het dak van de fabriek aan, dat dienst deed als testcircuit. Hierop werden ze stuk voor stuk uitgeprobeerd door ze enkele kilometers te laten rijden, om vast te stellen dat ze zonder mankementen functioneerden. Als dat laatste het geval was verlieten ze het gebouw via de noordhelling voor verder transport naar de automobielverkopers.
Volgens de beroemde architect Le Corbusier (1887-1965) stond de fabriek symbool voor de moderniteit en zouden in de toekomst ook de steden volgens dit concept gepland moeten gaan worden. Bij gereedkomen in 1923 was de Lingotto-fabriek het zinnebeeld van het futuristische ideaal dat Italië naar de buitenwereld wilde uitstralen en zelfs in een kunststroming tot uitdrukking kwam: het Futurisme.
Lees ook: Voertuigen in de Stad Puzzel
Dankzij deze geavanceerde productiewijze werden de FIAT-modellen steeds beter betaalbaar voor de consument, waardoor de productieaantallen jaar op jaar stegen. De arbeiders stroomden vanuit heel het land toe om voor het bedrijf te komen werken en Turijn onderging een ware bevolkingsexplosie. Op het hoogtepunt in de jaren zestig en zeventig was driekwart van haar inwoners op een of andere wijze bij de automobielfabricage betrokken. De oliecrisis betekende echter het einde van deze gouden periode en FIAT begon haar fabrieken naar de voorsteden en het buitenland te verplaatsen om goedkoper te kunnen produceren.
In 1982 kwamen de lopende banden in de Lingotto-fabriek definitief tot stilstand en belandde Turijn in een economische malaise. Amper een eeuw na haar wonderbaarlijke industriële wederopstanding moest de stad zich nogmaals opnieuw gaan uitvinden.
In plaats van de fabriek af te breken besloten de kleinkinderen van Agnelli samen met het stadsbestuur om een prijsvraag uit te schrijven om een nieuwe bestemming aan het complex te geven. Winnaar was de architect Renzo Piano (1937), die eerder reeds wereldfaam had verworven met zijn ontwerp van het Centre Pompidou in Parijs. Hij stelde voor om de Lingotto-fabriek in een kleine stad te veranderen met alle daarbij behorende functies zoals kantoren, winkels, een (automobiel)museum en universiteit met auditorium en studentenwoningen.
Het testcircuit op het dak is behouden gebleven als wandelgebied met bloemperken en plantsoenen, dat met een heliport en openbare bibliotheek in eigentijdse architectuur is uitgebreid. De herbestemming van de Lingotto-fabriek betekende voor Turijn tevens de aftrap voor een veel groter transformatieprogramma. In aanloop naar de Olympische Spelen van 2006 werd ook een aantal andere verlaten industriegebieden nieuw leven ingeblazen. Een indrukwekkend voorbeeld daarvan bevindt zich in het noorden van de stad, waar de voormalige fabrieksterreinen van Michelin en FIAT zijn omgetoverd tot het Parco Dora.
Museo Nazionale dell’Automobile di Torino
In de stad vind je een van de belangrijkste en fraaiste automusea ter wereld, het Museo Nazionale dell’Automobile di Torino. De verzameling van auto’s in het museum is uniek en wereldberoemd. Het museum heeft weinig weg van een traditioneel automuseum volgepropt met oude auto’s achter storende paaltjes. Museo Nazionale dell’Automobile is veel meer een reis door de tijd van de automobielindustrie op smaak gebracht met een Italiaans sausje en doet je bovenal verrassen.
Museo Nationale dell' Automobile in Torino Italy
Lingotto: Van Fabriek naar Modern Complex
De mooiste plek waar Fiat nog voortleeft is in het Lingotto, de voormalige Fiat-fabriek even buiten het historisch centrum van Turijn. Het complex is ontworpen door architect Matté Trucco en waar ooit de auto’s werden geproduceerd en getest, kun je nu winkelen, kunst en films kijken, eten, wandelen en slapen in een hotel (er zijn er twee). Op het dak wandel je over het vroegere testcircuit van Fiat.
Lingotto werd in 1922 geopend, nadat er zeven jaar was gebouwd aan wat toen de grootste autofabriek van de wereld was. Tot 1982 zijn hier ontelbaar veel Fiats gebouwd. Bijzonder was bijvoorbeeld de lopende band, die maar liefst over vijf verdiepingen voortliep. Hoe hoger je kwam, hoe completer de auto’s waren. Eenmaal op het dak waren de auto’s klaar voor de daar aangelegde testbaan, waar op een lengte van vijfhonderd meter een serieuze testrit werd gemaakt. Daarna reden de auto’s over een spiraalvormige hellingbaan naar beneden, klaar voor de verkoop.
In 1982 reed de laatste Fiat over het testcircuit en werd de fabriek gesloten. Gelukkig werd het gebouw niet met de grond gelijk gemaakt. De beroemde Italiaanse architect Renzo Piano kreeg de opdracht om het gebouw een nieuwe functie te geven. Hij werkte ruim zeven jaar aan de verbouwing en het resultaat mag er wezen! Het complex wordt nu vooral gebruikt voor beurzen en je vind er ook het overdekte winkelcentrum I Portici, een bioscoop, theater, museum en twee hotels.
Op het dak kwam het symbool van het nieuwe Lingotto, de Bolia, een bolvormige conferentieruimte van staal en glas met een prachtig uitzicht. De Pinacoteca Agnelli is een museum met schitterende werken uit de collectie van de familie Agnelli, een van de Fiat-families. Het gaat om een kleine collectie maar wel om grote namen, zoals Matisse, Picasso en Renoir.
Culinair Turijn: Slow Food en Meer
Turijn is de hoofdstad van de Noord-Italiaanse regio Piemonte. Het is dan ook geen toeval dat Turijn geldt als culinaire trendsetter van het land. Ook de vele koffiehuizen in de stad dragen bij aan het culinaire karakter van deze stad. Turijn is rijk aan historische cafés die vaak al een bezoekje waard zijn vanwege hun schitterende, klassieke interieurs waar je onder andere het iconische Bicerin-drankje (een combinatie van koffie, chocolade en room) kunt proeven.
In 1986 is Slow Food begonnen, in 1989 werd het officieel opgericht door Carlo Petrini (die afkomstig is uit het stadje Bra). Slow Food staat voor kwalitatieve producten, die zo min mogelijk impact hebben op de natuur (en dus lokaal zijn) met een eerlijke prijs voor de producent; toegankelijk voor iedereen. Aangezien Bra vlak bij Turijn ligt, is de beweging altijd heel actief geweest in Turijn, waardoor de stad al snel de bijnaam Slow Food-hoofdstad kreeg. Eens in de twee jaar vindt hier in oktober dan ook de Salone del Gusto plaats, een beurs waar Slow Food-voeding centraal staat.
Dat je in deze stad dus volop kunt genieten van heerlijke Slow Food-gerechten is inmiddels duidelijk. Maar wat zijn verder de specialiteiten van de Turijnse en Piemontese keuken? Om te beginnen: chocolade! Vooral de beroemde gianduiotti of giandujotti, romige chocolaatjes met hazelnoot. Verder: grissini, het Italiaanse antwoord op de soepstengel. Ook het inmiddels wereldberoemde gerecht vitello tonato (dunne plakjes kalfsvlees, met een saus van tonijn, mayonaise en kappertjes) is afkomstig uit Piemonte.
Als je hier toch bent loop dan zeker even binnen bij Eataly (tegenover Lingotto). Deze Italiaanse food-formule is een supermarkt, delicatessenwinkel en restaurant ineen en kun je er uitsluitend Italiaanse producten van de hoogste kwaliteit kopen. Ook bij Lingotto vind je een aantal leuke winkels met als hoogtepunt voor food-lovers en ‘La Bella Italia’ de eerste van de inmiddels meer dan twintig vestigingen van Eataly waarvan er 11 in Italië zijn gevestigd.
Accommodatie in Turijn
Wie wil overnachten in deze noordelijke stad heeft nogal wat keuze. Wij hadden het geluk te worden uitgenodigd door het Palace Hotel tijdens onze 9 dagen durende blogreis door Italië. Het hotel ligt op een gunstige plek in de stad, direct tegenover het grote trein- en metro-station van Turijn waardoor je als bezoeker van de stad bijna het hotel binnen stapt als je in Turijn aan komt. Het hotel ademt luxe met fraaie en ruime kamers. Deze zijn klassiek ingericht en bieden veel comfort met zeer goede bedden. Beneden naast de ontvangst is vind je een al even fraaie lobby met een bar waar de barkeeper prima cocktails weet te bereiden al moet je eigenlijk ook altijd de lokale Grappa proberen, overigens niet iedereen zijn favoriet. Het hotel beschikt over prima en gratis wifi, voor ons altijd een lakmoes proef als we ergens verblijven. Het hotel personeel verdient een prijs en zou best model mogen staan voor heel wat andere hotels. Het ontbijt blijft op het niveau zoals je eigenlijk verwacht met gelukkig steeds vaker volop de keuze om gezond te ontbijten. Je moet wel van goeden huize komen om dit zo te houden want naast al het gezonde vind je er ook iets te lekkere citroentaart.
Winkelen in Turijn
Wie de draaideuren van het Palace Hotel uitstapt en linksaf slaat komt na een paar honderd meter al bij de beroemde winkelstraten van Turijn. Wie geld wil uitgeven en uitgebreid wil gaan shoppen kan dat zeker op de Via Roma en de Via Garibaldi waar de grote modezaken zitten. Toch kiezen wij het liefst voor de gezellige straatjes in het Centro Storico waar je veel meer kleine en leuke winkeltjes kunt vinden.
De Torino Card
De Torino Card is bedoeld voor iedereen die in alle rust Torino [Turijn] en omgeving wil ontdekken en dan ook nog eens tegen een gereduceerde prijs. De kaart geeft toegang tot wel 150 musea, monumenten, kastelen en forten in Torino [Turijn] en Piemonte. De lift van la Mole Antonelliana, de Sassi-Superga tram, TurismoBus Turino en de bootjes op de Po zijn gratis op vertoon van La Torino Card.
Daarnaast zijn er nog tal van kortingen op activiteiten in het gebied. Er zijn vier varianten te koop. Een kaart van 18 euro die 2 dagen geldig is, een van 20 euro die 3 dagen geldig is, een van 30 euro voor 5 dagen en als laatste een van 35 euro voor 7 dagen. De kaart is gratis voor kinderen onder de 12 jaar onder begeleiding van een volwassene. Je kunt La Torino Card verkrijgen bij de toeristische informatiepunten, Punti Informativi di Turismo, bij het vliegveld, treinstations, de grote metrostations en bij sommige hotels.
Musea in Turijn
Ook op cultureel gebied heeft de stad veel te bieden zoals bijvoorbeeld het Museo Egizio dat de grootste collectie Egyptische kunst buiten het museum in Cairo heeft. In het Palazzo Carignano, een schitterend bakstenen palazzo met een rondlopende voorgevel, is een museum gevestigd dat is gewijd aan de éénwording van de Italiaanse staat in 1860.
Aan de Piazza Castello, het hoofdplein van Torino [Turijn], staat het Palazzo Madama. Het statige gebouw is gebouwd op de restanten van de oorspronkelijk Romeinse stadsmuren en herbergt het Museo Civico d'Arte Antica. In het Palazzo Reale, aan het gelijknamige plein, vind je de gebruiksvoorwerpen en verzamelde kunstvoorwerpen van het beroemde koningshuis van Savoia dat hier van 1660 tot de éénwording de scepter zwaaide. Achter het palazzo ligt een schitterende tuin die vrij toegankelijk is en waar een prettige sfeer hangt. Hier kun je rustig op een bankje zitten en je tramezzino eten tussen de moeders met kinderen en de joggers.
Een ander beroemd monument is de lijkwade van Christus, La Sindone. Een replica is tentoongesteld in de Capella della Sacra Sindone achter de Duomo. Het sobere gebouw ondergaat een restauratie aan de buitengevel. De stellages zijn eerder een aanwinst dan een plaag voor het onopvallende bouwwerk. La Sindone, het beroemde en meest dubieuze van alle relikwieën blijft een bron van discussie. Na een koolstofdatering die niet verder terug gaat dan de 12e eeuw, zijn recentelijk klaarblijkelijk toch weer sporen gevonden van pollen die rond het jaar nul in de buurt van Jeruzalem voorkwamen...
Basilica di Superga
Zo'n tien kilometer buiten de stad tenslotte vind je op een heuvel de schitterende Basilica di Superga; hier heb je werkelijk een schitterend uitzicht over Torino [Turijn] en de Alpen. De inwoners van Torino [Turijn] komen er vaak om een bloemetje neer te leggen bij het monument voor het voetbalteam AC Torino. Het team, in 1949 het beste van Italië en van heel Europa, vloog bij terugkeer van een match met het vliegtuig tegen de heuvel; niemand overleefde de ramp.
Vanuit het iets lager gelegen dorp Superga kun je een aantal mooie en goed aangegeven wandelingen maken. Het dorp is te bereiken met de auto, maar zeker op zondag niet aan te raden vanwege de vele Torinesi die een dagje uit gaan.
Kortom, Turijn is een stad met een rijke historie, een bruisende cultuur en een heerlijke keuken. Een bezoek aan Turijn is dan ook zeker de moeite waard!
