In de wereld van klassieke BMW motorfietsen is de naam Thijs Hut geen onbekende. Met zijn bedrijf Boxerlijn, gevestigd in Buitenpost, heeft hij een reputatie opgebouwd als een expert in BMW motoren. Dit artikel duikt in de wereld van Thijs Hut en zijn passie voor BMW motorfietsen.
Het verhaal begint met Bauke Huitema, een BMW-liefhebber in hart en nieren. Na een motorloze periode van 30 jaar begon het bij hem weer te kriebelen om te sleutelen. Tijdens zijn werk bij Simon Schram Motoren had hij al eens een R75GS gebouwd, samen met zijn broer. Deze motor werd niet lang geleden verkocht aan Thijs Hut van Boxerlijn.
Huitema zocht contact met Thijs en vroeg hem of hij nog een leuk project had staan. En jawel, hij had nog een BMW K100 staan, die wel een goede opknapbeurt kon gebruiken. Voor een nette prijs kon Huitema deze overnemen. Deze aankoop werd zijn ‘Project 1’, de Flyingbrick. Inmiddels volgen er al nieuwe projecten!
De passie voor BMW motorfietsen is diepgeworteld. Bauke Huitema reed al vanaf zijn 18e BMW, van een R75/5 naar een R100RS. Na 30 jaar bleken niet alleen de motoren te zijn veranderd, maar ook hijzelf. Inmiddels rijden zijn vrouw Anneke en hij alweer enkele jaren op hun 2e LT.
Thijs Hut is dus een bekende naam in de wereld van BMW-liefhebbers. Maar wat maakt zijn werk zo bijzonder? Om dat te begrijpen, moeten we dieper ingaan op de cultuur rondom cafe racers en de invloed van BMW daarin.
Lees ook: Alternatieven voor Thijs Koopt Auto
De Opkomst van de Cafe Racer Cultuur
De cafÈ-racer is een typisch Engels verschijnsel. In 1937 werd op de motortentoonstelling van Earles Court een nieuw type motorfiets gepresenteerd; de Triumph Speed Twin. Het vernieuwende van deze motor was dat het een staande tweecilinder kopklepper was en in een tijdperk waarin de dienst werd uitgemaakt door ÈÈncilinders en zijkleppers in V-twin-vorm was dat sensationeel nieuws. De Speed Twin was nauwelijks zwaarder of breder dan een ÈÈncilinder, maar was veel soepeler en had meer vermogen.
In datzelfde jaar behaalde BSA een eclatante zege op het circuit van Brooklands, een kombaan waar vaak recordpogingen werden gedaan. Wal Handley slaagde erin met een BSA Empire Star een ronde af te leggen met een gemiddelde snelheid van meer dan 100 mijl, hij reed zelfs 107,5 mijl per uur. Op het hobbelige circuit, op een motor zonder achtervering, met smalle bandjes en een Webb-voorvork was dit een hele prestatie.
Na de oorlog volgden vrijwel alle Engelse fabrieken het voorbeeld van Triumph en kwamen met een staande twin op de markt. In 1947 werden de eerste Clubmans races op Man werden gehouden. Twee jaar later verschenen de eerste Gold Stars aan de start en dat resulteerde in een eerste plaats voor BSA. Tot de laatste Clubmans TT in 1956 beheersten de Gold Stars de 350cc klasse en tijdens de laatste race reden slechts twee rijders niet op een Gold Star.
BSA Gold Star DBD34 Clubman uit 1956, een icoon in de cafe racer geschiedenis.
Deze en vele andere race-successen oefenden een enorme invloed uit op de jonge motorrijders. In Engeland was (en is) motorrijden veel populairder dan in Nederland en vrijwel iedere jonge knul die het zich kon veroorloven kocht in de jaren '50 een motor. Het was dus logisch dat iedereen een Engelse ÈÈnpitter of twin kocht.
"Crack the ton" was het doel waar iedereen naar streefde, oftewel sneller rijden dan 100 mijl per uur. Veel motoren werden daarom opgevoerd en omgebouwd tot straatracers. Een cafÈ-racer moest er snel, gevaarlijk en gemeen uitzien.
Toen Triumph in 1953 de Tiger 110 uitbracht was dat een motor die volgens de fabriek 110 mijl per uur zou kunnen rijden. Goed sturen deed de Tiger echter niet want met zijn enkele buis-frame had hij de wegligging van een natte krant. Motoren die wel goed stuurden luisterden naar de naam Norton.
Zo is dus de Triton ontstaan: een Triumph-blok in een Norton Featherbed frame. Daarnaast zijn ook andere bitza's ontstaan zoals de Tribsa (een Triumph-blok in een BSA-frame), de Norbsa (een BSA blok in een Norton frame), de Norvin (een Vincent blok in een Norton frame) en andere varianten.
In 1969 brak er een nieuw tijdperk aan waardoor alle cafÈ-racers op slag gereduceerd werden tot het niveau van de autoped. Enkele maanden eerder kwamen BSA en Triumph met hun drie-cilinders op de markt die gebouwd waren voor een kruissnelheid van 100 mijl, maar de grote klap viel toen Honda zijn CB750 viercilinder presenteerde.
Volgens een recentie gooide een Londense rocker aan wiens rijkwaliteiten getwijfeld werd een muntje in de jukebox, en selecteerde "Sheila" van Tommy Roe. Wanneer de muziek begon, "rende hij naar buiten, en trapte zijn Triumph aan. Dan scheurde hij de North Circular Road op, en begon aan het voorgeschreven parcours van bijna zes kilometer".
Dit werd Record Racing genoemd. Het vond plaats vanuit de koffiebars en chauffeurscafees rondom Londen, in de jaren zestig. Volgens dit boek werd er gereden op Nortons, Triumphs en soms een enkele Vincent. Een motor die de "Ton-up" niet haalde werd niet serieus genomen. (Ton -up => 100 mph).
De cafÈracerscene kreeg vooral in en rond Londen gestalte. De bekendste cafÈ's waren de Busy Bee aan de A41, Johnson's aan de A20 en het beruchte Ace CafÈ, dat aan de noordelijke rondweg lag.
De opkomst, ondergang en opmars van caféracers
Thijs Hut en de Moderne Cafe Racer
Hoewel de cafe racer cultuur zijn oorsprong vindt in Engeland met merken als Triumph en Norton, heeft Thijs Hut met Boxerlijn een brug geslagen naar de wereld van BMW. Door klassieke BMW modellen te restaureren en om te bouwen tot cafe racers, geeft hij een nieuwe draai aan deze klassieke stijl.
Zijn expertise en passie voor BMW motorfietsen maken hem een belangrijke speler in de Nederlandse motorwereld. Of het nu gaat om het restaureren van een klassieke R75/5 of het bouwen van een unieke K100 cafe racer, Thijs Hut weet de essentie van BMW te vangen en te combineren met de stijl en snelheid van de cafe racer cultuur.
Het verhaal van Bauke Huitema en zijn projecten met Thijs Hut illustreert de passie en toewijding die kenmerkend zijn voor de BMW-gemeenschap. Het laat zien hoe de liefde voor klassieke motoren kan leiden tot prachtige projecten en een hernieuwde waardering voor de rijke historie van BMW.
Een voorbeeld van een BMW cafe racer, een stijl die Thijs Hut met Boxerlijn omarmt.
