De Geschiedenis van Tigchelaar Breda en hun Relatie met Ford

Tigchelaar, dat dit jaar 100 jaar bestaat, gaat zich richten op Ford, waarvan het sinds 1953 dealer is. “Daarvan hebben we in Midden- en West-Brabant 6% van de markt. Binnen Ford mag je doorgroeien naar 10%. Die ambitie hebben we ook.”

Recentelijk heeft er een verschuiving plaatsgevonden in de dealerschappen van Seat en Skoda voor Breda en Oosterhout. Het dealerschap van Seat en Skoda voor Breda en Oosterhout verhuist van Tigchelaar naar Van Tilburg Bastianen. De verkoop van de twee merken aan de TB-Groep had wat betreft Tigchelaar niet gehoeven.

TB Groep neemt alle 25 medewerkers over. “Je kunt je daar nog tegen verzetten, maar dit was het goede moment. Ik ben blij dat al onze medewerkers mee kunnen. We hebben een mooi team, waarmee we binnen Skoda onlangs nog een prijs kregen als grootste stijger in klanttevredenheid.”

De "Eersteling": Een Stukje Geschiedenis

Het schip is een van de oude (zelfs de oudste) ijzeren de Boer-aak gebouwd in Lemmer. Het schip was gebouwd van 7mm ijzeren plaat. Oorspronkelijk werd het schip gebouwd in 1899 voor de Lemster visserman “Grote Steven Visser”.

Die was echter niet tevreden met het resultaat dat Pier de Boer hem toonde en weigerde afname. Hij vond de kop te bol en de kont te smal. Uiteindelijk kreeg hij de tweede aak die de Boer bouwde en die “behaalder” was.

Lees ook: Dagje uit Friesland? Tigchelaar helpt u op weg!

De eerste ijzeren aak die Pier de Boer bouwde, de LE28, was 25% zwaarder dan een vergelijkbaar houten schip, omdat Pier voor dit scheepje staalplaten van 7 mm. dikte gebruikte, terwijl 5 mm. ook zou volstaan. In de begintijd moesten de scheepsbouwers nog wat zoeken naar de juiste constructies en bouwwijzen in staalijzer.

Dit eerste ijzeren schip van de Boer was 'moeders mooiste niet', zoals de vissers zeiden. 1900 - LE28 - 'Vrouwe Jacobine' - P. Het was bijzonder zwaar gebouwd, altijd groen in de verf en zeewaardig.

Bij stormweer is de LE28 tengevolge van een krabbend anker eens op de strekdam van de spuisluizen te Kornwerderzand terecht gekomen. Het enige gevolg was een deukje in het vlak, zo zwaar was de aak gebouwd.

In 1935 kochten de gebr. Blom in Hindelopen het schip voor f 1.000,-, nadat in 1934 een T-ford motor was ingebouwd. De registratie werd H.I.8 en de naam Arend.

In 1938 werd nog eens een reddingsactie ondernomen vanuit Hindelopen en de bemanning van de tjalk Morgenstond (man, vrouw, 6 kinderen en een hond) in veiligheid gebracht. In 1940 door de Duitsers gevorderd, maar na 19 dagen teruggegeven.

Lees ook: Bluekens Breda Beoordelingen

Tijdens de bezettingsjaren ging het kuilvissen door, meestal 's nachts en daardoor vaak met onderduikers aan boord, die overdag weg moesten wezen. Via Staveren komt de aak in Volendam terecht en wordt in 1954 gekocht door de Amerikaanse scheepsarchitect Fred Spaulding Dunbar.

Deze Amerikaan had zich tijdens het bezichtigen van de in aanbouw zijnde Groene Draeck, kritisch uitgelaten over de zeileigenschappen van de oud-Nederlandse schepen. Toen hij echter een proef tocht mee mocht maken, werd hij zo enthousiast dat hij prompt zo'n schip zocht en kocht: de LE28.

Helaas ontbrak het deze Amerikaan kennelijk aan ieder begrip voor onze schepen want op de werf 'Westhaven' te Amsterdam liet hij de oude aak verprutsen tot een jacht met midzwaard, torentuig, andere roervorm, preekstoel en wat niet al.

Gelukkig bleken 's mans financiële middelen onvoldoende, het schip werd opnieuw verkocht en onder leiding van Lunstroo zo goed mogelijk in de oude toestand teruggebracht, met name door de goede zorgen van de heer Schneider uit Ede. Daarbij vervaardigde Lunstroo bijgaande tekeningen. Het schip vaart thans onder de naam 'Vrouw Jacobine' in eigendom van de heer Th.A.

Op de werf van Pier de Boer in Lemmer zijn sinds 1874 tal van houten binnenaken, botaken en andere schepen gebouwd. In 1899 waagt men zich op deze werf aan een nieuw scheepsbouwmateriaal: ijzer.

Lees ook: Ervaringen met TB Occasion Center

In het vroege voorjaar van 1900 gaat deze 40 voets aak te water. De „Eersteling" wordt gebouwd voor Willem van der Bijl, bijgenaamd Bleke Willem, geboren 19 oktober 1863 te Dronrijp. De bouwsom bedraagt acht-tienhonderdtweeënzeventig gulden en zestig cent.

Met een huiddikte van zeven mm is het een zwaar gebouwd vaartuig: de verplaatsing is 15 ton, tegen 12 ton voor een even grote houten aak. Nog datzelfde jaar kan de nieuwe Lemsteraak haar zeewaardigheid en degelijkheid bewijzen wanneer er een schip in nood verkeert.

Vanwege haar nieuwe zeilen wordt de LE28 uitgekozen om hulp te verlenen. Met een man of tien aan boord en evenveel emmers om te hozen, steekt de „Eersteling" in zee. Men slaagt erin de bemanning van het zinkende schip te halen en behouden aan wal te brengen.

In 1912 komt Willems dertienjarige zoon Abe deel uitmaken van de bemanning. In 1915 varen ze ook met een zekere Pieter Bijlsma aan boord. Op een keer moet in een stormachtige bui de fok snel naar beneden.

Doordat daarbij de neerhaler breekt, gaat Bijlsma overboord. Gelukkig is hij een heel goede zwemmer en hij weet in de hoge golven het hoofd boven water te houden. Willem gooit eerst bovenwinds de vlet los, maar die mist Bijlsma.

Met moeizaam manoeuvreren en veel inspanning lukt het tenslotte om de drenkeling weer aan boord te krijgen. In 1899, voor een bedrag van Fl. 1872,60, nieuw laten bouwen voor Willem v.d. Bijl (bleke Willem), gehuwd met Jantje Buursma, te Delfstrahuizen. Beroep: binnenvisser.

Dit is de eerste ijzeren Lemmeraak, die P. de Boer bouwde. In 1900 werd hij te water gelaten en kreeg de naam "Eersteling". Plaatdikte van de romp 7 mm. De aak had een hoge kop en een smalle kont.

Deze smalle kont was gedaan om het schip lichter te maken(minder ijzer) en sneller te kunnen zeilen, daar het gewicht + 15 ton was. Ter vergelijking een 40-voets houten aak woog + 12 ton. Da zeilen werden gemaakt door de Vries uit Lemmer.

Inmiddels is de fam. v.d. Bijl verhuisd naar het Achterom in Lemmer. In 1912 kwam Abe, de zoon van Willem, bij zijn vader werken. In 1929 werd er een T-Ford benzinemotor ingebouwd, daardoor was men niet meer zo afhankelijk van de wind.

Later is Siebolt ook bij z'n vader gaan werken. De visvangst wordt steeds slechter (Afsluitdijk), zodat Willem in 1933 de aak overdoet aan Abe voor F1. 865,-- geheel compleet incl.

Onder dit visserijnummer vaart Abe, die inmiddels vanuit Lemmer naar Makkum is verhuist, met als compagnons G.Mulder en J.Poepjes en de knechten J.de Vries en ..... bijnaam Lubbe. In 1937 verkopen zij de aak aan Rein en Ige Blom uit Hindeloopen voor F1.

In 1942 vervangen de gebroeders Blom de oude T-Ford voor een Juncker 2 cylinder 20 pk/1500 toeren diesel mat handstart, bouwjaar 1940. Volgens de inschrijving moet het nummer zijn HI18, maar Blom blijft bij HI8 (zie ook diverse foto's), waarschijnlijk een verschrijving door de tweede maal.

In 1948 verkopen zij de aak aan K. v.d. Meulen en H. van Dijk uit Stavoren voor F1. V.d.Meulen en van Dijk hebben 1 jaar gevist met de aak, daarna ruilde zij haar met Jaap Schilder uit Volendam voor een rondbouw met zeilen en motor uit 1938 + een bijbetaling door Jaap Schilder van Fl.

Jaap Schilder, Jaap van Frerik voer met zijn zoon Nicolaas en 3 knechten. In 1953 vervangen zij de Juncker diesel voor een Kromhout 1 cylinder 20 pk/400 toeren no. 3987 uit 1932. Deze was te zwaar zodat de aak een stuk opgeboeid werd.

In 1955 gestopt met vissen. Jaap kreeg hartklachten en Nicolaas gaat bij de Draka-fabriek, in Amsterdam, werken. In 1956 wordt de aak verhuurd aan Jan Kroon uit Volendam.

In 1957 verkoopt Jaap Schilder de aak aan Cornelis Kaars uit Monnickendam voor F1. 3800,--, van beroep bakker later onroerendgoed handelaar. Hij kocht schepen samen met Dirk Stavenuiter.

Te koop aangeboden een Lemsteraak, gebouwd door de Boer in Lemmer, als "De Groene Draeck ". De telefoon stond roodgloeiend, het was nml. in dezelfde tijd, dat er veel geschreven werd over het kado voor Beatrix.

De advertentie is niet geheel correct daar de VD9 nog een orginele visserman is en ook veel kleiner dan "De Groene Dreack". Zij verkopen de aak aan de Amerikaanse scheepsarchitect F. Spaulding Dunbar voor Fl.

Dhr. Spaulding heeft zo z'n eigen ideeën over zeilende rondbodems, zodat hij de zwaarden laat vervallen en er een midzwaard in laat maken, plus een roer met een ophaalbaar blad, een stalen boegspriet met preekstoel en plankier + een komplete zeereling.

Op het vlak laat hij ongeveer 2 ton beton met ponsdoppen storten. Hij laat door de Nederlandse scheepsarchitect H. Lunstroo uit Amsterdam de aak opmeten en diverse tekeningen vervaardigen. Al deze veranderingen worden bij scheepswerf Westhaven (later Porsius) te Amsterdam gedaan. (Koperen naamplaat met werfnummer nog in de aak aanwezig).

In 1960 gaat Hr. Spaulding failliet en blijft de aak op de werf Westhaven liggen. Daardoor is de aak eigendom van de werf geworden. In 1962 koopt J.M. Driessen uit Veghel, voor Fl. n 1967 koopt H.S. Schneider uit Ede de aak voor F1.

40.000,-- en noemt hem "Almere". Deze laat Lunstroo een nieuwe tekening maken en verwijdert het midzwaard en boegspriet en laat twee nieuwe zwaarden, roer en kluiverboom bij scheepswerf Engelaer in Beneden Leeuwen maken.

Beeldhouwer A.E. van Reek uit Capelle maakt de leeuw op het roer en 2 beretanden uit houtsnijwerk. Het is nu weer een echte Lemmeraak geworden! In 1974 laat Schneider, Hoekstra uit Lemmer er een nieuwe Volvo-Penta MD-198 4 cylinder 68 pk/4500 toeren no. 25-567G diesel inbouwen.

In 1977 verkoopt hij de aak aan Th.A. Kruis uit Zevenbergen, deze noemt haar "Vrouwe Jacobina". Hij laat de aak inschrijven in het Stamboek voor Ronde en Platbodemjachten onder no. 903.

In 1985 biedt hij via een scheepsmakelaar de aak te koop aan. K. Stillebroer uit Lemmer reageert hierop, maar worden het niet eens over de verkoopprijs. In 1987 komt Stillebroer weer in kontakt met Kruis (de aak ligt nu bij een andere makelaar in Nigtevecht) en zij komen na enige maanden van onderhandelen tot de aan- en verkoop van de aak.

De motor is in slechte staat en de nieuwe eigenaar laat deze eerst reviseren bij Volvo-Penta dealer Vos en Mulder in Weesp, voordat hij de tocht naar de geboorteplaats van de LE28 aanvangt. In Okt. '87 wordt er meegedaan aan de Bolkoppen race in Stavoren.

In de winter van '87-'88 wordt de aak grondig onderhanden genomen. De aak staat in een loods in Lemmer. O.a. de romp wordt gestraald en in een epoxy verfsysteem gespoten.

Rein v.d. Berg uit Lemmer verandert de strijkklampen en maakt een overloop voor de fok, helmstok, overloop, zwaardlieren, roer en schroefraam en de aansluitingen voor het staand- en lopend want in de top van de mast worden veranderd. Er wordt een nieuwe fok gemaakt, die beter past en de kluiver wordt aangepast.

Het katoenen grootzeil wordt in Spakenburg getaand, nadat zeilmakerij de Vries uit Lemmer het eerst heeft gerepareerd en voorzien heeft van nieuwe touwlijken. Bij scheepstimmerbedrijf Dörr in Lemmer wordt het later aangebracht extra stuk keuken en kaartentafel vervangen voor een originele betimmering, zoals reeds aanwezig is.

In de garderobe hoek komt een extra kooi, de badkamer en de voorhut krijgen ook originele aangepaste deuren met kozijnen + nog tientallen kleine timmerwerkzaamheden. Als laatste komen er nieuwe kussens met stoffen bekleding in.

De oude afgekeurde marifoon wordt vervangen voor een Sailor 144 en er komen een snelheids en dieptemeter in + radio met handpeiler. Overwogen wordt nog om een Decca AP aan te schaffen. Inmiddels is de aak ook gemeten en heeft als nummer gekregen, VB173.

In het jaar 1988 bestaat de Lemsterzeesluis 100 jaar en wordt er een herdenkingstegel gemaakt door Tichelaar in Makkum met de afbeelding van de sluis en de LE28. Het was nml: 100 jaar geleden, dat een Lemmeraak de eerste boot was, die door de sluis voer.

Mevr. Mulder - v.d. Bijl (weduwe van G. Mulder) Lemmer, J. de Visser. Den Oever (visserman WON10), Rein en Ige Blom Hindeloopen, H.van Dijk jr. (zoon van H.van Dijk) Stavoren, N. Schilder (zoon van Jaap Schilder) Volendam, Mevr. Roos - Kaars (dochter van C. Kaars) Monnickendam, Porsius sr. Frankrijk, J.M.Driessen Veghel, H.S.Schneider Ede, Th.A. Kruis Zevenbergen, Mevr. J.de Boer-Huisman (wed. van A.de Boer) Waarden, H. Lunstroo Amsterdam.

T.Huitema Wassenaar, D.v.d.Neut Lemmer, W. v.d. Bijl. Breda (familiearchief v.d. Bijl), H.Kingma Lemmer, J. van Deinum Lemmer, J. Brilleman Amsterdam, W. Hoekstra Lemmer, R. v.d. Berg Lemmer, R. Dirk Huizinga schrijft in zijn boek "Lemsteraken voor de recreatie":De eerste ijzeren aak die Pier de Boer bouwde, was voor hem een experiment. de traditionele methode.

Zijn eerste aak kwam er daarom wat apart uit te zien, met als resultaat dat opdrachtgever Steven Visser het schip niet wilde hebben. De aak had volgens hem te veel kop en te weinig kont. Achter lag het schip daarom te diep.

De zwaardklampen raakten het water, wat zou zorgen voor een onderhoudsprobleem en het berghout liep niet helemaal in lijn. Bouwen in ijzer was voor Pier de Boer nieuw en moest geleerd worden. Met de klinktechniek kon men geen doosconstructie maken, wat een probleem was bij het maken van de stevens en het berghout.

Populaire artikelen:

Plaats een reactie