Dit artikel biedt een overzicht van de belangrijkste Europese en Nederlandse mededingingsrechtelijke ontwikkelingen. De wetswijziging betekent dat de Autoriteit Consument en Markt (“ACM”) ook achteraf transacties kan onderzoeken die op basis van de voor het concentratiecontroletoezicht toepasselijke omzetdrempels niet meldingsplichtig waren, maar waarbij de overnemende partij met de transactie mogelijk misbruik maakt van zijn machtspositie.
De Commissie onderzoekt of Kohlberg Kravis Roberts & Co. (“KKR”) tijdens de beoordeling van haar overname van NetCo misleidende of onjuiste informatie heeft verstrekt. KKR is een investeringsbedrijf dat alternatieve vermogensbeheer-, kapitaalmarkt- en verzekeringsdiensten aanbiedt. NetCo is een nieuw opgerichte onderneming die bestaat uit de breedbandinfrastructuur van Telecom Italia S.p.A. (“TIM”), die het centrale kantoor met de straatkasten verbindt, en FiberCop S.p.A. Op 30 mei 2024 keurde de Commissie de overname onvoorwaardelijk goed.
De Commissie voorzag geen problemen op de door haar onderzochte Italiaanse markt voor groothandelsdiensten voor breedbandtoegang, op basis van onder meer de bewering van KKR dat langetermijncontracten van FiberCop met toegangsvragers als Fastweb en Iliad ook na de overname behouden zouden blijven.
De Europese Commissie (“Commissie”) heeft aangekondigd een diepgaand onderzoek te starten naar de buitenlandse subsidies waarmee het staatsoliebedrijf van Abu Dhabi, ADNOC, voornemens is de Duitse chemicaliënproducent Covestro over te nemen. De Commissie heeft de voorlopige bezwaren geuit dat de onbeperkte garantie en toegezegde kapitaalverhoging vanuit de Verenigde Arabische Emiraten mogelijk (i) de concurrentie rondom het acquisitieproces, en/of post-transactie (ii) de concurrentie op de markt waarop de fuserende partijen actief zijn, nadelig heeft (of zal) beïnvloed(en). De Commissie gaat beide aspecten nu verder onderzoeken in het tweede diepgaande FSR onderzoek naar aanleiding van een gemelde concentratie.
Op 17 juli 2025 heeft de Europese Commissie bekendgemaakt de voorgenomen overname van Boissons Heintz door Brasserie Nationale onder voorwaarden goed te keuren. De Luxemburgse brouwer verkrijgt via haar dochteronderneming Munhowen controle over drankendistributeur Boissons Heintz. De oorspronkelijke transactie zou volgens de Commissie mededingingsbezwaren opleveren op de Luxemburgse markt voor drankenlevering aan hotels, restaurants en cafés (horeca). Beide ondernemingen zijn de belangrijkste distributeurs op deze markt. Concurrenten zouden door de overname buitenspel worden gezet en er zouden te weinig alternatieven overblijven voor horecaondernemers.
Lees ook: Gids voor Tweedehands Caddy Automaat
Om deze bezwaren weg te nemen, boden de partijen aan om een meerderheid van de horeca-activiteiten van Boissons Heintz af te stoten. De koper zou daarbij alle noodzakelijke activa en personeel verkrijgen, evenals het recht op gebruik van de merknaam Boissons Heintz, de webwinkel en exclusieve importcontracten. De zaak werd door de Commissie in behandeling genomen ondanks het feit dat de omzetdrempels van de Concentratieverordening niet werden gehaald. Op verzoek van Luxemburg, dat zelf geen concentratietoezichtmechanisme heeft, werd de transactie doorverwezen op grond van artikel 22 Concentratieverordening.
De Commissie zal de koper van het af te stoten onderdeel in een afzonderlijke procedure goedkeuren.
Op 4 september 2025 heeft het HvJ antwoord gegeven op prejudiciële vragen over wanneer de verjaringstermijn wegens inbreuken op het mededingingsrecht begint te lopen in het licht van artikel 101 VWEU, het doeltreffendheidsbeginsel en artikel 10 van de Kartelschaderichtlijn. De zaak draait om een schadevordering (follow-on damages action) die is ingesteld in maart 2023 tegen Nissan Iberia SA (“Nissan“) door CP, een koper van een voertuig van Nissan. Deze vordering volgde op een besluit van de Spaanse Nationale Commissie voor Markten en Mededinging (“CNMC”) van 23 juli 2015 (gepubliceerd op 15 september 2015) waarin een inbreuk op het mededingingsrecht werd vastgesteld.
Het HvJ benadrukte dat het doeltreffendheidsbeginsel vereist dat de verjaringstermijnen de uitoefening van het recht op schadevergoeding niet in de praktijk onmogelijk of uiterst moeilijk mag maken. Dit betekent dat de verjaringstermijn pas mag ingaan nadat de inbreuk is beëindigd en de benadeelde persoon kennis heeft gekregen van de informatie die onontbeerlijk is om de schadevergoeding in te stellen.
Het HvJ overwoog dat een besluit van een nationale mededingingsautoriteit waartegen beroep is ingesteld niet bindend is voor de nationale rechter. Als de geldigheid van het besluit wordt aangevochten, kan de benadeelde persoon zich niet daadwerkelijk op dat besluit beroepen als onderbouwing van de schadevordering. De alternatieven om de verjaringstermijn te stuiten via buitengerechtelijke vorderingen of de bevoegdheid van de rechter om de procedure op te schorten, volstaan niet om aan de vereisten van het doeltreffendheidsbeginsel te voldoen.
Lees ook: Waarop letten bij een tweedehands 500X
Het HvJ oordeelt dat nationale regels die het gezag van gewijsde zo ver oprekken dat rechterlijke toetsing van arbitrale vonnissen onmogelijk wordt, in strijd zijn met het Unierecht. Sporters en clubs hebben recht op effectieve rechtsbescherming.
Op 22 juli 2025 verklaarde het College van Beroep voor het bedrijfsleven (“CBb”) de hoger beroepen van Philip Morris, JT International, British American Tobacco en Van Nelle Tabak tegen de boetes van de ACM ongegrond. De ACM legde de vier sigarettenfabrikanten in 2020 boetes van in totaal ruim € 82 miljoen op wegens het via groothandelaren uitwisselen van informatie over de toekomstige prijzen van pakjes sigaretten. Het CBb bevestigt deze kwalificaties en onderschrijft grotendeels het eerdere oordeel van de rechtbank Rotterdam. Het CBb oordeelt dat het bewijsmateriaal aantoont dat er een jarenlange praktijk van indirecte informatie-uitwisseling is geweest en dat geen van de fabrikanten zich hiertegen heeft verzet.
Daarbij ging de onderlinge communicatie veel verder dan gebruikelijk bij ‘normaal marktgedrag’ en was deze niet slechts ingegeven door het eigen belang van de afnemers om een betere marge te krijgen. Voor het aannemen van een OAFG is bovendien geen bewijs vereist van een subjectieve intentie; het volstaat dat sprake is van een welbewuste samenwerking - hetgeen de ACM volgens het CBb heeft aangetoond.
Waar het gebrek aan toegang tot de onderzoeksdatasets van de andere fabrikanten ‘op zichzelf’ een tekortkoming is, heeft de ACM die afdoende hersteld door het inrichten van een dataroom, aldus het CBb.
Anders dan de rechtbank, oordeelt het CBb echter dat de ACM voor de gehele overtreding sowieso de Boetebeleidsregels 2009 mocht toepassen. Dit omdat de fabrikanten na de wijziging van de Boetebeleidsregels 2009 (ten opzichte van de Boetecode 2007) nog zeer geruime tijd zijn doorgegaan met de overtreding (ongeveer 60% van de inbreukperiode). Het toepassen van de Boetebeleidsregels 2009 leidt daarom niet tot een schending van het lex mitior-beginsel. Het CBb acht de kwalificatie als zware overtreding verder passend en ziet geen reden om de boetes verder te verlagen.
Lees ook: Voordelen tweedehands Audi
Vanwege onder andere de twee dataroomprocedures is de omvang en complexiteit van de zaak aanmerkelijk toegenomen, waardoor de overschrijding van de reguliere vijfeneenhalf jaar voor kartelzaken niet als onredelijk moet worden beschouwd, aldus het CBb.
De Commissie heeft twee guidance letters gepubliceerd over respectievelijk een overeenkomst in de havensector voor gezamenlijke aankoop van elektrische containerafhandelingsapparatuur en een samenwerkingsverband in de automobielindustrie. Dit zijn de eerste guidance letters sinds de herziening door de Commissie van de Mededeling over informeel advies.
Een guidance letter is een informeel schriftelijk advies van de Commissie over hoe de EU-mededingingsregels kunnen worden toegepast in nieuwe of complexe situaties. Bedrijven kunnen erom vragen, maar blijven zelf verantwoordelijk voor hun eigen juridische beoordeling.
De Commissie concludeert dat de overeenkomst geen problemen oplevert onder artikel 101 VWEU, mits onder meer concurrentiegevoelige informatie beperkt blijft en de gezamenlijke inkoopvolumes worden begrensd.
De Commissie oordeelt dat ALNG geen mededingingsrechtelijke bezwaren oproept, zolang de groep openstaat voor andere bedrijven, vrijwillig blijft voor patenteigenaren, en er geen gevoelige bedrijfsinformatie wordt gedeeld.
Op 8 september 2025 heeft de Commissie Eurofield en diens moedervennootschap Unanime Sport, die voorwerp is van een mededingingsonderzoek, een boete opgelegd wegens nalatigheid in het voldoen aan de medewerkingsplicht. In dat traject heeft Eurofield schuld bekend, alsnog de missende informatie aangeleverd en proactief meegewerkt. Niettemin heeft de Commissie een boete opgelegd aan Eurofield en Unanime Sport gebaseerd op 0,3% van hun gezamenlijke wereldwijde omzet, met een boeteverlaging van 30% nu zij alsnog hebben meegewerkt zodra zij zich bewust waren van de schending van procedurele regels.
De zaak heeft betrekking op een van de drie FX-kartels die plaatsvonden tussen 2007 en 2013, waarbij handelaren van grootbanken concurrentiegevoelige informatie uitwisselden via online chatrooms. In totaal legde de Commissie boetes op voor bijna € 1,4 miljard met betrekking tot drie verschillende kartels, vernoemd naar de online chatrooms in kwestie: Three Way Banana Split, Essex Express en Sterling Lads.
UBS kreeg immuniteit doordat zij de Commissie op de hoogte stelde van het bestaan van de kartels. De overige banken schikten allemaal met de Commissie, met uitzondering van Credit Suisse. Zij volgde de standaardprocedure en kreeg een boete opgelegd van € 83,2 miljoen voor haar deelname aan de online chatroom van februari tot en met juli 2012.
Verkoop personenauto vanuit bv aan DGA
Over dit onderwerp adviseren wij al meerdere jaren. De auto, in deze zaak een Volvo, is aangeschaft in december 2019. De marktwaarde is op dat moment € 29.750. Er werd daarom over € 2.066 btw afgedragen, te weten € 434. de factuur inclusief btw en bpm uit op € 2.624. wel 26,9% box 2 belasting verschuldigd over het verkapte dividend.
BV koopt een auto voor ruim 80.000 euro. De rechtbank is het hier niet mee eens. Er werd daarom over € 2.066 btw afgedragen, te weten € 434. de factuur inclusief btw en bpm uit op € 2.624. In aanmerking genomen en is hierover sprake van uitdeling. Een mooie btw-besparing leidt. Andermaal dat deze handelswijze rechtmatig is. Wel 26,9% box 2 belasting verschuldigd over het verkapte dividend.
De Hoge Raad oordeelt, met verwijzing naar de derdenbeschermingsregeling in art. 3:86 lid 3 BW, dat voor bescherming door dit artikel en art. 2014 lid 2 (oud) BW niet doorkruist wordt indien de eigenaar met onachtzaamheid handelt en op die grond bescherming ontbeert.
Wanneer de koper van een kunstvoorwerp te goeder trouw heeft gekocht van een beschikkingsonbevoegde, kan de koper wellicht beschermd worden door artikel 3:86 BW. De vraag rijst dan hoe de rechter de maatstaf van goede trouw zal toepassen gezien de bijzondere aard van de transactie.
De goederenrechtelijke stelsels van de Lid-Staten van de Europese Unie vertonen aanzienlijke onderlinge verschillen. Dit kan het vrije verkeer van goederen, diensten en kapitaal nadelig beïnvloeden. Daarom is op onderdelen communautair ingrijpen geboden.
| Aspect | Details |
|---|---|
| BTW Voordeel | Besparing door afdracht over lagere overeengekomen vergoeding. |
| Box 2 Belasting | 26,9% verschuldigd over verkapte dividend. |
| Rechtmatigheid | Handelswijze is rechtmatig verklaard. |
