De geschiedenis van Nederland is rijk aan verhalen over innovatie, transport en de ontwikkeling van de samenleving. Een van de families die hierin een rol speelden, is de familie Van Hogendorp. In dit artikel duiken we in de geschiedenis van deze familie en de ontwikkelingen die Nederland in de 19e eeuw doormaakte.
Een Reis door Nederland in 1823
In de zomer van 1823 maakten Jacob van Lennep en zijn studiegenoot Dirk van Hogendorp een reis door Nederland. Van 28 mei tot 2 september trokken ze door de provincies Noord-Holland, Friesland, Groningen, Drenthe, Overijssel, Gelderland, Noord-Brabant, Utrecht en Zeeland. Jacob van Lennep hield een dagboek bij van deze voettocht, waarin hij hun ervaringen en observaties vastlegde.
De reis begon in Amsterdam en ging via plaatsen als Buiksloot, Saerdam, Purmerend, Monnikendam, Edam en Enkhuizen. Van Lennep beschreef de drukte in de haven van Amsterdam en de opkomst van het Nieuwe Kanaal. Onderweg hoorden ze over de moord op aannemer Huiskes, die zich verrijkt had door slinkse praktijken.
In Saerdam bezochten ze de hut van Czaar Peter, een belangrijke historische plek. Van Lennep noteerde de inscripties op de stenen die door Russische keizers waren geplaatst ter nagedachtenis aan dit bezoek.
De Tiendaagse Veldtocht en het Metalen Kruis
In 1830 vond in Frankrijk de succesvolle afzetting van Koning Karel X plaats, waarna de Belgen in opstand kwamen. In 1831 rukte het Nederlandse leger op naar Brussel tijdens de Tiendaagse Veldtocht om de opstand te onderdrukken. Jonge mannen uit heel Nederland, vooral studenten, meldden zich aan als vrijwilligers. Voor hun inzet ontvingen zij in 1831 het Metalen Kruis Vrijwilligers 1830-1831, ook wel bekend als het Hasseltkruis.
Lees ook: Dijk en Waard: Alles over auto's
Het Metalen Kruis is een vierarmig bronzen kruis met de gekroonde "W" in een krans van eiken- en laurierbladeren aan de voorzijde en de jaartallen "1830-1831" aan de keerzijde. Op de armen van het kruis staat de tekst "VRIJWILLIG TROUW AAN /KONING/EN/VADERLAND".
De Trekschuit en de Opkomst van de Spoorwegen
In die tijd reisden mensen te voet of te paard, over wegen die vaak niet meer waren dan karrensporen. Nederland vormde een uitzondering met zijn uitstekende vaarwegennet, dat de infrastructuur vormde voor de handelseconomie. De trekschuit was een betrouwbare en comfortabele manier van reizen, wat intensieve handelsbetrekkingen tussen Hollandse en Friese steden mogelijk maakte.
De aanleg van spoorwegen kwam in Nederland traag op gang, omdat het bestaande vaarwegennet goed functioneerde. Bovendien ontbrak het aan kennis en materialen, waardoor men aangewezen was op het buitenland, met name Engeland. Er was discussie over de spoorbreedte, waarbij Nederland uiteindelijk koos voor een bredere maat dan de omliggende landen.
In augustus 1839 kon de eerste proefrit worden gemaakt met de locomotief De Snelheid. Op 20 september 1839 werd de lijn Amsterdam-Haarlem officieel in gebruik genomen. De Haarlemse Gezondheidscommissie testte de trein om de effecten op de volksgezondheid te onderzoeken, waarbij geruchten over stikken door de snelheid of uiteenspatten van de hersenen werden ontkracht.
Economische Ontwikkelingen en de Harde Winter van 1844
In 1839 bouwde Willem Albert Scholten een fabriekje in Tonden voor de productie van aardappelmeel. Na een brand verplaatste hij zijn activiteiten naar Foxhol bij het Zuid-Laardermeer. Ondanks moeilijke beginjaren groeide het bedrijf uit tot een succes met stoommachines, meer werknemers en uitbreiding naar stroop, sago en dextrine. Scholten stichtte uiteindelijk 15 fabrieken in verschillende landen.
Lees ook: Zelf krassen uit je autolak halen
December 1844 bracht twee zeer koude periodes met zich mee, aangestuurd door een krachtig hogedrukgebied boven de Oostzee. De winter van 1845 was een koude kwakkelwinter met een redelijk stabiele decembermaand, een zachte januari en een wisselvallige februari. Maart kenmerkte zich door een noordnoordoostelijke stroming met zeer koude lucht.
Waterleiding, Riolering en Stadsreiniging in Amsterdam
Na de oprichting van de Duinwater Maatschappij in 1851 werden de meeste grachtenhuizen van Amsterdam aangesloten op het waterleidingnet, hoewel dit een luxe was. De arbeiders in volksbuurten merkten weinig van deze vooruitgang. In de 19e eeuw verschenen de eerste openbare badhuizen, maar baden waren niet populair, tenzij voor de gezondheid.
Amsterdam was vuil, met puinhopen en mestbelten. De oprichting van een vuilnisophaaldienst door Dr. Sarphati bracht enige verandering. In 1870 werd begonnen met de aanleg van een rioleringsstelsel, maar het zou nog lang duren voordat de Boldootwagen verdwenen was. In 1875 werd de stadsreiniging een gemeentelijke zaak.
Transformatie van Amsterdamse Grachtenpanden en Pleinen
De 17e en 18e-eeuwse grachtenpanden werden steeds meer omgezet in kantoren, soms door sloop en nieuwbouw, soms door verbouwingen. Handel en nijverheid namen toe, waardoor er behoefte was aan grotere kantoren. Verschillende maatschappijen vestigden hun hoofdkantoor in Amsterdam, het liefst in een fraai oud grachtenpand. De oude binnenstad groeide uit tot een zakencentrum.
In 1852 werd een standbeeld van Rembrandt onthuld op de Botermarkt, die werd omgedoopt tot Rembrandtplein. De Kaasmarkt werd Thorbeckeplein. Het Waaggebouw op de Botermarkt werd in 1876 gesloopt om plaats te maken voor een plantsoen. Op Oudejaarsavond in 1854 was het druk op de Dam, waar Amsterdammers bijeenkwamen.
Lees ook: Expertise van De Veiling Auto's B.V.
De Terugkeer van Willem Frederik in 1813
Op 30 november arriveerde Willem Frederik, de Prins van Oranje, op het strand van Scheveningen om het bestuur van Nederland op zich te nemen. Enkele weken eerder hadden Oranjegezinden onder leiding van Gijsbert Karel van Hogendorp de macht overgenomen van de Fransen. In 1795 was Willem Frederik met zijn vader, stadhouder Willem V, naar Engeland gevlucht voor de Fransen.
De Nederlandse Grondwet en Wijzigingen
De eerste Grondwet na herstel van de onafhankelijkheid kwam op 29 maart 1814 tot stand, op basis van een ontwerp van een commissie onder leiding van Van Hogendorp. Al in 1815 was herziening nodig vanwege de vereniging van Noord- en Zuid-Nederland. De belangrijkste veranderingen kwamen in 1848 tot stand, toen de basis werd gelegd voor het huidige parlementaire stelsel. In 1983 kwam er een algehele herziening van de Grondwet tot stand, waarbij onder meer de opzet ervan werd gewijzigd en nieuwe grondrechten werden vastgelegd. Na 1983 vonden er geen ingrijpende herzieningen meer plaats, maar nog wel op enkele punten aangepast. Voor het laatst gebeurde dat in 2022 toen een aantal verschillende wijzigingen werden doorgevoerd.
Innovatie en Transport in de 19e Eeuw
In 1938 schreef Dr. Colijn dat Napoleon in 1812 beschikte over dezelfde transportmiddelen als koning Darius van Perzië 23 eeuwen eerder. Gemeentebesturen beschouwden de fiets als een ongewenst vervoermiddel. De raad van Deventer verplichtte fietsers om direct te stoppen als bestuurders van rijtuigen of vee dit verlangden. Groningen bepaalde dat bestuurders van rijtuigen niet verplicht waren om voor een fiets uit de weg te gaan.
De eerste auto in Nederland werd in oktober 1896 naar Amsterdam vervoerd. Dirk Kuiper, koetsier bij notaris Bacx, werd de eerste Nederlandse chauffeur. In 1938 waren er 200.000 motorvoertuigen in Nederland. In 1903 lukte het de gebroeders Wright om zich over een afstand van 300 meter op geringe hoogte boven de grond voort te bewegen. In 1909 stak Bleriot het Kanaal over met een vliegtuig. In 1910 behaalden de eerste Nederlanders hun brevet in Frankrijk, en de jonge Fokker stond gereed, om Nederland een wereldnaam te bezorgen op het gebied van vliegtuigbouw.
De trein leek in de vorige eeuw het verkeer te zullen veroveren, maar in deze eeuw moesten verschillende spoorlijnen worden opgeheven, omdat de autobus de machinist, stoker en conducteur als de enige passagiers achterliet. De kleinste en meest afgelegen dorpen kregen nu een verbinding met de steden. Op lange afstanden bleef de trein favoriet, maar langzamerhand verdwenen de stoomlocomotieven; de electrische en dieseltractie heeft thans volkomen gezegevierd.
In 1912 verscheen in Nederland de eerste verkeersagent op de weg, en de gebruikte staaf was een geschilderde stoelpoot. De 12de maart 1895 werd de eerste film gedemonstreerd, en van de kroningsfeesten van Koningin Wilhelmina werden een aantal beelden op het celluloid vastgelegd.
De Opkomst van Philips
Gerard Philips kocht in 1891 een terrein in Eindhoven om een gloeilampenfabriek te bouwen. Op 15 mei 1891 werd Philips en Co opgericht, met Gerard Philips als werkend en zijn vader als stille vennoot. In april 1892 verkocht hij de eerste 50 kooldraadlampen aan een kaarsenfabriek te Gouda. In 1895/96 werd voor het eerst winst gemaakt, dankzij de omzet in het buitenland. Het bedrijf groeide uit tot een wereldconcern met 115.000 medewerkers in 1954.
Nederland was tot de 20ste eeuw een land van boter en kaas, en veel van wat nodig was, moest uit het buitenland komen. In het begin van de 20ste eeuw kwamen biscuits uit Engeland, bonbons uit Zwitserland, gastoestellen uit Duitsland en fietsen uit Engeland. De landbouw en veeteelt kwamen tot hoge ontwikkeling en bloei.
De Belegering van Coevorden in 1813
Op 17 november 1813 werd door het driemanschap van Hogendorp, van Limburg Stirum en van der Duyn van Maasdam, de onafhankelijkheidsproclamatie afgekondigd, die echter op Coevorden nog niet van toepassing was. De garnizoenscommandant van Coevorden, Luitenant-kolonel Joseph Martin David, gaf de stad niet zomaar over. Het garnizoen bestond uit zoân 500 man Fransen, in november met nog eens 300 man aangevuld. De burgers van Coevorden hebben vast de toebereidselen voor een grondige verdediging met gemengde gevoelens bekeken.
Op 12 november 1813 verschenen de eerste afdelingen Kozakken voor de stad en eisten de overgave. David trad streng op tegen de bevolking en maakte de taak van maire Slingenberg er niet eenvoudiger op. De vroegere patriot vermeed echter botsingen en bleek een uitstekend volksvertegenwoordiger te zijn.
Levensbericht van Mr. Frederik van Hogendorp
Frederik van Hogendorp werd op 13 september 1843 te 's-Gravenhage geboren. Hij werd bekend als de âDamasâ der âOmtrekkenâ. Hij had een innige liefde jegens het Huis van Oranje en een vurige verknochtheid aan het Vaderland. Op 20 september 1861 werd Hogendorp als student in de rechten aan de Leidsche Hoogeschool ingeschreven. Op 29 juni 1866 werd hij tot Doctor in de beide rechten bevorderd.
Hij nam deel aan de vrijwillige oefeningen in den wapenhandel en aan de wedstrijden aldra door de verschillende korpsen onderling uitgeschreven. Met zoete hope wachtte hij elk oogenblik een bevel om op te trekken. Waren het nu die wapenoefeningen in bosch en duinen, die in Hogendorps licht ontvlambaar gemoed de zucht deden ontwaken naar een leven van rijker afwisseling en grooter onafhankelijkheid dan een ministerieel bureau aanbiedt?
