Volvo Trucks is een bekende naam in de wereld van commerciële voertuigen, en de vestiging in Sint-Truiden speelt een cruciale rol in de geschiedenis van dit merk. Deze Belgische stad is al decennia lang een belangrijk productiecentrum voor Volvo Trucks, en de impact op de lokale economie is aanzienlijk. In dit artikel duiken we in de geschiedenis van Volvo Trucks in Sint-Truiden en belichten we de belangrijkste ontwikkelingen en uitdagingen.
Het archief van het Directoraat-Generaal voor Industrie en Regionaal Beleid (DGIR) biedt waardevolle inzichten in de handelingen van de Nederlandse industrie en het regionaal beleid tussen 1986 en 1992. Dit directoraat-generaal had als taak het stimuleren en ondersteunen van vernieuwings- en innovatie-inspanningen, het ontwikkelen van kansen voor het Nederlands bedrijfsleven, het leveren van een bijdrage aan Europese programma’s en het verbeteren van de voorwaarden waaronder de industrie moest functioneren.
Het archief bevat archiefbescheiden die betrekking hebben op de organisatie, waaronder het evalueren van de organisatie en het reorganiseren van het DGIR, en de taakuitvoering. Grote delen van de taakuitvoering hebben betrekking op het verlenen van subsidies en het toekennen en uitkeren van premies van vastgestelde investeringskosten aan ondernemingen voor bijvoorbeeld de vestiging en uitbreiding van hun bedrijf. Tevens bevat het archief dossiers die betrekking hebben op het verlenen van steun aan ondernemingen in de scheepsbouwindustrie (rubriek 1.824.2:629.12).
In 1986 werd het Directoraat-Generaal voor Industrie en Regionaal Beleid (DGIR) ingesteld en nam grotendeels de taken over van het Directoraat-Generaal voor Industrie (DGI) en gedeeltelijk van het Directoraat-Generaal voor Prijzen, Ordening en Regionaal Beleid (POR). De hoofdtaak van het DGIR was het behandelen van aangelegenheden betreffende de Nederlandse industrie en het regionaal beleid. Het DGIR vervulde een rol binnen de volgende beleidselementen en -lijnen:
- Aandachtsgebiedenbeleid
- Functioneel beleid
- Acquisitiebeleid
- Overheidsaanschaffingenbeleid
- Militaire productie
- Internationale programma’s
- Sectorbeleid
- Sector- en bedrijvenwerk
Naast deze acht beleidselementen en -lijnen vervulde het DGIR ook een rol bij de verbetering van de voorwaarden waaronder de industrie moest functioneren. Waar nodig en voor zover dit paste in het industriebeleid, trad het DGIR daartoe in overleg met andere overheidsonderdelen teneinde de belangen van de industrie evenwichtiger te doen meewegen in het beleid op terreinen als de arbeidsmarkt, het onderwijs, de belastingwetgeving, ontwikkelingssamenwerking, het milieubeheer en de ruimtelijke ordening.
Lees ook: Functionaliteit van de Charcoal Volvo
Kortom, het DGIR had een tweeledige functie. Allereerst had het DGIR een algemene functie bestaande uit het ondersteunen van overheid en politiek bij zaken die de industrie betroffen, alsmede uit bemiddeling en dienstverlening ten behoeve van de industrie voor zover dit paste binnen het industriebeleid. Ten tweede had het DGIR een beleidsmatige functie bestaande uit het mede richting geven aan het algemeen economisch beleid, het vormen en evalueren van op de industrie gericht beleid als onderdeel van het totale overheidsbeleid en het algemene economische beleid, evenals uit het uitvoeren en duidelijk presenteren van dit industriebeleid.
Het DGIR bestond uit de volgende organisatie-onderdelen:
- Managementteam DGI & R; 1987-1990
- Eureka-secretariaat; 1987-1988
- Stafafdeling Algemeen Secretariaat (AS); 1986-1987, vanaf 1989 Bureau Managementondersteuning; 1989-1992
- Stafafdeling Beleidsplanning en Analyse (SBA); 1986-1987, vanaf 1988 Stafdirecties (STAF) 1988, vanaf 1989 zijn de taken overgegaan naar de Directie Algemeen Industriebeleid (AIB) en het Bureau Managementondersteuning.
- Hoofddirectie Regionale Economische Politiek (REP); 1986-1992.
- Directie Algemeen Industriebeleid (AIB); 1986, vanaf 1987 zijn de taken overgegaan naar Directie Industriële Research & Structuur (IRS).
- Directie Research en Ontwikkeling; 1986, vanaf 1987 Directie Industriële Research & Structuur (IRS); 1987-1988, vanaf 1989 Directie Algemeen Industriebeleid (AIB); 1989-1992.
- Directie Proces Lichte en Elektronische Industrie; 1986, vanaf 1987 Directie Proces Lichte Industrie (PLI); 1987-1992.
- Directie Chemie, Metallurgie, Bouwmaterialen en Papier; 1986, vanaf 1987 overgeheveld naar Directie Proces Lichte Industrie (PLI) en Directie Fabricage en Zware Industrie (FZI).
- Directie Metaalverwerkende Industrie; 1986, vanaf 1987 Directie Fabricage en Zware Industrie (FZI); 1987-1992.
- Commissariaat voor Buitenlandse Investeringen in Nederland (CBIN); 1986-1992.
- Commissariaat Militaire Productie en Economische Verdedigingsvoorbereiding; 1986, vanaf 1987 Commissariaat Militaire Productie en Economische Verdedigingsvoorbereiding en Overheidsopdrachten (CMPO); 1987-1992.
De structuur van het archief is niet eenduidig. Dit is het gevolg van het feit dat het archief bestaat uit twee onderdelen. Enerzijds is er een werkarchief en anderzijds een algemeen secretariearchief. Het werkarchief is het resultaat van een jarenlange versnippering en versplintering van het Ministerie van Economische Zaken over verschillende gebouwen. Hierdoor hield vrijwel elke afdeling een eigen archief bij. Beide archieven bestaan naast elkaar en zijn even belangrijk om de geschiedenis, taken en organisatie van het DGIR zo volledig mogelijk in beeld te brengen.
Economische Uitdagingen en Arbeidsomstandigheden
De stijgende brandstofprijzen tijdens de oliecrisis hadden een aanzienlijke impact op de vestigingen van Volvo in België. In 1974 produceerde Volvo 46.000 wagens, vergeleken met 50.350 in 1973. Er werd gewaarschuwd voor een mogelijke aanpassing van het productieprogramma en de vakbonden begonnen te vrezen voor hun tewerkstelling.
Om de crisis te beheersen, werd gedurende een half jaar een vierdaagse werkweek ingevoerd. De vermindering van het werkaanbod leidde tot het overbodig worden van 150 arbeiders. Er werd geprobeerd arbeiders te laten afvloeien naar de nieuwe vrachtwagenfabriek in Oostakker, waar ongeveer 40 arbeiders terecht konden. De directie benadrukte dat er geen bedienden werden ontslagen.
Lees ook: Bouwen met LEGO Technic: Volvo ZEUX
Ondanks de inspanningen om de impact van de crisis te minimaliseren, bleven de economische uitdagingen aanhouden. De collectieve arbeidsovereenkomst tussen VENV en de arbeidersvakbonden werd getekend, maar de vakbonden bleven aandringen op maatregelen om de werkgelegenheid te garanderen. De internationale solidariteit van de Volvo-werknemers speelde hierbij een belangrijke rol.
History of Volvo Trucks - Truck History Episode 20
De Rol van de Vakbonden
De vakbonden speelden een cruciale rol in de onderhandelingen met de directie om de arbeidsomstandigheden te verbeteren en de werkgelegenheid te behouden. Er was voortdurend overleg tussen de werkgevers- en werknemersafgevaardigden. De hoofdafgevaardigde van de CCMB speelde een vooraanstaande positie binnen het bedrijf en probeerde de directie te overtuigen om de 150 arbeiders niet af te danken.
De vakbonden waren van mening dat de directie niet genoeg deed om een voldoeninggevende oplossing te vinden voor de economische problemen. Dit leidde tot stakingen en protesten van de arbeiders. De vakbonden eisten de intrekking van de ontslagen als voorwaarde om verder te praten.
In januari 1977 werd de strijdbaarheid van de vakbonden verhoogd toen arbeiders werkloos werden gesteld. De vakbonden dreigden zelfs naar Zweden te stappen om de participatie en garanties te garanderen. Deze acties toonden de vastberadenheid van de vakbonden om de belangen van de werknemers te verdedigen.
Hervormingen en Overlegstructuur
De introductie van het 260-model in de eindmontage zorgde voor moeilijkheden en de bedrijfsleiding stond sporadisch ter beschikking van de vakbonden. De directie benadrukte het behoud van het bedrijf en de aanzet tot samenwerking. De vakbonden kregen meer informatie over de financiële en economische situatie van Volvo, maar het wantrouwen tegenover het management bleef bestaan.
Lees ook: Veldhoven Volvo sloperij
Er waren discussies over de personeelsbezetting en -noden, en de vakbonden stelden werkgroepen in vraag. Het paritaire kantinecomité kwam in conflict over de prijsbepaling van nagerechten. Ondanks deze problemen werd een overeenkomst bereikt over een "opbouw en variabel werkaanbod", waarin de criteria voor werkloosheid en de selectie van werknemers werden vastgelegd.
Productieverminderingen en Amerikaanse Markt
In de loop van 1976 werden reeks van productieverminderingen meegedeeld, mede door de tegenvallende verkoop op de Amerikaanse markt (-35% t.o.v.75). De 240-modellen sloegen niet aan bij het publiek en het imago van de Belgische vestigingen werd aangetast. Volvo had te kampen met een wereldwijde stock van 85.000 wagens, waaronder 46.000 VS-wagens.
De directie kondigde aan dat er ongeveer 250 arbeiders teveel waren. De vakbonden waren hier fel tegen gekant en eisten dat de afdanking onaanvaardbaar was en dat er eerst naar andere mogelijkheden zou worden gekeken. De vakbonden gingen zelfs over tot een staking om hun eisen kracht bij te zetten.
Uiteindelijk werden enkele arbeidsplaatsen gecreëerd door herstelactiviteiten aan wagens die werden onderworpen vooraleer ze werden geëxporteerd. Desondanks bleef de werkgelegenheid onder druk staan en bleven de vakbonden zich inzetten voor het behoud van arbeidsplaatsen.
| Jaar | Productie Volvo | Verandering t.o.v. vorig jaar |
|---|---|---|
| 1973 | 50.350 wagens | - |
| 1974 | 46.000 wagens | -8.6% |
De geschiedenis van Volvo Trucks in Sint-Truiden is er een van economische uitdagingen, sociale strijd en voortdurende aanpassingen. De vakbonden hebben een cruciale rol gespeeld in het beschermen van de belangen van de werknemers en het garanderen van een eerlijke behandeling. Ondanks de moeilijkheden is Volvo Trucks in Sint-Truiden erin geslaagd om een belangrijke speler te blijven in de wereldwijde productie van commerciële voertuigen. De toekomst zal uitwijzen hoe deze vestiging zich verder zal ontwikkelen en aanpassen aan de veranderende economische en technologische omstandigheden.
