Fiat, of voluit: Fabbrica Italiana Automobili Torino, bestaat al sinds 1899 en is decennia lang van grote betekenis geweest voor de Italiaanse economie en samenleving. Het woord F.I.A.T. staat voor Fabbrica Italiana Automobili Torino, maar de naam FIAT betekent oneindig veel meer. Opgericht in 1899, is het in Turijn gevestigde bedrijf in de loop der jaren uitgegroeid tot het symbool van de technologische en creatieve ondernemingen van Italië, die het land en de geschiedenis van de wereldwijde mobiliteit voorgoed hebben veranderd.
In dit artikel duiken we in Fiats geschiedenis, af en toe even stilstaand voor een nadere verdieping.
Turijn was eind negentiende eeuw nog een stad van militairen, bestuurders en aristocraten, die bepaald niet voorbestemd leek om de bakermat van de Italiaanse industrie te worden. En evenmin was toen al duidelijk dat het merk FIAT (Fabbrica Italiana di Automobili Torino) ooit door heel Europa bekendheid zou krijgen.
Nog maar enkele decennia eerder had zich in Turijn een ingrijpende gebeurtenis voorgedaan. Toen maakte Victor Emanuel II (1820-1878) deze stad, die voordien al de hoofdstad was geweest van zijn koninkrijk Piëmont-Sardinië, tot de regeringszetel van het in 1861 één geworden Italië.
Plotseling was Turijn een gewone provinciestad geworden en stonden de bestuurders voor de opgave om een nieuwe identiteit te creëren. Na ruim een kwart eeuw van economische achteruitgang besloten zij hun kaarten te zetten op de ontwikkeling van de bankensector en moderne industrie. Echter, een aantal avontuurlijker ingestelde zakenlieden investeerde in een branche die rond 1900 nog in de kinderschoenen stond: de automobielsector.
Lees ook: Gids voor de juiste autoverzekering
Die industrie was toen nog ver verwijderd van de huidige massaproductie en bestond hoofdzakelijk uit kleine werkplaatsen die de elite voorzagen van prestigieuze of sportieve modellen. Daaronder bevond zich ook het fabriekje van Giovanni Agnelli (1866-1945), die zich voorheen in zijn geboortedorp vooral met machinebouw had beziggehouden. Hij voorzag de grote potentie van dit nieuwe vervoersmiddel en streek daarom in 1896 in Turijn neer om zijn toekomstdroom daarin te verwezenlijken.
Voor het benodigde kapitaal wendde Agnelli zich tot de bankiers en elitaire bovenlaag, die gretig op zoek waren naar nieuwe investeringsmogelijkheden die hun stad tot bloei konden brengen. Op 11 juli 1899 werden in het Palazzo Bricherasio de handtekeningen gezet voor de oprichting van de Società Anonima Fabricca Italiana di Automobili Torino, later afgekort tot FIAT.
De oprichtingsvergadering van FIAT op 11 juli 1899 in het Palazzo Bricherasio.
Giovanni Agnelli is één van de notabelen en wordt wel als grondlegger van Fiat genoemd. Agnelli kocht de nieuwe fabriek vanaf de eerste dag met het doel, om voor een grotere doelgroep automobielen te produceren. Dankzij technisch vernuft en zakelijk instinct wist Agnelli al snel uit te groeien tot de grootste automobielbouwer van Italië en ging tijdens de Eerste Wereldoorlog ook motoren, ambulances, trucks en vliegtuigen produceren voor de strijdkrachten.
Het eerste fabriekje, gelegen aan de Corso Dante en voorzien van een fraaie gevel in Art-Nouveau-stijl, was toen al veel te klein geworden en daarom gaf hij in 1916 de jonge architect Giacomo Mathé-Trucco opdracht om een ontwerp te leveren voor een veel groter en moderner exemplaar dat ruimte moest bieden aan tienduizend werknemers. Deze liet zich inspireren door de Ford-fabrieken in Detroit en schiep een complex op basis van de perfecte bedrijfsorganisatie volgens de principes van het Taylorisme: de Lingotto-fabriek.
Lees ook: Identificatie met Rijbewijs
In feite werd Lingotto nóg imposanter, zoals wel vaker voorkomt dat de kopie beter is dan het origineel. Het kolossale, vijfhonderd meter lange, gebouw bestaat uit vijf verdiepingen met spiraalvormige hellingsbanen aan de noord- en zuidzijde. De assemblage, volledig door de lopende band gestuurd, begon op de begane grond met het chassis, waarna op de eerste etage de motor werd geplaatst, op de tweede de wielophanging, op de derde de carrosserie en op de vierde het interieur.
Via de zuidhelling kwamen de nagelnieuwe auto’s op het dak van de fabriek aan, dat dienst deed als testcircuit. Hierop werden ze stuk voor stuk uitgeprobeerd door ze enkele kilometers te laten rijden, om vast te stellen dat ze zonder mankementen functioneerden. Volgens de beroemde architect Le Corbusier (1887-1965) stond de fabriek symbool voor de moderniteit en zouden in de toekomst ook de steden volgens dit concept gepland moeten gaan worden.
Bij gereedkomen in 1923 was de Lingotto-fabriek het zinnebeeld van het futuristische ideaal dat Italië naar de buitenwereld wilde uitstralen en zelfs in een kunststroming tot uitdrukking kwam: het Futurisme. Dankzij deze geavanceerde productiewijze werden de FIAT-modellen steeds beter betaalbaar voor de consument, waardoor de productieaantallen jaar op jaar stegen.
De arbeiders stroomden vanuit heel het land toe om voor het bedrijf te komen werken en Turijn onderging een ware bevolkingsexplosie. Op het hoogtepunt in de jaren zestig en zeventig was driekwart van haar inwoners op een of andere wijze bij de automobielfabricage betrokken.
De oliecrisis betekende echter het einde van deze gouden periode en FIAT begon haar fabrieken naar de voorsteden en het buitenland te verplaatsen om goedkoper te kunnen produceren. In 1982 kwamen de lopende banden in de Lingotto-fabriek definitief tot stilstand en belandde Turijn in een economische malaise.
Lees ook: Volvo V70 brandstoffilter vinden
In plaats van de fabriek af te breken besloten de kleinkinderen van Agnelli samen met het stadsbestuur om een prijsvraag uit te schrijven om een nieuwe bestemming aan het complex te geven. Winnaar was de architect Renzo Piano (1937), die eerder reeds wereldfaam had verworven met zijn ontwerp van het Centre Pompidou in Parijs.
Hij stelde voor om de Lingotto-fabriek in een kleine stad te veranderen met alle daarbij behorende functies zoals kantoren, winkels, een (automobiel)museum en universiteit met auditorium en studentenwoningen. Het testcircuit op het dak is behouden gebleven als wandelgebied met bloemperken en plantsoenen, dat met een heliport en openbare bibliotheek in eigentijdse architectuur is uitgebreid.
De herbestemming van de Lingotto-fabriek betekende voor Turijn tevens de aftrap voor een veel groter transformatieprogramma. In aanloop naar de Olympische Spelen van 2006 werd ook een aantal andere verlaten industriegebieden nieuw leven ingeblazen.
Fiat is misschien niet het meest exotische automerk uit Italië, maar het is wel de meest betekenisvolle naam in de geschiedenis van een moderne jonge Europese geïndustrialiseerde natie.
Belangrijke Fiat Modellen door de Jaren Heen
Fiat heeft door de jaren heen een reeks iconische modellen geproduceerd die een belangrijke rol hebben gespeeld in de geschiedenis van de auto-industrie. Hieronder een overzicht van enkele belangrijke modellen:
- Fiat 500 'Topolino' (1936 - 1955): Bij zijn introductie in 1936 was de eerste Fiat 500 de kleinste in massa geproduceerde auto ooit.
- Fiat Nuova 500 (1957 - 1975): In 1957 introduceerde Fiat de Nuova 500, bedoeld om de Fiat 500 Topolino te vervangen. Het wagentje was in Europa buitengewoon populair en kreeg in 1960 een stationwagenvariant, de 500 Giardiniera.
- Fiat 600 (1955): De Fiat 600 maakte zijn debuut in 1955 en werd bepalend voor de massamobilisatie met kleine, praktische auto's in de jaren '50 en '60.
- Fiat 124 (1966 - 1974): De 124 (1966 - 1974) diende vanaf 1970 als basis voor diverse Lada-modellen.
- Fiat 127 (1971): De 127 betekende een revolutie voor Fiat's compacte auto's, met een sterke focus op efficiëntie, innovatie en brandstofbesparing. Dit model bood een modern ontwerp met slimme oplossingen en veel ruimte.
- Fiat 126 (1972): De Fiat 126, gelanceerd in 1972, zette de traditie voort van betaalbare Fiat modellen en was uiterst wendbaar en perfect voor kleine parkeerplekken.
- Fiat Dino (1966): De Fiat Dino, ontwikkeld samen met Ferrari, was bedoeld als een betaalbare sportauto in het midden van de jaren '60.
- Fiat Panda (vanaf 1980): Sinds zijn introductie in 1980 zijn er al meer dan 7,5 miljoen exemplaren van de Panda geproduceerd.
Naast personenauto's heeft Fiat ook een belangrijke rol gespeeld op het gebied van bedrijfswagens. Populaire modellen zijn onder andere de Fiat Fiorino, Doblò, Talento en Ducato. Deze bedrijfswagens worden gebruikt voor diverse doeleinden en zijn populair vanwege hun functionaliteit en betrouwbaarheid.
De Familie Agnelli en Hun Invloed
De persoonlijkheid van de Agnelli-familie, de genialiteit en de ontwerpvisie van Dante Giacosa en het administratieve inzicht van Vittorio Valletta hebben een cruciale rol gespeeld in het succes van Fiat. De familie Agnelli heeft lang als ongekroonde koningen van het land geregeerd. Giovanni Agnelli leidde de onderneming tot aan zijn dood in 1945 en had ook een politieke positie; hij werd door Mussolini tot senator benoemd.
In de jaren zestig treden de Agnelli’s weer op de voorgrond en houdt Gianni Agnelli het roer in handen. De positie van het bedrijf is intussen ongekend machtig geworden. Intussen kent de familie Agnelli verschillende tegenslagen. Gianni overlijdt in 2003, zijn broer Umberto een jaar later, beiden aan kanker. Gianni's zoon Edoardo pleegt in 2000 zelfmoord. Er zijn onverkwikkelijke ruzies binnen de familie over de aandelen.
Recente Ontwikkelingen en Fusies
In 2014 is het Italiaanse automerk gefuseerd met het Amerikaanse Chrysler onder de naam FCA - Fiat Chrysler Automobiles. Onder FCA vallen verschillende automerken, waaronder Alfa Romeo, Chrysler, Dodge, Jeep, Lancia en Maserati. Sinds 2004 staat Sergio Marchionne aan het roer bij het concern. Hij heeft de toen verliesgevende fabrikant binnen twee jaar weer winstgevend gemaakt.
Fiat levert de 500, de grotere 500L, de crossover 500X, de Panda, Punto en Tipo en de 124 Spider.
Het Centro Storico Fiat in Turijn bewaart de rijke geschiedenis van Fiat. Hier zijn historische auto's, affiches, schaalmodellen en andere documenten te vinden die de ontwikkeling van het merk illustreren. Het centrum is gevestigd in het eerste kantoorgebouw van Fiat en is op zondag geopend voor bezoekers. Het is een unieke plek om de erfenis van Fiat te ontdekken en de betekenis van het merk voor de Italiaanse auto-industrie te begrijpen.
De stoep van Via Chiabrera 20 in Turijn is historische grond. Het gebouw in art nouveau-stijl dateert van 1907 en was de eerste uitbreiding van de fabriek aan de overkant van de straat. De fabriek is er niet meer; het kantoor heeft het overleefd. Centro Storico nam in 1963 hier zijn intrek.
Federica wijst op een schilderij aan de wand, de letters FIAT in steen gebeiteld. Rechts de beeldmerken door de jaren heen. Van het Centro Storico tonen kleine speelfilms als reclame-uitingen. Drie modellen in wording hangen in een nagebouwd stukje fabriek. Aanvankelijk zijn het tekeningen, later verdrongen door foto’s. Een fotowand maakt de bezoeker getuige van bijzondere momenten en ontmoetingen, zoals de kleinzoons Henry Ford II en Gianni Agnelli.
De andere kant van de ruimte is helemaal gewijd aan affiches door de jaren heen met indrukwekkend landschap en een aantrekkelijke vrouw achter het stuur. Op de bovenverdieping zijn schaalmodellen van vliegtuigen met daarnaast de echte motoren te zien. Fiat was een belangrijke leverancier maar heeft de luchtvaartdivisie in 1964 verzelfstandigd.
Kortom, Fiat heeft een rijke en complexe geschiedenis die nauw verbonden is met de ontwikkeling van Italië en de auto-industrie. Van de bescheiden beginjaren in Turijn tot de wereldwijde expansie en de recente fusie met Chrysler, Fiat heeft altijd een belangrijke rol gespeeld. De iconische modellen, de invloed van de familie Agnelli en de voortdurende innovatie hebben van Fiat een van de meest betekenisvolle namen in de autogeschiedenis gemaakt.
De eerste van F.I.A.T., de 4HP, van 1899/1900. Koninklijke familie van Italië het Huis Savoye behoort tot de klantenkring. Federica wijst op het kroontje op de achterdeur van een Tipo 4.
In het eerste decennium van de 20ste eeuw raakte de wereld bevangen door de racekoorts. Er is expansie in de hele wereld. In Latijns-America verrijzen fabrieken. Er is een eigen filmbedrijf. Romeo onder de hoede van Fiat, in 1993 gevolgd door Maserati.
Modellen, de 4HP (soms ook wel aangeduid als de 3 ½ HP). Twee versies met twee stuks volgen de catalogus. National Motor Museum in Beaulieu (Engeland) een exemplaar bezitten. Naast de mist over het aantal is er nog een raadsel. Turijn heeft een merkplaatje met daarop een productienummer: 111.
Er moet orde op zaken worden gesteld. Buitenstaander aantrekken als CEO: Sergio Marchionne. Saneert, reorganiseert en maakt Fiat weer winstgevend. Chrysler in en maakt dat in korte tijd weer winstgevend. Bevlogenheid en overvolle agenda is er voor een gezinsleven geen plaats meer. “Ik ben getrouwd met Fiat”.
In 1911 wordt er al bij wijze van prestige een supersnelle Fiat s76 300 HP Record gebouwd. km/u het tot dan toe geldende wereldsnelheidsrecord. vijftig. Dit is er één van de 34 met een fabriekskoetswerk. ontwerphuizen voorzagen de andere 80 van een carrosserie (waarvan er één in het Haagse Louwman Museum).
De Fiat Dino, ontwikkeld samen met Ferrari, was bedoeld als een betaalbare sportauto in het midden van de jaren '60. Fiat wilde ze wel afnemen. Dino Spider. radiatormascotte. technicus en ontwerper tegelijkertijd, een bijzondere combinatie. zijn ontwerpen, de 1500 met gestroomlijnde neus. windtunnel geteste autos.
Heritage biedt je de mogelijkheid om de waarde van je klassieke Fiat te laten vastleggen in een Certificaat van Echtheid. Herdrukken van originele instructieboekjes, vintage accessoires, schaalmodellen en nog veel meer: je vind het allemaal in onze Heritage Store.
Om ruim over half twaalf nemen we afscheid. alles goed in je op te nemen. het bezoek zeker op een zondag. binnen. Federica zullen we dan helaas moet missen.
De lange bedrijfsnaam werd al snel afgekort tot F.I.A.T. en werd later simpelweg ‘Fiat’. Wat begon met de productie van enkele tientallen auto’s per jaar nam binnen tien jaar toe tot meer dan duizend auto’s per jaar. Het Italiaanse automerk vestigde zich ook in Amerika, waar de automarkt op dat moment flink opbloeide. Onder de naam Fiat Automobile Co. nam de autoproducent een eigen plek in op de Amerikaanse markt. Naast de buitenlandse expansie werd ook het aanbod uitgebreid met de productie van scheepsmotoren, vrachtwagens en trams.
De productie steeg van 4.000 auto’s in 1914 naar meer dan 10.000 exemplaren in 1915. Hierdoor klom de autofabrikant van de 30e naar de 3e plek op de lijst met grootste industrieën van Italië.
Als de kleinzoon van oprichter Agnelli in de jaren ‘60 aan het roer komt te staan, loodst hij het merk door de oliecrisis door in te zetten op automatisering. Later maakt hij een aantal dubieuze beslissingen, waardoor Fiat in de jaren ‘90 met een lichte crisis te maken krijgt. De opvolger van Agnelli junior redt het bedrijf door in te zetten op betaalbare auto’s met veel technische innovaties.
