Door automatische verlichting ben je wellicht vergeten wat de lichtsymbolen van jouw auto zijn. Automatische verlichting werkt namelijk niet altijd zoals het zou moeten. Soms herkent een auto mist niet goed en staat enkel de dagrijverlichting aan. Om je even een opfrisser te geven hebben we de soorten lichtsymbolen even voor je op een rijtje gezet.
Rijkswaterstaat vindt het belangrijk dat weggebruikers veilig van A naar B kunnen gaan. Het voeren van de juiste verlichting speelt hierin een belangrijke rol. Als je niet de juiste lichten inschakelt, kun je bijvoorbeeld voor anderen niet (goed) zichtbaar zijn. Zorg er ook altijd voor dat je verlichting werkt, goed staat afgesteld en op de juiste wijze gemonteerd is.
In dit blog zoomen we specifieke in op het gebruik van stadslicht. Wat is stadslicht? Wanneer gebruik je stadslicht in de auto? En wat is het stadslicht symbool?
De verschillende lichtsymbolen
Voordat we de verschillende soorten autoverlichting en het gebruik hiervan verder toelichten, is het wel zo handig om te weten welk symbool er bij het type verlichting hoort. In onderstaande afbeelding zie je het symbool per type autoverlichting.
Hieronder hebben wij zes verschillende soorten autoverlichting toegelicht. Zo weet je welke lampen er moeten branden tijdens het rijden.
Lees ook: Handleiding stadslicht vervangen Volvo V70
1. Dimlicht
Dimlicht is de verlichting die je altijd moet gebruiken als het donker is. In het donker op pad? Gebruik dan je dimlicht. Dit zijn de ‘standaard’ lichten die je inschakelt in de avond. Zo creëer je meer zicht en ben je voor anderen beter zichtbaar. Er is wel een uitzondering: als je de mistlichten aanhebt, hoef je de dimlichten niet in te schakelen. Dit raden wij zelfs af (bij punt 2 staat dit uitgelegd).
Ook overdag kan het zicht soms minder zijn, bijvoorbeeld tijdens een regenbui. Dan mag je ook je dimlichten aandoen. Schakel je deze verlichting in? Dan gaan de lampen zowel aan de voor- als achterzijde branden.
Kortom:
- Dimlichten gebruik je (verplicht) als het donker is.
- Bij slechte weersomstandigheden, zoals regen, kun je dimlichten gebruiken om meer zicht te creëren.
- Zet je dimlichten uit als je mistlampen (aan de voorkant) aanstaan.
- Ga je door een tunnel? Zet dan ook je dimlichten aan.
- Beschik je over automatische verlichting? Controleer of je dimlichten aanstaan bij slecht zicht overdag.
In het donker gaan je dimlichten automatisch aan, terwijl dat overdag niet altijd het geval is. Dan staat vaak je dagrijverlichting aan. De achterkant is dan meestal niet verlicht. Het gevolg? Je bent niet goed zichtbaar voor andere weggebruikers. Zet je dimlichten overdag dus handmatig aan.
Beeld: dimlichten (aan de achterkant branden ook lampen)
Lees ook: Handleiding Stadslicht Vervangen Audi A6
2. Mistlampen
Heb je zeer slecht zicht door bijvoorbeeld mist, sneeuwval of regen? Dan kun je de mistlampen aandoen. Deze zorgen ervoor dat je beter zicht hebt tijdens slechte weersomstandigheden. Ook ben je voor andere weggebruikers beter herkenbaar.
Beeld: mistachterlicht (linksonder)
- Minder dan 200 meter zicht? Zet je mistverlichting aan de voorkant aan.
- Minder dan 50 meter zicht? Zet de mistverlichting aan de achterkant aan. Doe je mistachterlicht alleen aan bij mist of sneeuw én dus niet bij regen.
Mistlampen mogen dus alleen gebruikt worden als je zicht zeer beperkt is. Gebruik deze dus niet als je meer dan 200 meter zicht hebt. Andere weggebruikers kunnen namelijk last hebben van het felle licht. Dit kan voor gevaarlijke situaties zorgen.
Wanneer je de mistlampen aanhebt, is het verstandig om je dimlichten uit te doen. De kans bestaat namelijk dat je nog minder ziet door de reflectie van het licht.
Heeft je voertuig automatische verlichting? Dan dien je de mistlampen handmatig aan te doen. Het is namelijk niet zeker dat de sensor mist herkent. Daarom is het erg belangrijk dat je zelf de mistlampen aanzet. Het kan zijn dat je in de veronderstelling bent dat de automatische verlichting zijn werk doet. Dat kan in het geval van mist dus anders zijn.
Lees ook: Hoe auto afschrijving berekenen?
Tip: hoe kun je het zicht meten? Langs de snelweg staan om de 100 meter hectometerpaaltjes. Kun je het volgende bordje niet zien? Dan is je zicht minder dan 100 meter.
3. Stadslicht
Het stadslicht zet je aan als je ergens parkeert waar het voertuig goed zichtbaar moet zijn, bijvoorbeeld langs een rijbaan. Stadslichten of parkeerlichten zijn vooral bedoeld om de auto zichtbaar te maken voor overig verkeer. De weg wordt niet extra verlicht. Deze verlichting gebruik je als je bijvoorbeeld geparkeerd staat. Het worden daarom ook wel ‘parkeerlichten’ genoemd. Zowel aan de voorzijde als achterzijde gaan lampen branden.
Stadslicht is bedoeld om een geparkeerd voertuig zichtbaar te maken. Een betere naam zou 'standlicht' of 'parkeerlicht' zijn.
Beeld: stadslichten (ook wel parkeerverlichting genoemd)
Stadslicht heeft als symbool twee lampjes tegenover elkaar. Als dit symbool brandt, dan voer je stadslicht.
Kun je stadslichten gebruiken in plaats van dimlichten? Stadslichten zijn geen vervanging van dimlichten en mistlampen. Kortom, ga je in de avond op pad? Dan is het niet toegestaan om alleen met stadslicht te rijden.
- Met stadslichten ben je herkenbaarder voor het verkeer.
- Gebruik in de avond en bij zeer slecht zicht niet (alleen) je stadslichten. Dimlichten en mistlampen gaan voor.
- Je voertuig wordt extra verlicht, maar het wegdek niet.
Om het stadslicht verder toe te lichten, moeten we eerst even terug in de tijd. De term stadslicht komt uit de jaren 50/60 van de vorige eeuw. Toen was het heel gebruikelijk om binnen de bebouwde kom uitsluitend stadslichten te voeren. In sommige steden was het zelfs verboden grotere lichten te voeren, omdat de accu’s dat vaak niet trokken.
Tegenwoordig is het stadslicht bedoelt om een geparkeerd voertuig zichtbaar te maken en wordt het gebruikt bij het parkeren van de auto, vandaar dat het ook vaak parkeerlicht wordt genoemd. Onze zuiderburen noemen het trouwens standlicht, het licht dat gevoerd wordt als je stil staat.
Het stadslicht mag je voeren op het moment dat er geen enkele verlichting verplicht is. Je mag dus overdag met alleen je stadslicht aan rondrijden. Is het donker of is er sprake van slecht licht? Dan geeft de wet aan dat je naast het stadslicht ook je dimlicht of mistlicht dient te voeren. Het is dus niet toegestaan om op de momenten dat verlichting verplicht is uitsluitend stadslicht te voeren.
Daarnaast is stadslicht is verplicht in de vorm van parkeerlicht als je ’s nachts (of bij slecht zicht overdag) buiten de bebouwde kom of op de rijbaan parkeert.
Nu weet je precies wat stadslicht is, wanneer je stadslicht gebruikt en wat het symbool voor stadslicht is. Wil je nog meer weten over autoverlichting?
4. Dagrijverlichting
Nieuwe auto’s beschikken over dagrijverlichting. Deze zorgen ervoor dat je overdag beter zichtbaar bent in het verkeer. Het is toegestaan om deze lichten te gebruiken, ook op een heldere lentedag. Dagrijverlichting is geen vervanging van dimlichten of mistlampen wanneer je zicht (erg) beperkt is.
Beeld: dagrijverlichting
- Dagrijverlichting gaat bij veel voertuigen automatisch aan als je de auto opstart.
- Het zorgt ervoor dat je overdag beter zichtbaar bent tijdens het rijden.
- Geen vervanging van de dimlichten en mistlampen bij slecht zicht.
Wat is het verschil tussen dagrijverlichting en stadslicht? Heb je stadslicht ingeschakeld? Dan is ook de achterkant verlicht, terwijl dit bij dagrijverlichting niet altijd het geval is. Vooral bij oudere auto’s is dit niet vanzelfsprekend. Stadslicht wordt voornamelijk bij slechter zicht gebruikt tijdens het parkeren. Tijdens het rijden kun je dagrijverlichting aanzetten.
Gebruik van Lichten - Dit hoor je te weten voor het theorie examen!
5. Groot licht
Een auto is voorzien van groot licht. Schakel je dit in? Dan wordt de weg over een lange afstand verlicht. Het wordt daarom ook wel de ‘maximale verlichting’ van een auto genoemd. Schakel deze verlichting pas in als het noodzakelijk is, zoals bij een zeer donkere weg. Als er namelijk een tegenligger aankomt, kun je het zicht van de bestuurder wegnemen. Kortom, gebruik groot licht alleen in de volgende situaties:
- Als je in de avond op een weg rijdt waar het (zeer) donker is en je geen goed zicht hebt.
- Als er geen tegenliggers zijn, anders kun je de bestuurder verblinden met het licht.
- Ook raden wij af om groot licht te gebruiken als je (vlak) achter een ander voertuig rijdt.
6. Alarmlichten
Krijg je pech op de snelweg? Dan is het uiteraard belangrijk om zo dicht mogelijk tegen de vangrail aan de rechterkant te parkeren. Daarnaast is het van belang om je knipperende alarmlichten aan te zetten. Deze worden ook wel ‘waarschuwingslichten’ genoemd.
Beeld: knipperende alarmlichten (ook wel waarschuwingslichten genoemd)
- Met de knipperende alarmlichten waarschuw je andere weggebruikers.
- Je voertuig wordt ‘opvallend’ verlicht, maar het wegdek niet.
Overzicht van autoverlichting
Hieronder een tabel met een overzicht van de verschillende soorten autoverlichting, het gebruik en de bijbehorende symbolen:
| Type verlichting | Wanneer te gebruiken | Symbool |
|---|---|---|
| Dimlicht | In het donker en bij slecht zicht | |
| Stadslicht | Bij parkeren en overdag wanneer geen andere verlichting verplicht is | |
| Mistlicht (voor) | Bij mist, sneeuwval of zware regenval wanneer het zicht minder is dan 200 meter | |
| Mistlicht (achter) | Bij mist of sneeuwval wanneer het zicht minder is dan 50 meter | |
| Dagrijverlichting | Overdag om beter zichtbaar te zijn | |
| Groot licht | Op donkere, verlaten wegen zonder tegenliggers | Niet afgebeeld |
| Alarmlichten | Bij pech of een noodsituatie om andere weggebruikers te waarschuwen | Niet afgebeeld |
Waar zit de lichtschakelaar in mijn auto?
Het kan per auto verschillen waar de lichtschakelaar zit. We kunnen dan ook niet precies beschrijven waar je deze vindt. Wel adviseren we om de ‘symbolen’ goed te onthouden. Daar herken je de verlichting in je voertuig aan. Een auto heeft meerdere verlichtingsstanden. In de wet is vastgelegd wanneer je welke verlichting moet voeren.
Werkt je autoverlichting niet goed?
Werkt je autoverlichting niet goed, dan kan de politie je hiervoor aan de kant zetten. Je kunt dan een boete krijgen van minimaal 90 euro en maximaal 140 euro. Het komt voor dat je geen boete krijgt als je het probleem direct op kunt lossen, bijvoorbeeld als je reservelampjes bij je hebt.
Door op het juiste moment de juiste verlichting te gebruiken, dragen we samen bij aan veiliger verkeer. Wil je meer weten over goed zicht in het verkeer? Bekijk onze tips, zo ga je voorbereid op weg. Hoe voorbereid je ook bent, een ongeluk zit in een klein hoekje. Dat geldt ook onderweg. Met een autoverzekering van Promovendum ben je goed verzekerd tegen schade.
