Het alarmsysteem van uw Volvo V50 is ontworpen om uw auto te beschermen tegen diefstal en inbraak. Het is belangrijk om te weten hoe u het alarm correct kunt uitschakelen en hoe u kunt handelen in verschillende situaties. Deze handleiding biedt een gedetailleerd overzicht van de procedures en functies met betrekking tot het alarmsysteem van uw Volvo V50.
Hoe Werkt het Alarmsysteem van de Volvo V50?
Wanneer het alarm is ingeschakeld, worden alle beveiligde onderdelen continu gecontroleerd. Het alarm treedt in werking in de volgende situaties:
- Een portier, de motorkap of de achterklep wordt geopend.
- Het contactslot wordt omgedraaid met een verkeerde sleutel of wordt gemanipuleerd.
- Er wordt beweging in de passagiersruimte waargenomen (indien een bewegingsmelder aanwezig is).
- De auto wordt opgetakeld of weggesleept (op auto’s met een niveausensor).
- De accukabel wordt ontkoppeld.
- Iemand probeert de sirene los te koppelen.
Alarmdiode op het Dashboard
Een LED op het dashboard geeft de status van het alarmsysteem aan:
- De LED is uit: het alarm is uitgeschakeld.
- De LED knippert één keer per seconde: het alarm is ingeschakeld.
- De LED knippert snel vanaf het moment van uitschakelen van het alarm tot het moment van inschakelen van het contact: het alarm is afgegaan.
Als er een storing in het alarmsysteem is opgetreden, verschijnt er een melding op het informatiedisplay. Neem in dat geval contact op met een erkende Volvo-werkplaats. Voer nooit zelf reparaties aan of wijzigingen in het alarmsysteem uit, omdat dit de verzekeringsvoorwaarden kan beïnvloeden.
Het Alarm In- en Uitschakelen
Alarmfunctie Inschakelen
Druk op de toets LOCK van de afstandsbediening. De richtingaanwijzers van de auto geven een lang lichtsignaal af ter bevestiging dat het alarm is ingeschakeld en dat alle portieren zijn vergrendeld.
Lees ook: Stap-voor-stap instructies om het alarm van uw Volvo XC60 uit te schakelen.
Alarmfunctie Uitschakelen
Druk op de toets UNLOCK van de afstandsbediening. De richtingaanwijzers van de auto geven ter bevestiging twee korte lichtsignalen af.
Alarmsignalen
Bij alarm gebeurt het volgende:
- Er klinkt 25 seconden lang een sirene. Deze beschikt over een eigen accu die wordt ingeschakeld, als de accu van de auto te weinig vermogen heeft of ontkoppeld is.
- Alle richtingaanwijzers knipperen vijf minuten lang of korter wanneer u het alarm eerder uitschakelt.
Wat te Doen als de Afstandsbediening Niet Werkt
Ook als de afstandsbediening om wat voor reden dan ook niet werkt, kunt u het alarm nog steeds uitschakelen en de motor starten:
- Open het bestuurdersportier met het sleutelblad. Het alarm gaat af en de sirene klinkt.
- Steek de afstandsbediening in het contactslot. Het alarm wordt uitgeschakeld. De alarmdiode knippert snel totdat u de contactsleutel in stand II draait.
Bij auto’s met Keyless drive moet u eerst de startknop verwijderen door de pal in te drukken en de knop los te trekken, voordat u de transpondersleutel in het contactslot steekt.
Hoe u de foutmelding van een Volvo-alarm kunt oplossen | S40, V50, C30 | CCM-reparatie | Adnans Garage
Tijdelijk Deactiveren van Alarmsensoren
Om te voorkomen dat het alarm per ongeluk afgaat, bijvoorbeeld op een veerboot, kunt u de bewegingsmelder en de niveausensoren tijdelijk uitschakelen.
Lees ook: Complete handleiding: XC90 alarm uitschakelen
- Draai de contactsleutel naar stand II en vervolgens terug naar stand 0. Neem de sleutel uit.
- Druk op de knop (1).
Beperkt Alarmniveau
Om te voorkomen dat het alarm afgaat wanneer u bijvoorbeeld een hond in de auto achterlaat of gebruik maakt van een veerboot, kunt u de bewegingsmelder en de niveausensoren tijdelijk uitschakelen. De te volgen procedure is identiek aan die bij tijdelijke uitschakeling van de Safelock-functie.
Automatische Herinschakeling van het Alarm
De functie voorkomt dat u de auto verlaat zonder het alarm in te schakelen. Als u geen van de portieren noch de achterklep binnen twee minuten na uitschakeling van het alarm opent wanneer de auto met de transpondersleutel ontgrendeld (en het alarm gedeactiveerd) werd, wordt het alarm automatisch opnieuw ingeschakeld. De auto wordt bovendien opnieuw vergrendeld.
Alarmsysteem Testen: Bewegingsmelder in Passagiersruimte Testen
- Open alle zijruiten.
- Activeer het alarm. Het lampje knippert langzaam om aan te geven dat het alarm is ingeschakeld.
- Wacht 30 seconden.
- Test de bewegingsmelder in de passagiersruimte door een tas of iets dergelijks van de stoel te pakken.
Handmatig Vergrendelen van een Portier met Sleutelblad
Het linker voorportier is te vergrendelen met het afneembare sleutelblad. De andere portieren hebben een vergrendeling aan het uiteinde. Die moet worden ingedrukt met behulp van het sleutelblad. Daarna zijn ze mechanisch vergrendeld/geblokkeerd en kunnen ze van buitenaf niet, maar van binnenuit wel worden geopend.
- Verwijder het afneembare sleutelblad uit de sleutel met knoppen.
- Plaats het sleutelblad in de opening voor de vergrendeling.
- Druk de sleutel in totdat die niet verder kan, ongeveer 12 mm (0,5 inch).
N.B. De vergrendeling van een portier dient alleen om het desbetreffende portier te vergrendelen - dus niet alle portieren. Een handmatig vergrendeld achterportier waarvan het kinderslot ook geactiveerd is, kan niet van buiten of binnen geopend worden.
Kinderslot
Het kinderslot voorkomt dat de achterportieren van binnenuit geopend kunnen worden. Er zijn twee types kindersloten:
Lees ook: Oplossingen Gordelalarm Peugeot
- Handbediend kinderslot: Bedieningscilinders bevinden zich achter op de korte kant van de achterportieren.
- Elektrisch kinderslot: Bediening via het bedieningspaneel op het bestuurdersportier. Wanneer actief, zijn de achterste zijruiten alleen vanaf het bestuurdersportier te bedienen en de portieren niet van de binnenkant te openen.
Overige Functies en Waarschuwingen
Het is belangrijk om te weten dat de alarmlichten gebruikt moeten worden wanneer u de auto noodgedwongen tot stilstand moet brengen op een plaats waar deze gevaar of hinder voor het verkeer kan opleveren. Druk op de knop om de functie te activeren. De regels voor het gebruik van de alarmlichten verschillen van land tot land.
Als een van de portieren, de motorkap of de achterklep niet goed afgesloten is, wordt u daarop attent gemaakt. Bij lage snelheid (maximaal 7 km/h) verschijnt een melding op het display. Bij hogere snelheid gaat het lampje branden en wordt tegelijkertijd een van de meldingen uit de vorige alinea op het display weergegeven.
Veelgestelde Vragen
Hieronder vindt u antwoorden op enkele veelgestelde vragen over het bezitten en onderhouden van uw Volvo V50:
| Vraag | Antwoord |
|---|---|
| Mijn auto heeft een distributieketting, wat is het vervangingsinterval hiervan? | Raadpleeg de handleiding van uw auto of neem contact op met een Volvo-dealer voor specifieke informatie over het vervangingsinterval. |
| Hoe vaak moet ik mijn olie verversen? | Over het algemeen is het verstandig de olie na elke 10.000 tot 15.000 kilometer of eens per jaar te verversen. |
| De autosleutel wil de auto niet meer van afstand ontgrendelen, waarom is dat? | Autosleutels die van afstand kunnen ontgrendelen werken doorgaans met een batterij. Wanneer deze leeg is, werkt de sleutel niet meer. |
