Auto-immuunziekten kunnen verschillende organen en weefsels in het lichaam aantasten, waaronder de longen. Er zijn diverse aandoeningen waarbij het afweersysteem het eigen lichaam aanvalt, wat kan leiden tot ontstekingen en schade aan de longen. In dit artikel bespreken we enkele van deze ziekten en de bijbehorende behandelingsmogelijkheden.
Granulomatose met Polyangiitis (GPA)
Granulomatose met polyangiitis (GPA) is een auto-immuunziekte waarbij er ontsteking ontstaat in de kleine bloedvaten. Iemand met GPA heeft ontsteking in de kleine bloedvaten op plekken in het hele lichaam. Problemen met de bovenste luchtwegen zoals: ontsteking van de bijholten, verstopte neus en/of regelmatig een bloedneus.
GPA kan op elke leeftijd ontstaan. Heb je een vraag? Een dokter kan denken aan GPA als iemand meerdere van bovenstaande kenmerken heeft. Het is dan belangrijk dat de dokter de combinatie van die kenmerken herkent, zodat de juiste behandeling op tijd kan starten. Want de ziekte kan snel veel schade aanrichten in het lichaam. Die schade kan dan vaak niet meer herstellen.
Behandeling van GPA
GPA kan niet genezen. Het belangrijkste doel van de behandeling is de ontsteking in het lichaam minder te maken. En dat iemand een behandeling op maat krijgt. Daarvoor kan iemand verschillende soorten medicijnen krijgen. Vaak krijgt iemand ook medicijnen om bijwerkingen van andere medicijnen tegen te gaan.
Lees ook: Hoe auto afschrijving berekenen?
Oorzaken van GPA
Nee, GPA is een multifactoriële ziekte. Dat weten we niet precies. Bij zo’n ziekte zijn er veranderingen in genen en omgevingsfactoren die samen een rol kunnen spelen. Het is nog niet precies duidelijk hoe al de verschillende factoren die een rol kunnen spelen, de oorzaak kunnen zijn van GPA. Iemand kan wel een erfelijke aanleg voor GPA hebben. Misschien is het nodig om al voordat je zwanger bent, je medicijnen aan te passen. Heb jij of heeft je partner GPA? En willen jullie een kind? Bespreek dat dan met je specialist.
Meer informatie en lotgenotencontact
- Vasculitis Stichting: Informatie en lotgenotencontact
- Patiëntenversie Richtlijn Diagnostiek Vasculitis
- Cyberpoli Jeugdreuma: Ook voor mensen met GPA. Informatie, filmpjes en je kunt vragen stellen aan een aantal deskundigen. Cyberpoli is bedoeld voor jongeren van 13 tot 26 jaar en voor hun ouders, broers en zussen
- Vasculitis: samen staan we sterk (2019) Brochure van Reumanet België
- The journey of a patient with small vessel vasculitis Over de kenmerken, diagnose, behandeling en hoe het verder gaat.
Interstitiële Longziekten (ILD)
‘Interstitiële longziekten’ (ILD) is een verzamelnaam voor zo’n 150 ernstige en zeldzame aandoeningen waarbij de ruimte tussen de longblaasjes en de bloedvaten (het ‘interstitium’) is aangetast. Ontstekingen en littekens in het weefsel rondom de longblaasjes zorgen ervoor dat de longen stijver worden en minder zuurstof opnemen. Hierdoor kunnen patiënten kortademig en benauwd worden en gaan hoesten.
Blootstelling aan schadelijke stoffen en het gebruik van bepaalde medicijnen zijn bekende oorzaken van ILD. Ook kan ILD ontstaan als gevolg van bepaalde zogenaamde auto-immuunziekten, zoals reuma. Soms gaat het hierbij om erfelijke vormen van ILD. Daarnaast zijn er ook soorten ILD waarbij de oorzaak onbekend is; deze worden ‘idiopathisch’ genoemd. Ook denken we dat schade door het inademen van schadelijke stoffen (zoals sigarettenrook) bijdraagt aan het ontstaan van sommige vormen van ILD.
Lees ook: Vind de perfecte autodealer in Huizen
Behandeling van ILD
Het soort longaandoening en de fase van de ziekte bepalen welke behandeling er mogelijk is. Sommige vormen van ILD genezen of stabiliseren vanzelf. Bij andere vormen kan behandeling ervoor zorgen dat de ziekte verdwijnt of stabiel blijft. Tenslotte is er een groep waarbij (ondanks eventuele behandeling) de ziekte steeds meer zal toenemen.
Specifieke ILD-aandoeningen
- Sarcoïdose: Sarcoïdose is een zeldzame ziekte waarbij er spontaan ontstekingen ontstaan in verschillende organen en weefsels. Bij een ontstekingsreactie worden grote hoeveelheden witte bloedcellen aangemaakt die zich ophopen. Deze opeenhopingen van witte bloedcellen heten granulomen.
- Pulmonale alveolaire proteïnose (PAP): PAP is een afkorting van pulmonale alveolaire proteïnose. Bij deze aandoening hopen eiwitten (proteïnen) zich op in de longblaasjes (alveoli). Het is een zeer zeldzame longziekte, waarbij het lichaam meestal antistoffen aanmaakt tegen de stof GM-CSF.
- Medicatie-gerelateerde ILD: Gebruik van medicijnen kan heel soms leiden tot het ontstaan van ILD. Vaak gaat het om ILD-patronen als een organiserende pneumonie (OP) of een niet-specifieke interstitiële pneumonie (NSIP). Ook pulmonale infiltraten met eosinofilie (PIE) en zelfs longfibrose komen hierbij voor.
- Lymfangioleiomyomatosus (LAM): Lymfangioleiomyomatosus (LAM) is een longziekte die veroorzaakt wordt door abnormale groei van gladde spiercellen, voornamelijk in de long en in de lymfeweefsels. Het is een onderdeel van de interstitiële longziekten (ILD), longziekten waarbij de steunweefsels van de long aangedaan zijn.
- Longfibrose: Longfibrose is het ontstaan van littekens in de longen. Door dit littekenweefsel wordt de longinhoud kleiner en zijn de longen minder goed in staat om zuurstof op te nemen. Hierdoor krijgen mensen met longfibrose klachten van kortademigheid (bij inspanning), hoest en vermoeidheid.
- ILD bij auto-immuunziekten: Er kan een interstitiële longziekte (ILD) of longfibrose bij een auto-immuunziekte ontstaan. Voorbeelden van auto-immuunziekten zijn reumatoïde artritis, polymyositis, dermatomyositis, antisynthetase syndroom, de ziekte van Sjögren of systemische sclerose.
- Beroepsgerelateerde ILD: Beroepsgerelateerde longziekten zijn longaandoeningen die ontstaan door stoffen waaraan men tijdens het werk wordt blootgesteld. Stofblootstelling in de werksfeer kan globaal gezien een aantal verschillende longziektes veroorzaken. Ook kan dit zorgen voor verslechtering van al bestaande longziekten.
Het ILD netwerk Erasmus MC is een samenwerking tussen 21 ziekenhuizen met het Erasmus Medisch Centrum als centraal expertisecentrum. Internationale samenwerking in Ernstige en Zeldzame Longziekten.
Interstitiële longziekte (ILD) in een notendop
Longfibrose
Longfibrose is een chronische, ernstige en zeldzame longziekte. Het valt onder interstitiële longziekten, wat betekent dat het interstitium (de ruimte tussen de longblaasjes en de bloedvaten) is aangedaan. Er treedt bindweefselvorming/ verlittekening op rondom de longblaasjes. De wand van de longblaasjes raakt verdikt, wat de longen stugger en kleiner maakt. Hierdoor zijn de longblaasjes ook minder goed in staat om zuurstof aan het bloed af te geven.
Er bestaan verschillende vormen van longfibrose. Er zijn bekende oorzaken die longfibrose kunnen geven, zoals expositie (inademing) van schadelijk materiaal zoals metaal, schimmels, bij een auto-immuunziekte zoals reumatoïde artritis, bij gebruik van bepaalde medicijnen, na radiotherapie/ bestraling. Als de oorzaak van de longfibrose onbekend is, wordt dit idiopathische pulmonale fibrose (IPF) genoemd.
Lees ook: Elektrische Auto Pechhulp
Bij ongeveer 10-15% van de patiënten met IPF is daarbij sprake van een erfelijke variant/ familiaire vorm van longfibrose. Er zijn nu meerdere genmutaties bekend die een mogelijke rol spelen bij het ontstaan van familiaire longfibrose, hier wordt nog uitgebreid onderzoek naar gedaan. Als wordt gedacht aan deze vorm van longfibrose is het mogelijk u te verwijzen naar een klinisch geneticus voor een erfelijkheidsonderzoek.
Er zijn verschillende gegevens nodig om vast te stellen dat u longfibrose heeft en aan welke vorm wordt gedacht. Deze gegevens worden besproken in een multidisciplinair overleg (MDO), waaraan longartsen, immunologen/reumatologen, radiologen en pathologen met kennis van dit soort longziekten deelnemen. IPF is de meest voorkomende vorm van longfibrose. Idiopathisch komt uit het Grieks en betekent: onbekende oorzaak en pulmonaal betekent long. Er wordt gedacht dat deze vorm van longfibrose ontstaat door een abnormale reactie van het longweefsel na beschadiging, waardoor uiteindelijk littekenvorming in de longen ontstaat. Geschat wordt dat er tussen de 1000-3000 mensen in Nederland zijn met deze ziekte.
Behandeling van Longfibrose
Genezing met medicijnen is niet mogelijk, maar er zijn wel medicijnen die het ziekteproces kunnen afremmen. Dit zijn de fibroseremmers pirfenidon en nintedanib. Naast deze medicijnen, zijn er andere vormen van ondersteuning die kunnen helpen zoals fysiotherapie, longrevalidatie, zuurstoftherapie, diëtist, ergotherapie, psychosociale begeleiding.
In de meeste gevallen van longfibrose, is er sprake van een onbekende oorzaak. Echter, in een klein deel van de gevallen is er sprake van een erfelijke vorm. In ongeveer 15% van de gevallen, is er een genetische oorzaak vastgesteld. Ook bij de erfelijke vorm van longfibrose ontstaan de verschijnselen vaak pas op oudere leeftijd (tussen de 50 en 70 jaar). In dit geval kunt u verwezen worden naar de klinisch geneticus.
EAA, ook wel hypersensitiviteit pneumonitis genoemd, wordt gekenmerkt door een ontstekingsreactie in de longblaasjes na blootstelling aan bepaalde stoffen. Hierbij kunt u denken aan schimmels, chemicaliën of antigenen die afkomstig zijn van vogels (poep, veren). Om erachter te komen wat de oorzaak zou kunnen zijn van EAA, wordt alle mogelijke blootstelling uitgevraagd en zo nodig onderzocht. Soms wordt de GGD ingeschakeld om onderzoek te doen in uw woning/ omgeving. In 40% van de gevallen wordt echter nooit een oorzaak gevonden.
Er is een acute, subacute en chronische vorm van EAA; de acute en subacute vorm leiden tot een vorm van longontsteking die behandeld kan worden door ontstekingsremmers.. Wanneer er een vermoeden is van de oorzaak van EAA, is het belangrijkste om de blootstelling aan deze oorzaak te vermijden.
Bij deze vorm van longfibrose zijn er vaak gebieden van ontstekingen in de longen zichtbaar welke behandeld kunnen worden met onstekingsremmers (immunosuppressiva), zoals prednison, cellcept/ myfortic ofazathioprine. Naast deze ontstekingsremmers kan op indicatie, een fibroseremmer worden gestart (nintedanib/ Ofevâ) om het proces van verlittekening in de longen te remmen ofwel de achteruitgang in longfunctie te kunnen verminderen.
Systeemziekten zijn chronische auto-immuunziekten; het afweersysteem wordt ontregeld en valt het eigen lichaam aan. Bij deze reactie ontstaan er ontstekingen en kunnen op verschillende plaatsen in het lichaam ontstaan. Zo kunnen de spieren en gewrichten aangetast worden, maar ook de huid, bloedvaten, nieren, lever, maag/darmen, het hart en longen kunnen aangedaan zijn. Het starten van een behandeling zal altijd in samenspraak met de longarts en u gaan. U wordt goed geinformeerd over de behandeling zodat u een weloverwogen beslissing kunt nemen of u met een behandeling wilt starten of deze wilt stoppen.
Medicijnen bij Longfibrose
De volgende medicijnen worden gebruikt bij de behandeling van longfibrose:
- Nintedanib: Deze patiënt heeft longfibrose en wordt hiervoor behandeld met nintedanib. De dosering is twee keer daags 100mg of twee keer daags 150mg. Niet gebruiken bij overgevoeligheid voor pinda’s of soja. Bij aanhoudende of matig ernstige diarree, misselijkheid en/of braken moet overwogen worden de behandeling te onderbreken en na herstel zo nodig de dosis te verlagen; medicijnen voor de misselijkheid en/of een diarreeremmer kunnen nodig zijn. Ernstige diarree heeft geleid tot uitdroging en elektrolytstoornissen.
- Pirfenidon: Deze patiënt heeft longfibrose en wordt hiervoor behandelend met pirfenidon. Bij goed verdragen kan de dosering van 3x per dag 801mg gecontinueerd worden, waarbij overgegaan kan worden op grotere tabletten van 801mg. Er zijn aanwijzingen dat pirfenidon antifibrotische en ontstekingsremmende eigenschappen heeft en hiermee de fibrosevorming remt. Meest voorkomende bijwerkingen Misselijkheid, diarree. Hoofdpijn. Fotosensitiviteit, huiduitslag. Vermoeidheid.
- Azathioprine: Patiënt heeft een vorm van longfibrose met een onstekingscomponent of oorzaak en wordt hiervoor behandeld met azathioprine. In sommige gevallen zal dit off-label zijn. Azathioprine wordt voorgeschreven aan patiënten met auto-immuun aandoeningen zoals: sarcoïdose, reumatoïde artritis, systemische sclerose, systemische lupus erythematosus (SLE), polymyositis of na orgaantransplantaties. De werking van azathioprine is pas optimaal na 6 tot 8 weken inname. Daarom wordt azathioprine in het begin van de behandeling vaak gecombineerd met andere medicatie zoals prednison.
- Mycofenolaat mofetil (CellCept): Off label bij patiënten met longfibrose en een ontstekingscomponent of oorzaak en wordt hiervoor behandeld met mycofenolaat mofetil. Mycofenolaat mofetil CellCept onderdrukt het afweersysteem en remt ontstekingen. Het wordt vooral toegepast in de transplantatiegeneeskunde om afstotingsreacties tegen te gaan. Vanwege het effect op het afweersysteem wordt het in bepaalde situaties ook voorgeschreven aan patiënten met auto-immuunziekten, zoals systemische lupus erythematosus (SLE), systemische sclerose en sommige longaandoeningen. De werking van CellCept is pas optimaal 4 tot 6 weken na inname. Daarom wordt CellCept in het begin van de behandeling vaak gecombineerd met andere geneesmiddelen, zoals prednison.
- Mycofenolzuur (Myfortic): Off label bij patiënten met longfibrose en een ontstekingscomponent of oorzaak en wordt hiervoor behandeld met mycofenolzuur. Werking Myfortic onderdrukt het afweersysteem en remt ontstekingen. Het wordt vooral toegepast in de transplantatiegeneeskunde om afstotingsreacties tegen te gaan. Vanwege het effect op het afweersysteem wordt het in bepaalde situaties ook voorgeschreven aan patiënten met auto-immuunziekten, zoals systemische lupus erythematosus (SLE), systemische sclerose en sommige longaandoeningen. De werking van Myfortic is pas optimaal 4 tot 6 weken na inname. Daarom wordt Myfortic in het begin van de behandeling vaak gecombineerd met andere geneesmiddelen, zoals prednison.
Overige Behandelingen
Elke behandeling geeft een risico op bijwerkingen, in milde of ernstige mate. Een longtransplantatie is de enige mogelijke genezende behandeling voor longfibrose, echter een beperkte groep komt hiervoor in aanmerking. Er zijn vele factoren die meespelen, zoals bijkomende ziekten, algehele conditie en leeftijd. Een longtransplantatie is een zware ingreep met een risico op complicaties zoals infecties, bloedingen en afstoting van de donorlong(en).
Een patiënt met longfibrose kan vaker last hebben van luchtweginfecties. Er wordt geadviseerd u zich te laten vaccineren tegen COVID conform de adviezen van de overheid. Over het algemeen worden patiënten met longfibrose elke 3 maanden op de polikliniek gezien voor controle, gecombineerd met een longfunctie. De longfunctie is een belangrijk onderzoek bij longfibrose omdat dit een indicatie geeft over hoe het met u gaat; of het stabiel is of bijvoorbeeld een achteruitgang laat zien.
Wanneer u medicijnen gebruikt, zullen er ook bloedcontroles plaats vinden. Zo nodig wordt een longfoto, CT-scan en/of hartfilmpje gemaakt. Ook is er in een aantal centra de mogelijkheid om via een thuismonitoringsprogramma zelf een longfunctie te meten en klachten bij te houden.
Omdat er nog geen geneesmiddelen zijn die longfibrose kunnen stoppen of genezen, wordt er veel onderzoek gedaan naar de behandeling van longfibrose. Er zijn in Nederland regelmatig onderzoeken waaraan u mee zou kunnen doen. Heeft u interesse in het deelnemen aan een onderzoek, of wilt u weten of er een onderzoek loopt, dan kunt u dat altijd bespreken met uw longarts.
Pulmonale Alveolaire Proteïnose (PAP)
PAP is een afkorting van pulmonale alveolaire proteïnose. Bij deze aandoening hopen eiwitten (proteïnen) zich op in de longblaasjes (alveoli). Het is een zeer zeldzame longziekte, waarbij het lichaam meestal antistoffen aanmaakt tegen de stof GM-CSF; deze antistoffen zijn aanwezig in het bloed en longen.
Het stofje GM-CSF is belangrijk bij de groei van bepaalde witte bloedcellen: granulocyten en macrofagen. GM-CSF zorgt ervoor dat de macrofagen de eiwitten in de longen opruimen. Als de GM-CSF door een antistof verhinderd wordt om zijn werk te doen, hopen de eiwitten zich op in de longblaasjes en krijgt u klachten zoals hoesten en kortademigheid.
Oorzaken van PAP
De oorzaken van PAP zijn lang niet altijd duidelijk. Als de aandoening bij kinderen optreedt, is er meestal sprake van erfelijkheid. Bij volwassenen wordt PAP bijna altijd veroorzaakt door een auto-immuunziekte.
Symptomen van PAP
De opeenhoping van eiwitten belemmert de zuurstofopname in het bloed. De meest voorkomende klachten zijn dan ook:
- Afvallen
- Benauwdheid
- Droge hoest
- Een algemeen gevoel van ziek-zijn (malaise)
- Moeheid
- Pijn op de borst
In ernstige gevallen kunnen de huid en de slijmvliezen blauwig worden door zuurstofgebrek (cyanose).
Onderzoeken naar PAP
Uw artsen kunnen veel over uw gezondheid te weten komen door te kijken, te voelen en te luisteren. Maar zij kunnen niet alles zien wat er in uw lichaam gebeurt. Lichaamscellen, ziekteverwekkers en allerlei stoffen zijn alleen in het laboratorium te bestuderen. Daarom kunnen er verschillende onderzoeken plaatsvinden, zoals bloedonderzoek, longbiopsie (wegnemen van een stukje weefsel) en een CT-thorax. Vanwege een zeer specifieke bloedtest voor PAP komt het overigens nog maar weinig voor dat er een longbiopsie nodig is om de diagnose te stellen.
Behandelingen voor PAP
Een behandeling is niet altijd nodig. PAP gaat soms vanzelf over. Als patiënten veel klachten hebben, is een longspoeling een uitstekende behandeling die goede resultaten geeft. De longspoeling kan op twee manieren worden gebruikt: als onderzoek om de diagnose te stellen en als behandeling. Ook een behandeling met medicijnen is mogelijk (GM-CSF in de vorm van Sargramostim® of Leukine®). Deze worden toegediend met een injectie of via een vernevelaar.
Sarcoïdose
Sarcoïdose heet ook wel de ziekte van Besnier Boeck (Schaumann) en is een zeldzame ziekte die zich op verschillende manieren kan uiten. Bij sarcoïdose ontstaan ontstekingen in organen en weefsels zoals de longen, lymfeklieren, ogen of huid. Bij zo’n ontsteking ontstaan er opeenhopingen van afweercellen (witte bloedlichaampjes).
Bij de meeste mensen met sarcoïdose verdwijnen de granulomen vanzelf, soms zonder dat ze er überhaupt iets van hebben gemerkt. Sarcoïdose kan in het hele lichaam voorkomen. De ziekte komt vaak voor in de longen, lymfeklieren of de huid. De gevaarlijkste plaatsen zijn het hart en het zenuwstelsel.
Bij sarcoïdose in de longen raakt het longweefsel langzaam vol met littekens, waardoor de longen na verloop van tijd blijvend beschadigd raken. Op longfoto’s ziet deze ernstige vorm eruit als een patroon van streepjes en vlekjes, meestal in het midden van de longen. De gevolgen van sarcoïdose in de longen zijn vaak klachten zoals benauwdheid en hoesten.
In Nederland hebben naar schatting tussen de 5000 en 8000 mensen de diagnose sarcoïdose. Het komt even vaak voor bij mannen als bij vrouwen. De ziekte komt het meest voor bij mensen tussen de twintig en veertig jaar oud. Bij zeven op de tien mensen gaat de ziekte binnen twee tot drie jaar weer over. Sarcoïdose komt niet veel voor.
Overzicht van Behandelingen
Onderstaande tabel geeft een overzicht van de behandelingen die genoemd zijn voor de verschillende auto-immuunziekten van de longen.
| Ziekte | Behandelingen |
|---|---|
| GPA | Medicijnen om ontsteking te verminderen, medicijnen tegen bijwerkingen |
| ILD | Afhankelijk van de vorm; genezing vanzelf, medicatie om ziekte te stabiliseren, symptoombestrijding |
| Longfibrose | Fibroseremmers (pirfenidon, nintedanib), fysiotherapie, longrevalidatie, zuurstoftherapie, dieetadvies, ergotherapie, psychosociale begeleiding, longtransplantatie |
| PAP | Longspoeling, medicijnen (GM-CSF) |
| Sarcoïdose | Afhankelijk van de ernst; vaak geen behandeling nodig, medicatie om ontsteking te remmen |
