Koudum, een pittoresk dorp in Friesland, kent een rijke geschiedenis van nijverheid, met name op het gebied van transport en techniek. Van de traditionele beurtvaart tot de opkomst van moderne garagebedrijven, Koudum heeft een interessante ontwikkeling doorgemaakt.
Koudum, een pittoresk dorp in Friesland.
De Opkomst van de Beurtvaart
In de eerste helft van de 20e eeuw was de beurtvaart een belangrijke vorm van transport in Friesland. Advertenties uit de Leeuwarder Courant van december 1941 tonen aan dat Koudum destijds minstens twee beurtvaartondernemingen had.
Het Koudumer Expedite Bedrijf (KEB) ontstond rond 1945 uit een fusie van de firma's Visser en De Boer en Gebroeders de Jong. Omstreeks 1950, na de terugkeer van Piet Visser uit militaire dienst in Indië, werd de eerste vrachtwagen, 'de Canadees', in gebruik genomen. Piet was op dat moment de enige met een rijbewijs.
Binnen enkele jaren verloren de beurtschepen hun functie en werden verkocht. Het beurtschip arriveerde volgeladen in de Wyk, waarna de pakjes met handkarren en de 'Canadees' bij de klanten werden afgeleverd. Deze foto is gemaakt omstreeks 1950.
Lees ook: Hoe auto afschrijving berekenen?
KEB op de wyk Koudum 1950.
De 'Canadees' en de KEB
Na de oorlog lieten de Canadese bevrijders een deel van hun materieel achter. Verschillende bedrijven maakten hier gebruik van, waaronder de KEB, die een typische 'Canadees' in bezit had. Op de foto staat de B-9831 met een lading luzerne en chauffeur Kees P. Bergsma.
KEB Canadees 1950.
De firmanten van de KEB, Piet van Douwe Visser, zijn broer Hendrik en Rienk Wytses de Jong, poseerden voor een vrachtwagen in 1956/57. Naast Piet staat Hidde de Jong, die korte tijd firmant is geweest. De foto is gemaakt op de Onderweg achter de boerderij van de gebroeders Vlieg.
KEB 1957 onderweg.
Lees ook: Vind de perfecte autodealer in Huizen
De Groei van de KEB
Bij de KEB hadden ze twee trailers, een voor vee en een voor verhuizingen, en twee trucks: een Volvo en een Scania, naast enkele kleinere vrachtwagens. De cabine van de Volvo is gemaakt in de werkplaats van 'weinmakker' Anne Bruinsma, door carrosseriebouwer Atze Demmer uit Molkwerum.
De Volvo, bestuurd door Kees Bergsma met Sierd Pieters de Boer naast hem, werd gebruikt voor reclamedoeleinden. Achterop de foto staat: "MET ZO'N WAGEN transporteren wij Uw inboedel door geheel Nederland."
KEB Volvo verhuiswagen 1956.
De Scania Vabis, met een cabine ook gemaakt door carrosseriebouwer Bruinsma, werd eveneens ingezet voor verhuizingen. Schilder Otte de Jager verzorgde de belettering, die strakker was dan op de Scania.
KEB scania verhuiswagen 1956.
Lees ook: Elektrische Auto Pechhulp
De KEB vervoerde niet alleen meubels, maar ook caravans en boten, zoals blijkt uit reclamekaarten van het bedrijf.
De Eerste Busondernemingen in Friesland
Kort na de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) leek het personenvervoer in Friesland tot stilstand te komen. Echter, de komst van de autobus bracht hier verandering in. Het stond iedereen vrij een autobusdienst te openen, zonder strenge eisen aan de bussen of benodigde kennis. De eerste busondernemer in Friesland was Frans Kimp uit Leeuwarden, die in 1920 een Duitse Opel-legerbus kocht en een lijndienst opzette.
Kimp richtte samen met zijn halfbroer Eelze de Waard het Leeuwarder Autobusbedrijf (LAB) op. Op 1 april 1920 vond een proefrit plaats, en vanaf 1 mei reed de bus een geregelde dienst tussen Leeuwarden en Quatrebras. De bus had plaats voor ongeveer 30 personen en werd ook gebruikt om vliegsportliefhebbers naar het vliegveld bij het Tolhuis te brengen.
Wildgroei en Concurrentie
Het voorbeeld van Kimp werd snel gevolgd, en overal in Friesland ontstonden busondernemingen. Er ontstond een ware wildgroei in de autobusbranche met felle concurrentiestrijd. In 1927 waren er al meer dan honderd busondernemingen in Friesland, die de talrijke dorpen zonder trein- of tramverbindingen ontsloten.
Van der Zee en Groenhof Oudemirdum 1930.
De Sneker bus firma Van der Zee en Groenhof bijvoorbeeld vroeg voor de reis Sneek-Drachten één gulden aan tweedeklasreizigers en één gulden 75 voor de duurdere plaatsen. Wie een retourtje wilde hebben betaalde slechts 25 cent extra. Voor 40 cent mocht de kinderwagen mee, tenminste als er nog plaats was.
Regulering en Vergunningen
Gedeputeerde Staten trachtten wat orde op zaken te stellen. In 1926 werd besloten in te grijpen met een vergunningenstelsel. Wie de gemeentegrens overschreed moest een provinciale vergunning hebben, en wie binnen de gemeente bleef een gemeentelijke vergunning.
De commissie uit Gedeputeerde Staten die zich bezighield met de behandeling van aanvragen om vergunningen voor autobusdiensten had het razend druk in die jaren.Marten de Boer in Balk werd verplicht bij de dienst op Leeuwarden langs het spoorwegstation te Sneek te rijden en daar te stoppen, zodat reizigers dan aansluiting hadden op de trein. Verder was het De Boer verboden in Sneek of Scharnegoutum reizigers voor Leeuwarden en in Leeuwarden reizigers voor Scharnegoutum of Sneek op te nemen.
De Eerste Autobussen
De autobus was een voertuig dat tijdens de Eerste Wereldoorlog ontwikkeld was om snel militairen naar het front te kunnen vervoeren. Het waren deze bussen welke in eerste instantie door de pioniers onder de busexploitanten werden gebruikt. Men kocht bij een autofabrikant een chassis en een (vaak plaatselijke) carrosseriebouwer maakte de bovenbouw, geheel overeenkomstig de wensen van de opdrachtgever.
De eerste autobussen hadden een vervoerscapaciteit van 20-34 personen, hadden een zescilinder benzinemotor van 40-70 pk als krachtbron en een wielbasis van circa 5 meter. Het waren vooral de Ford-T-modellen, die in de beginjaren door de busondernemers werden aangeschaft. Na Ford werden Brockway, Berliet, Latil, de Dion-Bouton, Minerva, Mercedes-Benz, Magirus, Commer, MAN, Federal, Saurer, Panhard & Levassor, Renault, White, Leyland, Citroën en Dodge bekende busmerken.
Bekende Friese Busondernemers
Bekende Friese autobusondernemers in de pionierstijd waren L. de Koe te Wolvega, P. van Veen te Wijckel, de Gebr. Zwaagstra te Tjerkwerd, Kuipers te Echten, T. Koopmans te Kuinre, J. Oord te Kuinre, Van der Zee & Groenhof te Sneek, Hoekstra & De Jong te Oudega, Gebr. Bakker te Langweer, T. Westra te Gaastmeer, firma J. Slof te Joure, IJ. Fokkinga & Zijlstra te Surhuisterveen.
Slof Joure Internationaal Carr Hainje Heerenveen.
Bus ondernemers in De Lemmer waren Marten Bangma, de gebroeders Coehoorn, M. Molijn en Van der Werf. Marten Bangma startte een autobusdienst tussen De Lemmer en Sneek, over Follega, Spannenburg, Hommerts en Jutrijp, dagelijks behalve zondags.
Coehoorn Lemmer 1929.
De gebroeders Coehoorn, die een garagebedrijf hadden aan de Nieuwendijk in De Lemmer, exploiteerden twee busdiensten: één tussen De Lemmer en Bolsward over Wijckel, Balk, Hommerts, Heeg, Oudega en Tjerkwerd en één tussen De Lemmer en Workum over Sloten, Balk en Koudum.
De trammaatschappij stond nagenoeg machteloos tegenover de concurrentie en moest toezien hoe de bus steeds meer passagiers aan zich trok ten koste van het toch al niet florissante trambedrijf.
Tabel: Busdiensten van en naar Lemmer
| Route | Exploitant |
|---|---|
| Lemmer-Leeuwarden | J. Slof te Joure |
| Lemmer-Workum | Gebr. Coehoorn |
| Lemmer-Sneek | Molijn en v.d. Werf |
| Lemmer-Drachten | J. Bralts te Echten |
De Opkomst van de Auto
Rond de eeuwwisseling kwam de auto in opkomst, toen nog plechtig "automobiel" genoemd. Verschillende stalhouderijen schaften zich zo'n modern vervoermiddel aan. Ook vestigde zich een garagehouder van buiten in Ede, de heer Kleinsma, onder de naam "Edese Motorenhandel".
Jan Herikhuisen werkte in het begin van deze eeuw bij baron Bentinck, die als enige in het dorp een auto had, merk "De Dion Bouton". Herikhuisen werd al gauw tot particulier chauffeur benoemd, zonder dat daar een rijbewijs voor nodig was.
In 1930 nam Jan ontslag met het doel een taxibedrijf te beginnen. Na het behalen van zijn rijbewijs kocht hij een tweedehands Chevrolet en startte het eerste Edese taxibedrijf. Voor zes cent per kilometer konden de mensen van zijn diensten gebruik maken.
In 1940 moesten alle auto's worden ingeleverd, maar Jan verborg de wagen en na de bevrijding ging het taxibedrijf op de oude voet verder.
Diamanten Huwelijksjubileum in Ferwerderadeel
Op 20 augustus vierden de heer en mevrouw Hoekstra-De Poel hun diamanten huwelijksjubileum in de gemeente Ferwerderadeel. Wiebe Hoekstra, geboren in Koudum, en Annie Hoekstra-De Poel, geboren in Gerkesklooster, waren zestig jaar getrouwd.
Wiebe heeft een veelzijdige loopbaan gehad. Hij voer drie keer mee op de Willem Barendz, werkte jarenlang als taxichauffeur en bracht maar liefst dertien jaar door op een booreiland.
Hoekstra De Poel vierden hun diamanten huwelijksjubileum.
