De Geschiedenis van Autobedrijven in Nederland: Van Der Vaart en Meer

De geschiedenis van een autobedrijf is vaak verweven met de lokale gemeenschap en de evolutie van mobiliteit. Zo ook het verhaal van Autobedrijf W. Bijl, dat zijn oorsprong kent in een tijdperk waarin de auto nog een relatief nieuw fenomeen was.

Heerenveen in 1920.

De Beginjaren: Garage Buishand

Het verhaal begint met Garage Buishand, opgericht door Piet Buishand. In september 1922 werd huis en erf verkocht aan Pieter Buishand, expediteur, weduwnaar van Aaltje de Vries. Buishand vraagt nadien nog vergunning aan om zijn autogarage uit te breiden.

Vervolgens verzoekt C. Mantel om ‘Ophoging van de Berging van Paardrijtuigen en Veevoeder - tegenover no. 8 - voor de stalling van auto’s van Buishand. Piet Buishand heeft het garagebedrijf (Volkswagen) tot 1957 gehad. De eerste VW Kever verkocht hij in 1948 aan zijn neef Jacob Broer (Palingpad).

Het is interessant om te zien hoe in die tijd de transitie plaatsvond van paard en wagen naar auto's, en hoe ondernemers zoals Buishand inspeelden op deze verandering. In het Westfries Archief bleek er ook een persoonlijk archief van Piet Buishand aanwezig te zijn. Hij had alle contracten bewaard waarmee hij van vracht- naar personenvervoer ging en uiteindelijk zijn autobedrijf begon. Daarnaast vonden we er ook nog wat pagina’s met oude foto’s en briefhoofden.

Lees ook: Dongen-Vaartse autobedrijven door de jaren heen

De Kerk als Garage: Een Bijzondere Locatie

Daarna is de kerk jarenlang het onderkomen geweest van Autobedrijf W. Bijl. In 1978 verhuisde (Ma)Rinus zijn huis naar de Oosthoek en na enkele jaren leegstand verkocht hij de kerk aan Wout Bijl voor 50.000 gulden. Het kerkje is vooral op aandrang van ds. Van der Vaart Smit, gereformeerd predikant in Zuid-Beijerland, tot stand gekomen. Het kerkje heeft op Piershil geen echte bloeitijd gehad.

Project Retro Rally Achter de Schermen E1 | Mercedes-Benz Klassieke Auto Restauratie

De kerk vertoonde kenmerken van de bouwstijl ‘Delftse School’, het bouwjaar werd op circa 1935 geschat. Eén van de bouwers tekende het bouwjaar in het verse beton aan de buitenzijde van het huis: 1926. Dit jaar komt ook terug op de kadasterkaart, het is leuk om te zien dat op die kaart wordt gesproken van ‘De Gereformeerde Kerk van Zuid-Beijerland’, en dat op de Sluisjesdijk van Piershil.

In 1939 werden Nederlandse soldaten van de 13e compagnie pioniers van het 1e regiment genietroepen ingekwartierd in de kerk, later namen Duitse soldaten hun plaats over. Volgens de latere eigenaar Bokhout is er ook nog les gegeven in de kerk.

De Renovatie en Heden

Op vrijdag 9 oktober 2015 sprak ik met Eric van der Ploeg, eigenaar van Sluisjesdijk 25 te Piershil. In juni 2004 zijn we er gaan wonen, later zijn we in de tuin in dezelfde stijl doorgegaan. Helemaal opnieuw aangelegd, daar waar vroeger de benzinepomp en de auto’s stonden.

Bij aankoop in 2003 hebben we het pand laten onderzoeken door een extern bureau, na al die jaren bleek de kerk nog in prima staat. Maar het blijft een fantastisch huis, ik zou hier niet graag weg willen. In 1998 heeft Annie het pand verkocht aan Ton Bijl en Wilhelmine Vedder en werd het bedrijf Bijl Telecom en glasvezeltechniek B.V. er gevestigd.

Lees ook: Duik in de Geschiedenis van Autobedrijven

Autobedrijf Van der Laan: Een Citroën-specialist

Autobedrijf Van der Laan werd in 1967 opgericht. Willem sleutelde op Kaageiland aanvankelijk vooral aan Tractions en deed dat door ruimtegebrek vaker buiten dan binnen. Binnen was de lucht regelmatig zwaar van de spuitnevel, wat zoon Richard toen lekker vond ruiken, maar wat zeker niet gezond was.

Al snel verhuisde de zaak naar Buitenkaag op het vasteland. Ook daar stond de brug eerst nog buiten in het weiland. Binnen was het daar behaaglijker, want Willem had er een heel bijzondere installatie gebouwd. Met de HD-pomp van een DS werd de bij olieverversingen opgevangen motorolie uit een grote tank opgepompt en nuttig hergebruikt om de werkplaats te verwarmen.

Citroën-onderdelen speelden ook een rol voor energieopwekking. Op het erf stond een windmolen met gehalveerde DS-daken als wieken en met DS-motorkappen als staartstuk, waarmee auto-accu’s weer opgeladen werden. Zo was Willem van der Laan al vroeg duurzaam en milieubewust bezig.

Het was ook die wens naar duurzaamheid, de tegenzin om dingen weg te gooien, die Willem lieten zoeken naar methoden om veerbollen een langer leven te gunnen. Direct toen de Citroën SM uitgebracht werd, interesseerde Willem van der Laan zich voor deze bijzondere machine.

Het mocht toch niet zijn dat zoiets moois door een matig geconstrueerde kettingspanner in de soep liep? Dat er nu nog zoveel SM’s zijn, hebben we ook te danken aan Willem, die als eerste hydraulische kettingspanners inbouwde. SM-bezitters kwamen daarvoor van heinde en verre naar Buitenkaag en vanaf 1998 naar Abbenes.

Lees ook: Betrouwbaar auto-onderhoud

Ook privé speelde Citroën een grote rol. Vakanties werden ondernomen per DS of SM en later ook met een verlengde HY. Zelfs bij een vliegvakantie naar Gran Canaria moest er een Citroën gehuurd worden om het binnenland te verkennen en dat lukte: het werd een Méhari.

Hoewel Willem toen hij jonger was vaak zei dat hij op zijn 55ste wilde ophouden om aan zijn eigen auto’s te kunnen sleutelen, is hij doorgegaan tot zijn 71ste. Zijn laatste klus is er een voor hemzelf geweest. Die SM is voor Willem altijd heilig gebleven: niemand anders mocht erin rijden.

Het onderhoud moest Willem de laatste jaren wel aan zijn zoon Richard overlaten, want hoewel hij het lang verborgen had weten te houden, was de ziekte FTD (frontaal temporale dementie) toch onverbiddelijk. Zo is Citroën langzaam uit de handen van de citrofiel Willem van der Laan gegleden.

Willem van der Laan is zeker niet uit het geheugen van de Citroën-liefhebbersgemeenschap weggegleden, zo veel hebben we aan hem te danken. We wensen Willems familie en vrienden de sterkte die nodig is om dit grote verlies te kunnen verwerken.

Citroën Primeurs en Publiciteitsstunts

Scheepers, inmiddels met pensioen, vertelt aan Thijs van der Zanden van Uitgeverij Citrovisie: “In 1958 kwam ik van de Ambachtschool en als een van de oudste kinderen in het gezin moest ik gaan werken om wat extra geld voor ons thuis te verdienen.

Ik kwam bij DAF terecht, waar men toen net begon aan de productie van personenwagens. Ik heb daar slechts een paar weken aan de lopende band gewekt, want ik wist al heel snel dat dat niks voor mij was. Het waren de begindagen van de DS en aan zulke technisch gecompliceerde auto’s waagden de meeste monteurs zich liever niet.

Scheepers vond het sleutelen aan DS’en echter leuk en was eigenlijk de enige die er goed mee overweg kon. Al snel hadden ook de klanten dat in de gaten, en als ze hun auto voor onderhoud naar Van Gorp brachten, vroegen ze naar Scheepers om eraan te werken. Als dat niet kon, kwamen ze soms zelfs bij hem thuis aan de deur om te vragen of hij in de avonduren hun auto wilde onderhouden.

In 1970 begon Cor Scheepers voor zichzelf als Citroën-specialist: “Ik deed veel zaken met De Graaf Automaterialen en eind 1978 opperde de heer De Graaf dat het een goede publiciteitsstunt voor mijn zaak zou zijn om vanuit Frankrijk een Visa naar Nederland te halen.

Omdat de Visa toen nog niet in Nederland was verschenen, zou ik de primeur hebben. Via de contacten van de heer De Graaf, die de auto zelf is gaan ophalen, lukte het inderdaad om in december 1978 een Visa in mijn showroom te hebben.

Via de contacten van de heer De Graaf haalde Scheepers de jaren daarna ook de eerste Renault 9, Renault Fuego, Citroën BX en Citroën Axel naar Nederland, wat iedere keer weer goed was voor een stuk in de krant en het nodige publiek in de showroom.

Scheepers: “Na verloop van tijd hadden die auto’s hun nieuwswaarde verloren en dan werden ze uiteraard gewoon verkocht. De verkoop van de Axel kreeg toen nog een vervelend staartje: de klant die ‘m kocht, rekende contant iets meer dan tienduizend gulden af.

Ik droeg die dag een T-shirt en had dus geen binnenzak om het geld in op te bergen. Daarom legde ik het even in de lade van mijn bureau. Vervolgens ben ik nog gauw wat uit de kofferbak van de Axel gaan pakken voordat ik ‘m aan de klant meegaf.

Later op de dag dacht ik weer aan het geld en wilde ik het gaan opbergen, maar toen ik de lade van mijn bureau opendeed, was die leeg.

Het ophalen van auto’s uit het buitenland deed Scheepers inmiddels niet alleen meer voor publiciteitsdoeleinden, maar ook om aan klanten te leveren: “Ik probeerde van alles uit. Zo ben ik naar Denemarken gegaan omdat daar de belasting op nieuwe auto’s hoog was.

Ongeveer tweederde van de prijs bestond uit belastingen, en die kreeg je bij export terug. De nettoprijs was dus laag en zodoende zat er bij aankomst in Nederland een goede marge op iedere auto.

De eerste keer in Denemarken verliep de communicatie met handen en voeten. Ik probeerde uit te leggen dat ik auto’s wilde kopen, maar de verkoper begreep er niets van en mompelde in het Deens iets van: “Ik verstoa ’t nie.”

Dat leek sterk op plat Helmonds, wat handig leek, maar helaas kwam de rest van wat hij zei minder overeen met ons dialect. Uiteindelijk lukte het me toch om een auto te bestellen en na nog een aantal transacties werd het contact met deze mensen zo goed dat ik ook auto’s per telefoon kon kopen.

“Na twee jaar werd het importeren vanuit Denemarken lastiger en week ik uit naar een contact in België. Ik had ondertussen een goede relatie met de douane en had een vergunning gekregen waarmee ik auto’s sneller kon invoeren.”

Toch werkten niet alle instanties mee: de gemeente deed steeds vaker moeilijk over vergunningen, de RDW was niet altijd even coöperatief en de Helmondse vereniging van autodealers, waar Scheepers als niet-merkdealer geen lid van was, zag hem ook liever gaan dan komen.

Bovendien stoorde Citroën zich steeds meer aan de publiciteitsstunts met het ophalen van auto’s uit het buitenland, nadat Scheepers ook de Nederlandse primeur voor de AX, de XM en de ZX in zijn showroom had staan.

Bij de komst van de Xantia, die hij in 1993 ook weer eerder had dan Citroën zelf, was de maat vol en spande de importeur een proces aan.

Scheepers: “Ik moest de auto uit de showroom halen, mocht er niet meer mee adverteren en mocht de naam Citroën niet meer gebruiken. Ik heb me toen bij wijze van ludieke actie behalve als autobedrijf ook laten inschrijven als Citroenhandelaar, dus zonder trema op de e, en via mijn Spaanse zwager heb ik een vrachtwagenlading citroenen laten komen.

Dat leverde opnieuw veel publiciteit op. Het vervroegd naar Nederland halen van nieuwe modellen werd echter steeds lastiger.

Scheepers is niet meer actief in de autohandel, maar kijkt nog met plezier terug op de periode waarin hij keer op keer primeurs in zijn showroom had staan. Als echte liefhebber heeft hij bovendien een aardige collectie Citroëns verzameld, waaronder een compleet gerestaureerde Visa Décapotable.

Scheepers: “Ik heb kleinkinderen, maar mijn kleinzoons vinden zo’n Visaatje natuurlijk helemaal niks.

Autohuis de Vaart: Mobiliteit voor Iedereen

Autohuis de Vaart maakt mobiliteit voor iedereen toegankelijk, ongeacht hun financiële geschiedenis. Bij ons vindt u een breed aanbod van kwalitatieve tweedehands auto's, deskundig geïnspecteerd en met uitstekende service.

Met een ruime selectie aan kwalitatieve auto's, persoonlijke aandacht en deskundig advies vinden we samen jouw ideale auto. Klanttevredenheid staat bij ons bovenaan, en we zorgen ervoor dat je met een tevreden gevoel de weg op gaat.

In onze werkplaats bij Autohuis de Vaart wordt uw auto met de grootste zorg behandeld. Bij Autohuis de Vaart bieden we een professionele inkoop- en taxatiedienst voor uw auto.

Populaire artikelen:

Plaats een reactie