Autobedrijf Wouters Rijen: Een Stap Terug in de Tijd bij het Automuseum van Reims

Het automuseum in de Franse stad Reims, vooral bekend van de champagnehuizen en de imposante kathedraal, biedt een bijzondere ervaring. De torens bepalen het aanzien van het centrum, waar eeuwen historie samenkomen, aangezien hier de Franse koningen sinds Clovis gekroond zijn. De glas-in-lood ramen zijn beroemd, met de jongste ontwerpen uit 2011. Reims staat op de Werelderfgoedlijst van Unesco, waarbij de strijd tegen de erosie van de zandstenen sculpturen een permanente uitdaging is.

Het museum past bij dit beeld: bewezen diensten netjes neergezet in een oude fabriek. Er is een totaal gebrek aan uitstraling, alsof het aangebracht is en er nooit meer naar omgekeken is. De ingang is sober maar netjes. Het museum is geen kunstig vormgegeven beleveniswereld met onbetaalbare kunstwerken op wielen die miljoenen waard zijn, maar eerder een bewaarplaats van een verzameling gebruikte auto’s.

De kathedraal van Reims, een icoon van de stad.

Een Onverwachte Ontdekking

Als we aankomen, is het een paar minuten over twee. De medewerkster achter de balie lijkt niet blij ons tevoorschijn te halen. Ze moet ons teleurstellen, net zoals ze net met twee Duitse bezoekers heeft moeten doen. Er zou morgen en overmorgen een grote manifestatie van klassieke auto’s zijn, maar ze heeft een onaangename boodschap: die is afgelast. We kunnen haar geruststellen dat we speciaal voor het museum gekomen zijn, niet voor een bijeenkomst met klassiekers, en dat van verre op een vrijdagmiddag buiten de vakantietijd. Met zo’n vraag? Internet. We mogen bezoeken, maar moeten nog wel vertellen hoe we het museum kennen. Leg dat maar eens uit in het Frans. Het antwoord is ‘internet’. Ze zet een kruisje in een vakje op een blaadje papier. Pays-bas had ze op basis van de betaalpas al ingevuld. We kunnen verder: ‘Cette direction. Amusez-vous’.

Ten tijde van ons bezoek was er nog geen sprake van de grootschalige wereldwijde crisis die snel daarna een feit is, die zich beperken tot grote bijeenkomsten. Snel daarna is alles veranderd en zijn alle musea in Frankrijk gesloten. Er werd stellig afgeraden naar het buitenland te gaan.

Lees ook: Duik in de Geschiedenis van Autobedrijven

De Collectie van Philippe Charbonneaux

Voorbij de deur staan we in een grote hal, deels gefilterd door geel gekleurde ramen en kozijnen. Vanaf 1985 is het een automuseum. De initiatiefnemer voor historische automobielen was Phillippe Charbonneaux (1917-1998), die meer dan twintig automodellen tekende. De bekendste zijn de Renaults 8 en 16. Hij was ook liefhebber en verzamelaar. Zijn collectie van 110 auto’s en 40 motorfietsen vormde de basis van het museum. Het museum heeft geen modellen die miljoenen waard zijn.

De meeste auto’s staan naast elkaar, gescheiden door twee gangpaden. De meeste zijn niet of beperkt gerestaureerd, waardoor de gebruikssporen niet uitgewist zijn, wat ze hun charme geeft. Hier zijn auto's en modellen te vinden die we nog niet eerder hebben gezien.

Bijzondere Modellen en Verhalen

Het begint meteen al goed zodra we binnen zijn. We ontdekken al snel dat er vandaag veel te zien en te leren is. Een van de eerste blikvangers is een DFP uit 1908, een samentrekking van drie namen: Doriot, Flandrin en Parant. DFP bouwde van 1906 tot 1926 hun fabriek. Het merk Lacroix-de Laville kennen we wel; Mahy Mobiles in België heeft er eentje, net als een particulier die er een als tweedehandsje heeft aangeschaft. De kap van de Lacroix-de Laville (1903) houdt de eerste zelfbeweger (auto-mobile) op zijn plaats. De wagen staat in Parijs; op een tekening is de Cugnot uit 1769 te zien.

Niet de auto zelf, maar het verhaal eromheen is bijzonder: de Renault AG, de Marne-taxi, voor altijd verbonden met de Franse hoofdstad. In de nacht van 6 op 7 september 1914 gaf generaal Joffre opdracht om 600 taxi's te vorderen en 6000 soldaten naar het front bij Nanteuil-le-Haudroin te vervoeren. Het Duitse leger rukte op en dreigde Parijs binnen te vallen, dat al letterlijk onder vuur van de Duitsers lag. Daarvoor had hij echter troepenversterking vanuit de hoofdstad nodig. Zo werd Parijs gered. De rekening, stond er in totaal 70.000 Francs op de teller. In 1905 werd in de Franse hoofdstad het taxibedrijf Compagnie Française des Automobiles de Place opgericht, dat 250 auto's bij Renault afnam. Een jaar later waren dat er 1500. In 1914 was het overgrote deel van de tienduizend Parijse taxi's van het merk Renault, hoewel een derde daarvan actief bleef in de oorlogsjaren en zich niet hoefde te melden voor het leger. Een Renault EK is van 1914, hetzelfde jaar als de taxi.

De Renault AG Marne-taxi, een symbool van de redding van Parijs.

Lees ook: Betrouwbaar auto-onderhoud

Zeldzame Merken en Modellen

Op de radiator van een bruine limousine staat Suère, de merknaam. We hadden er niet eerder van gehoord. Suère was van 1919 tot 1926 actief. Dat is langer dan de carrière van autobouwer Paul Genestin, slechts zeven jaar, van 1922 tot 1929. Hier staat zijn model A2. Ernaast staat de dokter, van deze dokterscoupé uit 1919. Violet is duidelijk zichtbaar. De Cime lijkt een Amerikaanse auto, maar hij komt toch echt uit Parijs. De autofabrikant was van 1919 tot 1921 actief. Dit is een van de overgebleven Cime van een totale productie van 20 stuks.

Minder uniek is het merk La Licorne, maar het is wel bijzonder dat je van dit merk ter wereld in een museum acht verschillende typen naast elkaar kunt zien staan. We kennen het merk van een oldtimerdag van Lelystad. In 1949 gingen de deuren dicht. Hier staan zowel voor- als naoorlogse auto’s. De auto's zijn te herkennen aan de eenhoorn (licorne). Na de Eerste Wereldoorlog pakte het merk de draad weer op met een lichte auto met een motor van 900 cc en 15 pk. Een Licorne Torpédo is van 1913, 4 cilinders, 1100 cc, topsnelheid 70 km/u. Een ander model is van 1935, 1450 cc en 34 pk, goed voor 90 km/u. De auto's van La Licorne waren in Parijs in die tijd een bekende verschijning. In 1949 was het afgelopen.

Lucien Rosengart was een multitalent en maakte tafelvoetbalspellen. Hij werkte met Adler en maakte in licentie een voorloper van BMW-personenauto’s. In 1929 lukte het hem om op een winstgevende manier auto’s te maken. De lijnen van de Austin Seven zijn nog duidelijk zichtbaar. Hier staat een restauratieproject, een Rosengart LR4N2 torpedo van 1933. Het museum heeft zelfs de merknaam over. De Rosengart Supertraction is van 1938, 4 cilinders 750 cc. Walker was ooit een toonaangevende Franse fabrikant, zelfs de in omvang vierde autoproducent van het land. Walker heeft de 24-uursrace van Le Mans gewonnen en produceerde sportwagens en luxe automodellen, aangevuld met bedrijfswagens. De personenwagendivisie overleefde de oorlog niet. Walker maakte na 1945 bestelwagens voor Peugeot.

Een Dion Bouton 1931 werd opgekocht door Michel Irat, die zijn eigen naam op de auto's zette. De Irat OLC2 is van 1930, een van de laatste modellen, met achtcilinder lijnmotor, inhoud 3380 cc, vermogen 88 pk. De Delage D8 S X72, bouwjaar 1933, heeft een kleploze schuivenmotor. Ze stonden in dezelfde fabriek en wat een verschil in lijn. De DB Le Mans is van 1951, met een beperkte motor (745 cc), maar toch 120 km/u.

Amilcar en Hotchkiss

Twee andere historische namen zijn Amilcar en Hotchkiss, bekend om hun lichte en daardoor betaalbare modellen. Amilcar produceerde van 1921 tot 1939. Bij het Louwman Museum staat een unieke coupé. Hotchkiss is bijzonder. Hotchkiss pakte na de oorlog de draad weer op. Opnieuw werd samengewerkt met Grégoire. De Hotchkiss Grégoire kwam als Hotchkiss op de markt. Daarvan staat hier een naakte versie: onderstel met motor. De samenwerking werkte niet. De auto was veel te prijzig en kostte het dubbele van een Citroën Traction Avant. Het was de zwanenzang van de fabrikant als personenwagenproducent. Het model van Amilcar voor de overname door Hotchkiss, de Pégase van 1935, heeft een tweeliter viercilinder kopklepmotor, gebouwd in 1934.

Lees ook: Overzicht Autoservice Den Blanken

De Amilcar Pégase uit 1935, een elegante voorbode van de overname door Hotchkiss.

Werkzaamheden in het Museum

Aan het eind van het linker gangpad moeten we terug, want een gang is tijdelijk afgesloten. Er wordt een nieuwe tegelvloer gelegd. Er wordt cement aangemaakt, wat tot het nodige stof leidt. De medewerkers zullen de auto’s er weer van moeten ontdoen, want het is hun eer te na als ze er niet netjes bij staan. Dat er stof tussen de auto’s ligt, moet de bezoeker maar even voor lief nemen. Het oogt nu meer als een parkeerplaats van auto’s die misschien ooit nog een museumplek krijgen.

Toen Simca werd verkocht aan Peugeot, werd de klassieke naam Talbot nieuw leven ingeblazen. Het werd geen succes. De toekomstige museumstukken krijgen een nieuwe vloer. Er wordt hard aan gewerkt, maar tegels en lege dozen liggen zo her en der bij de auto's. Er staan ook nieuwere modellen, toekomstige museumstukken? De opvolger van de Chrysler-Simca 1307/1308. Hoewel een Fiat Dino, Lancia Aurelia interessant zijn, wij richten de blik juist op andere modellen. De opvallend gele Quantum uit 1996 bijvoorbeeld, van de techniek van een Ford Fiesta. Volgens het informatiebordje ook de Baumann uit Engeland. De CG is genoemd naar zijn scheppers Chappe en Gessalin. In 1966 besloten ze hun eigen auto uit te brengen op basis van Simca. Tot 1974 produceerden ze er een stuk of 500, zowel coupés als cabriolets. Een handjevol is ervan overgebleven. Deze is nog volledig origineel. De Diebold, die de Matra 530 als basis gebruikte. Het is er nooit gekomen.

Dwergauto's en Zakformaat Ruimtewagens

Net zo bijzonder als de sportwagens is een handjevol dwergauto’s, die niet zouden misstaan in Den Haag en in het Duitse museum PS.Speicher. De Mini Comtesse doet er niet veel voor onder. Het is een driewieler met zijwieltjes die moeten voorkomen dat het ding omkiepert. De motor is een eencilinder tweetakt van 49 cc met een vermogen van één pk! De stoel is afkomstig van een Citroën 2CV. Kennelijk zonder grote ongelukken. De Super Comtesse, waarbij de superioriteit bestaat uit vier in plaats van drie wielen. De Mochet, rechts de Willam. De Solyto is een zakformaat auto waar je zonder rijbewijs in mag rijden.

De auto's doen denken aan ruimtewagens, met een flinke dosis fantasie. Vooraan staat de Mini Comtesse met drie wielen en twee zijwieltjes. De voertuigen zouden niet misstaan op de Parijse markt.

Renault, Peugeot en Citroën

Citroën en Simca zijn oud. Van de vier grote merken heeft Simca de minst iconische modellen voortgebracht. In de wereld van de klassiekerliefhebbers geniet het merk weinig roem. Ze hebben minder bewonderaars dan pakweg een 203, DS of 4CV. De modellen staan er wel. Vroeger komt een beetje terug. Je kunt zien dat ze echt gebruikt zijn. De plastic windgeleider bij de voorruit. Handig om de rook van je sigaret of sigaar naar buiten te laten gaan. De eigenaar hield van comfort, getuige het bolletjesmatje op zijn rugleuning. Simca kreeg een licentie om Fiat-modellen te maken. De Simca Aronde was een zelfstandig model van het Franse merk. De Aronde uit de jaren vijftig kreeg in 1960 een moderner opvolger, de daarvan afgeleide 1301/1501 Special.

Een van de Renaults is de R8, het ontwerp van museumoprichter Charbonneaux. In het museum staat de snelle Gordini-versie daarvan. Van 301 tot en met 505 is elke typenaam vertegenwoordigd. Je zou bijna geen aandacht besteden aan een opvallend zilvergrijs exemplaar, maar dat is onterecht, want het gaat om een bijzonderheid. De auto is van roestvrij staal. Er zijn er twee van. De andere auto behoort tot de collectie van het Peugeot Museum in Sochaux. Er staan vijf Renaults naast elkaar: de Frégate, daarnaast de R8, rechts de R8 Gordini, de 204, rechts de bijzondere 504 van roestvrij staal.

De collectie omvat ook trapauto’s. Wie wilde er vroeger geen speelauto hebben? Of de Floride of een DS? Of een Citroën SM van je idool van het sportveld of de bioscoop? Er zijn verschillende modellen, maar een Britse Morgan geeft ongetwijfeld ook veel speelplezier. Er zijn ook schaalmodellen, waaronder autootjes van karton. De collectie omvat alle variaties van de Bugatti Royale, een knutselwerk van kartonnen bouwpakketjes. Ze komen uit een ‘collection privée’. Het is een grote collectie trapauto's: een Renault 8 of Citroën DS bijvoorbeeld. De collectie bestaat uit verschillende merken en modellen, zoals de 2CV en Simca's, aanvankelijk zonder ruitjes, later mét. De koetswerkvarianten van de Bugatti Royale staan op een rijtje.

Automuseum REIMS - Champagne -

De Peugeot 403 Pick-up: Een Bijzondere Creatie

Een 504 Cabriolet, beide met duidelijke gebruikssporen, staat tussen de dozen. Een opmerkelijke auto van de museumcollectie is de Peugeot 403 Pick-up, afkomstig van een 403. Hij is in Reims gemaakt in opdracht van een klant. De koplampen zijn van een Mercedes-Benz 190 SL, de zijruiten zijn van een Citroën DS. Het is ontegenzeglijk een blikvanger. Mooi? Het beeldmerk van Peugeot staat op de neus van het carrosseriebedrijf.

De Citroën zelf schonk een BX 4TC, die destijds in een kleine serie van 200 stuks is geproduceerd. De viercilinder lijnmotor ligt in de lengterichting, wat het noodzakelijk maakte de neus onelegant te verlengen. Het strakke ontwerp van Bertone is niet veel meer over. Er zijn vooroorlogse Citroëns in het museum. Een exemplaar met half-houten opbouw, een C3 van 1925. Vanwege het feit dat we al veel gezien hebben, is de neiging er geen aandacht te besteden aan de bekende modellen. Zelfs met een republikeins hart doe je dat niet. Een Dyane al evenmin. De Traction Avant van 1956 is één van de laatste. De auto is gelijk, maar bijvoorbeeld de grille wijzigde een aantal keren. Er staat een 2CV met daarachter een beeld van André Citroën en de geribbelde motorkap. De DS en SM zijn typische Citroën-producten.

Sinds dit jaar kunt u onze by Broersen aardbeien ook herkennen aan onze nieuwe 500 grams aardbeienbakken. Deze aardbeienbakken zijn van karton gemaakt en zijn te herkennen door ons logo en ook is er enige informatie te vinden op de bakjes. Wij zijn erg blij met het resultaat en wij zijn benieuwd wat jullie ervan vinden!

Autoliefde op z'n Frans

De collectie is niet zozeer gericht op een paleis met dure Bugatti’s, Delages of Delahayes, maar naar een plek waar mensen herinneringen op kunnen halen. De vanzelfsprekendheid van ‘boem is ho’ als parkeermoraal hoort bij het Franse leven als stokbrood en een glas wijn. Het zou overdreven zijn als alles er fabrieksnieuw uitziet. De auto's zijn er om te gebruiken. Die liefde wordt in Reims uitgedragen. De openingstijden onderstrepen dat nog een keer. Het museum is twee uur dicht. Kom de Fransman niet aan zijn gewoontes. Aan de lunch wordt niet geknabbeld. Lunch gaat voor de liefde.

Merk Model Bouwjaar Bijzonderheden
DFP - 1908 Samentrekking van Doriot, Flandrin en Parant
Renault AG (Marne-taxi) 1914 Gevorderd voor troepentransport tijdens WOI
Suère - 1919-1926 Zeldzaam Frans merk
La Licorne Torpédo 1913 Acht verschillende typen in het museum
Rosengart LR4N2 Torpedo 1933 In licentie gebouwde Austin Seven
Irat OLC2 1930 Laatste model van Irat, achtcilinder lijnmotor
Amilcar Pégase 1935 Model voor overname door Hotchkiss
Hotchkiss Grégoire - Naakte versie van het onderstel met motor
Peugeot 403 Pick-up 1959 Gemaakt in opdracht van een klant in Reims
Citroën BX 4TC - Vierwielaangedreven rallywagen

Populaire artikelen:

Plaats een reactie