De Geschiedenis van de Verkeersschool van de Rijkspolitie: Van Bovenkamp tot Barneveld

De Verkeersschool van de Rijkspolitie, een instituut dat een cruciale rol speelde in de opleiding van verkeersspecialisten in Nederland, heeft een rijke geschiedenis die teruggaat tot de naoorlogse periode. In dit artikel duiken we in de ontstaansgeschiedenis, de eerste jaren en de ontwikkeling van deze bijzondere school.

De Noodzaak van Verkeersopleiding

Na de oprichting van het Korps Rijkspolitie in 1946, bestond de organisatie uit een Algemene Inspectie, 5 gewesten, 22 districten met een aantal landgroepen en één verkeersgroep bij de staf van het district. De verkeersgroepen hadden tot taak in het bewakingsgebied van de districten verkeerscontrole uit te oefenen. In de beginjaren na de Tweede Wereldoorlog was er een groot tekort aan surveillancevoertuigen. Men moest zich behelpen met enkele tochtige jeeps en een enkele solomotor. De controle richtte zich - vooral in de beginjaren - op de technische gebreken aan motorrijtuigen.

Dit was belangrijk, omdat na de bevrijding weer oude vooroorlogse voertuigen van stal werden gehaald, waaraan veelal wel het een en ander mankeerde. Daarnaast moesten er technische onderzoeken worden verricht aan motorvoertuigen, die betrokken waren geweest bij een ongeval. Een technisch onderdeel van het voertuig zou namelijk (mede) oorzaak hebben kunnen zijn van de aanrijding. In die tijd was dat nogal eens het geval (vooroorlogse motorvoertuigen kwamen weer op de weg). Een proces-verbaal van een gedragsregelfout werd veelal door de Commandant verkeersgroep nauwelijks gewaardeerd. De verkeerssurveillance werd in de jaren kort na de oorlog verricht in tweedehands auto’s en op motoren, die gekocht of gevorderd waren. Jeeps waren toen populair, echter in de winter koud en winderig. Later kwamen er H.D. motoren bij al of niet met zijspan.

De noodzaak tot het geven van theoretische en praktische instructie in automobiel- en motortechniek deed zich al spoedig gevoelen. Op enkele verkeersgroepen waren ambtenaren aanwezig, die - gelet op hun vroeger beroep of door eigen studie - vrij veel technische kennis hadden. Waren er onder deze ambtenaren ook nog enkele die didactische kwaliteiten hadden, dan werden ze ingeschakeld bij het geven van lessen in automobiel en motortechniek aan de andere leden van de groep. Zo was in de begintijd van het bestaan van de verkeersgroepen de Wachtmeester 1e klasse J. P. Klaver belast met het geven van dit onderwijs, aanvankelijk op de verkeersgroep Nijmegen en later ook op de andere verkeersgroepen in het toenmalige gewest Arnhem. Ook in andere gewesten - zeker in Groningen - begon men met deze instructie, waarbij ook de Wachtmeester 1e klasse W. M. van Ruyven werd ingeschakeld.

Het onderwijs werd in de jaren '47 en '48 gericht op het behalen van het "Groot diploma autobestuurder" (het zgn. "groot chauffeursdiploma"), dat in de Ambachtsschool te Utrecht werd afgenomen. De examenvakken waren: verzwaarde rijproef, motor- en elektrotechniek, zowel praktisch als theoretisch en grondige kennis van de Motor- en Rijwielwet. Na enkele jaren was een gedeelte van het verkeersgroep personeel aldus in het bezit van het “Groot Diploma Autobestuurder”.

Lees ook: Autobedrijf van de Bovenkamp

Niettemin groeide de behoefte om de opleiding van het personeel uit te breiden en te centraliseren. Besprekingen in 1948 vonden plaats tussen onder meer de toenmalige Kapitein Hoogkamer, Ir.Overeijnder en de Heer Blokzijl. Het resultaat was de geboorte van de Verkeersschool op 3 januari 1949 op de “Varenkamp” te Bilthoven.

Locatie Bilthoven

Locatie Bilthoven

Oprichting van de Verkeersschool

Daar op den duur deze gedecentraliseerde opleiding - die overigens niet op alle verkeersgroepen plaats vond - niet efficiënt bleek, temeer omdat nieuw ongeschoold personeel moest worden aangetrokken, ging men zich op de Algemene Inspectie van het Korps Rijkspolitie beraden over de mogelijkheid om te komen tot één centrale opleiding. Het was de toenmalige Kapitein J. R. Hoogkamer, hoofd van het Bureau Verkeerszaken op de Algemene Inspectie, die de stoot gaf tot deze centralisatie en op voorstel van de toenmalige Inspecteur Generaal A. W. Bij de leerlingen bestaat groot enthousiasme; de theoretische en praktische lessen worden met veel ijver gevolgd en de tot dusver behaalde resultaten zijn goed te noemen. De samenwerking tussen de van de verschillende dienstvakken afkomstige docenten is uitstekend; ook zij vervullen hun taak met grote ambitie.

Bij nagenoeg alle vakken bleek in de proeftijd echter, dat een duur van twee maanden voor de onderhavige cursus te kort is om een dergelijke ondergrond te kunnen leggen voor die elementaire kennis, waarop later met succes onder leiding van de groepscommandant Verkeersgroep of door zelfstudie, kon worden voortgebouwd. Waar het door mij van groot belang wordt geacht dat de onderwerpelijke cursus - een novum in ons land, voor zover mij bekend - tot gunstige resultaten leidt, verzoek ik Uwe Excellentie goed te vinden, dat de cursusduur gebracht wordt op drie maanden, welke periode voor het gestelde doel toereikend is." Einde citaat.

De docenten en rijinstructeurs van het eerste uur waren wachtmeester 1e klasse B. Emmelkamp, wachtmeester 1e klasse (later Owmr.) J. P. Klaver en de wachtmeesters 1e klasse W. M. van Ruyven,voor de technisch theoretische vakken en owmr. Marcussen (reeds aan de kaderschool verbonden) voor de juridische vakken. Wmr.1e kl. Nijmeijer (later geëmigreerd naar Australië) en Wmr. 1e kl. De examencommissie bestaande uit de Lt. Blokzijl. de wmr.I. Klaver en de Kapt.

Lees ook: EPC voor Mercedes: Een diepgaande blik

Vakken en Materiaal

In de volgende vakken werd op de eerste cursus les gegeven:

  • Groep I: motortechniek en elektrotechniek
  • Groep II: verkeerswetgeving, technisch schetsen en situatietekenen
  • Groep III: rijtechniek solomotor, zijspan, personenauto en truck; werkplaatspraktijk

De Politie technische Dienst zorgde voor de modellen, klein gereedschap, 3 motorrijwielen, 2 zijspancombinaties en èèn vrachtauto.

Als Commandant van de Verkeersschool werd aangewezen de Wmr. 1e kl. J.P.Klaver (een jaar later bevorderd tot Opperwachtmeester.

Uit een verslag over de eerste cursus het volgende: Besproken werd het "waarom" de politieambtenaar voor verkeerscontrole nimmer motorrijtuigen dient te laten stoppen in of vóór bochten in de verkeersweg. Dat de controlerende politieambtenaar de controle altijd staande aan de rechterzijde (bermzijde) van het te controleren voertuig dient te verrichten, zulks met het oog op zijn eigen veiligheid.

De eerste cursisten (jan.-april 1949) met op de voorgrond de leden van de examencommissie en de instructeurs.(v.l.n.r.) Wmrs.I. J.P.Klaver, W.M. van Ruyven, Adj. Hoekstra, Adj. G. Scheper, Lt. Blokzijl, Kapt. J.R. Hoogkamer, Kapt. v.d. Cingel, Wmr.I. B. Emmelkamp, Owmr. Marcusse, Wmrs.I. Nijmeijer en Speijbroeck.

Lees ook: Gids voor Zekeringen Mercedes Vito W638

Verkeershandhaving

Verkeershandhaving

De Adjudant W. M. van Ruijven, hoofd van de Afdeling Inspectiën motormaterieel van de Algemene Inspectie, destijds een van de eerste instructeurs aan de verkeersschool, verschafte ons laatst een naamlijst van de eerste cursus, die van 3 januari 1949 tot 1 april 1949 aan de Verkeersschool werd gehouden.

De eerste cursisten voor de Verkeersschool werden geselecteerd uit de landgroepen na een toelatingstest en uit personeel van de verkeersgroepen, die nog niet in het bezit was van het “Groot Diploma Autobestuurder”. De cursus duurde 2 maanden en werd langzamerhand uitgebreid tot 6 maanden. Gedurende de eerste 8 weken werd voorbereidend onderwijs gegeven in vakkennis als rekenen, algebra, meetkunde en natuurkunde.

Het werkrooster zag er ongeveer als volgt uit: verkeerswetgeving 7 uur, motor- en elektrotechniek 8 uur, mechanica (gastdocent Ing. A. Blokzijl later in 1958 gedoceerd door Wmr.1e kl. P. Scheper) 2 uur, lichamelijke oefening en exercitie 3 uur, E.H.B.O. (gastdocent Adj. Koets) 1 ½ uur, rijinstructie en werkplaatspraktijk 18 uur, Engels (gastdocent Bloemers) 1 ½ uur, situatietekenen 1 uur. Aan het eind van de cursus werd een eindtest afgelegd en moesten de kandidaten tevens examen doen voor het “Groot Diploma Autobestuurder”.

In 1955 verliet de toenmalige Commandant Verkeersschool Klaver het Korps Rijkspolitie op eigen verzoek en verkreeg een functie bij het C.B.R. Hij werd als zodanig opgevolgd door de Commandant Verkeersgroep Assen, de Adj. H.J. Dontje. Na deze eerste cursus zijn er uiteraard vele gevolgd.

Het is duidelijk dat in de loop der jaren ettelijke keren verandering is gebracht in de cursusduur van de cursus aspirant-personeel verkeersgroepen (later eerste verkeersopleiding E.V.O. genoemd). Drie maanden werd vier, vijf en zes maanden. De langste duur werd geboekt in 1958, n.l. acht maanden. Belangrijk was dat aan de oorspronkelijke vakken andere vakken werden toegevoegd, o.a. Het leerplan van de E.V.O. In de loop van de jaren werd de Verkeersschool niet alleen qua aantal cursisten, maar uiteraard ook qua aantal docenten/instructeurs groter, waarbij als vaste gastdocent en examinator niet onvermeld mag blijven de heer Blokzijl ing., laatstelijk hoofd van de Politie Technische Dienst.

Een lovend artikel van Mr. Beckman over de Verkeersschool verscheen op 16 december 1949 in het”Tijdschrift voor de politie”. Hij schreef het volgende. Het mopperen zit de Nederlander in het bloed. Wanneer een dwarskijker echter evenals wij dit hebben gedaan, eens een kijkje zou kunnen nemen op de Verkeersschool der Rijkspolitie, dan zou hij wel bijzonder grote waardering krijgen voor de initiatiefnemers die destijds de plannen maakten voor de oprichting van deze "technische school" waar toekomstige verkeersmannen der Rijkspolitie tot verkeersexperts worden opgeleid.

De Minister van Justitie en. Het aantal verkeersongelukken neemt ook in ons land nog met de dag toe. Het aantal verkeersovertredingen is ontstellend groot. Maar hoe zou zij die taak goed kunnen vervullen, zonder behoorlijke kennis van onze verkeerswetgeving, van Rijtijdenwet enz., van de praktijk van het verkeer, van het situatietekenen en van de elementaire mechanica. Wat de verkeersman voorheen wist van een auto of motor, had hij zichzelf in zijn vrije tijd bijgebracht. Hij had, om zo te zeggen, van huis uit een bijzondere belangstelling voor het verkeer. Het dient gezegd, dat er onder die oudere garde heel wat flinke verkeersagenten zaten, die hun vak terdege verstonden.

Maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen, dat er veel verkeersagenten waren wie het ontbrak aan technische kennis van motor in auto. Hoe kon het ook anders. Er was geen speciale opleiding en voorts ontbrak het aan middelen om de verkeersagenten volledig toe te rusten et díé technische kennis die nodig was om een verkeersexpert te worden. Er is niets zo vervelend, zo moeilijk…… onverantwoordelijk als over iets te schrijven waarvan men weinig af weet. Daarom dook ik telkens na mijn redactietijd, in de werkplaats van een grote garage, teneinde in mijn vrije tijd althans iets te leren van de auto en te luisteren naar een bekwaam monteur die mij negen maanden lang iedere dag een paar uurtjes het “hoe” het “waartoe” en “waarom” leerde.

Men behoeft waarlijk geen groot mensenkenner te zijn om in een oogopslag te ontdekken dat de politiemensen die hier in de werkplaats bezig waren met het demonteren en monteren van een aantal motorrijwielen. kerels zijn, uitermate geschikt voor de moeilijke opgave die hun straks wacht: vlotte mensen die weten, hoe zij met het publiek moeten omgaan en met kennis van zaken een automobilist op zijn fouten moeten kunnen wijzen. Heel de sfeer, die gedisciplineerde, maar toch gemoedelijk sfeer trof mij bij alles wat ik op de Verkeersschool zag. Niet alleen in de werkplaats doch ook bij onderricht in het motorrijden waarin van de leerlingen heel wat van hun doorzettingsvermogen werd gevraagd.

Het verwonderde mij niet dat deze sterke jonge kerels de kunst van het motorrijden zo snel onder de knie krijgen en na verloop van enkele maanden niet opzien tegen een zware terreinrit , waarbij het uiterste van lichaam en geest wordt gevraagd. Zij trekken met hun zware motoren over de slechtste gaten in de weg. Het zal in de praktijk weinig voorkomen dat zij terreinritten moeten rijden zoals op het oefenterrein op de Varenkamp, maar deze zware oefeningen stalen de spieren en leren de motorist zijn machine in toom te houden. Zelfs onder de moeilijkste omstandigheden. Zij moeten immers straks, zo het nodig mocht zijn, niet opzien tegen een stevige jachtpartij met een “heer in het verkeer”? Zij moeten ook straks, wanneer zij met goed gevolg de cursus hebben doorlopen bij nacht en ontij het verkeer kunnen regelen. Zij moeten weten wat een motorrijder kan en mag.

Zij moeten in een gesprek met verkeersovertreders tonen dat zij een motor kennen. En zoals het met het motorrijden is, zo is het ook met de lessen in het autorijden en in het berijden van een vrachtauto, of in het berijden van een motor met zijspan. Zij krijgen in al deze vakken , uitstekend onderricht door een voortreffelijk instructeur, die zijn mannen kent en precies weet welke fouten de beginneling maakt. Met tact, maar bovenal met een aangeboren sportiviteit, leert hij zijn leerlingen de kneepjes van het vak, zoals zijn collega in de werkplaats zijn jongens de geheimen van de motoren leert. Enorm is ook het studiemateriaal dat daar in de werkplaats te vinden.

Maar wat het alleraardigste is, al dat studiemateriaal werd door een burger gratis en voor niemendal aan de school afgestaan, namelijk door de heer H. Dudok van Heel uit Laren, de verkeersexpert bij uitnemendheid, die zo getroffen was door het verkeerswerk der politie, dat hij ook zijn steentje wilde bijdragen voor het welslagen van de school. Alle lof, heer Dudok. Het is verbazingwekkend, wat de mannen op de Verkeersschool in een tijd van drie maanden leren. Het zijn na die tijd niet alleen zeer behoorlijke motorrijders en automobilisten, doch zij kennen zeer veel van het mechanisme, zij kennen de verkeerswetten terdege: zij kunnen optreden bij verkeersongevallen; zij verstaan de kunst een goede situatietekening te maken, terwijl zij voorts alle moderne hulpmiddelen nodig voor de controle van wagens, kunnen bedienen.

Wanneer zij op de Verkeersschool met goed gevolg de zware cursus hebben doorlopen, gaan zij naar de verschillende Verkeersgroepen waar de verdere vorming in de praktijk geschiedt. Straks, wanneer een voldoend aantal mensen voor de 22 Verkeersgroepen is opgeleid, zal met de herscholing van de reeds bij de verkeersdienst geplaatste politiemannen worden begonnen. Al met al is de Verkeersschool der Rijkspolitie te Bilthoven een instituut dat er ongetwijfeld veel toe zal bijdragen dat het verkeer in Nederland de beste controle krijgt.

Drie doden per dag. Het werd de hoogste tijd. Aldus M.

1949. Groepsfoto cursisten met instructeurs.

1949. VERKEERSSCHOOL BILTHOVEN...

Geschiedenis van de Nederlandse Politie: Grensverleggend opsporen. Van kaartenbak tot terabyte

Overzicht van Cursusduur

De cursusduur van de opleiding voor verkeersgroepen (later E.V.O.) varieerde door de jaren heen:

JaarCursusduur
Beginjaren2 maanden
Later3 maanden
Nog later4-6 maanden
19588 maanden

Populaire artikelen:

Plaats een reactie