De Honderdjarige Geschiedenis van de Mercedes-Benz Fabriek in Sindelfingen

De Mercedes-Benz-locatie in Sindelfingen vierde in 2015 haar 100ste verjaardag. Wat in 1915 met een Daimler-fabriek voor vliegtuigmotoren begon, is tegenwoordig een locatie waar de meest uiteenlopende disciplines uit de autoproductie zijn samengevoegd. Sindelfingen is de thuisbasis van de afdelingen research, ontwikkeling en design van Daimler AG en Mercedes-Benz Cars. Nergens ter wereld bestaat een nauwere vervlechting van de vakafdeling als in Sindelfingen.

Daimler AG is met ca. 37.000 medewerkers de grootste werkgever in de regio Sindelfingen. In het internationale productienetwerk van Mercedes-Benz Cars neemt Sindelfingen de rol in van competentiecentrum voor personenwagens uit de premium en luxe klasse. Om de toekomst van de fabriek tot 2020 en de jaren daarna te waarborgen, heeft Mercedes-Benz in het afgelopen jaar een investeringspakket van meer dan 1,5 miljard euro ingepland.

Het is in de auto-industrie één van 's werelds meest toonaangevende competentiecentra voor veiligheid, innovatie en design. In 2015 werd in Sindelfingen het honderdjarig bestaan gevierd en daar kwam bij de toespraken naar voren dat Sindelfingen zich in deze honderd jaar telkens opnieuw had moeten uitvinden. Maar ook dat Sindelfingen een grote rol in de hele automobielgeschiedenis heeft gespeeld, een rol die verder reikte dan het eigen Mercedes-Benz concern.

Interieur van het Mercedes-Benz Museum in Stuttgart. Bron: Wikimedia Commons

De Vroege Jaren: Van Vliegtuigmotoren naar Automobielen

Op zes juli 1915 start Werk-Sindelfingen als het Daimler-Werk voor vliegtuigmotoren. Er wordt een terrein van 38 hectaren gekocht van de stad Sindelfingen en in oktober volgt nog een tweede koop van 13 hectaren. Dit laatste stuk om in de toekomst ook automobielen te kunnen gaan bouwen. De vliegtuigmotoren zijn dan voor het jonge Daimler concern, met een aandeel van 44% in de jaaromzet, het belangrijkste arbeidsterrein. De DMG ontwikkelt daar zelfs de eerste Duitse 18-cilinder-vliegtuigmotor, de 500 Pk sterke W-Motor Mercedes D VI met een cilinderinhoud van 45,3 l .

Heden ten dage is er geen sprake meer van vliegtuigmotoren of U-bootmotoren maar is er naast het produceren van personenwagens wel een aantal andere disciplines bijgekomen. In Sindelfingen bevindt zich niet alleen de grootste fabriek voor de productie van de personenwagens maar ook de afdeling Inkoop, het kwaliteitsmanagementcentrum, de centrale logistiekplanning en het centrum voor de ontwikkeling van nieuwe productietechnologieën.

Lees ook: Unieke Mercedes-Benz ervaring

Maar dat Sindelfingen zeer nadrukkelijk ook automobielproducent blijft blijkt uit de 367.313 personenwagens die er in 2014 van de band rolden. Het betrof de Mercedes-Benz C-, E- en S-Klasse alsook de CLS, de CLS Shooting Brake, de SLS AMG en de Mercedes-AMG GT. In de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw waren daar zeer illustere voorgangers als de 300 SL en de Pagode. Hierna gaan de ontwikkelingen pijlsnel verder met het bouwen van een nieuw ontwikkelingscentrum waar nieuwe ontwerpen als de S 400 HYBRID ( 2009) , de B-Klasse F-Cell (2010) en een nieuw vleugeldeurontwerp ontstaan en geproduceerd worden (de Mercedes-Benz SLS AMG).

Een Bezoek aan de Fabriek en het Mercedes-Benz Museum

Het bezoeken van de Mercedes Sindelfingen fabriek is mogelijk voor groepen vanaf 8 personen. De rondleiding begint met een bedrijfsfilm in een filmzaal. Daarna neemt de groep plaats in de speciaal ontworpen autotreintjes, die het gezelschap over het immense fabrieksterrein voeren. Het eerste wat de groep in de fabriek ziet, is het persen en de ruwbouw van de auto’s. Ook de montageafdeling wordt bezocht. De bezoekers maken gebruik van een loopbrug, zodat het werk zonder hinder van dichtbij bekeken kan worden. De excursie wordt afgesloten met een ritje over de parkeerplaats van het overlaad centrum.

Het Mercedes-Benz Museum is een automobielmuseum in Stuttgart dat is gewijd aan het merk en zijn geschiedenis, met inbegrip van alle merken die met Mercedes-Benz worden geassocieerd. Het museum is ondergebracht in een door UN Studio ontworpen gebouw dat zich direct voor de hoofdingang van de Daimler-fabriek bevindt.

Het Mercedes-Benz Museum in Stuttgart, Duitsland, biedt een indrukwekkende reis door de autogeschiedenis. Bezoekers waarderen de chronologische indeling van het museum, die hen door 130 jaar auto-evolutie leidt. De tentoonstellingen omvatten meer dan 160 voertuigen, van de vroegste modellen tot moderne conceptauto's, die de innovatie en het ontwerpvermogen van het merk laten zien. Veel recensenten benadrukken de architectuur van het gebouw als een opvallend kenmerk, waarbij de dubbele helixstructuur de tentoonstellingen aanvult. Het museum biedt audiogidsen in meerdere talen, wat de ervaring voor internationale bezoekers verbetert.

Hoewel sommigen de toegangsprijs wat hoog vinden, zijn de meesten het erover eens dat de uitgebreide collectie en de hoogwaardige presentaties de kosten rechtvaardigen. Het museum spreekt zowel autoliefhebbers als gewone bezoekers aan en biedt interactieve displays en historische context die verder gaan dan alleen auto's. Sommige bezoekers vermelden dat het museum druk kan zijn, vooral tijdens piekuren, wat de kijkervaring kan beïnvloeden.

Lees ook: Een kijkje achter de schermen bij Mercedes-Benz

De Pioniers: Karl Benz en Gottlieb Daimler

Geen ander automobielmerk als Mercedes-Benz kent zo’n rijke historie maar staat ook zo centraal in de nieuwste ontwikkelingen op automobielgebied. Van Bertha Benz’ eerste automobielreis ter wereld via de legendarische Stromlinienwagen uit 1938 naar de Formule 1 techniek waar Das Haus regeert.

Karl Benz werd in 1844 in Karlsruhe geboren en volgde na zijn middelbare school het Polytechnicum waar hij zijn ingenieursdiploma behaalde. Na diverse activiteiten in technische bedrijven trok Benz zich terug als technisch directeur van de Gasmotorenfabrik A.G. De firma fabriceerde tweetakt gasmotoren. Vanaf 1879 was Benz al met de ontwikkeling van een viertaktmotor bezig voor het aandrijven van een voertuig. De motor voor zijn eerste ‘automobiel’ week niet veel af van de stationaire motoren uit zijn fabriek. In 1885 begon hij zijn eerste auto op te bouwen.

Het chassis had veel weg van een combinatie van een rijwiel (wielen, ketting en buizenframe) en een paardenrijtuig (zitbank en opstap). De achterin geplaatste horizontale eencilinder viertaktmotor van 0,7 pk had een elektrische ontsteking en de aandrijving werd door drijfriemen en kettingen op de achterwielen overgebracht. Op 29 januari 1886 ontving Karl Benz het patent op zijn voertuig onder octrooinummer 36423.

Twee jaar later maakten echtgenote Bertha Benz en haar beide zoons een tocht van tweehonderd kilometer om Karl ervan te overtuigen dat zijn uitvinding betrouwbaar was en het vervoermiddel zeer praktisch was. In hetzelfde jaar exposeerde Benz zijn driewieler op de Motortentoonstelling van München. Weldra kwamen er veel bestellingen uit Frankrijk en later ook uit Engeland. De eerste autofabriek ter wereld met al snel vijftig man personeel leverde de eerste bestellingen uit.

Gottlieb Daimler werd in 1834 in Schondorf, een dorpje onder de rook van Stuttgart, geboren. Als jong ingenieur deed hij veel ervaring op bij verschillende fabrikanten in de machinebouw in binnen- en buitenland. Nikolaus Otto had echter nog een idee op de plank liggen, namelijk die van de viertaktmotor, die hij in 1867 ontwierp. Het principe van de mengselmotor, waarbij de brandstof en lucht met elkaar vermengd worden voordat deze tot ontbranding wordt gebracht is naar Nikolaus Otto genoemd, we spreken nog steeds van een Ottomotor.

Lees ook: Complete Gids: Mercedes-Benz Stuttgart

Daimler zag geen heil in het verder ontwikkelen van het gasmotorprincipe, maar wel in de verbrandingsmotor waarvan de ontwerpen lagen te verstoffen, en toen hij en Otto het daarover niet eens konden worden werd hij voor de keuze gesteld een fabriek in St. Bij het gasmotoren project trok Daimler de jonge technicus Wilhelm Maybach aan die hij vroeger bij een machinefabriek in Reutlingen had leren kennen. Beide heren besloten samen verder te gaan. Op deze motor werd in 1883 octrooi aangevraagd en op 16 december van dat jaar werd aan Daimler patent verleend op zijn snellopende en lichte benzinemotor.

Het motoriseren werd door Daimler en Maybach op verschillende manieren toegepast. Gottlieb Daimler construeerde de ‘Einspur‘, een tweewieler met een lichte en betrekkelijk kleine motor waarmee zijn oudste zoon Paul in 1885 de eerste geslaagde rit van drie kilometer maakte. Aangespoord door het succes kocht Daimler in 1885 een koets bij de firma Wimpff & Sohn en sloopte de disselbomen en andere onderdelen die hij voor zijn voertuig niet nodig had. Hij monteerde de zojuist gereed gekomen ééncilinder viertaktmotor, een versnellingsbak met twee versnellingen en diverse rubber blokken om stoten en trillingen tegen te gaan.

Zowel Daimler als Benz bleken niet van elkaars activiteiten op de hoogte te zijn totdat zij patent kregen op hun uitvindingen en hun producten op de motortentoonstelling in München exposeerden. Beiden hadden nu hun eigen fabriek en verkoopstaf om hun uitvindingen verder te ontwikkelen en succesvol aan de man te brengen.

Op 6 maart 1900 overleed Gottlieb Daimler op 65-jarige leeftijd. Inmiddels had zoon Paul goede contacten met de Oostenrijks-Hongaarse consul-generaal in Nice, Emil Jellinek, die wild enthousiast was over de Daimler-producten. Hij verkocht tientallen van deze voertuigen aan zijn rijke relaties in Frankrijk. Jellinek gebruikte als pseudoniem Mércèdes, de naam van zijn knappe dochter. Na tal van sportieve overwinningen bedong Jellinek, die inmiddels een kleine 40 procent van de totale autoproductie van Daimler aan de man bracht, dat alle Daimlers voortaan Mercedes (zonder de streepjes) genoemd moesten worden.

Karl Benz wist in de racerij minstens zoveel belangstelling te trekken als de ‘Mercedes-wagens’ van Daimler. De beide firma’s zouden zich niet alleen maar toeleggen op de personen- en racewagens, maar ook op bedrijfswagens, autobussen en motorenbouw.

De Fusie en Verdere Ontwikkeling

Inmiddels was het voor beide fabrikanten bijzonder moeilijk geworden hun producten op een niet erg koopkrachtige markt af te zetten. Die omstandigheden brachten in 1924 de directies van Daimler Motoren Gesellschaft (DMG) en Benz & Cie ertoe samen te gaan werken, op grond van de overweging dat een toekomstige fusie een versterking zou betekenen op alle fronten. Zij sloten hiertoe een “overeenkomst met wederzijdse belangen”, dat geldig zou zijn tot 2000. In 1926 kwam het tot een volledige fusie en werd Daimler-Benz AG geboren. Vanaf dat moment droegen de autoproducten de naam Mercedes-Benz.

Vanaf dit historische moment brak er voor de fabrikant een eclatant verkoopsucces aan. Zelfs in de crisisjaren wist Mercedes-Benz de glorieuze S/SSK te verkopen. In 1936 startte de fabriek met de productie van een goedkopere serie met de type-aanduiding 170 V. Na de tweede wereldoorlog krijgt Daimler-Benz in 1946 van de geallieerden toestemming om de 170 V in een gelimiteerd aantal te produceren. Vanaf 1949 wordt de productie uitgebreid met de 170 S gevolgd door de zescilinders 220 en 300 in 1951. Opzien baarden de Ponton A-type 180 in 1953, de bloedsnelle 300 SL ‘Vleugeldeur’ met inspuitmotor in 1954 en de dames-vriendelijke roadster 190 SL in 1955.

Vanaf de eerste dag van het ontwerpen van auto’s deden vele nieuwe technologieën hun intrede. Daimler en Benz en later Mercedes-Benz leverden telkens een belangrijke bijdrage in verdere ontwikkeling van de auto- en motorindustrie.

Mercedes-Benz Gepassioneerde geschiedenis van innovatie

Mercedes-Benz, veelal afgekort tot Mercedes, is een automerk uit Duitsland, in 1926 ontstaan als gevolg van de fusie tussen de Daimler Motoren Gesellschaft van Gottlieb Daimler en de firma Benz & Cie. van Carl Benz. Tegenwoordig is het het merk onderdeel van Daimler AG. Onder het merk Mercedes-Benz worden personenauto’s en -busjes, bestelwagens, bussen, vrachtwagens en andere voertuigen (zoals de Mercedes-Benz Unimog) geproduceerd.

Karl Benz is geboren op 25 november 1844 en begon zijn loopbaan in de machinefabriek met het bouwen van locomotieven. Benz begon zich, nadat hij jaren eerder een eigen zaak was begonnen, in 1877 pas te interesseren voor motoren. In 1886 kwam zijn eerste “gepatenteerde” auto op de markt, een driewieler met de motor achterin. In 1888 kwam hij met een verbeterd model voor de prijs van 2.000 Duitse Mark.

Daimler (uitspreken als Dajmler) werd na enige omzwervingen directeur van een machinefabriek in Karlsruhe. Hij verliet deze fabriek met ruzie en begon in een werkplaats in zijn tuin, samen met Wilhelm Maybach, met het ontwikkelen van voertuigmotoren. Tijdens de wereldtentoonstelling in Parijs van 1889 werd de eerste auto met stalen wielen en 4 cilinders gepresenteerd, een auto met een maximale snelheid van 18 km/h en het jaar daarna richt Daimler het Daimler Motoren Gesellschaft op.

Pas in 1924 werd er voor het eerst gesproken over een samenwerkingsverband tussen Daimler en Benz. Dit ontstaat dus zonder dat beide heren elkaar ooit ontmoet hebben. Het ontwerpen, fabriceren en adverteren werd samengevoegd, maar beiden behielden wel hun eigen handelsmerken.

Jellinek was in het begin van de 20e eeuw de vertegenwoordiger voor Daimler. Naast deze baan had hij ook verschillende races gereden onder de pseudoniem “Mercedes”, vernoemd naar zijn dochter. In de race van 1901 verscheen hij met de opvolger van de Phoenix. Dit was een veiligere auto als voorheen en dit was de eerste race waarbij de auto onder de naam Mercedes aan de start verscheen.

Typeaanduidingen door de Jaren Heen

De typeaanduiding van de Mercedessen gebouwd tussen 1926 en 1993 volgt vrijwel altijd hetzelfde patroon: een getal van de vorm “xx0”, eventueel gevolgd door een of meerdere letters. Op de plaats van de “xx0” staat altijd de cilinderinhoud van de motor gedeeld door 10; een Mercedes 180 heeft dus een motor met een inhoud tussen de 1750 en 1849 cc. De letter(s) na het getal geven altijd aan dat er sprake is van een bijzondere uitvoering van de motor of de carrosserie. In het geval van de letters die meerdere betekenissen hebben hangt het van de combinatie van letters af welke van de betekenissen gekozen moet worden. “300SEL” staat bijvoorbeeld voor een auto met een drielitermotor, met een extra luxe carrosserie (S), brandstofinjectie (E) en met een met verlengde carrosserie (L), terwijl een “300SL” staat voor een auto met een drielitermotor uit de Sport-Leicht-serie.

Uiteraard zijn er een paar uitzonderingen op de bovenstaande regels, zoals de Mercedes 600, die een met brandstofinjectie uitgeruste motor van 6,3 liter had en in een standaard- of een verlengde uitvoering geleverd kon worden. Dit zou dus de typeaanduidingen “630E” en “630EL” opleveren, maar op de auto’s stond nooit iets anders dan “600”.

Begin 2015 heeft Mercedes-Benz een nieuwe aanduiding van de modelreeksen en aandrijflijnen geïntroduceerd. In plaats van de drie cijfers gevolgd door een letter (bijvoorbeeld de 300SL die staat voor een auto met een drielitermotor uit de Sport-Leicht-serie) maakt Mercedes voor de modelbenaming gebruik van één tot drie hoofdletters. De aandrijflijnvarianten worden vervolgens aangegeven met kleine letters.

Centraal staan de vijf kernmodelreeksen A, B, C, E en S, die ook in de toekomst blijven bestaan. De betekenis is als volgt:

  • A klasse: Het kleinste model van het Duitse merk, een compacte middenklasse auto leverbaar als 3- of 5-deurs hatchback of 4-deurs sedan.
  • B klasse: Een compacte middenklasse gezinsauto, geïntroduceerd in 2005 en gezien als het zusje van de A klasse. De B klasse is een hoogzit, waardoor het zicht rondom goed is.
  • C klasse: Een luxe middenklasse die geliefd is als zakelijke auto, maar ook als luxe gezinsauto. De C klasse komt met name voor als 4-deurs sedan met kofferbak of als 5-deurs stationwagen (Estate).
  • E Klasse: Een van de populairste modellen van Mercedes-Benz, een echte kilometervreter en wordt ook veel gebruikt als taxi. Zodra je in een E klasse rijdt, ervaar je een piekfijne afwerking, veel luxe en comfort en legio infotainment.
  • S Klasse: Een van de extra luxe modellen van Mercedes, waarbij uniek comfort en veiligheidstechnologieën in het middelpunt staan. De verfijnde innovaties van de S klasse zorgen ervoor dat je de unieke uitstraling niet over het hoofd ziet.

Mercedes-Benz: Een Erfgoed van Innovatie en Luxe

Mercedes-Benz. Het Duitse automerk dat synoniem staat voor luxe en innovatie. Ze worden volop verkocht, geleaset of men kiest ervoor om een occasion te financieren. Het merk dat in de volksmond ook wel Mercedes wordt genoemd, zonder Benz, heeft een rijke geschiedenis die teruggaat naar 1885. Het jaar waarin de twee Duitse uitvinders Gottlieb Daimler en Carl Benz allebei zelfstandig aan hun eerste gemotoriseerde voertuig werkten.

Ondanks deze ontdekking van Daimler, wordt hij niet gezien als de uitvinder van de auto. Deze eer gaat naar Carl Benz die een aantal maanden na de vierwieler van Daimler een gemotoriseerde driewieler aan het publiek tentoonstelt.

In 1879 begon Benz met het ontwikkelen van een motor voor zijn eerste voertuig. Zijn eerste ‘auto’ in 1885 leek veel op de stationaire motoren die hij in zijn fabriek maakte. Het frame had onderdelen van een fiets (wielen, ketting en frame) en een paardenkoets (zitbank en opstap). Achterin zat een horizontale eencilinder viertakmotor van 0,7 pk met elektrische ontsteking. De aandrijving gebeurde met riemen en kettingen op de achterwielen. In 1886 kreeg hij het patent voor zijn voertuig, wat de basis is voor de moderne auto van nu.

De eerste autohandelaar ter wereld, Emil Jellinek uit Oostenrijk, was in het begin van de 20e eeuw de vertegenwoordiger van de Daimler-producten. Hij verkocht tientallen voertuigen aan zijn rijke relaties in Frankrijk. Op zijn verzoek bouwt Daimler ook een lichtgewicht auto met de motor en achterwielaandrijving vooraan. De sportauto wordt vernoemd naar Jellineks dochter, Mércèdes. Na veel sportieve overwinningen overtuigde Jellinek, die ongeveer 40 procent van alle auto’s van Daimler verkocht, Daimler om al hun auto’s voortaan Mercedes (zonder streepjes) te noemen. In 1902 wordt de merknaam officieel vastgelegd, samen met de driepuntige ster. Later verwijst de ster naar land, lucht en water. De gebieden waar de Daimler-motoren worden gebruikt.

Zowel Daimler als Benz wisten niet wat de ander deed, totdat ze patent kregen op hun uitvindingen en hun producten op een motortentoonstelling in München lieten zien. Nu hadden allebei de pioniers hun eigen fabriek en mensen om hun uitvindingen te verbeteren en te verkopen. Een opvallende wending in het verhaal is dat in 1926, 26 jaar na de dood van Daimler, beide bedrijven samenvoegen. Vanaf dat moment werden de auto’s onder de naam Mercedes-Benz verkocht. Het logo van Daimler, de driepuntig ster, kreeg toen de lauwerkrans van Benz toegevoegd. Dit gerestylede logo zien we nog steeds terug op de auto’s van Mercedes-Benz.

Het logo van Mercedes-Benz. Bron: Wikimedia Commons

Na de Tweede Wereldoorlog kreeg Daimler-Benz in 1946 toestemming van de geallieerden om een beperkt aantal 170 V-auto’s te produceren. Vanaf 1949 werd de productie uitgebreid met de 170 S gevolgd door de zescilinders 220 en 300 in 1951. Het assortiment groeide snel.

In de daaropvolgende jaren hield Mercedes-Benz de aandacht van de wereldpers vast met de introductie van de eerste auto met een veiligheidscarrosserie (220 S in 1995), ABS en de eerste generatie airbags (1970).

Daimler en Benz, en later Mercedes-Benz, leverden voortdurend belangrijke bijdragen aan de ontwikkelingen van de auto- en motorindustrie.

Populaire artikelen:

Plaats een reactie