Eindhoven, een stad in het zuiden van Nederland, heeft een rijke geschiedenis die teruggaat tot de middeleeuwen. De gemeente Eindhoven maakte in de eerste helft en het midden van de twintigste eeuw een explosieve groei door. In 1920 annexeerde de stad vijf omliggende gemeenten, waardoor de gemeente ineens enorm vergroot werd, zowel qua oppervlakte (van 75 tot 6300 ha) als qua inwoneraantal (van 6.500 naar 46.000).
De stad Eindhoven ontstond in een moerasdelta van vijf riviertjes: de Dommel, de Gender, de Laak, de Tongelreep en de Rungraaf. Het kreeg in 1232 stadsrechten en marktrecht van hertog Hendrik I van Brabant. Eindhoven moet gezien worden als een gestichte (en niet geleidelijk gegroeide) nederzetting binnen de stedenpolitiek van Hendrik I.
In 1583 werd na het Beleg van Eindhoven de omwalling weer afgebroken. Binnen de wallen lag de middeleeuwse Sint-Catharinakerk, die in 1860 werd afgebroken en werd vervangen door de huidige neogotische kerk. De huidige kerk uit 1867 werd ontworpen door Pierre Cuypers en valt op door een koor naar het westen.
Eindhoven lag immers op het knooppunt van belangrijke handelswegen: van ‘s-Hertogenbosch naar Luik en van Antwerpen naar Duitsland. Vermoedelijk wilde de hertog ook de textielnijverheid bevorderen door de stichting van markten en overige bedrijvigheid. Eindhoven kreeg al in 1232 vrijheidsrechten en marktrecht van hertog Hendrik I van Brabant. Dit betekent dat er toen al een stad moet zijn geweest.
De kerk, gewijd aan Catharina van Alexandrië, bestond reeds in de 12e eeuw, maar ze werd pas in 1340 voor het eerst genoemd. Dit was een dochterkerk van de dekenale Sint-Petruskerk te Woensel. Deze kerk werd in 1399 verheven tot kapittelkerk. Daarnaast kende ze een beeld van Maria Presentatie, dat doel was van bedevaarten. De kerk werd in brand gestoken door de Geldersen in 1486.
Lees ook: Ford Garages: Nederland en Antwerpen
Omstreeks 1100 bestond in de buurt van het latere Eindhoven een motteburcht, die ook zetel werd van de heren van Eindhoven. In 1232 was Eindhoven nog in het bezit van hertog Hendrik II van Brabant, maar de heerlijkheid Eindhoven werd vermoedelijk in 1282 uitgegeven aan Willem, heer van Cranendonck. Toen ontstond ook het stadszegel met de drie hoorns, dat verwijst naar het geslacht Cranendonck en dat nog altijd het stadswapen siert.
De vestingwallen deden dienst tijdens de invallen van de Geldersen, zoals in 1397, toen deze het beleg van de Geldersen weerstonden. Het kasteel raakte later in verval en in 1676 werden de laatste bovengrondse resten ervan gesloopt. De fundamenten van dit kasteel zijn nog aanwezig onder Villa Ravensdonck.
Op 20 juni 1648 werd de Sint-Catharinakerk aan de katholieke eredienst onttrokken en aan de protestantse gemeente gegeven. Vanaf 1651 konden ambtelijke functies slechts door protestanten worden uitgeoefend. De Stadhouder Johan van Beverwijk was daarin zo streng, dat hij de vijandschap van een ieder op zich laadde.
De Beelden van Alphons Custers.Geldropseweg 20, het voormalig atelier Alphons Custers, met twee van zijn beelden die de voorgevel sieren. Hierna werd het pand een tijd bewoond door de RK- congregatie van de Franse Zusters.
Geldropseweg vanaf Cafe Tramhalte.Geheel links staat het Cafe Tramhalte van Willem van den Akker. De winkel; met de markies was Meeuwis Heerenmode en in de winkel daarnaast was een schoenenwinkel.
Lees ook: Kuga Problemen en Oplossingen
De Geldropscheweg.U kijkt bijna recht op Villa Jamez ( zie ook foto 269 ) aan de overzijde van de kruising met de Tongelresestraat-Vestdijk.
Vleeschhouwerij M.A.Stolwerk-Jacobs lag aan de Geldropseweg. Fanny vermoedt aan de overkant (of ter hoogte) van het pand van foto #636. Je kunt namelijk de fabriek nog goed zien.
Geldropseweg (8) in 1916.Het derde en het vierde pandje lijken de overburen van foto #1622 te zijn.
M.Stolwerk begint een slagerij. (1)Uit deze aanvraag bij de Gemeente Stratum blijkt dat voor hem in dit pand aan de Geldropscheweg een koperslager zat.
Cafe Pas BuitenCafé Pas Buiten lag aan de Geldropseweg op de hoek met het Rochushofje. Het werd in 1919 begonnen en geexploiteerd door Frans Fransen, technisch ambtenaar bij Bouw en Woning Toezicht.
Lees ook: Verlaten Ford garage
Geldropseweg richting Noord.Geldropseweg tussen St. Rochusstraat en Hoefkesstraat. Rechts zat rijwielhandel Heerings.
Henry Ford (1863-1947), de grondlegger van de Amerikaanse automobielindustrie en creatieve kracht achter een van de meest invloedrijke bedrijfstakken in de wereldgeschiedenis, had een broertje dood aan het verleden. Met zijn publieke debunking van de geschiedenis werd Ford al snel een populair symbool van de moderne tijd. Het in zijn automobielfabrieken ontwikkelde gestandaardiseerde massaproductiesysteem met de lopende band vond wereldwijd navolging.
De Van Nellefabriek in Rotterdam, ontworpen door Leendert van der Vlugt en Mart Stam, en de Witte Dame in Eindhoven, ontworpen door Dirk Roosenburg, zijn prachtige architectonische voorbeelden van de no-nonsense zakelijkheid die het nieuwe economische gedachtegoed representeerden. Het industriële paradigma en dat van de architectuur van de gebouwen waren nauw met elkaar verbonden.
Hoewel we het tijdperk van Henry Ford inmiddels achter ons hebben gelaten, blijkt de materiële erfenis van zijn gedachtegoed een nieuwe functie en betekenis te kunnen krijgen in de nieuwe, post-Fordistische economie; een economie die niet op standaardisatie maar op diversiteit is gebaseerd.
Veel industriële omgevingen bieden door hun opzet en structuur vanzelfsprekend ruimte voor de verscheidenheid aan behoeften die zo eigen is aan de creatieve industrie. Waar de ene ondernemer wonen en werken wil combineren, zoekt de andere voor eigen productiewerkzaamheden een relatief goedkope bedrijfsruimte, liefst casco, zodat hij eigen programma kan ontwikkelen en zijn eigen stempel erop kan drukken.
Industriële complexen hebben het voordeel van de schaal en de verscheidenheid van gebouwen, waardoor het ensemble als een ‘stad in het klein’ een variëteit aan sferen en functies kan herbergen. En variëteit is nu net wat de creatieve industrie nodig heeft. Consumenten en bezoekers komen niet alleen voor die ene creatieve producent, maar ook voor de belevenis van het geheel.
De met de industriële monumenten verbonden verhalen van hard werken en stoempende machines vormen het symbolisch kapitaal dat de boodschap uitdraagt dat het zin heeft om te investeren in de creatieve economie. Niet voor niets zoeken creatieve ondernemers zelf actief de verbinding met begrippen als ‘industrie’ en ‘fabriek’.
Joks Janssen is hoogleraar ruimtelijke planning en cultuurhistorie aan Wageningen University en directeur van het kennisplatform BrabantKennis. Hij publiceert met enige regelmaat over nieuwe ontwikkelingen in de erfgoedzorg.
Straten rond het oude stadscentrum
Op deze pagina de straten die rond het oude stadscentrum liggen.
- Gymnasium Augustinianum
- Rechtestraat
- Buys Ballotstraat
- Nieuwstraat
- Edisonstraat
- Broekseweg
- Hemelrijken
- Kloosterdreef
De straat, aanvankelijk een onbeduidend weggetje, kwam omstreeks 1900 tot ontwikkeling. In de loop van de eeuw heeft de straat veel van haar glans verloren.
De straat is in 1906 aangelegd. Daarvoor was er het kerkhof van Eindhoven.
De Keizersgracht loopt langs de oorspronkelijk westelijke stadsgracht. ontleend aan het feit dat er een 'keizer' van de schutterij woonde.
De Wal werd vroeger ook wel de Verlengde Keizersgracht genoemd.
In 1942 coöp. veiling De Meierij, in 1953 Gebr.
In 1959 is hier nog de ANWB gevestigd.
In 1953 en in 1975 nog steeds het Bankethuis van bakker P.J.
In 1953 H.J. groothandel wild en gevogelte.
In 1953 en 1964 Eindhovense Muziekhandel v.h.
Reisbureau "Brabant"
In 1953, 1964 zit hier de de Nederl. Middenstandsbank.
Rond 1980 is dit het kantoor van de Eindhovense Mij.
In 1959 nog steeds het bijkantoor van de Geldersche.
In 1975 kennen we het gebouw als "Dommel 9", een gebouw waar allerlei welzijnsclubjes hun kantoor hielden.
In 1953 en 1964 kruidenier Arn. van Rooij, in 1975 supermarkt G. Lamers.
In 1953 de praktijk van dokter J.H. de Lever, in 1964 Dr. Aukes, in 1982 tandarts Lever en dokter Aukes; daarna tandarts P. Otten.
In 1953 en 1964 dames- en herenkapsalon van J. van Stippen; in 1975-1980 is het hier café Het Theatertje, in 1991 oosters restaurant Bethlehem.
Het volgende pand, met de lange schuin uitstekende vlaggenstok, is de Incassobank. Hoewel het inmiddels wit gepleisterd werd, is het tamelijk gaaf behouden.
De Incassobank is hier in 1922 gevestigd.
Sinds 1925 is dit voormalige woonhuis van A. een hotel (foto 1935); later verhuist Royal naar de hoek Vestdijk/ Geldropseweg.
Tabakszaak Speyer op 6A in 1953, levensmiddelen G.
Hier werd in 1934 het latere Oranje Hotel gebouwd (architect G. en G.C.
Op deze hoek hield in 1934 het Stationsplein op.
Links zien we de Lichttoren en daar op de voorgrond een oud herenhuis.
In 1953 sigarenfabriek Gebr.
Op 2C in 1953 café-zaal Heck, 2D het Eindh.
Twee monumentale villa's (1880), nu nrs.
