Het behalen van een rijbewijs is een belangrijke stap, en in België komt daar het voorlopig rijbewijs bij kijken. Dit document geeft je de mogelijkheid om te oefenen met autorijden onder bepaalde voorwaarden. Het is essentieel om de regels en beperkingen van dit rijbewijs te kennen.
Het Voorlopig Rijbewijs in België
Voor Nederlanders die in België wonen, kan het Belgische systeem voor het behalen van een rijbewijs verwarrend zijn. Dit artikel biedt een gedetailleerd overzicht van hoe je je rijbewijs kunt behalen in België. Dit is echter niet alleen nuttige informatie voor Nederbelgen, het is altijd leuk om te weten hoe dergelijke zaken werken in een ander land en om dit te vergelijken met de regels in eigen land.
Theoretisch rijbewijs in België
Als je in België je rijbewijs wilt halen, begin je met het theoretisch examen. Dit mag je vanaf je zeventiende afleggen in een examencentrum naar keuze. De kosten hiervoor bedragen 18 euro. Voorbereiden op dit examen kan op verschillende manieren. Je kunt bijvoorbeeld kiezen voor zelfstudie via een (oefen)boek naar keuze en/of via het online platform ‘Mijn rijbewijs B’. Je kunt ook theorielessen volgen bij een erkende rijschool. Wanneer je klaar bent voor het examen, leg je dit af in een examencentrum naar keuze. Zorg dat je je identiteitskaart meeneemt naar het examen, want een kopie wordt niet geaccepteerd.
Het examen zelf bestaat uit 50 meerkeuzevragen, waarvan je er 41 correct moet beantwoorden. De vragen, die via een computerscherm worden gepresenteerd, richten zich op realistische verkeerssituaties.
Geslaagd of niet geslaagd
Direct na afloop van het examen weet je of je al dan niet bent geslaagd. Indien je bent geslaagd, is je theoriecertificaat drie jaar geldig. Je moet dan ook nog een oogtest afleggen in het examencentrum. Men kan je daarop doorverwijzen naar een oogarts. Je ontvangt vervolgens een aanvraagdocument voor een voorlopig rijbewijs. Als je echter niet bent geslaagd, kun je later het examen opnieuw proberen. Als je twee keer niet bent geslaagd, ben je verplicht om eerst 12 uur opleiding te volgen.
Lees ook: Bandenspanning lampje betekenis uitgelegd
Oefenperiode met voorlopig rijbewijs
Wanneer je beschikt over een voorlopig rijbewijs kun je beginnen te oefenen. Je bent verplicht om ten minste vijf maanden te oefenen. Op de achterruit moet je een L-teken aanbrengen, zodat andere weggebruikers weten dat je een oefenende chauffeur bent. Er zijn twee manieren om te oefenen. Bij het aanvragen van het voorlopig rijbewijs dien je hiertussen een keuze te maken. Het is wel toegestaan om één keer te switchen.
De eerste manier is oefenen met een begeleider, bijvoorbeeld een ouder. Hiervoor vraag je het voorlopig rijbewijs met begeleider aan. Je kunt tot twee begeleiders aanduiden die aan bepaalde voorwaarden dienen te voldoen. Het is niet toegestaan om tijdens het oefenen andere passagiers mee te nemen en je bent verplicht om een tweede achteruitkijkspiegel te hebben voor de begeleider.
Een tweede optie is het aanvragen van een voorlopig rijbewijs zonder begeleider. Dit rijbewijs is achttien maanden geldig. Dan moet je ten minste twintig uur rijles volgen bij een erkende rijschool. Als je dit hebt gedaan, ontvang je een bekwaamheidsattest dat drie jaar geldig is. Met dit attest kun je alleen verder oefenen.
Houd er rekening mee dat je over een autoverzekering moet beschikken voor het oefenvoertuig en dat dit voertuig aan alle technische eisen dient te voldoen.
Opgelet! Met een voorlopig rijbewijs mag je op vrijdagen, in het weekend, op feestdagen en op de avond voor feestdagen niet oefenen tussen 22 uur en 6 uur.
Lees ook: Airco systeem in auto's
Praktijkexamen afleggen
Als je eenmaal denkt klaar te zijn voor het praktijkexamen, maak je een afspraak met een examencentrum naar keuze. Een praktijkexamen kost 48 euro en bestaat uit een gevaarherkenningstest of een risicoperceptietest en een rijtest op de openbare weg. Rijden met een gps is sinds 2023 een verplicht onderdeel van het praktijkexamen. Als je geslaagd bent, kun je een definitief rijbewijs aanvragen. Wie niet geslaagd is, kan het examen later opnieuw afleggen.
Soorten Rijbewijzen
Er zijn rijbewijzen voor brommobiel, bromfiets, snorfiets, motor, auto, vrachtwagen, bus en tractor. Wilt u met een aanhanger rijden? Met het gewicht wordt de toegestane maximummassa bedoeld. Als u bent geslaagd voor een rij-examen, toont u dat aan met uw rijbewijs. Op uw rijbewijsdocument moeten daarom al uw rijbewijscategorieën staan. Heeft u al een autorijbewijs, maar slaagt u nu ook voor een vrachtwagenrijbewijs? Vraag dan een nieuw rijbewijsdocument aan.
Bestuurt u een bepaald type voertuig niet meer, terwijl u daar wel een rijbewijs voor heeft? Maakt u nog wel gebruik van andere rijbewijscategorieën op uw rijbewijsdocument? Een Nederlands militair rijbewijs is buiten de militaire organisatie niet geldig. Wel kunt u het militair rijbewijs omwisselen voor een normaal rijbewijs. U moet dat doen binnen 3 jaar nadat het militair rijbewijs is afgegeven.
Bent u geslaagd voor uw rijexamen? Uw rijbewijs is geldig tot de datum die op uw rijbewijs staat.
Voorwaarden en Beperkingen van het Voorlopig Rijbewijs
Als je in België een voorlopig rijbewijs hebt, zijn er specifieke regels waar je je aan moet houden. Deze regels zijn afhankelijk van het type voorlopig rijbewijs dat je hebt.
Lees ook: Nieuw rijbewijs nodig? Lees dit!
- Niet rijden in het buitenland: Met een voorlopig rijbewijs mag je niet in het buitenland rijden.
- Rijden na 22u in het weekend: Als je jonger bent dan 24 jaar, mag je in het weekend niet na 22u rijden.
- Vervoer van passagiers: Je mag niemand vervoeren, tenzij de persoon minstens 5 jaar in het bezit is van een rijbewijs. In dat geval mag je nog één andere persoon meenemen zonder rijbewijs.
- Aanhanger trekken: Het is niet toegestaan om een aanhanger te trekken.
- L-teken: Een grote "L" moet duidelijk zichtbaar op de achterruit van de auto geplaatst worden.
Twee Mogelijkheden na het Theorie-Examen
Nadat je geslaagd bent voor je theorie-examen, heb je twee opties:
- Rijschool: Je neemt een lespakket van 20 uur bij een erkende rijschool. Na deze 20 uur ontvang je een attest waarmee je een voorlopig rijbewijs kunt aanvragen. Na 3 maanden mag je dan je praktijkexamen afleggen met een lesauto.
- Vrije begeleiding: Je haalt direct je voorlopig rijbewijs op en geeft 1 of 2 vaste begeleiders op. Je moet minstens 9 maanden rijden met je begeleiders. Na deze periode mag je het praktijkexamen afleggen in een auto naar keuze, samen met je begeleider.
Rijden na 22u in het Weekend
Een van de belangrijkste beperkingen voor jonge bestuurders met een voorlopig rijbewijs is het verbod om na 22u in het weekend te rijden. Deze regel is specifiek van toepassing op bestuurders jonger dan 24 jaar.
Uitzonderingen en Alternatieven
- Ouder dan 24 jaar: Als je 24 jaar of ouder bent, geldt deze beperking niet.
- Begeleiding: Zelfs als je jonger bent dan 24, kun je na 22u rijden als je begeleid wordt door een persoon die minstens 5 jaar in het bezit is van een geldig rijbewijs.
Alternatieven en Oplossingen
Als je toch na 22u moet reizen, zijn er alternatieven:
- Openbaar vervoer: Maak gebruik van trein, bus of tram.
- Taxi of Uber: Overweeg een taxi of Uber als je geen andere mogelijkheden hebt.
- Carpoolen: Rijd mee met iemand die wel een geldig rijbewijs heeft en geen beperkingen heeft.
Rijden in Groot-Brittannië vanuit het buitenland - Tips van een rijinstructeur
Mag je in het Verenigd Koninkrijk rijden met een voorlopig rijbewijs? Deze video legt het allemaal uit!
Het Praktijkexamen
Na de verplichte oefenperiode kun je deelnemen aan het praktijkexamen. Dit examen test je vaardigheden en kennis van de verkeersregels. Zorg ervoor dat je goed voorbereid bent en voldoende hebt geoefend.
Tips voor het Praktijkexamen
- Neem extra rijlessen: Overweeg extra lessen bij een rijschool om je vaardigheden te verbeteren.
- Oefen in verschillende omstandigheden: Oefen met rijden in verschillende weersomstandigheden en op verschillende soorten wegen.
- Blijf kalm: Probeer kalm te blijven tijdens het examen en concentreer je op de taken die je moet uitvoeren.
Voertuigeisen in Nederland
Wanneer je een voertuig op je naam hebt staan horen daar een aantal verplichtingen bij. Een voertuig moet vanaf het moment dat het op je naam staat WA verzekerd zijn volgende Wet Aansprakelijkheidsverzekeringen Motorrijtuigen (WAM). Dit geldt niet voor aanhangwagens, deze zijn verzekerd bij het trekkend voertuig. Het voertuig dient APK gekeurd te zijn (geldt niet voor motoren, brommers en aanhangwagens en caravans t/m 3500 kg) en moet je motorrijtuigenbelasting betalen. Dit laatste geldt voor personenauto`s, bestelauto`s, vrachtauto`s en motorfietsen.
De Eisen die de Nederlandse overheid aan voertuigen stelt zijn overwegend gebaseerd op de regelgeving van de Europese Unie en andere verdragen op dat gebied. De Nederlandse eisen aan voertuigen zijn opgenomen in de Regeling voertuigen die sinds 1 mei 2009 van kracht is. De Regeling voertuigen is onderdeel van de Wegenverkeerswet 1994.
Soorten Voertuigeisen
Er worden drie soorten voertuigeisen onderscheiden: toelatingseisen, permanente eisen en gebruikseisen.
- Toelatingseisen zijn van toepassing op kentekenplechtige voertuigen zoals personenauto`s, vrachtauto`s, bestelauto`s, motorfietsen, bromfietsen en aanhangwagens voor motorvoertuigen. Aanhangwagens voor land- en bosbouwtrekkers zijn hiervan uitgezonderd. De toelatingseisen gelden ook voor voertuigonderdelen zoals bijvoorbeeld spiegels, lampen, trekhaak en banden. Voordat een kenteken wordt verstrekt, wordt beoordeeld of het voertuig een typegoedkeuring of individuele goedkeuring heeft en daarmee voldoet aan de toelatingseisen.
- Permanente eisen Alle voertuigen die gebruik maken van de openbare weg moeten aan zogeheten permanente eisen voldoen. Deze eisen zijn minder uitgebreid dan de toelatingseisen, omdat een voertuig langs de weg door de politie of bij de APK gecontroleerd moet kunnen worden. Er zijn ook permanente eisen voor voertuigsoorten waarvoor geen toelatingseisen gelden zoals de fiets of bijvoorbeeld een Segway.
- Gebruikseisen betreffen het praktisch handelen: het koppelen van een aanhangwagen, het behandelen van lading en zijn gebruikseisen eisen die betrekking hebben op de afmetingen en massa`s van de voertuigen.
Permanente Eisen
Het is de bestuurder verboden te rijden met een voertuig en de eigenaar of houder verboden met het voertuig te laten rijden, indien het voertuig:
- Niet deugdelijk van bouw of inrichting is, dan wel rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud verkeert.
- Zodanig is gebouwd of ingericht dat de bestuurder onvoldoende uitzicht naar voren of opzij heeft.
- Niet voldoet aan de wettelijk gestelde eisen ten aanzien van de bouw of inrichting van voertuigen van de categorie waartoe het voertuig behoort.
De permanente eisen die het belangrijkst zijn voor de verkeersveiligheid en deels alleen van toepassing zijn op personenauto's zijn de eisen aan de:
- Reminrichting
- Verlichting
- Stuurinrichting
- Autogordels
- Hoofdsteunen
- Bescherming van inzittende bij een frontale botsing
- Bescherming van inzittende bij een flankbotsing
- Bescherming van voetgangers bij aanrijding met voorkant van de auto
Daarnaast hebben de permanente eisen betrekking op onder andere geluid, emissie, massa, afmetingen en kentekenplaten. De belangrijkste permanente eisen hebben we voor je onder elkaar gezet:
- De personenauto moet zijn voorzien van de juiste kentekenplaten, een goedkeuringsmerk en de kentekenplaten moeten deugdelijk aan de voor en achterzijde van het voertuig zijn bevestigd. Het kenteken moet daarnaast goed leesbaar zijn en de kentekenplaten mogen niet zijn afgeschermd.
- De aslast van personenauto`s mag niet meer bedragen dan dat voor het voertuig in het kentekenregister of op de kentekencard, dan wel in het kentekenbewijs vermelde toegestane maxium aslast. De maximum aslast is het maximale gewicht op een as, waarmee de auto met twee wielen op de web rust.
- Brandstofsystemen moeten veilig zijn en mogen geen lekkage vertonen, tevens moeten ze deugdelijk zijn bevestigd. De vulopening voor de brandstof moet zijn afgesloten met een passende tankdop.
- Personenauto`s met een verbrandingsmotor moeten zijn voorzien van een uitlaatsysteem dat over de gehele lengte gasdicht is. Het uitlaatsysteem moet deugdelijk zijn bevestigd en geen hoger geluidsniveau produceren bij de uitmonding dan die voor het voertuig is vermeld in het kentekenregister, vermeerderd met 2dB(A).
- De uitlaatgassen van personenauto`s met een verbrandingsmotor met elektrische ontsteking mogen bij stationair toerental en op bedrijfstemperatuur niet meer dan het voorgeschreven volume (in percentage) koolmonoxide bevatten.
- De accu en de elektrische bedrading van de personenauto moeten deugdelijk zijn bevestig en de elektrische bedrading dient goed te zijn geïsoleerd.
- De personenauto moet zijn voorzien van een goedwerkende snelheidsmeter die ook bij nacht voor de bestuurder goed afleesbaar is.
- De wielen van de personenauto`s moeten zijn voorzien van luchtbanden en mogen geen beschadigingen vertonen waarbij het karkas zichtbaar is. De banden mogen ook geen uitstulpingen vertonen. De profilering van de hoofdgroeven van de band moeten over de gehele omtrek minimaal 1,6 mm zijn. Tot slot moeten de banden een juiste bandenspanning hebben zoals door de voertuigfabrikant is voorgeschreven.
- Personenauto`s moeten zijn voorzien van een goedwerkend veersysteem en de onderdelen van het veersysteem mogen geen breuken of scheuren vertonen en niet door corrosie zijn aangetast. De schokdempers vangen de kracht op van het terugveren zijn onderdeel van het veersysteem. Het veersysteem en onderdelen van het veersysteem moeten deugdelijk zijn bevestigd en goed werken.
- De stuurbekrachtiging moet goed en bij het draaien van het stuur mag er geen weerstand voelbaar zijn. De wielen moeten tijdens het sturen goed reageren en vrij kunnen draaien.
- De reminrichting en onderdelen van de reminrichting moeten deugdelijk zijn bevestigd en mogen niet zijn beschadigd, gescheurd of gebroken. Het oppervlakte van het rempedaal moet stroef zijn en de slag van het pedaal mag niet worden beperkt. De remschijven mogen geen dusdanige slijtage vertonen dat er gevaar op een breuk ontstaat en de rembekrachtiging moet goed functioneren.
- De bedrijfsrem en parkeerrem moet goed functioneren. De bedrijfsrem moet op alle wielen werken en de parkeerrem moet op minimaal 2 wielen.
- Personenauto`s die in gebruik zijn genomen na 31 december 2011 moeten zijn voorzien van een bedrijfsrem, waarvan de remvertraging op een droge of nagenoeg droge weg minstens 5,8 meter per seconden is. Hierbij gaan we uit van een ongeveer horizontaal liggende weg, ofwel gaan we uit van een rechte weg zonder klim- of dalingen. De pedaalkracht die je levert mag dan tevens niet meer zijn dan 500 Newton.
- Personenauto`s die in gebruik zijn genomen na 30 juni 1967, maar voor 1 januari 2012, moeten zijn voorzien van een bedrijfsrem, waarvan de remvertraging op een droge of nagenoeg droge weg tenminste 5,2 meter per seconden bedraagt. Ook hier gaan we uit van een ongeveer horizontaal liggende weg en maximale pedaalkracht van 500 Newton.
- De deuren van personenauto`s moeten goed sluiten en moeten op normale wijze vanaf de binnenkant en vanaf de buitenzijde kunnen worden geopend. Het slot en de scharnieren van de motorkap en het kofferdeksel moeten een goede sluiting hebben en de bevestiging van de scharnieren van de deuren, motorkap en kofferdeksel mag niet in ernstige mate door corrosie zijn aangetast.
- De voorruit en aanwezige zijruiten mogen geen beschadigingen of verkleuringen vertonen en mogen niet zijn voorzien van onnodige voorwerpen die het uitzicht van de bestuurder belemmeren. De voorruit dient voorzien te zijn van een goed werkende ruitenwisserinstallatie die de bestuurder voldoende uitzicht geeft.
- De personenauto dient te zijn voorzien van een goed werkende ruitensproeierinstallatie en een goedwerkende installatie ter ontdooiing en ontwaseming van de voorruit. Je mag niet zonder ruitensproeiervloeistof gaan rijden, de ruitensproeierinstallatie werkt dan immers niet goed.
- Het is in Nederland niet toegestaan om de voorste voorruiten te voorzien van folies of een coating die de lichtdoorlatendheid beperken. De lichtdoorlatendheid van de voorruit en de naast de bestuurderszitplaats aanwezige zijruiten mag niet minder dan 55% bedragen. De achterruit(en) mag wel zijn voorzien van een folie of coating, mits het voertuig beschikt over een rechter buitenspiegel. De tintman is een lichtdoorlatenheidsmeter, waarmee de politie betrekkelijk eenvoudig kan vaststellen of de lichtdoorlatendheid van autoruiten voldoende is.
- Personenauto`s na 25 januari 2010 in gebruik zijn genomen moeten zijn voorzien van een linkerbuitenspiegel, een rechterbuitenspiegel en een binnenspiegel en deze spiegels moeten deugdelijk zijn bevestigd. Het spiegelglas van de verplichte spiegels mag geen verschijnselen van breuk vertonen en mag niet in ernstige mate zijn verweerd.
- Personenauto`s die na 30 september 2000 in gebruik zijn genomen moeten zijn voorzien van gordels voor alle naar voren en naar achteren gerichte zitplaatsen. De gordels moeten deugdelijk zijn bevestigd en mogen niet zijn beschadigd. De gordels moeten zijn voorzien van een goedwerkende sluiting, een goedwerkende blokkering en het oprolmechanisme moet zodanig functioneren dat de gordel aanligt na het omdoen ervan.
- Personenauto`s mogen geen scherpe delen hebben die in geval van botsing gevaar voor lichamelijk letsel voor andere weggebruikers kunnen opleveren. Uitstekende delen die in het geval van botsing het gevaar voor lichamelijk letsel aanzienlijk kunnen vergroten dienen afgeschermd te zijn.
- Een personenauto moet voorzien zijn van een claxon die bestaat uit een goedwerkende hoorn met vaste toonhoogte of een samenstel van tegelijk werkende hoorns die als één hoorn beschouwd kunnen worden.
Verplichte Verlichting Personenauto
Personenauto’s moeten zijn voorzien van de volgende verplichte verlichting:
- Twee grote lichten.
- Twee dimlichten.
- Twee stadslichten.
- Twee richtingaanwijzers aan de voorzijde en twee aan de achterzijde van het voertuig, dan wel één richtingaanwijzer aan elke zijkant indien het voertuig vóór 1 juli 1967 in gebruik is genomen. Het licht van de richtingaanwijzers van personenauto’s die na 30 juni 1967 in gebruik zijn genomen moet knipperen.
- Waarschuwingsknipperlichten indien het voertuig na 31 december 1997 in gebruik is genomen.
- Één zijrichtingaanwijzer aan elke zijkant van het voertuig indien het voertuig na 31 december 1997 in gebruik is genomen.
- Twee achterlichten.
- Twee remlichten indien het voertuig na 30 juni 1967 in gebruik is genomen, dan wel één of twee remlichten indien het voertuig vóór 1 juli 1967 in gebruik is genomen.
- Een achterkentekenplaatverlichting;
- Twee rode retroreflectoren aan de achterzijde van het voertuig.
- Één mistachterlicht indien het voertuig na 31 december 1997 in gebruik is genomen; dit mistachterlicht moet zich bevinden in of links van het middenlangsvlak van het voertuig.
- Één achteruitrijlicht indien het voertuig na 31 december 1997 in gebruik is genomen.
- Twee markeringslichten aan de voorzijde en twee aan de achterzijde van het voertuig, indien het voertuig na 31 december 1997 in gebruik is genomen en breder is dan 2,10 m, dan wel voor 1 januari 1998 in gebruik is genomen en breder is dan 2,60 m.
- Zijmarkeringslichten indien het voertuig na 31 december 1997 in gebruik is genomen en langer is dan 6,00 m.
- Ambergele retroreflectoren aan elke zijkant van het voertuig, indien het voertuig na 31 december 1997 in gebruik is genomen en langer is dan 6,00 m, de achterste retroreflector aan de zijkant mag rood zijn.
- Een derde remlicht indien het voertuig in gebruik is genomen na 30 september 2001, aangebracht zodanig dat:
- Het zich bevindt op een afstand van ten hoogste 0,15 m vanaf het middenlangsvlak.
- De onderzijde van het lichtdoorlatende gedeelte hoger ligt dan de bovenzijde van de remlichten.
Kleuren Verplichte Verlichting Personenauto
De kleuren van de verplichte verlichting zijn tevens vastgelegd in wettelijke eisen. De volgende eisen zijn gesteld aan de kleuren van de verplichte verlichting:
- De grote lichten, dimlichten, stadslichten en achteruitrijlichten mogen niet anders dan wit of geel stralen.
- De richtingaanwijzers en waarschuwingsknipperlichten mogen naar voren niet anders dan ambergeel of wit en naar achteren niet anders dan ambergeel of rood stralen.
- De zijrichtingaanwijzers mogen niet anders dan ambergeel stralen.
- De achterlichten en mistachterlichten mogen niet anders dan rood stralen.
- De remlichten mogen niet anders dan rood of ambergeel stralen.
- Het derde remlicht mag niet anders dan rood stralen.
- De achterkentekenplaatverlichting mag niet anders dan wit stralen en mag niet naar achteren stralen.
- De markeringslichten mogen naar voren niet anders dan wit, en naar achteren niet anders dan rood stralen.
- De zijmarkeringslichten mogen niet anders dan ambergeel stralen, met uitzondering van het achterste zijmarkeringslicht, dat ambergeel dan wel rood mag stralen.
Vrijwillige Verlichting Personenauto
Naast verplichte verlichting mag een personenauto zijn voorzien van de volgende vrijwillige verlichting. Personenauto`s mogen zijn voorzien van:
- Twee mistvoorlichten.
- Meerdere grote lichten, tegelijkertijd mogen niet meer dan vier grote lichten werken.
- Twee extra stadslichten.
- Twee extra achterlichten.
- Twee staaklichten.
- Parkeerlichten.
- Één extra mistachterlicht aan de achterzijde van het voertuig.
- Extra achteruitrijlichten.
- Twee extra richtingaanwijzers en waarschuwingsknipperlichten aan de voor- en achterzijde van het voertuig.
- Extra zijrichtingaanwijzers aan beide zijkanten van het voertuig.
- Ambergele retroreflectoren aan de zijkanten van het voertuig, indien deze retroreflectoren niet reeds ingevolge artikel 5.2.51 verplicht zijn, de achterste retroreflector aan de zijkant mag rood zijn.
- Witte retroreflectoren aan de voorzijde van het voertuig.
- Werklichten.
- Een derde remlicht of twee extra remlichten indien het derde remlicht niet binnen 0.15 m vanaf het middenlangsvlak kan worden bevestigd.
- Twee dagrijlichten.
- Verlichte transparanten.
- Twee bochtlichten.
- Twee hoeklichten.
- Één manoeuvreerlicht aan elke zijkant van het voertuig.
Extra Rode Reflecterende Voorzieningen Personenauto
Personenauto’s mogen zijn voorzien van extra rode retroreflecterende voorzieningen aan de achterzijde en extra retroreflecterende voorzieningen aan de zijkanten van het voertuig, welke ambergeel moeten zijn, met uitzondering van de achterste retroreflector aan de zijkant, welke rood mag zijn.
Kleuren Vrijwillige Verlichting
[De kleuren van de vrijwillige verlichting zijn tevens vastgelegd in wettelijke eisen.]
