De Betekenis van Dashboard Symbolen in Je Auto: Een Complete Gids

Er begint plotseling een lampje te branden op het dashboard. Met alle verschillende waarschuwingslampjes is de kans groot dat je niet precies weet wat ieder lampje betekent. Om ervoor te zorgen dat je veilig op weg gaat, lichten wij de belangrijkste lampjes uit. Ook vertellen we bij ieder lampje of je door kunt rijden of dat je de auto toch echt aan de kant van de weg moet zetten.

Bij het starten van de auto gaan vaak alle dashboardlampjes branden. Dit is een controle vanuit de auto om te kijken of de lampjes nog werken. Is er één kapot? Maak een afspraak bij de werkplaats om deze te repareren. Zo voorkom je dat je een (belangrijke) melding mist.

Soms gebeurt het dat er een lampje op je dashboard gaat branden. Weet jij wat dit betekent? Weet jij wanneer je direct moet stoppen om verdere schade te voorkomen of denk jij dat je nog wel even door kunt rijden?

6 Meest Voorkomende Dashboardlampjes - 2024

Verschillende Kleuren Dashboardlampjes

Om de ernst van het probleem aan te tonen, verschijnen de lampjes op het dashboard in diverse kleuren. De drie hoofdcategorieën hierbij zijn rood, oranje/geel en groen.

  • Groen: Een groen lampje betekent dat alles correct werkt. Er is dus geen actie nodig.
  • Oranje/Geel: Een oranje/geel lampje daarentegen is een waarschuwing. Aanbevolen wordt om zo snel mogelijk naar de garage te gaan om het probleem na te laten kijken.
  • Rood: Het rode lampje staat voor gevaar. Zet de auto langs de kant van de weg en neem contact op met een monteur. Het wordt sterk afgeraden om door te rijden, omdat dit tot onveilige situaties voor jou en andere weggebruikers kan leiden. Daarnaast wordt je portemonnee er niet vrolijk van: doorrijden bij een kapot onderdeel of systeem kan leiden tot hogere kosten, omdat het probleem vaak verergert.
Dashboard Symbolen Kleuren

Rode Waarschuwingslampjes

Is een van onderstaande lampjes gaan branden op het dashboard? Zet de auto zo snel mogelijk aan de kant van de weg en neem contact op met een van de monteurs. Het wordt sterk afgeraden om door te rijden, omdat dit tot onveilige situaties voor jou en andere weggebruikers kan leiden.

Lees ook: Alles over BMW adaptieve verlichting

Aandrijflijnstoring

Vermijd hard optrekken en afremmen: de kans is groot dat er een storing in de aandrijflijn (motor) zit. Laat de motor zo snel mogelijk uitlezen bij een garage.

Accu

Zodra de auto gestart wordt, gaat het acculampje branden. Wanneer deze niet uit gaat, is er mogelijk een storing aan de dynamo, stroomkabels of aandrijfsnaar. Bel een garage voor advies of om de accu te vervangen.

Airbag Uitgeschakeld

Als het lampje van de airbag brandt, kan dit betekenen dat de airbag niet werkt. Let op: wanneer de airbag is uitgezet voor bijvoorbeeld een maxi-cosi is de melding normaal. Rijd direct naar de garage om het probleem na te laten kijken.

Handrem

Het lampje van de handrem gaat branden, wanneer de rem is ingeschakeld of aangetrokken en de motor loopt. Blijft het lampje branden, terwijl je de auto van de handrem af hebt gehaald? De kans is groot dat er een storing in het remsysteem is of dat de remvloeistof bijgevuld moet worden. Laat het controleren door de werkplaats om ongelukken te voorkomen.

Koelvloeistof

Te weinig koelvloeistof in het reservoir kan leiden tot een oververhitte motor. Controleer het koelvloeistof en vul indien nodig bij. Let op: bel altijd de garage wanneer de motor oververhit is.

Lees ook: Je Opel Corsa 2013 Begrijpen

Noodloop

Zodra dit symbool brandt, gaat de auto in noodloop. Dit betekent dat de auto weinig vermogen heeft, waardoor je niet hard kunt rijden. Ga zo snel mogelijk naar een garage om hiernaar te laten kijken.

Oliepeil

Stop direct wanneer dit lampje blijft branden. Een te laag of hoog oliepeil kan voor ernstige motorschade zorgen. Controleer het peil en vul indien nodig bij of tap dit af.

Storing RBS-Systeem

Het Radar Brake Supportsysteem zorgt ervoor dat de auto zelf afremt, wanneer je een object voor de auto snel nadert. Als het lampje gaat branden, is er sprake van een storing.

Storing ESP-Systeem

In onveilige situaties grijpt het Elektronisch Stabiliteit Programma in. Bij een rood brandend lampje werkt het systeem echter niet. Aanbevolen wordt om dit na te laten kijken bij de garage.

Oranje/Gele Dashboardlampjes

Als er een oranje of geel lampje gaat branden, hoef je niet direct te stoppen. We adviseren echter wel om zo snel mogelijk naar de garage te gaan, om het probleem na te laten kijken. Op deze manier verklein je de kans op hoge kosten en ongelukken.

Lees ook: Hoe auto afschrijving berekenen?

Aandrijf-Stabiliteitsregeling

Zodra je de auto start, gaat dit lampje kort branden. Komt het lampje niet in beeld? Maak een afspraak bij de garage.

AdBlue Niveau

Om de NOx-uitstoot bij diesels te verminderen, wordt er AdBlue aan de brandstof toegevoegd. Als het peil te laag is, komt dit lampje in beeld. Tijd om bij te vullen!

Bandenspanning

De sensoren in de banden hebben geconstateerd dat de spanning te laag is. Controleer de spanning zelf of laat dit door een van de monteurs doen.

Motorstoring

Bij een fout in het motormanagementsysteem of de elektronica, brandt dit lampje. Check de motorolie en de koelvloeistof. Neem direct contact op met ons op wanneer het lampje blijft knipperen.

Batterij Autosleutel

Dit lampje geeft aan dat de batterij in de sleutel bijna leeg is. Met een lege sleutel kun je de auto niet draadloos openen of sluiten. Voor het vervangen van de batterij hoef je geen afspraak te maken.

Lane Assist

Door middel van trillingen in het stuur krijg je een waarschuwing als je slingert of de rijstrook verlaat. De rode variant betekent dat Lane Assist is uitgeschakeld.

Remlicht Storing

Waarschijnlijk doen de remlichten het niet. Dit kan verwarrend zijn voor medeweggebruikers. Controleer het en vervang indien nodig de lampjes.

Roetfilter Storing

De kans is groot dat de uitlaat verstopt of kapot is. Peil de olie en breng de auto zo snel mogelijk naar de garage om ernstige schade te voorkomen.

Remblokken

Maak zo snel mogelijk een afspraak bij de garage om de remblokken te vervangen. Deze zijn versleten, wat voor gevaarlijke situaties kan zorgen.

Storing Elektrisch Onderdeel

Er is een fout opgetreden in een elektrisch onderdeel van de auto. Hierdoor is de auto beperkt bruikbaar. Ga zo snel mogelijk naar een garage om er naar te laten kijken.

Servicebeurt

Na een bepaald aantal kilometers gaat dit lampje in het dashboard branden. Het betekent dat de auto een onderhoudsbeurt nodig heeft. Tijd om een afspraak te maken!

Versnellingsbak

Blijft het lampje branden? De versnellingsbak van de auto is oververhit. Als het lampje blijft knipperen, is er sprake van een groot defect. Laat het zo snel mogelijk controleren.

Water in Brandstof

Er zit te veel water in het brandstoffilter van de auto. Tijd om de auto te checken door een van de monteurs. Als het lampje blijft branden, is de brandstoffilter aan een onderhoudsbeurt toe.

Adaptive Cruise Controle Ingeschakeld

Het lampje verschijnt, zodra je de adaptive cruise control activeert. Het lampje gaat uit, zodra je de cruise control uitzet.

Stadsverlichting Ingeschakeld

Zodra je de stadsverlichting hebt aangezet, brandt het lampje. Overdag en bij mist wordt dit licht gebruikt.

Storing ABS-Systeem

ABS staat voor antiblokkeersysteem. Dankzij het ABS blokkeren de banden niet, wanneer je hard remt.

Groen Dashboardlampje

Een groen lampje brandt omdat een systeem is ingeschakeld of omdat er sprake is van een correcte werking. Er is dus geen actie nodig.

Richtingaanwijzers Aan

Het ligt voor de hand: de richtingaanwijzers gaan branden zodra je ze inschakelt. Afhankelijk van de richting gaat het lampje naar links of rechts knipperen. Als je de alarmlichten inschakelt, knipperen beide lampjes.

Cruise Control Ingeschakeld

Bij een ingeschakelde cruise control rijdt je continu op een constante snelheid. Bij een ingeschakelde cruise control brandt het lampje groen. Zodra je remt, stopt de cruise control waardoor ook het lampje uitgaat.

Parkeersensoren Ingeschakeld

Ideaal bij het parkeren in de kleinste plekjes: parkeersensoren. Met dit lampje zie je in een oogopslag of de parkeersensoren van de auto zijn ingeschakeld.

Groot Licht Ingeschakeld

Wanneer je op een donkere weg met weinig verlichting rijdt, is het prettig om het grote licht in te schakelen. Vergeet niet om het licht uit te zetten, wanneer er een tegenligger aankomt. Je kunt anderen er namelijk mee verblinden.

Overzicht van Dashboard Symbolen en Hun Betekenis

Hieronder een tabel met enkele veelvoorkomende dashboard symbolen en hun betekenis:

Symbool Betekenis Actie
Accu Symbool
Accu probleem Auto aan de kant zetten en garage bellen
Olie Symbool
Oliepeil te laag Direct stoppen en oliepeil controleren
Bandenspanning Symbool
Lage bandenspanning Bandenspanning controleren en bijvullen

Alles over soorten autoverlichting

Wat verstaan we onder dagrijverlichting? Waarom heet iets 'stadslichten' als je ze alleen buiten de bebouwde kom mag gebruiken? Wat is dimlicht?

Dagrijverlichting (DRL)

Elke auto die na 2010 op de markt is verschenen, heeft ze: dagrijlichten. Vaak aangeduid als DRL (Daytime Running Lights). Het is bijna altijd led-verlichting. Vaak in creatieve vormen geïntegreerd rondom de randen van de koplampen. Dit relatief nieuwe type verlichting is niet zozeer bedoeld om auto's te verfraaien. Eerder om ze overdag beter zichtbaar te maken. In tegenstelling tot de meeste dimlichten gebruiken deze led-lampjes heel weinig stroom.

Een veelgehoorde klacht is dat bij veel auto's de dagrijverlichting alleen aan de voorkant brandt. Wanneer je een tunnel inrijdt, denk je als bestuurder wellicht dat je goed zichtbaar bent. Terwijl je in werkelijkheid alleen aan de voorzijde verlichting voert. Dat betekent dat je als bestuurder je dimlichten moet aanzetten wanneer de situatie daarom vraagt. Bijvoorbeeld in een tunnel, bij slecht weer of als het begint te schemeren. In de huidige wet staat dat dagrijverlichting verplicht is. Er staat alleen niet dat het verplicht is dat de achterlichten automatisch aangaan.

Dimlicht

Dimlicht is de verlichting die je standaard moet gebruiken wanneer het donker is. Je zet je dimlicht ook aan als het zicht minder is door mist, hagel, regen of sneeuw. Dimlicht heeft twee belangrijke functies: het maakt je zichtbaar voor overige weggebruikers en het geeft je beter zicht op de weg. Bij ingeschakeld dimlicht branden zowel de koplampen, de achterlichten als de kentekenplaatverlichting.

Dimlicht dankt zijn naam aan het feit dat het overige weggebruikers niet mag verblinden. Ten opzichte van het fellere en verblindende grootlicht is dit licht dus gedimd. Dimlichten verlichten vooral het gebied recht voor de auto en de berm rechts. Dus niet het linkergedeelte van de weg. Dat zou tegenliggers namelijk kunnen verblinden. Dat moet je bij een bezoek aan het Verenigd Koninkrijk uiteraard voorkomen door koplampstickers. Het lager afstellen van de koplamphoogte is ook een manier.

Vroeger knipte de dashboardverlichting aan op het moment dat je dimlicht of andere verlichting aanzette. Dat is tegenwoordig wel anders: moderne dashboards, zeker met lcd-schermen, staan eigenlijk altijd aan. Je krijgt als bestuurder op deze manier dus geen indicatie dat je verlichting daadwerkelijk aanstaat. Check daarom altijd of het symbool voor dimlicht brandt.

Om te voorkomen dat je andere weggebruikers verblindt, kun je je koplampen verstellen. Vroeger gebeurde dit met stelschroeven op de koplampunit zelf. Tegenwoordig hebben auto's vaak automatische of handmatige verstellingssystemen voor het dimlicht. In het eerste geval regelt de auto automatisch de hoogte van de lichtbundel van de koplamp. Bij handmatige verstelling vind je doorgaans in het dashboard links naast je stuur een instelwieltje met daarbij het dimlichtsymbool. Voorzien van een pijl omhoog en omlaag. Het verstellen van het dimlicht is nodig wanneer de auto aan de achterzijde, door bijvoorbeeld een zware lading of een fietsendrager, verder inveert dan normaal. De auto komt dan iets achterover te liggen. Dit zorgt ervoor dat de koplampen te hoog schijnen. Met dit instelwieltje kun je de lichtbundel van de koplampen naar beneden bijstellen, zodat je andere weggebruikers niet verblindt.

Stadslicht

Stadslicht is bedoeld om een geparkeerd voertuig zichtbaar te maken. Een betere naam zou 'standlicht' of 'parkeerlicht' zijn. De typering 'stadslicht' stamt nog uit de jaren 50. Toen was het gebruikelijk om binnen de bebouwde kom uitsluitend stadslichten te voeren. Bij stadslicht branden de achterlichten, de kentekenplaatverlichting en twee kleine lampjes aan de voorkant. Stadslicht is verplicht als je ’s nachts (of bij slecht zicht overdag) buiten de bebouwde kom of op de rijbaan parkeert. Het is niet toegestaan om alleen stadslicht te gebruiken wanneer verlichting verplicht is. Dimlicht moet in die gevallen ook zijn ingeschakeld.

Groot Licht

Grootlicht zorgt voor maximale verlichting van de weg voor de auto. Anders dan bij dimlicht is de lichtbundel verblindend voor medeweggebruikers. Sommige moderne auto's hebben 'automatisch' grootlicht. Dit systeem voorkomt verblinding van tegemoetkomende automobilisten door met reflectoren in de koplampen de lichtbundel aan te passen. Zodra de radar een tegenligger waarneemt, wordt een deel van de lichtbundel gedempt of schakelt de verlichting tijdelijk naar dimlicht. Je hoeft als bestuurder dus geen actie te ondernemen en je kunt meer profiteren van het voordeel van grootlicht. Is je tegenligger voorbij, dan schiet de verlichting weer volledig in grootlichtstand.

Mistlampen

Een mistlamp produceert zeer fel licht, bedoeld om ook in een mistbank zichtbaar te zijn. Je mag deze lichten alleen voeren bij mist. In andere situaties mag je mistlicht niet voeren, omdat het dan vervelend is voor medeweggebruikers. Mistlampen aan de voorkant van de auto produceren een brede, niet-verblindende lichtbundel die laag valt, zodat de weg onder de mistbank verlicht wordt. Tijdens dichte mist is groot licht meestal onbruikbaar, omdat de mist het licht terugkaatst en je daardoor zelf verblind kunt raken. Het mistachterlicht mag alleen worden ingeschakeld wanneer het zicht door mist of sneeuwval minder is dan 50 meter.

Automatisch Inschakelende Verlichting

Bij automatisch inschakelende verlichting wordt het dimlicht ingeschakeld via een lichtsensor. Daar hoef je zelf dus niets voor te doen. Vaak is er sprake van een extra stand op de lichtschakelaar. De dagrijverlichting brandt ook wanneer de verlichting is uitgezet (stand '0'). In de stand 'Auto' is de automatisch inschakelende verlichting actief. Bij het vallen van de schemering zal de verlichting vanzelf aan gaan. Mist wordt niet altijd door lichtsensoren herkend. Het is daarom beter om bij regen en mist handmatig dimlicht in te schakelen.

Uit de praktijk blijkt dat in auto’s met dagrijverlichting vaker wordt vergeten om in tunnels en bij slecht zicht overdag de verlichting in te schakelen. Dit voorkomt dat je de auto met brandende verlichting parkeert.

Bochtverlichting, Breedstralers en Verstralers

Bochtverlichting is er om de berm en/of de zijkant van de weg beter zichtbaar te maken bij een bocht. Het is geen mistlamp of richtingaanwijzer. Bij sommige auto’s worden de mistlampen wel ingezet als bochtverlichting, maar hebben ze oorspronkelijk dus een andere functie.

Met breedstralers worden doorgaans de mistlampen aan de voorzijde van een auto bedoeld. Een verstraler doet eigenlijk hetzelfde als grootlicht. Het gebruik ervan is dan ook aan dezelfde regels gebonden. De begrippen 'breedstralers' en 'verstralers' komen niet voor in de wegenverkeerswet.

Populaire artikelen:

Plaats een reactie