De Geschiedenis van het Opel Logo: Van Naaimachines tot Elektrische Bliksemschichten

In 1862 werd Opel opgericht door Adam Opel. Het merk Opel is genoemd naar zijn stichter, Adam Opel. De in 1837 geboren zoon van een slotenmaker, leerde de stiel onder andere in Luik, Brussel en Parijs. Daar zag hij de eerste naaimachines en terug in Duitsland besloot hij de dingen zelf te gaan bouwen.

Adam Opel bouwt een verlaten schuur om tot zijn eerste fabriek. Deze schuur is eigendom van zijn oom die hem ook financieel ondersteunt. Datzelfde jaar neemt hij een eerste werknemer in dienst, Peter Schäfer, en in 1865 de eerste leerjongen, Georg Adam Klingelhöfer. Samen werken zij 16 uur per dag en Opel begint reclame te maken voor zijn producten. De zaken gaan goed en in de buurt van het station van Rüsselsheim, aan de spoorweg Frankfurt - Mainz, koopt Adam Opel een perceel land van 1500 vierkante meter. Daar trekt hij een gebouw op van twee verdiepingen met aanpalende woning.

Door het stijgende productievolume is er nood aan een netwerk van naaimachineverkopers, en samen met zijn broer Wilhelm start Adam Opel een eerste filiaal op in de economische metropool Frankfurt. Hij begint ook te exporteren naar het westen, vooral naar Frankrijk, maar daarna ook naar Rusland, de V.S. en India. Het bedrijf blijft uitbreiden. In de loop van de jaren 80 wordt de fabriek twee keer vergroot. Er wordt een stoommachine van 40 pk geïnstalleerd, het aantal arbeidskrachten loopt in 1884 op tot 240, en elk jaar worden er 15.000 naaimachines geproduceerd.

Een vroege naaimachine van Adam Opel.

Van Naaimachines naar Fietsen

Het Opel-bedrijf besluit tot diversificatie en gaat de fietstoer op. Eerst worden naar Engels model “hoge fietsen” gemaakt, een jaar later volgt dan het eerste “veiligheidsmodel” met een laag frame. De zonen van Adam Opel werden allemaal verdienstelijke wielrenners, maar speelden ook met andere ideeën. De gebroeders Opel winnen vanaf 1888 talloze wielerkoersen en dit draagt er zeker toe bij dat Opel de Duitse topfabrikant van fietsen wordt.

Lees ook: Het zwarte Opel logo door de jaren heen

In 1886 werden de activiteiten uitgebreid en werd gestart met de productie van fietsen. De zonen van Adam Opel werden allemaal verdienstelijke wielrenners, maar speelden ook met andere ideeën.

Een Opel fiets uit 1888.

De Eerste Auto's en de Overname van Lutzmann

De geschiedenis van Opel als autofabrikant begint in 1898, met de overname van Lutzmann. In 1890 begint de autoproductie met de “Opel Patent Motor Auto, systeem Lutzmann”: de auto wordt genoemd naar de meester-slotenmaker van het hof, Friedrich Lutzmann, wiens fabriek door de gebroeders Opel wordt gekocht en overgeplaatst naar Rüsselsheim. De open auto met drie zitplaatsen heeft een motor van 3,5 pk met één cilinder en een zuigercapaciteit van 1,5 liter, een topsnelheid van 20 km/h en doet 10 kilometer met een liter.

Dit liep aanvankelijk niet goed, maar na dat men een jaar later in contact kwam met Darracq, kwam de productie eindelijk van de grond. Die auto’s werden Opel-Darracq genoemd. In 1907 verdween Opel-Darracq. De Opel broers springen dus in het avontuur van autobouwen, nadat men al succesvol was in naaimachines en fietsen. Het ging ze zo goed af dat het merk als enige in Duitsland interessant genoeg was voor overname door GM.

In 1901 start Opel met de productie van motorfietsen. Het vermogen van de eencilindermotor wordt rechtstreeks overgebracht van de krukas naar het achterwiel via een leren riem. De bestuurder moet de motorfiets al lopend opstarten. Opel wordt de enige vertegenwoordiger van de firma Darracq voor Duitsland en Oostenrijk-Hongarije. Verder wordt het uit Frankrijk geïmporteerde Darracq-chassis gecombineerd met de Opel-carrosserie en verkocht als Opel 9 pk “Systeem Darracq”.

Lees ook: Opel automatten met logo: Bekijk de opties

Een jaar later wordt er gestart met de productie van de eerste viercilindermotor die een output heeft van 20 pk. Tijdens de “Prijs van de Keizer” in het Taunus-gebied in 1907 wint de Opel-piloot Autol Jörns de ereprijs voor de beste Duitse wagen in een raceauto van 7,8 liter met 60 pk. Door dit succes krijgt het bedrijf de titel “Leverancier van het Keizerlijk Hof”. Opel blijft zijn productielijn uitbreiden en bouwt grote aantallen vrachtwagens en bestelwagens met speciale constructies of toevoegingen volgens de wens van de klant.

Twee jaar later brengt Opel autorijden in het bereik van iedereen. Met de introductie van de robuuste en uitzonderlijk goedkope “Doktorwagen” met 4/8 pk, vindt Opel een gat in de markt voor kleinere wagens. De compacte auto met twee zitplaatsen wordt aangedreven door een zuinige viercilindermotor van 1 liter die een goede 3.950 mark kost, een sensationeel lage prijs. De “Doktorwagen” wordt een onmiddellijk succes en van 1909 tot 1910 stijgt de productie in 1 jaar tijd van 845 tot 1.615 voertuigen.

Groei en Innovatie in de Vroege 20e Eeuw

In 1911 legt een zware brand het oudste gedeelte van het fabriekscomplex in de as. Op de plaats van de uitgebrande fabriek worden nieuwe gebouwen opgetrokken voor de productie van auto’s en fietsen, maar de productie van naaimachines wordt na een miljoen stuks stopgezet. In datzelfde jaar wordt de “Adam Opel Foundation” opgericht.

Voor de 50ste verjaardag van het bedrijf stelt Opel zijn vlaggenschip voor, het model 40/100 pk met een viercilindermotor van 10,2 liter. In de herfst van datzelfde jaar rolt de 10.000ste Opel van de band. In de herbouwde Opel-fabriek wordt een eerste werkplaats voor leerjongens opgezet, terwijl bijkomende opleiding wordt gegeven in de plaatselijke technische scholen, waar jonge bekwame arbeiders een theoretische basis krijgen in het vak.

Een raceauto schrijft in 1913 technische geschiedenis. Op de Franse Grand Prix krijgt Autol Jörns de eerste startpositie met een auto met vierlitermotor en 16 kleppen. De motor heeft een inhoud van 3.970 cc, 110 pk en een topsnelheid van 170 km/h. Een bovenliggende nokkenas neemt de klepregeling over, die wordt aangedreven door de hoofdas. Met een jaarlijkse productie van 3.335 voertuigen is Opel de grootste autofabrikant in Duitsland. Nooit eerder waren er zo veel modellen; 19 modellen personenauto’s en vier sportmodellen die ook gebruikt worden voor het racen. Weldra is de nieuwste Opel met 5/14 pk, “Puppchen” (poppetje) genaamd, het populairste model.

Lees ook: Innovatie in het Opel Logo

Tijdens de oorlog evolueert Opel van de grootse fabrikant voor personenauto’s naar de grootste fabrikant van open bestelwagens in Duitsland. Toch wordt ook de ontwikkeling van personenwagens verdergezet, hetgeen resulteert in de Opel 18/50 pk, de eerste personenwagen met zescilindermotor. De 4,7-litermotor van deze auto met zes zitplaatsen haalt een topsnelheid van 85 km/h.

De Jaren '20: Massaproductie en de "Laubfrosch"

Het personenwagenprogramma wordt aangepast aan de sterk gedaalde vraag. Het belangrijkste nieuwe model is de elegante 8/25 pk. In datzelfde jaar wordt een inrij- en testcircuit geopend van 1.500 meter lang naast de toegang tot de fabriek van Rüsselsheim.

Opel investeert een miljoen gouden marken in de modernisering van de automobielproductie en wordt de eerste Duitse fabrikant die overstapt naar massaproductie met assemblagelijnen waardoor de weg naar de productie van grote reeksen open ligt. Het resultaat is het model met 4/12 pk, ook “Laubfrosch” (kikvors) genoemd omwille van de groene carrosserie.

Vanaf 1925 komen de frames in plaatstaal geleidelijk aan in de plaats van de houten constructies. Hydraulische hogedrukpersen maken carrosserieonderdelen in luttele seconden en met een totaal nieuwe lastechniek lassen speciaal opgeleide arbeiders ze aan elkaar. Ook de schildertechnieken zijn revolutionair. Nitrocellulose verf, aangebracht met spuitpistolen, droogt in een paar seconden. Verder bepaalt de prijs van dit 4 pk-model een nieuwe norm - de prijs daalt van 4.500 naar 2.980 mark. Met een marktaandeel van 37,5 procent is Opel de grootste autofabrikant in Duitsland.

De Opel "Laubfrosch" uit 1924, een van de eerste auto's die van de lopende band rolde in Duitsland.

De Overname door General Motors en de Jaren '30

Aan de vooravond van de grote depressie beslissen de gebroeders Opel 80 procent van de aandelenportfolio van hun merk te verkopen aan General Motors, en een jaar later verwerft GM de resterende 20 procent. Na de depressie begint het er weer beter uit te zien. Het merk is de eerste Duitse fabrikant die een verzekeringsmaatschappij opricht, “Allgemeine Automobilversicherung AG Rüsselsheim”.

In 1931 start de introductie van de Opel-modellen met 1,8 liter en zes cilinders, en met 1,2 liter en vier cilinders. Met de Opel “Blitz” met vier- en zescilindermotoren, betreedt het bedrijf het nieuwe tijdperk van de bedrijfsauto’s. Ondertussen bereikt de dagelijkse productie 500 voertuigen en 6.000 fietsen met een totaal aantal van 13.000 werknemers.

Vier jaar later, in 1935, volgt de nieuwe Opel Olympia, de eerste Duitse auto in massaproductie met een volledig stalen frame en carrosserie. Opel wordt de eerste Duitse fabrikant met een jaarlijkse productie van 100.000 auto’s. De naam “Blitz”, die voor het laatst in de jaren 1920 werd gebruikt voor fietsen en daarna verdween, wordt opnieuw gebruikt voor de Opel-vrachtwagens. Met een jaarlijkse productie van 120.293 voertuigen is Opel de grootste autoproducent in Europa. Naast het succes van de personenwagens, wordt ook de Opel Blitz zeer snel bijna legendarisch populair.

In februari stelt Opel op het Berlijnse Autosalon twee nieuwe modellen voor om de 75ste verjaardag van Opel te vieren: de Super 6 met een moderne OHC-korteslagmotor van 2,5 liter en zes cilinders en de Admiral van 3,6 liter met zescilinderaandrijflijn, het nieuwe vlaggenschip van het bedrijf. In datzelfde jaar wordt een punt gezet achter de productie van fietsen na 2,6 miljoen eenheden.

De Tweede Wereldoorlog en de Wederopbouw

Tijdens de Tweede Wereldoorlog worden de fabrieken in Rüsselsheim en Brandenburg vernietigd. De helft van de productiefaciliteiten en administratieve centra wordt tot puin gereduceerd door de geallieerde bombardementen. Onder het beheer van het VS-leger herstellen ervaren arbeiders de beschadigde voertuigen zodat ze opnieuw kunnen rijden.

Onmiddellijk na het einde van de oorlog beginnen voormalige werknemers van Opel de zo goed als volledig vernielde fabriek in Rüsselsheim opnieuw op te bouwen. De productie wordt hervat: het eerste naoorlogse voertuig dat de assemblagehal verlaat is een Opel Blitz van 1,5 ton. Aangezien alle werktuigen en mallen verloren gingen in de oorlog, gebeurt de productie omslachtig met de hand. 7075 mensen worden opnieuw tewerkgesteld bij Opel.

De Jaren '50 en '60: Herstel en Nieuwe Modellen

Een jaar nadat de fabriek volledig opnieuw opgebouwd is, zet Opel als eerste fabrikant een testcircuit op naast de fabriek. Het beslaat 150.000 vierkante meter en wordt gebruikt ter vervanging van het oude Opel-circuit dat in 1919 werd geopend en in 1949 afgebroken. Klanten moeten de nieuwe Opel-motoren niet langer inrijden want ze worden nu ingereden en doorgespoeld met olie voor ze de fabriek verlaten. Na de oorlog hervat Opel de productie van personenwagens in 1947 met de Olympia.

De jaarlijkse productie van Opel stijgt opnieuw tot 100.000 voertuigen in 1953. Op het Duitse Internationale Autosalon (IAA) in Frankfurt introduceert het bedrijf de eerste Opel met een pontoncarrosserie, de Olympia Rekord. Amper een paar maanden later volgt de nieuwe Kapitän van 2,5 liter met een zescilinderlijnmotor en moderne carrosserie.

In de periode 1953 - 1957 stijgt de productie van Olympia Rekord tot een totaal van 558.452 eenheden, terwijl 61.543 eenheden van de luxueuze Kapitän de assemblagelijn verlaten tussen 1953 en 1955. In het jaar waarin de tweemiljoenste Opel wordt gefabriceerd, verkoopt het bedrijf in het totaal 207.010 voertuigen en bereikt daarmee een marktaandeel van 17,6 procent. De nieuwe luxueuze Kapitän, die eind 1955 op de markt komt met een nieuwe carrosserie, verbeterde motor en bredere wielbasis, wordt een bestseller in de categorie van de grotere auto’s.

Opel bestaat in 1962 honderd jaar en opent een tweede fabriek in Bochum voor de productie van de nieuwe Kadett. In het totaal vinden 11.000 mensen er een nieuwe vaste job. De massaproductie van de nieuwe kleine Kadett A, die slechts 5.075 mark kost, begint in augustus en het model wordt al snel een bestseller. In de periode van drie jaar tot het model in 1965 verandert, loopt de totale productie op tot 649.512 vierdeursauto’s en caravans.

Na de introductie eind 1963 van de Rekord A met een andere carrosserie, introduceert Opel in februari een nieuw gamma topmodellen, “de Grote Drie”. Het Duitse werk steelt de show in 1965 met de GT, die later ook in productie wordt genomen. In 1967 komt de Commodore op de markt, die het goed zal doen bij de zakelijke rijder. in 1970 verschijnt de Ascona, op basis van de Manta, een sportieve auto, die wel bijgenaamd is als de Ferrari voor armelui.

De Opel Manta en zijn Logo

Hoe komt die Opel Manta toch aan zijn logo? Dat leggen we graag aan je uit. De Opel Manta werd in september 1970 overigens gepresenteerd. De Opel Manta is vernoemd naar de gelijknamige pijlstaartrog. Maar hoe werd dat logo dan bedacht? De gestileerde rog als logo van de Manta ontstond toen George Gallion - destijds Opels hoofdontwerper - kort voor de start van de productie van de Manta een bezoek bracht aan Jacques Cousteau.

Gallion: “We hadden de naam Manta al gekozen, want het gebruik van dierennamen voor auto’s paste helemaal in de tijdgeest. We wilden de nieuwe auto ook een fraai specifiek logo geven, maar hadden geen goed voorbeeld. Daar keek Gallion urenlang door Cousteaus archief met beelden van mantaroggen. Uiteindelijk vond hij een afbeelding van een gigantisch exemplaar, gezien van de onderkant tegen een heldere achtergrond.

De Opel Manta debuteerde in september 1970 - heel toepasselijk in Timmendorfer Strand, een plaats aan de Oostzee, in Noord-Duitsland. Voor Opel was de Manta een stap in een nieuwe richting. De Manta verscheen precies op het juiste moment, want er was veel vraag naar aantrekkelijk gelijnde coupés voor vier personen. Het lijnenspel van de Manta was precies wat de markt wilde. In het eerste volledige verkoopjaar verkocht Opel 56.200 exemplaren. In totaal zijn er 498.553 geproduceerd.

De Manta en de iets later verschenen Ascona deelden het platform, de wielophanging en de 1,6-litermotoren. In 1972 werd de Manta ook leverbaar met een 44 kW (60 pk) 1,2-litermotor. En in november dat jaar verscheen de rijk uitgeruste Manta Berlinetta. Die was standaard uitgerust met een sportstuur, achterruitverwarming, halogeenkoplampen, elektrische ruitensproeier en een met vinyl bekleed dak.

Opel introduceerde in 1974 de Manta GT/E met een 77 kW (105 pk) sterke 1,9-litermotor met Bosch L-Jetronic-brandstofinspuiting. Deze versie van de Manta voldeed aan de heersende mode van matzwarte afwerkingsdetails in plaats van chroom. Het laatste speciale model verscheen in 1975: de op de GT/E gebaseerde ‘Black Magic’.

In september 1975 debuteerde de Manta B. Eerst als coupé met twee deuren en een kofferdeksel, vanaf 1978 ook als Combi-Coupé CC met een grote derde deur. Ook de Manta B deelde het platform, de wielophanging en aandrijflijn met de Ascona. Met nieuwe uitvoeringen en motoren hield Opel de Manta B aantrekkelijk en actueel. Bekende versies zijn de SR, de Berlinetta, de GT, de GT/J en de GT/E.

In 1979 vervingen nieuwe motoren met bovenliggende nokkenas een aantal oudere motoren. De krachtigste GT/E-motoren, met een cilinderinhoud van 2,0 liter, leverden 77 en 81 kW (105 en 110 pk). De meest bijzondere en krachtigste Manta B was de 400, die Opel in 1981 op de Autosalon van Genève introduceerde.

De Belgische rallycoureur Guy Colsoul en zijn navigator Alain Lopes wonnen in 1984 met de Opel Manta 400 het klassement voor tweewielaangedreven auto’s in de Rally Parijs-Dakar. De laatste twee versies van de Manta B waren de GSi en de GSi Exclusiv, die in kleine aantallen is gebouwd door de Duitse tuningspecialist Irmscher. In totaal heeft Opel ruim een miljoen exemplaren van de Manta A en B geproduceerd.

De Opel Manta B.

Latere Jaren en de Focus op Elektrificatie

Nog steeds worden Opel's gemaakt met achterwielaandrijving. Niet lang daarna stapt men over op voorwiel aangedreven auto's. De Kaddett komt in 79 op de markt en is een enorm succes. Het topmodel is de Omega. Op basis van de Vectra verschijnt in 1989 de Calibra, nadat de Ascona wordt opgevolgd door deze Vectra. In de jaren ’90 verschijnen ook terreinwagen’s op de markt: De Frontera en Monterey. Op basis van de Corsa komt de Tigra uit, evolueert de Astra, Vectra en Omega.

In april 1966 wordt het nieuwe Opel-testcircuit geopend in Dudenhofen (Hessen). Op 43 kilometer testwegen in een bebost gebied van 2,6 vierkante kilometer bieden verschillende uitdagende en hogesnelheidsroutes ideale testomstandigheden. In Kaiserslautern wordt een nieuwe fabriek voor onderdelen geopend, de derde Opel-fabriek in Duitsland. In de Bochum-fabriek rolt de miljoenste Kadett van de band en een jaar later wordt de nieuwe Commodore geïntroduceerd.

Na het enthousiasme van zowel pers als publiek voor de sportieve twoseater Experiment GT op het Autosalon van Frankfurt in september 1967, brengt het bedrijf de Opel GT sport coupé met inklapbare koplampen op de markt. De auto krijgt een sterke reclameboodschap mee: “Enkel vliegen is nog leuker”. De auto is beschikbaar in een motorversie van 1,1 liter met 60 pk, en in een versie van 1,9 liter met 90 pk, en kost net iets meer dan 10.000 mark. Het nieuwe decennium wordt ingeluid met twee nieuwe modellen in de middenklasse, de Ascona A en de sportieve tegenhanger de Manta A. Deze twee vullen de kloof tussen de Kadett en de Rekord.

De tienmiljoenste auto van Opel, een Rekord, rolt van de band op 6 september 1971. In 1977 worden op het internationale autosalon van Frankfurt de modellen Rekord E, en de nieuwe Monza A en Senator A met zescilindermotoren en resp. 2,8 liter en 3,0 liter voorgesteld. In 1979 wordt de nieuwe Kadett D geïntroduceerd, het eerste Opel-model met voorwielaandrijving. Het Gsi-model van de Kadett E met een luchtweerstandcoëfficiënt van 0,30 beschikt over de beste aërodynamica in zijn klasse wereldwijd.

Opel doet forse investeringen en inspanningen voor de bescherming van het milieu. In 1988 komt de Duitse autobouwer met de nieuwe Vectra, die de populaire Ascona-reeks moet vervangen.

Op de IAA 2023, die dit jaar in München plaatsvindt, wordt het nieuwe logo officieel gepresenteerd. Waarna Opel-modellen vanaf 2024 het nieuwe logo krijgen. Niet allemaal tegelijk, het gaat gefaseerd. Een nieuw logo betekent doorgaans een wollig persbericht over het hoe en waarom. Maar Opel kan een makkelijk bruggetje maken. In het stekkertijdperk is het ineens volkomen logisch dat Opel ooit voor een bliksemschicht als logo koos. Daardoor kunnen ze nu zeggen dat het logo perfect inspeelt op de elektrische toekomst van het merk.

Kan Mark Adams, Vice President Design, misschien in een paar simpele woorden nog iets vertellen over het logo? "De ‘Blitz’ is het icoon van onze Bold and Pure-filosofie. De scherpe, zelfverzekerde nieuwe 'Blitz' doorsnijdt de pure ondersteunende ring, waardoor ons iconische embleem een vooruitstrevende, moderne uitstraling krijgt. Het is trots gepositioneerd in het middelpunt van ons kompas, ons belangrijkste grafische ontwerpprincipe. Het kompas vormt de ruggengraat van onze ontwerpelementen voor de voor-, achter- en binnenkant”, zegt hij.

De Evolutie van het Opel Logo

Opel verandert nogal vaak van logo, de laatste keer was in december 2020. Hert eerste logo stamt uit 1862, toen Adam Opel een naaimachinefabriek in het Duitse Rüsselsheim begon. In 1886 ging Opel fietsen maken. Het logo werd aangepast: je ziet een man op een wielrenfiets, beschermd door een engel. Eromheen staat de tekst Victoria Blitz Adam Opel. Toen Opel in 1899 auto's ging bouwen, was dat een mooie aanleiding voor weer een nieuw logo. Daarna wisten ze in Rüsselsheim van geen ophouden meer: in 1902, 1906, 1909, 1910, 1924 en 1928 (tweemaal in één jaar) kwam er telkens een ander merksymbool.

In 1930 kwam Opel met een nieuw model: een klein busje met de naam Blitz. Het lijkt erop dat hier het zaadje werd geplant voor een merkidentiteit. In de jaren dertig begon het logo iets vertrouwds te krijgen. Het logo uit 1937 bestaat uit een zeppelin, die het geloof in vooruitgang markeert. Hoewel het luchtschip geen succes werd als alternatief voor het vliegtuig (de Hindenburg brandde in 1937 boven New York af), hield Opel lang vast aan de zeppelin. Pas in 1964 werd de bliksemflits het officiële Opel-embleem.

In 2017, toen Opel na meer dan tachtig jaar onder GM-vleugels in Franse handen kwam, werd het logo gewijzigd in een zwarte Blitz op een witte achtergrond. Die werd eind 2020 geel vanwege de elektrificatie.

De evolutie van het Opel logo door de jaren heen.

Het logo van oepl toont een bliksemschicht (de "Blitz") door een cirkel. De bliksem symboliseert snel, kracht en vooruitgang. Het huidige logo weerspiegelt Opels streven naar innovatie en efficiëntie, en wordt regelmatig subtiel vernieuw om het merk modern te houden.

Populaire artikelen:

Plaats een reactie