Oude Renault Bestelwagen Modellen: Een Overzicht

Renault maakt al meer dan 120 jaar auto's. Een groot deel van de catalogus komt zeker voorbij in deze rubriek, waarin herkenbare, soortgelijke modellen te krijgen waren. De modellen van Renault stonden vooral in het teken van de autosport. Er werden successen geboekt met diverse langeafstandsraces.

Renault Estafette

Vanaf 1904 komt Renault met eigen motoren en komen er modellen met 2 en 4 cilinders. De kwaliteit en het comfort van de auto's werd steeds beter. Alle Renaults hebben een typenaam aanduiding uitgedrukt in letters. Voorbeelden zijn o.a. type NN, type KJ, type MT, type KZ2 enz. Renault was in die tijd een ontzettend conservatieve autobouwer en voortgeborduurd op bestaande auto's.

Toen kwamen er elegantere modellen op het toneel en verdwenen de spaakwielen. Vanaf toen kregen de modellen ook een naam als typeaanduiding zoals o.a. de groeiende markt voor automobielen. Een van de topmodellen uit die tijd was de 40cv uit 1923 en een top van 130 km/h. In concurrentie met André Citroën antwoorden beide fabrikanten om en om met nieuwe modellen. Renault was in die tijd een ontzettend conservatieve autobouwer en voortgeborduurd op bestaande auto's.

De voorzijde van de motor verhuisde. Vanaf toen kregen de modellen ook een naam als typeaanduiding zoals o.a. de groeiende markt voor automobielen. Een van de topmodellen uit die tijd was de 40cv uit 1923 en een top van 130 km/h. In concurrentie met André Citroën antwoorden beide fabrikanten om en om met nieuwe modellen.

Lees ook: Services van Autobedrijf Admiraal

Het tij keert als in 1988 de Renault 19 wordt geïntroduceerd. De totale kwaliteit wordt verhoogd op internationaal niveau. De techniek werd door de jaren heen verouderd en de concurrentie zat ook niet stil.

De Renault 4: Een Icoon

In 1958 toonde Renault een prototype van de Renault 4, maar pas drie jaar later was het model ook daadwerkelijk te koop. De auto zou uitgroeien tot een icoon en ruim 32 jaar in productie blijven. Het was voor Renault het eerste model met voorwielaandrijving en moest het antwoord zijn op de CV van concurrent Citroën. De Renault 4 stond bekend als de “auto van iedereen”: hij werd gebruikt door boeren, studenten, zakenmensen, gezinnen en zelfs presidenten. Paus Johannes Paulus II reed in 1984 in een witte Renault 4 GTL, die hem was geschonken door een Franse priester.

Renault 4 GTL

Bij de introductie in oktober 1961 was de Renault 4 leverbaar in 5 varianten:

  • Een volledig “uitgeklede” bijna Spartaanse versie genaamd de R3, zonder chroomwerk, wieldoppen, portierbekleding en zonder de achterste driehoekige zijruitjes. Deze versie kreeg de naam R3 vanwege het Franse belastingstelsel dat auto’s indeelde naar zogenaamde ‘fiscale PK’s’. De Renault R3 was uitgerust met een 603 cc motor, en dit was ook het enige verschil met de R4 standaard, die was uitgevoerd met een 747 cc motor.
  • De R4L was een luxere versie dan de standaard Renault 4. Dit was vooral te zien aan de (al dan niet echte) chroomaccenten en de aanwezigheid van de achterste zijruitjes, die toen nog open konden.

In maart 1962 verscheen het topmodel uit de 4 reeks: de R4 Super Comfort, kortweg R4 Super. Het meest opvallend aan deze variant waren de naar beneden opengaande achterklep met grote ruit en de dubbele bumpers. Naast deze zogenaamde “Berline” uitvoeringen was er ook een bestelwagen-uitvoering met de naam R4 “Fourgonnette”. De Fourgonnette was net als de andere 4-tjes met een 3-versnellingsbak en 6-volt elektrisch systeem uitgerust.

Lees ook: Oldtimer huren voor een dag

Varianten en Evoluties

In 1962 verdween de R3 uit het programma van Renault en de lijn werd aangevuld met het eerste aktiemodel: de “Parisienne”, dat aan de zij- en achterkant versierd was met een ruitmotief. De 747 cc motor wordt uitgefaseerd en vervangen door een soortgelijke 845 cc motor. De aanduiding “Super” wordt vervangen door “Export”. Tot en met modeljaar 1967 werden er telkens kleine veranderingen doorgevoerd, maar het karakteristieke “1e type” grilletje blijft behouden.

In 1968 werd er ingrijpend gemoderniseerd. De 3-versnellingsbakken werden in alle uitvoeringen vervangen door 4-bakken en er de Renault 4 kreeg een nieuwe grille met een uit het midden geplaatst Renault logo. Ook verdween de Parisienne. De meest opvallende nieuwe verschijning was de “Plein Air”, een cabriolet uitvoering zonder deuren, maar met diep uitgesneden zijpanelen. Vanaf 1971 werd de “Plein Air” geleverd als een zelfbouwproject. In plaats van de “Plein Air” verschijnt de “Rodeo 4”.

In de jaren die volgden, wijzigde het aanbod van bestelauto’s. Van 1972 tot en met 1975 waren er verhoogde Fourgonnettes verkrijgbaar die in plaats van 350 kg zelfs 400 kg aan goederen konden vervoeren. In 1975 kwam er een nog ruimere besteluitvoering, met een bijna vierkante laadruimte en zonder de karakteristieke R4 achterlichten, genaamd R4F6.

Renault R4F6

In 1975 verdween de herkenbare ovale aluminium grille en kwam er een zwart exemplaar van kunststof met het gestreepte Renault-logo voor in de plaats. Alle modellen kregen ook modernere typeaanduiding achterop in de vorm van een zwart blikken plaatje waarin de letters werden geslagen. Later verving Renault deze oude metalen emblemen door kunststof varianten. Naast de standaard versie is er een R4 TL verkrijgbaar met andere interieur-afwerking en met schuifruiten in de achterportieren.

Lees ook: Het opknappen van klassieke Volkswagens

In 1976 kwam Renault met het actiemodel “Safari”. Een standaard versie met zwart gelakte bumpers, brede zwarte biezen aan de zijkanten en een kleurig interieur op basis van het aloude buizenframe. Ook het nieuwe topmodel in de serie verscheen in datzelfde jaar: de R4GTL met 1108 cc motor. De GTL was de basis voor een volgend aktiemodel uit 1981: de R4 “Jogging” Deze versie had een witte carrosserie gesierd door een “regenboogbies” en blauwe accenten. Het interieur was ook blauw-met-bies waar de “normale” GTL schotse-ruit bekleding had.

In 1983 werd de 4 nog een keer grondig gewijzigd. De deur- en achterklep scharnieren kwamen aan de binnenzijde en het model kreeg het dashboard van de Renault 5. Alle varianten kregen grijze grille en bumpers. De R4 was in Nederland tot 1986 leverbaar.

Of het echt zo is dat regels rondom de uitstoot van uitlaatgassen en de veiligheidswetgeving het einde van de Renault 4 betekend hebben laten we in het midden. De techniek was door de jaren heen verouderd en de concurrentie zat ook niet stil.

Naamgeving bij Renault

Sinds 1898 heeft Renault meer dan 450 verschillende modellen geproduceerd, met elk een eigen naam. Elk Renault-model heeft een eigen naam, maar de vorm van deze naam paste altijd bij de tijdsgeest. In de eerste jaren van Renault was het hebben van een auto niet gebruikelijk, omdat deze vrij schaars waren in de samenleving.

De modelnaam die Renault toen hanteerde, was puur praktisch: de modelnamen gaven weer hoeveel belasting er betaald moest worden over een auto. Voorbeelden hiervan zijn de allereerste Renault type A, Renault type JM en Renault type KZ.

Tot 1928 werden modelnamen puur praktisch ingezet, hierna ontwikkelde zich de trend om modellen een échte naam te geven; natuurlijk ook vanuit het marketingoogpunt gezien. Er ontstonden steeds meer auto’s van verschillende merken, dus werd het belangrijk de modellen zich te laten onderscheiden door middel van een naam. De eerste modellen werden Vivasix, Monasix en Reinastella genoemd.

Six stond hier voor de zes-cilinder die hier in de auto’s werd geplaatst en Stella betekent ‘ster’ in het Latijn. Renault gebruikte Stella alleen voor de meest luxueuze versies: de topmodellen van Renault werden ster genoemd. Een vijfpuntige ster op de motorkap gaf dit visueel weer.

Na de Tweede Wereldoorlog, in 1946, bracht Renault de Renault 4CV uit. Hoewel gebruikelijk was om een model een echte naam te geven, koos Renault deze naam vanwege de associaties die aan deze afkorting hangen.

De 4CV was vroeger een stadsauto met lage belastingen, bekend bij de gemiddelde autogebruiker. Met het opnieuw uitbrengen van de 4CV bracht Renault een kleine stadsauto voort, waar tijdens de wederopbouw veel vraag naar was. Zo ontstond eerst de 4CV, oftewel ‘La Quatre’ (het viertje), met de Renault 4 als opvolger. Hierna kwam de luxere uitvoering Renault 4L, met uiteindelijk de verzamelnaam ‘Quatrelle’ voor alle viertjes.

Terwijl de personenwagens in 1928 al werden voorzien van een naam, kregen de bedrijfswagens in 1957 voor het eerst een echte naam. Eerder werden ze altijd benoemd bij het laadvermogen, maar vanaf midden jaren ‘50 kregen ook deze auto’s een naam. Zo ontstonden de Renault Galion (2.500 kg laadvermogen), de Renault Goélette (1.400 kg) en de Voltigeur (1.000 kg).

De Galion en Goélette zijn beiden vernoemd naar schepen, vanwege de parallellen die te vinden zijn tussen schepen en auto’s en de positieve associatie die aan schepen hangt. Ook de Renault Frégate kreeg de naam van een schip (Fregat), ook al was dit een personenwagen. Dit model werd gepresenteerd als topmodel, dus de naam van dit schip met aanzien paste de auto goed.

In 1960 volgden op de Renault 4 opnieuw modellen met een getal in de naam, van Renault 3 tot en met Renault 19. Hier was het getal niet gewogen en stond het niet voor de belasting die het model met zich meebracht. De Renault 3 was het kleinste en oudste model, de Renault 19 het nieuwste.

De namen van de modellen die we nu kennen, brengen voornamelijk een bepaalde eigenschap van de auto naar voren. De Renault Vel Satis uit 2002 is een Latijnse term voor satisfaction, bevrediging en het woord ‘lagune’ uit Renault LAGUNA betekent een begroeide plek in de woestijn waar het prettig is om te vertoeven. Een talisman brengt je geluk tijdens lange reizen, vandaar de Renault TALISMAN. De Renault FLUENCE past bij de vloeiende windgeleiding van de auto en ‘espace’ uit de Renault ESPACE is Frans voor ruimte. De Renault ZOE heeft zijn naam uit het Grieks en betekent ‘leven’. Dit past goed bij de insteek van dit model: een elektrische zero emission-versie.

Renault 4 - exhibition

Populaire artikelen:

Plaats een reactie