Parkeren kan een stressvolle ervaring zijn, vooral in drukke omgevingen. Gelukkig bieden moderne auto's, waaronder BMW, een reeks geavanceerde parkeerhulpsystemen om het in- en uitparkeren te vergemakkelijken. Onder de parkeerhulp vallen systemen die een bestuurder assisteren om in- en uit te kunnen parkeren.
Park Distance Control (PDC)
Het meest bekende parkeerhulpsysteem is het “park distance control”, afgekort als PDC. Park Distance Control (PDC) is een afstandswaarschuwingssysteem, dat bij het in- en uitparkeren signalen meet en informeert over de afstand tot het obstakel.
In de achterbumper en vaak óók in de voorbumper zitten ultrasoonsensoren. Deze zenden geluidsgolven uit met een hele hoge frequentie die niet waarneembaar zijn voor het menselijk gehoor. Deze ultrasoon frequenties weerkaatsen tegen objecten die zich in de buurt bevinden en worden weer door de sensor ontvangen. De sensor meet de tijd tussen het zenden en ontvangen van deze signalen. Hoe dichterbij het object is, hoe sneller het signaal weer terugkaatst.
De sensor vangt het op en geeft het door aan de PDC regeleenheid (computer). Deze computer kan het in geluidssignalen en met zowel beeld- als geluidssignalen doorgeven aan de bestuurder. Er is dan een piepend geluid hoorbaar, dat steeds sneller gaat piepen wanneer het object dichterbij komt. Moderne boordcomputers zijn vaak uitgerust met een optie waarbij de afstand tot het object op een beeldscherm wordt getoond.
In dit grijze vierkant bevinden zich de microcontroller, versterker en een EN-poort. De microcontroller zendt een blokspanning met een frequentie van ongeveer 40 kHz (zwart). Tevens wordt er periodiek een blokspanning met een lage frequentie uitgestuurd (rood / blauw). De EN-poort ontvangt de twee blokspanningen. Op het moment dat beide spanningen hoog zijn, is de uitgangsspanning (rechts van de EN-poort) hoog. Wanneer één van de twee spanningen laag is, wordt de uitgang ook laag. De uitgangsspanning wordt terug naar de microcontroller en naar de zender in de PDC-sensor gestuurd.
Lees ook: Problemen parkeersensoren Clio
De zender zendt het ultrasoonsignaal uit met een snelheid van ongeveer 300 m/s. Wanneer er een object in de buurt is, weerkaatst het ultrasoongeluid en wordt dit door de ontvanger geregistreerd. Dit noemen we de “driehoeksmeting”. De ontvanger stuurt het gevormde bloksignaal naar de ECU. Met behulp van een versterker wordt het bloksignaal versterkt om vervolgens door de microcontroller te worden verwerkt.
De tijd tussen het ontvangen van het uitgangssignaal van de EN-poort en de versterker is maat voor de afstand tot het object. Hoe kleiner de afstand is tussen de PDC-sensor en het object, hoe korter de tijd is.
Communicatie en Diagnose
Het onderstaande stroomloopschema (VAG) toont de communicatie tussen de regeleenheden, inputs van schakelaars en outputs naar o.a. de zoemer.
De PDC-regeleenheid (J446) ontvangt de rijsnelheid en het achteruitrijsignaal via de CAN-bus. De PDC-regeleenheid stuurt via de aansluiting T12/11 een gemoduleerde blokspanning naar de kabellas (X86 in de achterbumper) die verbonden is met alle PDC-sensoren (G203, G334, G335 en G206). Iedere PDC-sensor heeft zijn eigen signaaldraad (via pin 2) naar de ECU. Verder is de massa van iedere sensor verbonden met een massalas (352).
Op het moment dat één of meerdere sensoren een object detecteren, stuurt de regeleenheid de zoemer (H15) aan. Dankzij de communicatie met de diagnose interface (J533) bestaat de mogelijkheid de volgende diagnosefuncties uit te voeren:
Lees ook: Parkeerhulp Plus in detail
- Storingsgeheugen afvragen
- Coderingen van het regelapparaat aanpassen (bijv. na het uitbreiden van het systeem met PDC-sensoren aan de voorzijde of na het inbouwen van een trekhaak)
- Volume van de zoemer aanpassen
- Meetwaardeblokken afvragen van o.a.
Achteruitrijcamera
Naast de park distance control, kan de parkeerhulp ook zijn uitgevoerd met een achteruitrijcamera. Op het moment dat de bestuurder het voertuig in de achteruitversnelling zet of een knop in het interieur indrukt, wordt de camera aan de achterzijde van het voertuig geactiveerd. Meestal toont het beeldscherm van de radio of de boordcomputer het beeld.
In de onderstaande afbeelding is een beeldscherm van een BMW te zien met het beeld aan de achterzijde van het voertuig. In het beeld van de achteruitrijcamera zijn rode en groene lijnen te zien. De rode lijnen tonen de mogelijke richting waarin het voertuig kan worden gestuurd; bij maximaal insturen zullen de wielen in de buitenbocht de rode lijn volgen. Het groene raster volgt de richting waarin het stuur is verdraaid; op dit moment staan de voorwielen rechtuit. Wanneer de bestuurder het stuurwiel verdraait, geven de groene lijnen de werkelijke rijlijnen aan.
De achteruitrijcamera zit soms in het zicht en bevindt zich vaak in de buurt van de kentekenplaat en / of de handgreep om de achterklep te openen. Soms kiezen fabrikanten ervoor om de camera uit het zicht te monteren.
De onderstaande afbeelding toont de achteruitrijcamera van een VW Golf, waarbij een elektromotor het VW-embleem kantelt om de camera naar buiten te bewegen. Het embleem klapt automatisch weer terug wanneer men weer vooruit rijdt.
Side View (Corner View)
Wanneer je achteruit tussen twee voertuigen of grote objecten staat ingeparkeerd, moet je een stukje vooruit rijden om naar links en rechts te kijken. Met een side view camera (ook wel corner view) is dit een stuk makkelijker; camera’s links en rechts in de voorbumper sturen het beeld naar het beeldscherm in het dashboard. De afbeelding toont het beeld van de hoekcamera’s.
Lees ook: Peugeot 308 SW parkeerhulp gids
Camera’s kunnen helaas niet onzichtbaar worden gemonteerd. Auto’s die zijn uitgevoerd met een side view camera hebben in de bumper een (vaak) zwarte lens zitten.
Surround View (Top View, 3D, Bird-View)
Onder de meest luxe parkeerhulpsystemen valt ongetwijfeld de “surround view”, ook wel top view, 3D of bird-view genoemd. Ieder merk geeft zijn eigen naam en kenmerk aan het systeem. We houden nu de benaming surround view aan.
Bij surround view wordt op het beeldscherm de bovenzijde van de auto getoond. Het lijkt net alsof er een camera op het dak van de auto en de omgeving er omheen kijkt. Tijdens het inparkeren zijn de afscheidingen van het parkeervak en de objecten, zoals paaltjes etc. duidelijk te zin.
Bij het achteruit rijden kan worden ingezoomd op de achterkant; hier zijn vooral planten te zien. De conventionele PDC-sensoren registreren de afstand tot aan de planten. Tijdens het vooruit inparkeren kan met het systeem ook de omgeving en de voorkant worden getoond. Het fileparkeren langs een stoeprand kan, als de bestuurder niet goed oplet, zorgen voor beschadigingen van de banden en velgen. Ook nu biedt de surround view een uitkomst; dankzij het goede overzicht van het straatbeeld kan men kaarsrecht en dicht langs de stoeprand parkeren.
Uitparkeerhulp
Als uitbreiding van de parkeerhulp kan de zgn. “uitparkeerhulp” de bestuurder assisteren bij het achterwaarts verlaten van een parkeerplek met beperkt zicht. Dat kan in situaties zijn waarbij het voertuig naast een muur of tussen voertuigen is geparkeerd.
De sensoren aan de achterzijde van de wagen detecteren verkeer dat achter het voertuig langs rijdt en mogelijk een risico op een aanrijding vormt. Daaronder vallen alle bewegende objecten die met een bepaalde snelheid het voertuig naderen. Wanneer het uitparkeerhulpsysteem een naderend voertuig detecteert, verschijnt op het display van het infotainmentsysteem een melding. Meestal wordt hier een akoestisch geluidsignaal aan toegevoegd.
Parkeer Assistentie en Andere Systemen
Eenvoudiger werkt bijvoorbeeld de automatische parkeerfunctie van de 3-serie van BMW voor fileparkeren (ook wel achterwaarts parkeren of parallel parkeren genoemd). Allereerst detecteren sensoren of een parkeerplaats ruim genoeg is. De verstuurder stopt vervolgens de auto, laat stuur en pedalen los en drukt de knop "Auto PDC" (Automatische Park Distance Control) in. Allereerst geeft de auto opdracht om de pinker aan te zetten, en vervolgens een bericht om akkoord te gaan met het blijven nemen van de verantwoordelijkheid. De knop Auto PDC moet ingedrukt blijven tijdens het fileparkeren en als de sensoren een object detecteren wordt de auto automatisch gestopt. Alles helemaal veilig en functioneel.
Andere fabrikanten bieden ook vergelijkbare systemen:
- Tesla Smart Summon: Laat de auto zelfstandig een parkeerplaats verlaten en naar de eigenaar navigeren via een app.
- Hyundai Remote Smart Parking Assist: De auto kan zichzelf parkeren via een knop op de sleutelhanger, handig als je klem gezet bent.
- Toyota Intelligent Parking Assistance: Beschikbaar op de nieuwe Prius.
Autofabrikanten proberen allemaal mooie sier te maken met steeds meer futuristisch ogende functies, zoals geavanceerde rijhulpsystemen die profiteren van de camera's en sensoren die tegenwoordig in vrijwel elke moderne auto zijn geïnstalleerd. Tesla loopt hiermee duidelijk voorop en de rest probeert te volgen.
Dus als je een nieuwe wagen wilt kopen, en je bent één van de vele automobilisten die zich zenuwachtig maakt bij het parkeren, neem dan in je zoektocht mee hoe de auto jou kan helpen bij dagelijkse stressvolle momenten.
Veel moderne auto's zijn gebouwd met verbeterde veiligheidsvoorzieningen voor het parkeren, zoals camera's en hightech sensoren. Deze worden gebruikt om automobilisten te waarschuwen wanneer ze een object naderen en verhindert dat ze tegen andere obstakels botsen tijdens het parkeren.
