De Geschiedenis van Van der Velde Auto: Van Smederij tot Modern Autobedrijf

In de autowereld zijn veel familiebedrijven actief en de autowereld maakt daar geen uitzondering op. Bij de opkomst van de automobiel was het een uitdaging om met de tijd mee te gaan en de bakens te verzetten. Veel autobedrijven vinden hun oorsprong als smederij, wagenmaker of fietsenmaker. Mensen, die van niets iets konden maken en technisch zeer creatief waren.

Repareren en het autootje op de been houden was een uitdaging en zo proberen van een garagebedrijfje uit te groeien naar een automobielbedrijf en een dealerschap te bemachtigen. Hieronder duiken we in de geschiedenis van een aantal autobedrijven en personen met de naam Van der Velde, om een beeld te schetsen van hun bijdrage aan de autowereld.

Autobedrijf Goedhart en de Bruijn te Schoonhoven

In 1934 besloten de heren Goedhart en de Bruijn samen een autobedrijf te beginnen aan de Lopikerstraat te Schoonhoven. In de moeilijke tijd voor de oorlog wisten ze een klantenkring op te bouwen van wie zij het vertrouwen kregen. Met de verkoop van personen- en bedrijfswagens werd de zaak verder uitgebreid.

Merken als Chevrolet, DKW en Austin werden verhandeld en veel dumpvrachtwagens werden opgekocht, compleet gereviseerd en doorverkocht. In 1950 werd het Morris dealerschap aangegaan, waarna in 1965 werd overgegaan naar Simca, Sunbeam, Chrysler en Talbot. Het VW/Audi dealerschap werd aangegaan in 1980. Door plaatsgebrek in de binnenstad werd in 1992 een nieuw pand gebouwd in Schoonhoven Oost met een benzinestation en carwash.

In 1994 kwam Jan-Willem de Bruijn als derde generatie het bedrijf versterken. 2004 was het jaar waarin hij Cees de Bruijn na ruim 40 jaar opvolgde als directeur. In 2012 werd het bedrijfspand ingrijpend verbouwd. Zo werd de werkplaats flink vergroot en werden er nieuwe kantoren gerealiseerd voor directie, verkoop en administratie.

Lees ook: Het leven van Helene Kröller-Müller: een diepgaande analyse

Maar meest in het oog springend was de prachtige luifel met oprijbalkon voor auto’s. Dit maakte van het pand een enorme eyecatcher. Het bedrijf streeft ernaar om dagelijks met een enthousiast team te werken aan een optimale klanttevredenheid, waarbij kwaliteit, service, vertrouwen en persoonlijk contact centraal staan.

Citroën-specialisten Philip van der Velde en Richard van der Laan

In aflevering 21 van DS Podcast gaat Hans Groenhuijsen in gesprek met twee Citroën-garagisten: Philip van der Velde (1954) en Richard van der Laan (1966). Voorschotenaar Richard leerde het vak in 1981 van zijn vader Willem, oprichter van het garagebedrijf Van der Laan en Van Leeuwen in Abbenes. Dat werd in 1967 opgezet samen met compagnon Gerard van Leeuwen.

Rond 1991 maakte Richard de overstap naar Civer, een Citroën-specialist in Den Haag die sinds 1984 wordt gerund door zijn broer Erik en hun moeder Jenny. Zij begonnen dat bedrijf met het idee om Citroën GS’en te verhuren. Vandaar die naam Civer, bedacht door hun vader. De verhuur bleek echter geen succes.

Daarom besloot Erik het beroemde veerbollenvulapparaat, een uitvinding van hun vader, na te maken. Door daar bekendheid aan te geven, trok de garage snel klanten aan en groeide Civer uit tot een gespecialiseerd Citroën-bedrijf. Gerard van Leeuwen zag het destijds niet zitten dat ik mij voor een derde zou inkopen in het familiebedrijf. Daardoor was ik min of meer gedwongen om mijn eigen weg te gaan.

Lees ook: Ten Velde: Service en kwaliteit in Harbrinkhoek

Die kans kreeg ik wel bij Civer. Door een samenloop van omstandigheden kreeg hij in 1996 alleen de leiding. In mei 2020 verhuisden ze vanuit het charmante, maar inmiddels onpraktische Statenkwartier in Den Haag (met verouderde panden en betaald parkeren) naar een nieuwe locatie in Voorschoten. Een mooie stap, want Voorschoten is ook altijd Richard’s woonplaats geweest. Gelukkig is dat een succes geworden. Tot op de dag van vandaag is het nog steeds Richard’s dagelijkse bezigheid.

De liefde voor Citroën en in het bijzonder voor de DS is Richard met de paplepel ingegoten door zijn vader. Het toeval wilde dat zijn vader ooit een prachtige Italiaanse DSuper5 had weggezet in de garage van zijn oma, gewoon omdat hij die zó gaaf vond. Toen hij me beloofde dat Richard een auto zou krijgen voor zijn 18e verjaardag, op voorwaarde dat hij niet zou gaan roken, vroeg Richard of die DS dan misschien zijn auto mocht worden. Dan kon hij er alvast aan gaan sleutelen. Niet roken? Dat zou wel lukken!

Zo is hij op zijn vijftiende begonnen met het opknappen van zijn eerste DS. Later kocht hij er een verrotte DS23IE Pallas bij met zwart leren bekleding en een elektrisch schuifdak. Mijn plan was om van die twee auto’s samen één schitterende DS te maken. Dat is gelukt. De auto was op zijn 18e helemaal klaar. En die heeft hij nog steeds.

Richard heeft ook een bijzondere DS gebouwd, voorzien van een CX25GTi turbo-motor. Deze was te zien op Citro-Classica in mei 2025. Daarnaast bouwde hij een DS Break die hij heeft aangepast aan de modernere tijd: met CX-injectie en het Diravi-stuurhuis van een Citroën SM. Die Break verscheen rond 1988 zelfs al eens in het clubblad, met de veelzeggende titel Wolf in schaapskleren.

Wassenaarder Philip heeft, net als Richard, een indrukwekkende loopbaan in de autowereld achter de rug. Hoewel hij als jonge zoon van een Citroën-dealer ooit begon als fan van Volvo, kwam het Citroën-virus al snel om de hoek kijken. Samen met zijn twee broers werd het merk hem met de paplepel ingegoten.

Lees ook: De geschiedenis van Van de Velde en hun band met Mercedes-Benz

Van jongs af aan hielpen ze mee in het familiebedrijf: auto’s wassen, de werkplaats aanvegen, folders vouwen, et cetera. Toen Philip eenmaal zijn rijbewijs had, werd hij volop ingezet: nieuwe auto’s ophalen bij dealers, demonstratieritten verzorgen voor Citroën Amsterdam, en zelfs SM’s (Série Maserati) naar Citroën Amsterdam brengen voor reparatie.

Zijn eerste eigen auto was een defecte 2CV, maar al snel volgden meer uitdagende projecten. Philip’s eerste DS was een DSpécial met schade aan de voorkant, gevolgd door een DS halfautomaat met een kapotte versnellingsbak. Daarna vond hij een originele ID19 uit 1959 terug, ooit door hun eigen bedrijf geleverd. En in de opslag stond nóg een parel: een originele Traction Avant 11B, nieuw geleverd door zijn opa. Die knapte hij op.

In 1978 trad Philip toe tot het bestuur van Traction Avant Nederland. Vrijwel alle bestuursleden reden toen DS. Vanuit die ervaring hielp hij ook bij de oprichting van de Citroën ID/DS Club Nederland. Hij kreeg zelfs lidnummer 99 of 100. Hij heeft daarnaast meegewerkt aan de organisatie van twee ICCCR’s in Nederland: de eerste in 1981 in Breda namens de Traction-club, en de tweede in 1989 op de Flevohof, samen met onder andere Johan Nooij en diverse andere Citroën-clubs.

Tegenwoordig rijdt hij al jaren in een zwarte DS23 Pallas (carburateur, 5-bak), waarmee hij ook regelmatig te zien was bij Le Citron Pressé.

Joost van der Velde en zijn liefde voor Engelse Klassiekers

Links Rolls-Royce Silver Shadow II, rechts Rover 3500 SD1. Voor Joost van der Velde zijn twee dingen belangrijk aan zijn klassiekers. Het moet Engels zijn en de auto’s moeten écht gebruikt kunnen worden.

Mijn vader was leraar Engels, dus gingen we in mijn jeugd élke zomer vier weken naar Engeland. En omdat mijn grootouders in Zwitserland woonden daarna nog een weekje naar opa en oma op vakantie. In Engeland ben ik verliefd geworden op de merken Rolls-Royce en Rover.

Ik ging ‘s morgens met opa mee op pad. En de Rover stond bij mij dus op nummer één. Toen ik twintig jaar was, kocht ik mijn eerste. Een goudkleurige, net als opa had. Die was alleen erg slecht en het was voor mij toen financieel onmogelijk om die auto op de weg te houden. Later kocht ik voor mijn werk een jonge, gebruikte Golf TDI.

Daar reed ik in anderhalf jaar tijd 120.000 kilometer mee, en dankzij de riante kilometervergoeding kocht ik van het geld dat ik overhield mijn eerste Rolls-Royce, een Silver Shadow uit 1968. Een van de eerste keren dat ik op een clubbijeenkomst was, werd me namelijk afgeraden om nog geld in die auto te steken.

Ik besloot dat advies op te volgen en heb in de zes maanden daarna zeker veertig auto’s bekeken. In Monaco, in Duitsland, in een weekendje Engeland ook nog even zes… Totdat ik deze wagen online tegenkwam.

De Engelse verkoper bleek met zijn vrouw op vakantie te gaan naar Spanje en ik heb ze kunnen overhalen om het eerste stuk met twee auto’s te rijden. En zo zag ik mijn nieuwe auto voor het eerst bij een benzinepomp in Calais. Wat een geweldige auto is het! We zijn er zelfs mee op vakantie geweest, met de caravan erachter.

We hebben via een vriend een caravan uit 1966 geregeld en we zijn met de drie kinderen op de achterbank naar Zuid-Frankrijk vertrokken. Bij Lille de snelweg afgegaan en verder binnendoor gereden. Heerlijk! Deze Rover heb ik nog niet zo lang.

Het is best lastig zoeken, want de Rover is zeldzamer dan de Rolls. Ik zocht een goudkleurige natuurlijk en graag origineel Nederlands. Ik wilde ook per se een V8 hebben! De vorige eigenaar had de auto al vanaf 1981 en bood hem aan in het Rover-clubblad.

Dit is een SD1 en toen hij de auto net had kwam de SD2 uit. Die was leverbaar in deze groene kleur en die vond hij zo mooi dat hij de auto heeft laten overspuiten. Bij elke rit komen er herinneringen boven aan mijn jeugd, mijn opa en aan mijn eerste auto’s.

Vroeger kwamen er op de Engelse campings ook heel vaak Jaguars en Rovers met een caravan erachter. Ik ging dan altijd kijken. Een Engelse auto is sexy, er zit veel meer klasse in. Ik geloof best dat er over een Duitse auto beter is nagedacht. Maar dat spontanere, dat wat lossere geeft juist het specifieke karakter aan zo’n Brit. En dan die acht cilinders, je ruikt gewoon de benzine als je instapt en dat moet ook.

Maar als ik die Rover heb gestart, ga ik er soms gewoon even naast staan om naar de V8 luisteren. De Engelse auto-industrie was sterk begin jaren zeventig, er werden bijna 2.000.000 auto’s per jaar gebouwd. Kwaliteitsproblemen, stakingen, gebrek aan vernieuwing en de sterkere concurrentie deden de industrie echter de das om in de vijftien jaar die volgden.

Een stoelendans van merken volgde, met als gevolg dat geen enkel groot Brits merk nog in Engelse handen is.

De Reünie van Horecagroothandel F. van der Velde

Op zaterdagavond 27 oktober 2012 was het zover: de reünie van personeel van horecagroothandel F. van der Velde b.v. Het organisatiecomité bestaande uit: Wim Dijk, Frits en Tineke van der Velde, Berend en Wimke Overwijk konden maar liefst 235 oud-personeelsleden en hun partners verwelkomen in de sfeervol ingerichte zaal met foto’s en attributen bij de Waldsang te Bakkeveen.

Onder de vele gasten bevonden zich ook de Van der Veldes: Riemer en Annie, Wytze en Tiny en Aaltje. Tevens waren er personeelsleden van het eerste uur: Riemer van der Velde, Wimke Overwijk-Jansma, Appie IJbema, Klaas de Boer, Johannes Postma en Theo van Dekken.

In 1963 startte Fokke van der Velde samen met zijn zoon Riemer met de verkoop van Caraco-ijs. In 1969 werd gestart met de bouw van een showroom, kantoren en garage, waar toen ook de jaarlijkse najaarsshows georganiseerd werden. Bij uitbreiding en heropening in april 1994 trad het feestmuziek Safari Joe ook al op.

Tijdens de reünie trad deze muziek (Safari Joe) weer op, die om circa 23.00 uur met het hele publiek nog het Caraco-lied zongen. In april 1997 is Van der Velde overgenomen door Sligro en is de zaak op 29 februari 2000 gestart op het bedrijventerrein A-Zeven Zuid.

Wij kunnen op een fantastische avond terugkijken. Namens het reünie-comité Berend en Wimke Overwijk Thea en Rienk van der Werf Caraco ijs etc. dit is een tekst van een oude reklamefolder achterste rij: Riemer van der Velde, Oene van der Velde, Harm Wouda, Sake van der Bos, Klaas Zandbergen, Klaas de Boer, Appie IJbema, Anneke Hiemstra, Wimke Overwijk-Jansma, Trijntje Hovinga-Haisma, mevr. Cornelia van der Velde-De Vries, dhr. Fokke van der Velde. Voorste rij: Arnold Kuypers, Johannes Postma, Ale Overwijk, Jannes Donker, Germ van der Meer en Theo van Dekken.

Martin van der Velde's Unieke Sportauto Project

Stel je voor: Leeuwarden, midden jaren zestig. Een jonge Fries, Martin van der Velde, besluit dat hij de laagste sportauto ter wereld wil bouwen. Geen droom, maar een plan. Geen team, maar één man. Met potloodschetsen, een VW Kever-chassis en bakken doorzettingsvermogen.

Het resultaat? Een unieke coupé met wulpse lijnen, een opgevoerde VW 1500-motor en een ingenieus ontwerp waarin alles handgemaakt en doordacht is - tot de laatste schroef. De tijd, een ander project en het leven haalden hem in. De auto verdween in een garage in de Leeuwarder Engelsestraat. Daar stond hij stil. Veertig jaar lang.

Het project raakte uit beeld, maar was wel degelijk een trofee in de vergetelheid. Martin liet in 2007 de motor nog één keer draaien. Dat werd een vuurspuwende en rauwe symfonie, alsof hij er altijd op had gewacht. Daarna viel opnieuw de stilte.

Via Marktplaats komt het project onder de aandacht van Funky in Burgum. Twee pure VW liefhebbers, Femme de Vries en Sander Marinus, zien direct wat ze voor zich hebben: geen onafgewerkt bouwsel, maar een vergeten tijdcapsule. Een Nederlandse sportauto, de enige in zijn soort.

Daar staat hij nu, tussen andere luchtgekoelde Volkswagens, opnieuw tot leven gewekt. Gekoesterd, en uit de anonimiteit gehaald. De motor loopt, plannen voor restauratie en verdere afwerking liggen op tafel, en de eigenaren gaan rustig verder met de revival van de auto. Daar houden we u de komende tijd van op de hoogte.

Deze auto vertelt een verhaal dat te mooi is om verborgen te blijven. Om te beginnen in de nieuwe uitgave van Auto Motor Klassiek. Acht pagina’s lang duiken we in de schetsen, de notities, de verhalen en de passie. We volgen Martin’s droom, zien waar hij stokte, en hoe hij decennia later toch weer adem kreeg. Dit is niet zomaar een klassieker.

Dit is een vergeten en bij velen onbekend stukje Nederlandse autogeschiedenis, dat u meeneemt naar het gedachtengoed van Martin van der Velde. En van die geschiedenis was de redacteur dusdanig onder de indruk, dat hij ook besloot om er een nieuwe Uitgediept Column aan te wagen.

Populaire artikelen:

Plaats een reactie