Alexander en zijn broer Isaäc de Leeuw waren de twee middelste zoons in het jongensgezin van Hijman de Leeuw en Betje Blik. Ze hadden nog een oudere en een jongere broer, Jacob en Samuel. De vier jongens zijn allen geboren en getogen in de oude Jodenbuurt.
Vader Hijman onderhield zijn gezin met verkoop van ʻongeregelde handelʼ. Als hij een wijk liep met groenten en zuur, liet hij zich bijstaan door zijn vrouw Betje. Het gezinsinkomen was wisselend en geregeld te laag om de huur te betalen en iedereen te voeden en vader Hijman was dan ook vaak genoodzaakt om een beroep te doen op de Steun.
De jongens moesten, zodra ze de lagere school verlaten hadden, hun handen uit de mouwen steken en bijdragen aan de huishoudpot. Alexander deed dat met zijn ongeschoolde werk als loopknecht bij een schoenmakerij en later als lompensorteerder, Isaäc ging als boekbinder aan de slag. Toen hij in 1927 gekeurd werd, gaf hij zelfs op kostwinner te zijn. Zijn bijdragen aan het gezinsinkomen konden niet gemist worden en de Steun eiste bijdragen van de kinderen zodra zij op 14-jarige leeftijd aan het werk gingen.
Isaäc werd afgekeurd voor militaire dienst, niet alleen vanwege zijn kostwinnerschap, maar ook vanwege zijn korte uithoudingsvermogen. Later zou hij karrenrijder en weer later petroleumhandelaar worden. In 1940 schreef hij zich in bij de gemeente voor een marktvergunning. Ook Alexander hoefde niet op te komen voor dienst.
Het is zeer waarschijnlijk dat Alexander en Isaäc de Leeuw via hun werk als petroleumhandelaar in contact zijn gekomen met hun toekomstige echtgenotes. Ze betrokken hun brandstof namelijk via Joseph Walvisch, die een maatschap had opgericht en onder de naam ‘Samenwerking’ olie inkocht bij een grossier. De twee broers De Leeuw trouwden met een tussentijd van vijf jaar met twee zussen Walvisch. Isaäc trouwde in april 1929 met Sientje Walvisch, die als huishoudster werkte. Alexander trad in mei 1934 in het huwelijk met lingerienaaister Marietje Walvisch.
Lees ook: Hoe auto afschrijving berekenen?
Isaäc en Sientje kregen twee kinderen. Elisabeth (roepnaam Beppie) werd geboren in januari 1931 en Joseph in april 1934. Kleine Joseph overleed echter op een leeftijd van 2 jaar. Alexander en Marie kregen een zoontje: Hijman (Hansje).
Ten tijde van het razziaweekend op 22 en 23 februari 1941 woonde Isaäc met zijn gezin in de Nieuwe Uilenburgerstraat, Alexander in de Vrolikstraat, een paar blokken verwijderd van zijn ouderlijk huis. Beide broers werden op zondag 23 februari opgepakt. Of zij zich op dat moment samen in de Nieuwe Uilenburgerstraat bevonden, is niet bekend.
De broers werden met een grote groep straat- en buurtgenoten naar het Jonas Daniël Meijerplein opgejaagd, vanwaar ze in open vrachtwagens naar kamp Schoorl werden vervoerd. Van daaruit werden ze later die week naar Buchenwald en op 22 mei naar Mauthausen gedeporteerd. In dat kamp kwam Alexander op 4 september 1941 om het leven. Isaäc stierf volgens de kampadministratie twee dagen na zijn broer, op 6 september.
De echtgenote van Isaäc, Sientje, dook samen met haar dochtertje Beppie en haar broer Jaap onder in Nieuw-Vennep. Marietje, de vrouw van Alexander, kon het leven na het oppakken van haar echtgenoot nauwelijks aan. Na een paar weken al werd haar gezegd dat ze met haar zoontje naar een goedkopere woning moest omzien en aan het werk moest gaan, maar ze verklaarde zich daartoe niet in staat. Ze was veel bij haar ouders en schoonouders die naast respectievelijk tegenover haar woonden.
In november 1942 - de deportaties uit Amsterdam waren al vanaf juli aan de gang - werd zij opgenomen in het Provinciaal Ziekenhuis in Santpoort, een krankzinnigeninrichting. Het ziekenhuis liet in 1942 ongeveer tweehonderd Joden op die manier onderduiken. Het heeft haar leven niet kunnen redden. Marietje en haar zoon Hansje werden in mei 1943 in Sobibor omgebracht. Ook de ouders van Alexander en Isaäc, Hijman en Betje, en hun twee andere zoons Jacob en Samuel kwamen in kampen om het leven.
Lees ook: Vind de perfecte autodealer in Huizen
De broers Alexander en Isaäc waren getrouwd met twee zusjes, Marietje en Sientje Walvisch. Marietje zit links vooraan, achter haar Sientje. Alexander staat links met Isaäc naast zich.
Alexander en Isaäc de Leeuw met hun echtgenotes Marietje en Sientje Walvisch. Bron: Joods Monument
Stolpersteine in de Vrolikstraat voor Alexander de Leeuw, zijn vrouw Marie Walvisch en zoon Hijman (Hansje).
Stolpersteine in de Vrolikstraat. Bron: Wikimedia Commons
Hieronder een tabel met de belangrijkste gegevens van de familie de Leeuw:
Lees ook: Elektrische Auto Pechhulp
| Naam | Geboren | Overleden | Relatie |
|---|---|---|---|
| Alexander de Leeuw | Jodenbuurt, Amsterdam | 4 september 1941, Mauthausen | Echtgenoot van Marietje Walvisch, vader van Hijman |
| Isaäc de Leeuw | Jodenbuurt, Amsterdam | 6 september 1941, Mauthausen | Echtgenoot van Sientje Walvisch, vader van Elisabeth en Joseph |
| Marietje Walvisch | Onbekend | Mei 1943, Sobibor | Echtgenote van Alexander de Leeuw, moeder van Hijman |
| Sientje Walvisch | Onbekend | Oorlog overleefd | Echtgenote van Isaäc de Leeuw, moeder van Elisabeth en Joseph |
| Hijman (Hansje) de Leeuw | Onbekend | Mei 1943, Sobibor | Zoon van Alexander de Leeuw en Marietje Walvisch |
| Hijman de Leeuw | Onbekend | Omgekomen in kamp | Vader van Alexander, Isaäc, Jacob en Samuel |
| Betje Blik | Onbekend | Omgekomen in kamp | Moeder van Alexander, Isaäc, Jacob en Samuel |
| Jacob de Leeuw | Onbekend | Omgekomen in kamp | Broer van Alexander en Isaäc |
| Samuel de Leeuw | Onbekend | Omgekomen in kamp | Broer van Alexander en Isaäc |
Bekijk deze video voor meer informatie over de Jodenvervolging in Amsterdam:
