Auto-immuunziekten: Een Uitgebreide Gids

Iedereen kent tegenwoordig wel iemand met een auto-immuunziekte. Al heeft uw buurvrouw geen last van diabetes, dan heeft u wellicht wel een neefje met de ziekte van Crohn. Waar het lijstje met auto-immuunziekten twee decennia terug nog uit zo’n 20 aandoeningen bestond, barst het lijstje vandaag de dag uit zijn voegen met maar liefst 156 geregistreerde auto-immuunaandoeningen. En ging het twintig jaar terug nog overwegend om algemeen bekende aandoeningen, zoals reuma en MS, tegenwoordig prijken er ook veel minder bekende ziekmakers op, zoals coeliakie en de ziekte van Ménière. Auto-immuunziekten kunnen een verlammende en vernietigende uitwerking hebben op lichaam en geest. Ze kunnen zich zowel op het hele lichaam richten als op specifieke organen.

Maar wat is een auto-immuunziekte eigenlijk? Bij een auto-immuunziekte werkt het afweersysteem niet goed.

Wat is een Auto-immuunziekte?

De betekenis / definitie van een auto-immuunziekte is een ziekte waarbij het immuunsysteem door een fout lichaamseigen weefsel (of cellen) als vijandig of lichaamsvreemd ziet. Bij een auto-immuunziekte reageert de afweer te sterk én naar binnen (eigen cellen), terwijl bijvoorbeeld een allergie naar buiten gericht is (pollen, voedsel, parfum, etcetera).

Uw afweersysteem heeft de taak om u te beschermen tegen ontstekingen (infecties). Oorzaken van infecties zijn bijvoorbeeld bacteriën of een virus. Bij mensen met een auto-immuunziekte functioneert het afweersysteem niet goed. Dan vallen de cellen niet alleen schadelijke invloeden (van buitenaf) aan, maar ook de eigen, gezonde cellen van uw lichaam. Hierdoor kan er schade aan weefsels en organen ontstaan.

Het afweersysteem bestaat uit veel verschillende soorten cellen die in ons hele lichaam zitten. Normaal beschermen deze cellen ons lichaam tegen schadelijke invloeden van buitenaf, zoals infecties. Ze spelen bijvoorbeeld ook een rol in de bestrijding van kankercellen. Bij auto-immuunziekten keert de afweer zich actief tegen het eigen lichaam.

Lees ook: Hoe auto afschrijving berekenen?

De schade door een auto-immuunziekte kan soms langzaam en op latere leeftijd ontstaan, maar ook snel (zoals bij diabetes type 1 op jonge leeftijd). Ook kan een auto-immuunziekte tijdelijk zijn en in remissie komen.

Het Immuunsysteem Uitgelegd

Uw immuunsysteem oftewel afweersysteem bestaat uit een grote groep verschillende cellen en eiwitten. Deze cellen en eiwitten beschermen uw lichaam tegen onder andere ziekteverwekkers zoals bacteriën en virussen die een infectie kunnen veroorzaken. Een goed werkend immuunsysteem kan dergelijke infecties opruimen.

Antistoffen worden gemaakt door B-cellen en plasmacellen. Die plasmacellen zijn ontstaan uit B-cellen. Als B-cellen in contact zijn geweest met T-cellen, kunnen ze antistoffen maken. De T-cellen herkennen een virus of bacterie en ze geven door aan de B-cel welke antistof deze moet maken om het virus of de bacterie op te ruimen.Er zijn verschillende soorten antistoffen, namelijk antistoffen die in het bloed zitten (IgG en IgM), en antistoffen die in de slijmvliezen en in de weefsels zitten (IgA).

Bij veel auto-immuunziekten maakt het lichaam specifieke antistoffen aan die soms in bloedonderzoek kunnen worden gemeten. Bekende antistoffen zijn anti-TPO (bijvoorbeeld de ziekte van Hashimoto) en anti-TSI (ziekte van Graves). Er zijn ook auto-immuunziekten waar de antistoffen nog niet van bekend zijn.

Oorzaken en Risicofactoren

Een interessante vraag is waarom het aantal auto-immuunziekten zo explosief is gestegen, evenals het sterk groeiend aantal mensen dat eronder gebukt gaat. Het antwoord is verrassend eenvoudig en bestaat uit één woord: stress. Vergeleken met enkele decennia terug leven we in een steeds gejaagdere maatschappij, waarin steeds meer gevraagd wordt van mensen.

Lees ook: Vind de perfecte autodealer in Huizen

Maar waarom leidt die toegenomen stress dan tot zo’n explosieve groei van auto-immuunziekten? Wel nu, dat heeft heel veel te maken met de rol van de bijnier. Dit orgaan, waar u er twee van heeft, produceert stresshormonen, zoals bijvoorbeeld adrenaline, noradrenaline en cortisol. Deze hormonen worden afgegeven aan het bloed. Hormonen kunnen boodschappen doorgeven aan andere organen of weefsels in het lichaam die gevoelig zijn voor de werking van hormonen. Een hormoon kan een remmend of juist een stimulerend effect hebben. Zo beïnvloeden hormonen veel verschillende reacties in het lichaam. Als de stress lang aanhoudt, heeft dit effect op de productie van stresshormonen door de bijnieren.

Wanneer het immuunsysteem sterk belast wordt en langdurig overactief is, is de kans dat een auto-immuunziekte zich openbaart vergroot. Vaak gaat er chronische stress (bijnieruitputting), ziekte (virussen) of een bevalling aan vooraf. Daarnaast kan ook een ongezond voedings- en leefpatroon het immuunsysteem actiever (en dus agressiever) maken.

Het immuun- of afweersysteem is ons verdedigingsmechanisme dat ons beschermt tegen indringers van buitenaf. Het ruimt iedere dag ziekteverwekkers op en beschermt tegen infecties. Het bevindt zich door ons hele lichaam. Onder meer onze huid, darmen, luchtwegen, bloed en lymfestelsel maken er deel van uit.

Wat zijn auto-immuunziekten en hoe ontstaan ​​ze?

Dat brengt ons op de cruciale functie van de dunne darm, die voor wel 80% verantwoordelijk zijn voor het functioneren van ons immuunsysteem. Alles wat we eten passeert onze dunne darm. Daarmee kun je de dunne darm met wat fantasie vergelijken met een politiebureau dat erop toeziet dat alles gaat zoals het hoort. Al het voedsel dat vanuit de maag komt, wordt in de dunne darm, die zo’n twee meter lang is, met behulp van enzymen afgebroken tot kleinere deeltjes, die door de poriën van de darmwand kunnen.

Zoals gezegd komt het immuunsysteem als gevolg van stress onder druk te staan, waardoor het verzwakt. Het gevolg hiervan kan zijn dat het lichaam een intolerantie ontwikkelt voor een bepaalde stof. Vaak komt deze stof voor in voeding, die iemand vaak eet. Denk bijvoorbeeld aan melk, een kiwi of een ei. Als tegenreactie op zo’n stof ontwikkelt het lichaam antigenen. Als het afweersysteem antigenen detecteert, vormt het vervolgens immunoglobuline (IgG). Deze immunoglobuline, type G, is één van de vijf bestaande immunoglobulines in ons lichaam. Het wordt aangemaakt bij aanwezigheid van grotere hoeveelheden van of een herhaald contact met het antigeen. Het IgG-molecuul kan beschouwd worden als een typische antistof. Doordat deze antistof zich aan de lichaamsvreemde stoffen bindt, kunnen deze onschadelijk worden gemaakt. Deze IgG-moleculen kun je vergelijken met een politieagent, die een inbreker (lees: antigeen) probeert in te rekenen.

Lees ook: Elektrische Auto Pechhulp

Bij dit ‘gevecht’ in het lichaam komen echter toxische stoffen vrij, die als negatieve eigenschap hebben dat ze ontstekingen veroorzaken. Cytokinen en chemokinen zijn voorbeelden van toxische stoffen, die op deze manier vrijkomen. De lever moet deze toxische stoffen neutraliseren, maar kan dit niet bijbenen. Het resultaat is dat deze toxische stoffen in de bloedbaan terecht komen, waardoor het lichaam verzuurt.

Als dit het geval is treedt er een ontsteking op van de poriën van het epitheelweefsel, waaruit de darmwand bestaat. Hierdoor worden de poriën ruimer met als resultaat dat er meer toxische stoffen worden doorgelaten. We noemen dit verschijnsel ook wel ‘leaking gut’ ofwel lekkende dunne darm. Deze ontstekingen leiden veelal tot een opgeblazen gevoel.

Aangezien er elke minuut een liter bloed de hersenen passeert, betekent dit dat ook het brein wordt aangetast. Het brein wordt omsloten door drie hersenvliezen die de hersenen beschermen. Deze hersenvliezen (bloed-brein-barrière) bestaan uit hetzelfde weefsel als de dunne darm (darm-barrière), het zogenaamde epitheelweefsel. De poriën in dit weefsel maken het mogelijk om enerzijds voedingsstoffen op te nemen en anderzijds afvalstoffen, waaronder toxische stoffen, af te voeren. Voor de hersenen geldt hetzelfde als voor de darmen. Als de cytokinen de hersenen bereiken, dan treedt er een ontsteking op van de poriën van het epitheelweefsel. Hierdoor worden de poriën ruimer met als resultaat dat er meer toxische stoffen worden doorgelaten. Op deze manier is er sprake van een ‘leaking brain’, net zoals er bij de darmen sprake kan zijn van een ‘leaking gut’. Dit uit zich onder andere in een minder goede werking van de hypofyse. Dit is een belangrijk orgaantje in ons hoofd, ter grootte van een erwt. Op de hypofyse liggen minuscule ‘eilandjes’ van hormoonproducerende cellen, die elk een ander hormoon produceren, die op hun beurt zorgen voor een goed functioneren van vitale organen, zoals bijvoorbeeld de schildklier en de bijnier.

Naast de hiervoor besproken brein-darm link is ook de link dunne darm-schildklier uitermate kwetsbaar. Met name bij vrouwen tussen de 40 en 55 jaar ontstaan problemen met de schildklier, veroorzaakt doordat de cytokinen bij de schildklier komen. Dit is uitermate vervelend aangezien de schildklierhormonen een rol spelen in vrijwel alle lichaamsweefsels en organen, van de spier in de grote teen tot de zenuwbaan in de lever. Het disfunctioneren van de schildklier kan zich onder meer uiten in een vertraagde (hypo) of juist in een versnelde (hyper) stofwisseling. De ziekte van Hashimoto en de ziekte van Graves zijn de bekendste auto-immuunziekten waarbij de schildklier betrokken is. Bij de ziekte van Hashimoto gaat de schildklier geleidelijk langzamer werken terwijl bij de ziekte van Graves juist sprake is van een te snel werkende schildklier. Typische klachten bij een langzame schildklier zijn haarverlies, een droge huid, obstipatie, gewichtstoename, spierpijn, vermoeidheid en vergeetachtigheid. Typische klachten bij een snelle schildklier zijn hartkloppingen, zweten, afvallen en een gejaagd gevoel. Veel klachten komen echter ook voor bij andere aandoeningen. Dit maakt het voor de arts onmogelijk een diagnose te stellen op basis van de klachten alleen. Bloedonderzoek moet uitsluitsel geven of de schildklier de oorzaak kan zijn van de klachten.

Diagnose

Om te zien of u SLE heeft, doet de arts een aantal onderzoeken. Allereerst worden al uw klachten in een gesprek op een rij gezet. Vervolgens verricht de arts een lichamelijk onderzoek, waarbij vooral gekeken wordt naar de huid en de gewrichten, en waarbij de longen en het hart beluisterd worde.

Bij kinderen met zeldzame erfelijke afweerstoornissen kan het stellen van de diagnose soms lang duren, maar meestal is er snel duidelijkheid. Er worden verschillende bloedtesten uitgevoerd. In het WKZ zijn alle technieken beschikbaar om afweerstoornissen op te sporen.Daarnaast heeft het WKZ een methode ontwikkeld om de erfelijke oorzaken van afweerstoornissen sneller op te sporen. Kinderen met zeldzame immuunziekten kunnen hierdoor eerder de juiste behandeling krijgen. Met de nieuwe methode worden tegelijkertijd 190 genen bekeken die afweerstoornissen kunnen veroorzaken.

Behandeling

De meeste behandelingen door de arts zijn gebaseerd op het verlagen van de ontstekingen en verminderen van symptomen met medicijnen. Bij sommige auto-immuunziekten worden er hormonen toegediend of stoffen die de hormoonaanmaak juist remmen. Een nadeel van het langdurig remmen van ontstekingen en het breed onderdrukken van het immuunsysteem kan zijn dat op andere fronten het immuunsysteem minder goed zijn werk kan doen. Daarnaast is er ook een verhoogd risico op diabetes en botontkalking (6).

Behandeling van SLE gebeurt met medicijnen die ontsteking remmen. Afhankelijk van de ziekteactiviteit varieert de mate en intensiteit van behandeling.

Door aanpassing van voeding en leefstijl kunnen soms mooie resultaten bereikt worden die variëren van minder klachten, vertraging van het verloop van de ziekte én in het beste geval zelfs remissie. Door je voeding en leefstijl te optimaliseren kun je er voor zorgen dat het immuunsysteem minder overactief wordt en soms worden de antistoffen dan lager. Dit kan symptomen verminderen bij de meeste auto-immuunziekten en in sommige gevallen juist het verloop verbeteren en de medicatie die nodig is verminderen. Uiteraard is dit afhankelijk van het soort auto-immuunziekte, hoe lang de persoon de ziekte al heeft, de ernst ervan en het herstellend vermogen van het weefsel dat wordt aangetast. Soms is de schade door het immuunsysteem aangericht onomkeerbaar, maar dan kan het nog steeds veel opleveren het immuunsysteem te ontlasten.

Het Functioneel Neurologisch Instituut is mede gespecialiseerd in de behandeling van patiënten met een auto-immuunziekte. Wat hierbij opvalt is dat veel mensen met een auto-immuunziekte kampen met een chronisch tekort aan vitamine D. Terwijl juist vitamine D de belangrijkste energiebron is voor het immuunsysteem. Aanvulling met een hoogwaardig vitamine D supplement is in het geval van een chronisch tekort dan ook aan te raden.

Tips voor een Gezonde Leefstijl

Zorg voor een stabiele bloedsuiker en voorkom of verhelp insulineresistentie. Zorg voor een gezond vetpercentage. Eet voeding die je goed kunt verteren en verdragen. Voorkom hyperpermeabele darm syndroom (lekkende darm syndroom). Verminder stress. Voorkom tekorten aan vitaminen en mineralen.

De Darmgezondheid en Auto-immuunziekten

Twijfelt u zelf of u last heeft van een auto-immuunziekte? Dan is een goede indicator hoe u zich voelt na het eten. Heeft u vaak binnen een half uur na het eten last van een opgeblazen gevoel en bent u misschien ook wel vaak moe na het eten? Dan is de kans groot dat u een auto-immuunaandoening heeft. Datzelfde is het geval als u steevast binnen een half uur à een uur na het eten naar het toilet moet. Ook de manier waarop uw ontlasting eruitziet, vormt een goede indicatie voor de mogelijke aanwezigheid van een auto-immuunaandoening.

Twee onderzoekers van de universiteit van Bristol kwamen aan het eind van de vorige eeuw ook al tot die conclusie. Zij ontwikkelden een ontlastingsschaal, de Bristol Stool Chart. De schaal omschrijft zeven vormen van ontlasting, van zeer hard (obstipatie) tot waterig (diarree). Gezonde ontlasting ziet er op de Bristol Stool Chart uit als vorm 3 of 4. De poep is lichtbruin tot bruin van kleur, worstvormig en bevat geen slijm of zichtbaar onverteerde etensresten, zoals bijvoorbeeld stukjes onverteerde paprika of maïskorrels. Soms zitten er kleine scheurtjes aan de buitenkant van de ontlasting. Dit geeft aan dat de ontlasting enigszins is ingedroogd. Bij het poepen komt de worst er in een vloeiende beweging uit, zonder te hoeven persen. Bovendien is er weinig papier nodig om de anus weer schoon te maken. Ook zinkt de ontlasting makkelijk en laat het geen sporen achter in de pot. Bovendien stinkt het (bijna) niet.

Hoe vaak iemand naar het toilet gaat is per persoon verschillend. Van 1 à 2 keer per dag tot 3 keer in de week is normaal, mits uw buik soepel is en u geen last heeft van een opgeblazen gevoel, winderigheid of buikpijn.

Niet alleen de vorm en textuur van de ontlasting zeggen iets over de gezondheid van de ‘boodschapper’. Ook de kleur vormt een bruikbare indicatie voor mogelijke auto-immuniteit. Er zijn veel afwijkingen van de gangbare poepkleur mogelijk, zoals rood, groen, wit en zwart. Heeft uw ontlasting een afwijkende kleur? Ga dan eerst even bij uzelf te rade wat u in de afgelopen 48 uur heeft gegeten. Het eten van spinazie kan de ontlasting groen kleuren terwijl bietjes of rode kool uw poep rood kunnen kleuren. Ziet u geen aanknopingspunten met het diner van gisteravond of met andere dingen die u gegeten heeft? Dan is het waarschijnlijk dat de verkleuring in de toiletpot een andere reden heeft.

Een rode kleur in of om uw ontlasting kan wijzen op de aanwezigheid van bloed. Hier hoeft u niet direct van te schrikken. Dit hoeft namelijk niet ernstig te zijn, wellicht heeft u een inwendige aambei die bij het poepen gaat bloeden. Ook zwarte ontlasting kan op een bloeding wijzen, in dit geval aan het begin van het spijsverteringskanaal. Dit is zogenaamd ‘oud bloed’. U herkent het aan de typische metaalgeur. Raadpleeg ook in dit geval uw arts. Het eten van veel ijzerrijke voeding, zoals spinazie of rundvlees kan ook leiden tot zwarte of zeer donkere ontlasting. Datzelfde geldt voor het gebruik van ijzerpreparaten.

Groene ontlasting kan duiden op een infectie in het darmkanaal. Hiervoor is dan een salmonella- of clostridiumbacterie verantwoordelijk. Het kan ook ontstaan door het gebruik van laxeermiddelen. Ook kan de kleur groen duiden op de aanwezigheid van een voedselintolerantie. Het is heel goed mogelijk dat groene ontlasting gepaard gaat met diarree. Doordat de ontlasting te snel door de darmen beweegt, kan de groene gal namelijk niet goed worden afgebroken.

Een lichtgele tot witte verkleuring van de ontlasting kan wijzen op een blokkering van de galwegen. Gal geeft ontlasting zijn bruine kleur. Als de galwegen geblokkeerd raken, bijvoorbeeld door een galsteen, dan kan de gal de dunne darm niet meer bereiken en raakt de ontlasting als het ware ontkleurd. Een lichtgele tot witte verkleuring van de ontlasting kan gepaard gaan met buikpijn of koliekpijn rechtsboven in de buik.

Niet alleen de kleur van uw ontlasting zegt iets over de mogelijke aanwezigheid van een auto-immuunziekte. Ook de geur van uw poep zegt iets over uw vertering. Een zurige geur kan wijzen op een verminderde vertering van koolhydraten. Als koolhydraten lang in de darmen verblijven, dan zullen darmbacteriën ze namelijk vergisten. Hierbij ontstaan zurig ruikende verbindingen. Een verstoorde eiwitvertering zorgt er daarentegen voor dat er veel onverteerde eiwitten in de dikke darm terechtkomen. Deze eiwitten worden gefermenteerd. Hierbij komen zwavelverbindingen vrij.

Ervaart u problemen met de vertering van uw eten? Dan is het raadzaam om eens goed te kijken naar de samenstelling van uw voeding. Bevat deze veel eiwitten of koolhydraten? Probeer dan uw voeding te balanceren, bijvoorbeeld in overleg met een diëtist of voedingsdeskundige. Ook uw behandelaar van het Functioneel Neurologisch Instituut kan u hierbij adviseren. Blijft u uiteindelijk ook bij een gezond, uitgebalanceerd voedingspatroon problemen houden met uw spijsvertering, dan is het wel belangrijk om uit te zoeken waar deze spijsverteringsproblemen door veroorzaakt worden. Mogelijk werkt uw alvleesklier niet optimaal of is er sprake van een onbalans in de samenstelling van de darmflora.

Ontlasting ondergaat een lange weg voordat het in de toiletpot belandt. De spieren in uw darmen kneden de voedselbrij als het ware door de darmen. Als ze dit heel snel doen, dan ontstaat er dunne ontlasting of diarree. Werken de darmspieren daarentegen traag, dan blijft de voeding te lang in de darm. Er wordt dan te veel water aan de ontlasting onttrokken, waardoor deze droog wordt en er verstopping ontstaat. Het eten van 30 tot 40 gram vezels per dag helpt uw darmen om de voeding in de juiste snelheid richting toiletpot te dirigeren. Krijgt u onvoldoende vezels binnen? Eet dan vezelrijke voeding als groenten, volkoren granen en peulvruchten. Ook het gebruik van een hoogwaardig vezelrijk supplement is een mogelijkheid. Het Functioneel Neurologisch Instituut beveelt het supplement Q3 aan.

Diarree kan drie mogelijke oorzaken hebben. Het kan ontstaan door psychische stress. Maar ook een pittige maaltijd kan de darmwerking stimuleren. De pittige stoffen prikkelen de darmwand en deze irritatie zorgt voor een versnelde darmwerking. Tot slot kan er ook een lichamelijke oorzaak zijn van diarree. Eet u iets of heeft u iets in uw darmen dat uw immuunsysteem niet fijn vindt, dan zullen de darmen harder werken om het zo snel mogelijk kwijt te raken. U ziet dit effect goed terug bij een voedselvergiftiging. Er ontstaat in zo’n geval hevige diarree. Het lichaam probeert de slechte bacteriën in de darmen immers zo snel mogelijk kwijt te raken. Soms produceren de ziekmakende bacteriën toxische stoffen...

Onderzoek naar Immuunziekten

Binnen het Centrum voor Immuunziekten onderzoeken en behandelen we mensen met ziekten van het immuunsysteem. Denk aan ziekten zoals reumatoïde artritis, de ziekte van Crohn, astma en afweerstoornissen. De zorg verbeteren voor mensen die hier last van hebben. Chronische immuunziekten, zoals reumatoïde artritis, de ziekte van Crohn, colitis ulcerosa en afweerstoornissen, hebben op het oog misschien niets met elkaar te maken. Ze uiten zich bijvoorbeeld in verschillende lichaamsdelen. Maar allemaal hebben ze een ding gemeen: het immuunsysteem werkt niet zoals het hoort. In het Centrum voor Immuunziekten benaderen we al deze ziekten vanuit het immuunsysteem omdat we denken dat daar de oplossing ligt.

In de Utrecht Molecular Immunology Hub hebben onderzoekers met complementaire expertise op het gebied van biologie, proteomica, glycobiologie en functionele immunologie hun krachten gebundeld. Samen trachten ze te begrijpen hoe het immuunsysteem functioneert en zo bij te dragen aan de ontwikkeling van nieuwe manieren van immuuntherapie, het verbeteren van onze immuunrespons en daarmee het welzijn van ons leven. In de Hub werken wetenschappers van UMC Utrecht en de faculteiten Diergeneeskunde en Natuurwetenschappen samen om nieuwe methoden voor de behandeling van kanker en infectieziekten te ontwikkelen.

I&I Cohort

In het I&I Cohort volgen we gedurende een langere periode een grote groep mensen met een chronische immuunziekte tijdens hun reguliere behandeling. We vragen hen om vragenlijsten in te vullen en ook nemen we af en toe bloed af. Hiermee proberen we patronen te ontdekken die kunnen bijdragen aan meer kennis over het ontstaan van immuunziekten, betere diagnosemethoden én betere behandelingen.

Lid wereldwijd netwerk immunologie

Het UMC Utrecht is erkend als Center of Excellence door de Federation of Clinical Immunology Societies (FOCIS). Met deze erkenning maakt zij deel uit van een wereldwijd netwerk. FOCIS vertegenwoordigt meer dan 65.000 klinische en preklinische onderzoekers die wereldwijd werkzaam zijn in verschillende ziektebeelden waarbij de afweer (het immuunsysteem) een grote rol speelt.

Auto-immuun Huidziekten Spreekuur

Op onze polikliniek hebben wij een auto-immuun huidziekten spreekuur opgericht met als doel om specialistische zorg te bieden op dit gebied. Dit spreekuur is opgezet voor patiënten met auto-immuun huidaandoeningen zoals cutane lupus erythematodes, morphea oftewel gelokaliseerde sclerodermie, systemische sclerose, eosinofiele fasciitis of dermatomyositis. Dit spreekuur vindt wekelijks plaats op de dinsdagochtend.

Tijdens het spreekuur ziet u een coassistent, arts-assistent in opleiding tot dermatoloog en een dermatoloog. Er zullen u vragen worden gesteld over uw ziekte en ook wordt er een lichamelijk onderzoek verricht. De bevindingen worden door de arts-assistent in opleiding en de dermatoloog met u besproken. Het kan zijn dat er eerst nog extra onderzoek nodig is voor een diagnose kan worden gesteld, bijvoorbeeld het afnemen van huidbiopten en het verrichten van bloed- en/of urine onderzoek. Daarna zullen de bevindingen over uw huidaandoening en behandelmogelijkheden met u worden besproken.

Multidisciplinaire zorg

Wij hebben een laagdrempelige samenwerking met collega specialisten van andere afdelingen. Binnen onze polikliniek wordt er wetenschappelijk onderzoek verricht met als doel de diagnostiek en behandeling van huidaandoeningen te verbeteren. Om dit soort onderzoek goed te kunnen uitvoeren is het verzamelen van lichaamsmateriaal, zoals bloed en huidweefsel, noodzakelijk. Daarom is er in het LUMC en op onze polikliniek een zogenaamde ‘biobank’ opgericht. Een biobank is een bank waarin medische gegevens en lichaamsmateriaal worden verzameld en bewaard voor wetenschappelijk onderzoek. Het gaat hier onder andere om het gebruiken van reeds verrichte en toekomstige onderzoeken (behorend bij uw reguliere zorg) voor wetenschappelijk onderzoek.

Op het auto-immuun huidziekten spreekuur wordt er wetenschappelijk onderzoek gedaan naar cutane lupus erythematodes. Uw dermatoloog kan u vragen om deel te nemen aan de biobank of een ander onderzoek.

Auteurs: drs. A.L. Nguyen, dermatoloog prof. dr. M.H.

Populaire artikelen:

Plaats een reactie