Op verschillende plekken in Nederland kom je ze tegen: de fietsstraat waar de auto te gast is.
Fietsstraat - zo werkt het!
De fietsstraat heeft als doel een veilige verbinding voor fietsers te vormen tussen plek A en B, mede om meer mensen te stimuleren de fiets te pakken in plaats van de auto. Na de auto is de fiets het meest gebruikte vervoermiddel in Nederland. 28% van de verplaatsingen wordt per fiets gedaan. Het is een oplossing die de doorstroming en verkeersveiligheid van fietsverkeer ten goede komt, maar er zijn ook nog een hoop onduidelijkheden.
Een fietsstraat is geen fietspad, auto’s mogen er ook rijden. “Een fietsstraat is in principe een gewone 30 km/u weg,” legt Daan uit. “Er wordt hier alleen ander gedrag verwacht van een automobilist. Die dient meer rekening te houden met de fietser, maar er gelden geen speciale verkeersregels op een fietsstraat.
Kenmerken van een Fietsstraat
Deze straten worden gekenmerkt door de roze kleur van de stenen of het asfalt, waardoor het een groot weg-overkoepelend fietspad lijkt. Een fietsstraat ziet eruit als een uit de kluiten gewassen fietspad met de kenmerkende rozige bestrating. De fietsstraten lopen door woonwijken en winkelstraten heen. Door de inrichting worden auto’s ontmoedigd er te rijden. Hierdoor kan langzaam verkeer als fietsers en voetgangers door deze straten rustig heen reizen. Deze wegen vormen vaak onderdeel van een forensen- of fietsroute. Dit neemt niet weg dat auto’s hier wel met aangepaste snelheden ook mogen rijden.
Een voorbeeld van een fietsstraat.
Lees ook: Hoe auto afschrijving berekenen?
Verkeersregels op een Fietsstraat
Verder gelden er in deze speciale straat de normale verkeersregels. Zo is bijvoorbeeld appen en bellen op de fiets sinds 2019 verboden. Motorvoertuigen kunnen op een fietsstraat te maken krijgen met extra snelheidsbeperkingen, zoals een maximumsnelheid. De inrichting van de fietsstraat laat duidelijk zien dat automobilisten te gast zijn. Daarom moeten zij ook rekening houden met de fietsers. Zo geldt dus ook dat auto’s een fietser alleen mogen inhalen, wanneer dit veilig kan. Anders moet de automobilist netjes achter de fietser aan blijven rijden.
Dus heb je net een auto gehuurd en vind je jezelf ineens op een fietsstraat? In Nederland is er niet per se op een fietsstraat een bord met auto te gast te vinden. Dit is ook op juridisch gebied niet nodig. Er worden wel sommige borden gebruikt bij sommige fietsstraten, waarbij niet met de kenmerkende kleur aangegeven kan worden dat het om een fietsstraat hier gaat. De borden geven hier bijvoorbeeld extra informatie, zoals een maximumsnelheid of een inhaalverbod. In België vind je wel in een fietsstraat een bord, dat de start van de fietszone aangeeft.
Als automobilist fietsers passeren? Ja hoor, maar doe dit alleen als het veilig is. Vaak is de rijbaan wat smaller dus misschien is het verstandiger om er rustig achter te blijven rijden.
Fietsstraat in Enschede.
Het Woonerf: Een Vergelijkbare Situatie
Een woonerf is een rustige straat waar voetgangers en fietsers voorrang hebben. Auto’s zijn er toegestaan, maar wel te gast. Een woonerf is een straat of wijk waar weinig autoverkeer komt. De omgeving is ingericht zodat kinderen veilig buiten kunnen spelen. Ook is er ruimte voor buren om elkaar te ontmoeten.
Lees ook: Vind de perfecte autodealer in Huizen
In de jaren ’60 en ’70 zijn er veel woonerven in Nederland gebouwd. Vaak liggen ze aan een doodlopende straat, maar soms ook aan een doorgaande weg. In dat geval zijn de in- en uitgangen met een verkeersdrempel verhoogd.
Hoe ziet een woonerf eruit?
De inrichting van een woonerf is anders dan bij gewone straten. Er is geen aparte stoep. De weg slingert of verspringt vaak. Ook zie je bloembakken, paaltjes, drempels en andere obstakels die de snelheid van het verkeer verlagen.
Verkeersregels en snelheid op een woonerf
Naast een eigen verkeersbord heeft een woonerf een aantal speciale verkeersregels:
- Rijd stapvoets: de maximumsnelheid op een woonerf is 15 km/u, ook voor fietsers.
- Parkeer alleen in vakken: je mag alleen parkeren in de vakken met een P-bord of markering op de weg.
- Voorrang bij verlaten: als je het woonerf uitrijdt, moet je al het andere verkeer voor laten gaan.
- Voetgangers gaan voor: houd altijd rekening met spelende kinderen, wandelaars en fietsers.
Parkeren op een woonerf
Auto’s en brommobielen mogen alleen parkeren op de gemarkeerde plekken. Deze herken je aan een bord of een witte ‘P’ op de weg. Daarom mogen fietsen, snorscooters en bromfietsen binnen een woonerf op andere plekken worden neergezet.
De Rol van Gemeenten
Bjorn werkt voor de gemeente Zwolle, onlangs uitgeroepen tot Wereld fietsstad. Hiervoor hield hij zich bij de gemeente Hardenberg en Ommen bezig met hoofdfietsroutes en het inrichten van een schoolomgeving. “Fietsstraten zijn een relatief nieuw concept binnen de verkeerswereld, daardoor zijn er nog zoveel verschillende vormen te zien. Een ander aspect dat uitdagend kan zijn is dat een fietsstraat geen juridische status heeft. Dat betekent dat het in principe een gewone 30 kilometer weg is binnen de bebouwde kom. Waar auto’s dus ook mogen rijden. Verschil is dat op een gewone 30 kilometer weg de voorrang over het algemeen niet is geregeld, terwijl op een fietsstraat de fietser meestal voorrang heeft.
Lees ook: Elektrische Auto Pechhulp
Daan noemt een voorbeeld uit de dagelijkse praktijk. “Rood asfalt is een van de richtlijnen voor een fietsstraat, maar hoe doe je dat in een historische binnenstad? Bjorn: “Zowel de beschikbare ruimte als de intensiteiten hebben invloed op de keuze voor je type fietsstraat. Rabatstroken zijn vaak een belangrijk onderdeel van de fietsstraat inrichting. Rabatstroken kunnen in het midden van de rijbaan en aan de zijkanten van de rijbaan worden toegepast. Ze helpen het gewenste gedrag af te dwingen. Zo fietsen fietsers niet graag op de rabatstrook waardoor ze beter op hun weggedeelte blijven.
Daan: “Voor een fietspad in twee richtingen heb je al gauw 3,5 tot 4 meter breedte nodig. Voor een rijbaan in twee richtingen minimaal 5. Dan zit je al op 10 tot 11 meter.
| Kenmerk | Fietsstraat | Woonerf |
|---|---|---|
| Doel | Veilige fietsverbinding | Rustige woonomgeving |
| Voorrang | Fietsers vaak voorrang | Voetgangers en fietsers voorrang |
| Maximumsnelheid | Vaak 30 km/u (tenzij anders aangegeven) | 15 km/u (stapvoets) |
| Parkeren | Volgens algemene regels | Alleen op gemarkeerde plekken |
Als voorbeeld noemt Daan het rode asfalt. “Daardoor voelt een fietser zich thuis op die weg, waant zich veilig en houdt wellicht minder rekening met ander verkeer. Terwijl er dus wel ander verkeer kan zijn, het is geen fietspad. De weginrichting moet dat duidelijk maken, alleen rood asfalt is niet voldoende. Bestaande situaties veiliger maken, dat is waar er een fietsstraat voor dient. Bijvoorbeeld op routes waar veel scholieren fietsen. Of als er geen ruimte is voor een vrijliggend fietspad, binnen steden met veel fietsverkeer en weinig ruimte voor aparte fietsvoorzieningen. Want het scheiden van de verschillende vervoersmodaliteiten is natuurlijk nog steeds de meest veilige oplossing.
