De Geschiedenis van Auto van Rijswijk: Van Bodedienst tot Pallethandel en Carrosseriebouwer

De naam Van Rijswijk is al decennia lang een begrip in de transportwereld en carrosseriebouw. Twee verschillende bedrijven met dezelfde naam hebben een rijke historie opgebouwd. In dit artikel duiken we in de geschiedenis van beide bedrijven, van de oorsprong als bodedienst tot de gerenommeerde carrosseriebouwer en pallethandel van vandaag.

Het Ontstaan van Pallethandel en Transport Van Rijswijk B.V.

In 1932 werd door Jan Streefland vanuit Oud Bodegraven (toen nog Gemeente Zwammerdam) een bodedienst opgericht naar en van Leiden en Gouda. Een bodedienst was een kleinschalige transportonderneming die veel transportopdrachten uitvoerde en bestellingen rond bracht.

Per 2 december 1957 heeft Leo van Rijswijk deze bodedienst met één auto overgenomen en vestigde zich in Bodegraven. In 1967 werd een bedrijfspand aan de Binnenweg gebouwd, hier werden de stukgoederen opgeslagen en auto’s gerepareerd. Het bedrijf groeide met ongeveer één auto per jaar.

Halverwege de jaren zeventig werd de ruimte aan de Binnenweg te klein en werd een nieuw pand aan de Henri Dunantweg gebouwd. Vanaf 1976 werd met 5 combinaties voor Snel (Woerden) gereden. Met deze combinaties werd bijvoorbeeld limonade naar Zweden vervoerd, koeienhuiden naar Italië en als terugvracht Coca Cola en tuinmeubelen. Ook het vervoer werd intensiever.

Vanaf 1995 zijn de werkzaamheden in de 2e hands houten pallets toegenomen en werden transportactiviteiten afgebouwd. Toen Leo met de VUT ging heeft hij 12 vrachtauto’s met chauffeurs geholpen aan ander werk en werd hoofdzakelijk als pallethandel verder gegaan.

Lees ook: Hoe auto afschrijving berekenen?

Wilbert van Rijswijk (zoon van Leo) heeft de zaak overgenomen en is met één trekker en twee opleggers verdergegaan met de aan- en verkoop, en reparatie van pallets. De vloot van Transport en Pallethandel Van Rijswijk bestaat uit 3 trekkers, 4 opleggers, 1 bestelwagen + aanhanger. Het bedrijf heeft 9 medewerkers.

B.T. van Rijswijk & Zn., Den Haag 1843-1950

Het aantal Nederlandse carrossiers is groter dan velen beseffen, maar enkele springen er duidelijk uit - oordelend naar hun bouwkwaliteit, creativiteit en productieomvang. B.T. van Rijswijk in Den Haag en later Voorburg behoorde tot de meer gerenommeerde bedrijven, getuige een uniek fotografisch portfolio.

De historie van Van Rijswijk is summier gedocumenteerd, maar de tijdlijn van onderneming is wel bekend. In 1843 begon Bertus Teunis van Rijswijk namelijk aan het Haagse Buitenhof een zadelmakerij annex handel in tweedehands rijtuigen. Niet veel later - in 1857 - verhuisde hij naar een ruimere locatie aan Wagenstraat 20, vestigde daar een smederij en bouwde er al zijn eerste rijtuigen, waarmee hij tot de oudste op het vakgebied van vaderlandse rijtuigbouwers behoort. In 1871 mocht hij zich zelfs al hofleverancier van koningin Sophie noemen.

Amper tien jaar later bouwde hij een galarijtuig voor het hof van de kroonprins van Soerakarta. Met de introductie van elektrisch licht en de optie van Dunlop-luchtbanden bewees hij zijn vooruitstrevende status onder de rijtuigbouwers.

Mooi Overijssel in Wesepe: Een kijkje in de keuken bij Carrosseriebouw Jansen

Lees ook: Vind de perfecte autodealer in Huizen

Erkenning op hoog niveau

In 1900 realiseerde Van Rijswijk zijn eerste automobielkoetswerk, voor de Peugeot van de familie Venema. Op basis van dit Franse merk bouwde het bedrijf meer carrosserieën en naarmate de klantenkring zich uitbreidde, varieerden de ontwerpen al naar gelang gebruiksvoorwaarden en persoonlijke smaak. De keus van het automerk was natuurlijk afhankelijk van de klant en omvatte dientengevolge namen uit alle landen: Franse Renaults en Peugeots. Engelse Rolls-Royces, Mercedes uit Duitsland en diverse Amerikanen.

De opdracht van het Koninklijk Huis voor een 25 pk Spyker in 1911 had voor het bedrijf veel waarde, want dat betekende erkenning op hoog niveau. Maar het besluit dit staatsievoertuig bij Van Rijswijk te bestellen en niet bij de Amsterdamse concurrent Schutter & van Bakel, had een zakelijke reden. Van Rijswijk was goedkoper dan de Amsterdamse offerte, zo constateerde Hugo Modderman jaren geleden tijdens een onderzoek aan het Koninklijk Huisarchief. Een kroon op het werk van Van Rijswijk is ongetwijfeld de bestelling van een Minerva voor prins-gemaal prins Hendrik in 1925.

Dat brengt me direct bij een vaak gestelde vraag: welke van de bekende Nederlandse carrosseriebouwers konden zich meten met beroemde buitenlandse namen, kwalitatief, creatief of in zakelijke omvang? Hugo, zelf in het bezit van een auto met Schutter & van Bakel koetswerk, constateerde dat Van Rijswijk doorgaans werkte met voor elke carrosserie individueel genummerde onderdelen, wat een indicatie zou zijn voor aanzienlijke productieaantallen. Maar Schutter & van Bakel paste bouwtechnisch fraaiere verbindingen tussen de houten componenten toe en ook geslepen glas voor de ruiten.

Zo zijn soortgelijke verschillen denkbaar bij andere gerenommeerde vaderlandse carrossiers: Pennock (Den Haag), Kimman (Haarlem) en Veth (Arnhem). In creatief opzicht lijkt Van Rijswijk echter de kroon te spannen, wat met bijgaand uniek portfolio ook duidelijk wordt. De ontwerpen van de Haagse (en sinds 1920 in Voorburg gevestigde) onderneming konden voor wat betreft élégance en voorkomen elke vergelijking met de betere buitenlandse carrosseriebouwers doorstaan, waren soms nog fraaier dan de eigen ontwerpen van grote automerken en hun nationale Franse of Italiaanse toeleveranciers.

De foto’s in het portfolio stammen voor he merendeel uit halverwege de jaren twintig, sommige iets later. Maar voor Van Rijswijk gold hetzelfde als voor de hele bedrijfstak van individuele carrosseriebouw: hun dagen waren geteld als gevolg van opkomende industriële serieproductie. Sinds de late jaren dertig liep de productie in Voorburg al terug, tot een enkel Panhard Dyna-model in 1952.

Lees ook: Elektrische Auto Pechhulp

Een van Rijswijk carrosserie gebouwd voor koningin Wilhelmina op een Spyker chassis.

Daar de werkplaats waar de wagens geschilderd en afgelakt werden zo stofvrij mogelijk gehouden moest worden, was het heel gewoon dat de "matjes"-schilder zich daarin ’s morgens om 7 uur opsloot om er pas ’s avonds 7 uur weer uit te komen. De man die dit werk bij Van Rijswijk deed heette… Mondriaan. Niet Piet Mondriaan, maar J.W. Mondriaan. In 1940 was hij 40 jaar werkzaam bij Van Rijswijk als meesterknecht schilders afdeling (Bron: Haagsche Courant 26-3-1940).

Ford met van Rijswijk carrosserie, deze stond in het Den Hartog Fordmuseum in Hillegom

Van Rijtuig en Wagenmakerij G.J. van Koppen

Van Rijtuig en Wagenmakerij G.J. van Koppen uit de Kerklaan 28 in Rijswijk is niet zo heel veel bekend maar wel deze fraaie foto uit hun beginperiode, waarin duidelijk de roots van deze carrosseriebouwer naar voren komen. Wanneer het bedrijf opgestart is, is helaas niet bekend, maar in de jaren twintig en dertig was carrosseriebedrijf van Koppen de huiscarrosseriebouwer van het busbedrijf VIOS in Wateringen van de familie Lipman.

Dhr. Lipman liet daar in 1928 een ziekenhuisauto carrosserie bouwen voor zijn Dodge ziekenauto. Deze ziekenauto bestaat nog steeds en is van 2013 tot 2016 geheel gerestaureerd door Conam-lid en auteur van diverse ambulance boeken Hans Waldeck.

Naast het bedrijf zat ziekenvervoerbedrijf van Vondeling v/h Asberg, waar carrosseriebedrijf Van Koppen ook enkele ambulances aan geleverd heeft, onder andere een ziekenauto met gasflessen op het dak, een Studebaker Dictator gebouwd in 1936. Voor de gemeente Rijswijk werd een Chevrolet 3100 ziekenauto in 1952 afgeleverd. Op een Ford Thames chassis werd door van Koppen een politiewagen omgebouwd tot arrestantenwagen.

Van Koppen heeft de eerste mobile politiepost in Nederland voor de politie van Rotterdam gebouwd. De afmetingen van deze mobile post is vijf meter lang, drie meter breed, drie meter hoog en is voorzien van een cel. Ook voor de brandweer bouwde en verbouwde de firma van Koppen enkele voertuigen.

Brandweer Rijswijk omstreeks 1935

De Transitie naar Serieproductie

In 1900 levert de firma van Rijswijk het koetswerk van de Peugeot voor de familie Venema. Naast Peugeots voorzien van de originele carrosserie werden er ook afzonderlijke Peugeotonderstellen, uitsluitend voorzien van een motor met zijn transmissie-organen en de bijbehorende wielen met banden geïmporteerd. Volgens aanwijzingen van de importeur werd er dan door een plaatselijke firma, o.a.

Uit het jaarverslag van de gemeente Voorburg van 1919 lijkt dat op 20 december 1920 een hinderwetvergunning werd verleend voor “het in gebruik nemen van een carrosseriefabriek in de Van Alphenstraat. In die fabriek zullen worden gemaakt rijtuigen zowel voor paardekracht als voor motoren”. In de wagenmakerij en in de montagewerkplaats zal gebruik worden gemaakt van acht elektromotoren.

In 1931 vraagt de N.V. Bataafsche Import Mij (BIM) een vergunning aan voor de oprichting van een benzine-installatie met een ondergronds reservoir (inhoud 6000 liter) en een bovengrondse aftapinrichting bij het perceel van Alphenstraat 61 t/m 64. Vanaf dat moment houdt de firma Van Rijswijk zich ook bezig met de verkoop van benzine. Enkele jaren later wordt te G.I.V.A. importeur van Nederland van ‘De Soto’, een merknaam van Chrysler.

Door de massaproductie van auto’s werd het steeds minder rendabel om op een bestaand chassis een carrosserie te bouwen. Dat wil niet zeggen dat het bouwen van carrosserieën tot het verleden ging behoren. Met name auto’s voor speciale doeleinden zoals lijkauto’s en ambulances werden nog wel gebouwd. Ook het herstellen van schade aan auto’s bracht veel werk met zich mee.

Populaire artikelen:

Plaats een reactie