De Geschiedenis van Autobedrijf De Valk: Van Passie tot Prestatie

Valk Auto’s is meer dan alleen een autobedrijf; het is het resultaat van jarenlange passie voor auto’s en een toewijding aan kwaliteit en service. Mijn naam is Roy van de Valk, en ik ben de trotse eigenaar van Valk Auto’s. Al van jongs af aan ben ik gefascineerd door auto’s, vooral door de luxe modellen die mijn vader tijdens mijn jonge jaren in zijn bezit had. Denk aan iconische wagens zoals de Porsches 911, Mercedes SL-klasses, S-klasses, en de 7-Series van BMW.

Sinds 2014 ben ik officieel als zelfstandig ondernemer actief, waarbij ik ervoor koos om mijn bedrijfsactiviteiten uit te voeren vanuit het bedrijf van mijn vader, Autobedrijf Rogier van de Valk. Dit gaf me de mogelijkheid om mijn eigen stijl en visie te ontwikkelen, terwijl ik kon bouwen op de jarenlange ervaring en het netwerk van het familiebedrijf. Wat dit werk voor mij bijzonder maakt, is dat veel van de auto's die ik nu in mijn showroom heb, 10 jaar geleden een droom voor mij waren.

Bij Valk Auto's draait alles om kwaliteit, eerlijkheid, en persoonlijke service. Ik geloof dat een auto meer is dan een vervoermiddel; het is een uitdrukking van stijl, prestatie, en persoonlijkheid. Daarom richt ik me op het selecteren van auto's die opvallen door hun unieke eigenschappen - of het nu gaat om hun opties, allure, of prestaties.

Openheid en eerlijkheid vormen de kern van mijn bedrijfsvoering. Ik geloof in transparantie in elke stap van het aankoopproces, zodat u precies weet wat u kunt verwachten. Daarnaast waardeer ik het persoonlijke contact met mijn klanten. Door alleen op afspraak te werken, kan ik ervoor zorgen dat elke klant de aandacht krijgt die hij of zij verdient. Bij Valk Auto's vindt u geen standaard auto's, maar voertuigen die zich onderscheiden door hun kwaliteit en karakter. Of u nu op zoek bent naar een luxe Duitse auto voor uzelf of een zakelijke auto die indruk maakt, ik sta klaar om u te helpen de perfecte keuze te maken.

Autocentrum Valk is een universeel garagebedrijf, voor alle werkzaamheden aan uw auto. Ook beschikken wij over een prachtige showroom, vol Italiaanse occasions. Alfa Romeo heeft een prominente plaats binnen het specialisme van Auto Centrum Valk. Een logische keuze gezien de ruime ervaring met dit stijlvolle merk. Maar ook Fiat, Jeep en Maserati zijn uitstekend vertegenwoordigd in de service die ons bedrijf te bieden heeft. Voor alle genoemde merken heeft Auto Centrum Valk ook een warm hart voor de oudere (klassieke) types. Niet alleen in de showroom, maar vooral ook in de werkplaats. Auto Centrum Valk is na meer dan 60 jaar ervaring dé specialist in Italiaanse merken.

Lees ook: Geschiedenis Autobedrijf Valk Montfoort

Sinds oktober 2012 is Jan-Harm Dannenberg eigenaar van Autocentrum Valk.

De Basis in Rijssen

Jan Willem Valk legde de basis voor het huidige autobedrijf. Ook na zijn pensionering bleef hij actief betrokken bij de onderneming. Als 17-jarige jongen begon hij in 1947 aan de Haarstraat in Rijssen aan auto’s te sleutelen. Dat leidde in 1950 tot de oprichting van Dova Automobielen BV, het begin van het huidige Auto Centrum Valk.

In 1973 werd Dova dealer van het Italiaanse merk Alfa Romeo. Zoon Gerrit Valk kwam in 1987 bij zijn vader in de zaak. Hij richtte zich voornamelijk op het Alfa Romeo-dealerschap terwijl vader Jan Willem zich concentreerde op de auto-export. In 1993 nam Gerrit de zaak over en veranderde de naam Dova in Auto Centrum Valk.

In 1964 werd een nieuwe showroom gebouwd aan de Oranjestraat in Rijssen. Eind jaren zestig verrees aan de Wijnand Zeeuwstraat in Rijssen een compleet nieuwe werkplaats. In 1998 werd een nieuw pand op industrieterrein Noordermors in Rijssen opgeleverd. De markante showroom en uitgebreide werkplaats zijn daarmee onder één dak verenigd.

Alfa Romeo Showroom

Een Alfa Romeo showroom in Londen

Lees ook: Duik in de Geschiedenis van Autobedrijven

Focus op Alfa Romeo

Voor het Conam-garageproject gaf Pim van de Werd aan Koen Ongkiehong de tip dat Nancy Hendriks enige tijd geleden een artikel heeft geschreven over de vroegere Alfa Romeo dealer Wouters in Tilburg. Hij nam contact met haar op voor een interview en las het 42 pagina’s tellende artikel over de geschiedenis van Wouters die in ‘Het Klaverblaadje’ (kwartaalblad van de SCARB) nummer 178 was verschenen. De illustraties geven een indruk van de wijze waarop de geschiedenis grafisch is vormgegeven. We hopen dat haar relaas een inspiratie zal zijn voor anderen die de geschiedenis van een autobedrijf of importeur in kaart willen brengen.

Alfa Romeo 100 years, history - part 1

Andere Autobedrijven met een Rijke Historie

Aan het eind van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw kwamen er een groot aantal ondernemers die zich bezig gingen houden met de import en verkoop van het nieuwste snufje: de automobiel. Veel van hun bedrijven zijn al lang weer verdwenen, maar een enkeling heeft het, in min of meer aangepaste vorm, tot op de dag van vandaag uitgehouden. Een van die ondernemingen is het bedrijf dat opgericht werd door een Haagsche ondernemer, P.J.

Eind 1900, begin 1901 ontmoette Adrian de jonkheren Groeninx van Zoelen en Pompe van Meerdervoort. Vanuit hun gezamenlijke belangstelling voor de ontwikkeling van de automobiel richtten zij gedrieën op 1 februari 1901 de ‘Haagsche Automobiel Maatschappij’ op. werd geïmporteerd.

D.A.G.O. Autobedrijven pakten vroeger alles aan. D.A.G.O. is zo'n bedrijf: verkoop, onderhoud, verhuur, brandstofhandel, taxi, ziekenvervoer en een agentschap van vele merken. D.A.G.O. staat voor De Automobiel Garage Onderneming.

Staatscourant no. 166 van 1911 bevat de statuten der naamloze vennootschap D.A.G.O., automobielhandel en garageonderneming, te Wildervank. Het doel is de aan en verkoop, huur en verhuur, alsmede het repareren van automobielen, motoren en onderdelen en de verdere exploitatie eener garage. De vennootschap met een kapitaal van 100.000 gulden (verdeeld in aandelen van 1.000 gulden) wordt bestuurd door directeur H. Duintjer (zonder beroep te Wildervank) onder toezicht van de commissarissen M.M. Duintjer Ezn., koopman, S. Duintjer, ingenieur en koopman, en J. Voor Automobielbedrijf J. Hulleman N.V. was 1971 een belangrijk jaar vanwege het 100-jarig bestaan.

Lees ook: Betrouwbaar auto-onderhoud

Automobielbedrijf J. Hulleman N.V.

Automobielbedrijf J. Hulleman N.V.

Pieter Hulleman, in 1842 te Edam als zoon van een brood- en scheepsbeschuitbakker geboren, begint een zaak in Gouda. Pieter had het vak van zadelmaker, rijtuigbekleder en stoffeerder geleerd. In de loop van de jaren ziet hij kans een aardige zaak op te bouwen. In 1895 wordt Pieter Hulleman getroffen door een ernstige ziekte. Zijn zoon, de heer J. L. Hulleman wordt van de HBS afgehaald en moet tijdens de ziekte van zijn vader de zaken waarnemen. Gelukkig herstelt Pieter Hulleman binnen niet al te lange termijn.

Het bedrijf Hulleman schakelde in april 1910 over op de verkoop en reparatie van rijwielen. De zaak bloeide op. Jammer was het, dat de in 1914 afgekondigde mobilisatie roet in het eten gooide. Een direct gevolg ervan is, dat Hulleman jr. in dienst moest. Zijn standplaats wordt Utrecht. Met behulp van een zuster en een broer en een goede monteur die niet in dienst hoefde wordt de zaak draaiende gehouden. Omstreeks 1920 verkoopt Hulleman de eerste T-Ford. Het duurt nog tot 1924 voordat de Fordfabriek Hulleman verzoekt Official Ford Dealer voor Gouda e.o.

Ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan (1917-2017) heeft Luijbregts uit Valkenswaard dit boek uitgegeven. Kees Luijbregts begon in 1917 zijn eigen bedrijf: de Eerste Valkenswaardse Autogarage. Twee jaar later al kocht hij het pand naast sigarenfabriek Jasneva aan de Eindhovenseweg.

Er werden ook motoren en fietsen verhandeld en gerepareerd. Luijbregts was een van de eerste verkopers voor het in 1902 opgerichte merk “Gazelle". Hoewel er geen fietsen meer verkocht worden, hebben ze lange tijd deel uitgemaakt van de Luijbregts geschiedenis.

In het begin van de vorige eeuw, om precies te zijn in 1908, begint Bernhard ter Heegde sr. in Enschede met een handel in haarden, kachels, rijwielen en naaimachines. Kort daarna wordt hij de eerste importeur van Miele wasmachines, wringers en stofzuigers en ook melkmachines.

In 1938 bouwen Bernhard Ter Heegde en zijn zwager W. Damhuis een nieuw pand aan de Hogelandsingel in Enschede. Het pand voorziet in een garage met daarboven twee woonhuizen. Het bedrijf wordt de “Singel Garage” genoemd en er worden o.a. Oldsmobiles verkocht. De connectie met General Motors in de Verenigde Staten van Amerika is gelegd! Ook worden er andere merken auto’s en vrachtwagens verkocht. Het dealerschap van Skoda en GMC-vrachtwagens is dan inmiddels ook een feit. Vauxhall en Bedford staan ook op de verkooplijst van het ...

De Molen "De Valk" in Montfoort: Een Bijzondere Naamgenoot

We schrijven 1753. De Friese stadhouder Willem IV, prins van Nassau en Oranje, die als eerste tot stadhouder werd benoemd van alle zeven gewesten van de de Republiek der Verenigde Nederlanden, was 2 jaar dood en opgevolgd door zijn zoon Willem V (De vader van Willem IV, Jan de Oude, is de stamvader van ons koningshuis, maar dit terzijde.) Het was rustig in de Nederlanden. Onze wereldheerschappij ter zee was overgenomen door de Engelsen. Tijd om de blik naar binnen te richten. Zo ook in Montfoort.

In dat jaar bouwt Hendrik van Utenhove, burgemeester van Montfoort en Heer van Heeswijk, op de stadswal de achtkantige molen die tot op vandaag zo beeldbepalend is voor onze gemeente. Een bovenkruier was voor die tijd betrekkelijk nieuw. Robuuster dan andere typen molens, makkelijker op de wind te zetten, ruimer van binnen en met een grotere maalcapaciteit. En daar was het Hendrik natuurlijk om begonnen. Het bezit van een molen was in die tijd een soort goudmijn. De eigenaar was doorgaans een hoge heer, die van een nog hogere heer twee bijzondere (heerlijke) rechten kreeg. Tegen betaling, natuurlijk. Het eerste recht was het windrecht. Je kunt het je vandaag de dag niet voorstellen, want de wind is het enige 'product' dat voor iedereen gratis is. Maar in die tijd, en eeuwen daarvoor, hing er aan wind een prijskaartje. Wind was namelijk de energiebron voor al die duizenden molens in ons land. En zoals de huidige overheid op energiebronnen als benzine een fikse accijns heft, zo deed de toenmalige overheid dat op de wind.

Het tweede recht dat de eigenaar van de molen kon kopen was het dwangrecht. Dat betekende dat iedereen, boeren, bakkers, enzovoort, iets te malen had, gedwongen werd dat bij die ene molen 'Ie laten doen. Dat dwangrecht van Hendrik betrof niet alleen de inwoners van zelf, maar ook alle buurtschappen er omheen. Hendrik had het absolute monopolie, en wee degene die gesnapt werd als hij zijn graan bij een andere molen aanbood. Dat de molenaar betaald werd voor zijn arbeid door de mensen die graan om te malen aanboden, spreekt vanzelf. Alleen verschilden de 'tarieven' nogal. De molenaar werd namelijk betaald in natura. Hij mocht uit elke meelzak een schep nemen voor zichzelf. Echter, hoe groot was die schep? Daar viel over te twisten en dat werd ook driftig gedaan. Maar de molenaar was ook om andere reden niet geliefd. Hij moest namelijk optreden als belastingontvanger. Over alles wat bij hem gemalen werd moest 'impost' worden betaald, een soort btw zou je kunnen zeggen. Ook hierbij kon natuurlijk gesjoemeld worden. Ach ja, de verleiding Ie frauderen is van alle tijden. Voor zijn rol als tollenaar kreeg de molenaar wel een vergoeding.

Het monopolie van Hendrik betrof uitsluitend het malen van het meest gangbare product: graan. Er was voor anderen dus wel toestemming om bijvoorbeeld in een zogeheten grutmolen boekweit tot grutten te malen, of in een pelmolen gerst tot gort. Of om met een rosmolen (aangedreven door een paard) olie te persen. Van dit soort molens hebben er enkele in Montfoort gestaan. Maar toen een van die molens door de eigenaar, kasteelbewoner Gobius, in 1812 verkocht werd aan molenaar Johannes Sieverts wilde deze ook graan gaan malen. Hel windrecht was dan wel afgeschaft, maar het dwangrecht nog niet. Daarom kreeg Sieverts van de Staten van Utrecht geen toestemming. Dat besluit werd door aanplakking bekend gemaakt met de vermelding dat eenieder verplicht was zijn koren te laten malen bij 'De Valk'. Concurrentie is nu eenmaal altijd in het voordeel van de klant Toch bleef dat illegale malen van Sieverts niet geheim en dat leidde tot hevige botsingen tussen de eigenaren van de twee molens. 'De Valk' was toen in het bezit van Johan Wilhelm Montandon.

Molen De Valk

Molen De Valk in Montfoort

Eerlijk gezegd moeten we daar naar gissen. De eerdergenoemde Gobius, pachtheer van molenaar Sieverts, was getrouwd met jonkvrouwe Margaretha Falck. Zij werd in 1785 weduwe. In 1808 wordt er bij de eigenaar van de (toen nog naamloze?) molen, de reeds genoemde Montandon, een dochter geboren. Daarbij was een doopgetuige van de familie Falck. Zou Montandon daarom de molen 'De Valk' hebben genoemd? Maar de naam van de molen kan ook berusten op associaties met de wind, en waar denk je dan al gauw aan? Aan vogels. Er stonden en slaan in Nederland heel wat molens met namen van vogels en waarom dan niet de stoere valk die toen nog veel gebruikt werd bij de jacht.

Het moge duidelijk zijn dat na de afschaffing van het wind- en dwang- recht, de concurrentie in de molenwereld goed op gang kwam. Velen wilden een graantje meepikken, een uitdrukking die misschien wel uit die tijd dateert. Daarom zag eigenaar Montandon geen brood meer in 'De Valk' en verkocht hem aan Izak Stalenhoef. Die, op zijn beurt, verkocht de molen in 1853 aan Jan van Nieuwendijk. Blijkbaar leverde het malen van tarwe minder op dan hij verwacht had, want al in 1858 komt 'De Valk' in handen van Johannes van Wichen, korenmolenaar uit Harmelen. Maar niet voor lang, want in 1866 wordt Jan Bos de nieuwe eigenaar. Dan komt Willem de Jong in het bezit van 'De Valk'. Willem sterft in 1884 en zijn nazaten houden de zaak nog draaiende tol 1897 wanneer Nicolaas van der Horst de molen koopt. Deze Nicolaas woonde aan de Lieve Vrouwengracht en had 10 kinderen die allemaal met het molenaarsleven Ie maken kregen. Zijn dochters trouwden met molenaars, en zijn zonen waren eerst knecht op 'De Valk' en gingen later elders als molenaar werken. Na het overlijden van Van der Horst in 1906 liet zijn weduwe in 1907 de molen veilen.

In de loop der jaren werd er nauwelijks geïnvesteerd in onderhoud van de molen, want daarvoor werd er ook Ie weinig verdiend. Het ambachtelijk malen van graan was steeds meer vervangen door industrieel malen en overal in Nederland verloren molens hun functie. Ook 'De Valk' stond jaren stil en dreigde hetzelfde lot te krijgen als duizenden andere molens in ons land die als zielige monumenten van een vervlogen tijdperk in elkaar stonden te zakken. Zo verkocht Van Rijn in 1944 de molen aan ene Bos die 'De Valk' gebruikt als stal voor zijn varkens - wat een afgang voor die eens zo majestueuze bovenkruier!

In de Jaren 50 van de vorige eeuw leek het er op dat, kort voor het 200-jarig bestaan, er een roemloos einde zou komen aan 'De Valk', namelijk slopen, Een groot deel van de bedekking van de molen was weg, waardoor wind en regen vrij spel hadden. De (naar later bleek: voorlopige) redding kwam van de plaatselijke aannemer/projectontwikkelaar André Versteegen. Die was tevens bestuurslid van de plaatselijke VVV en kon het niet aanzien dat zo’n beeldbepalend monument als 'De Valk' uit Montfoort zou verdwijnen. Hij kocht de molen en pakte met verve de restauratie aan. Met dien verstande dat hel productiegedeelte uit het interieur werd verwijderd om plaats te maken voor woonhuis en kantoor. Malen was er dus niet meer bij, maar het pittoreske exterieur werd mooi hersteld. Het 'plaatje' op de oude stadswal was weer een genot om te zien.

Toch bleek dat zelfs voor een welgesteld iemand als Versteegen de instandhouding van zo'n grote molen een te ambitieuze opgave was. 'Help! Met hulp van deskundigen uit de molenwereld werd een plan voor een grondige restauratie opgesteld, met een begroting van de kosten. Om die Ie dekken werd een subsidieaanvraag ingediend. Omdat, zoals bekend, ambtelijke molens niet zo snel draaien, werd in afwachting van de subsidie toezegging, in 1985 de staart van de molen verwijderd en in 1986 werden de beide roeden er uit gehaald. Die gewichtsvermindering was nodig omdat de hele molen steeds meer naar een kant aan het verzakken was. En dal zou een gevaar kunnen opleveren voor het verkeer op de Provincialeweg. _Het is trouwens niet ondenkbaar dat de enorme toename van dat verkeer het verzakken van de molen heeft bevorderd.

Het eerste herstel dat werd aangepakt toen in 1986 de subsidiekraan van een geheel nieuwe fundatie. werd opengezet, betrof het aanbrengen Een technisch huzarenstukje, want de 'molen kon niet eventjes verplaatst worden om een 50 cm dikke plaat van gewapend beton te storten. Wal wel gedaan werd was de hele gelijkvloerse ruimte van de molen een halve meter diep uitgraven. Daarbij stuitten de arbeiders op een verrassende vondst, namelijk het fundament van een standerdmolen, die op deze plaats gestaan had voordat 'de Valk' werd gebouwd. Een leuke kick voor de molenhistorici, die natuurlijk direct in oude archieven doken en te weten kwamen dat er reeds in 1432 sprake was van deze voorloper van 'De Valk'. Toen de fundatie van die middeleeuwse standerdmolen nauwkeurig in kaart was gebracht, werd er die halve meter dikke plaat van gewapend beton op gestort, waar de dikke muren van de achtkantige molen aan verankerd werden. In deze vloer werden tien insparingen gehouden waardoor pijpen met een diameter van 27 cm tot een diepte van 15 meter de grond in werden geperst. Daarna werden deze pijpen volgestort met beton en werd op elke paal 50 ton druk gezel, waarna de palen met de vloer werden verbonden. De hele molen rust dus nu, via de betonvloer, op die tien palen die samen 500 ton kunnen dragen.

Na deze reddingsactie voor het fundament, kwam deel twee van de restauratie aan bod. Oppervlakkig gezien zag het exterieur van 'De Valk' er redelijk goed uit. In ieder geval goed genoeg voor een romantische ansichtkaart. Maar de deskundigen van 'De Utrechtse Molens' begrepen dat een aardig decor wel voldoet bij de Opera, maar niet bestand is tegen de elementen van het genadeloze buitenleven. Daarom moest de in slechte slaat verkerende kap er af, en dat gebeurde op 22 februari 1988. Een spectaculaire operatie, met een heel grote en zware kraan, want die kap bestaat niet alleen uit een loze 'muts', maar er hangt van alles aan.

Zoals iedereen weet die in een oud huis aan het verbouwen gaat, bij het herstellen van het een, kom je vaak iets anders tegen dat ook nodig vernieuwd moet worden. Zo'n tegenslag trof ook de restauratie van 'De Valk' en dat betekende extra vertraging en hogere kosten. Vergeleken bij het spectaculaire werk met een reusachtige kraan, was de verdere afwerking van de buitenkant een kwestie van goed vakmanschap. Zoals het aanbrengen van een nieuwe rietvacht op het achtkant, waarmee de rietdekker op I december klaar was.

En toen brak het spannende moment aan van proefdraaien. Doet-ie het of doet-ie het niet? Natuurlijk deed hij het, na een investering van zoveel vakmanschap. En toen de nieuwe zeilen aan de wieken waren gezet, was het feest. Montfoort had 'De Valk' in volle glorie terug. En na een 'interim- periode' met molenaars Henk van Houweling en Martie Gouma, wordt de molen sinds begin 1998 bemand door een echte 'molengek' die de wieken liefst dagelijks laat draaien. Nu eens versierd met vlaggetjes, dan weer met kerstbomen, nu eens helemaal gepavoiseerd met honderden lampjes en zelfs recentelijk met protestborden toen de hoogte van de nieuwe supermarkt dreigde hem de wind uil de zeilen te nemen. Eind goed, al goed. Maar nog niet helemaal. Het is de wens van Stichting 'De Utrechtse Molens’ dat ook het innerlijk van de molen weer geschikt gemaakt wordt voor pellen en malen. Om deze laatste fase in de hergeboorte van 'De Valk' te kunnen realiseren, hebben enkele inwoners van Montfoort, met een startsubsidie van de Rabobank, een stichting opgericht met als doel de molen niet alleen te beschouwen als een folkloristische attractie, maar hem ook weer productief te laten zijn.

Uitgebreid Aanbod en Services

Bij Autobedrijf Rogier van de Valk kunt u terecht voor diverse modellen en services. Hieronder enkele voorbeelden:

Merk & Model Details
Mercedes-Benz SLK-klasse 200 K Bouwjaar 2004, 152.157 km, Automaat, Zwart metallic, 120 kW (163 pk)
Bürstner IXEO TIME 726 ZEER LUXE CAMPER Bouwjaar 2015, 112.578 km, Handgeschakeld, Wit, 96 kW (131 pk)
Opel Signum 2.2-16V Executive Bouwjaar 2007, 143.406 km, Automaat, Grijs, 114 kW (155 pk)
BMW 5-serie Touring 530d M PAKKET High Executive Bouwjaar 2006, 430.016 km, Automaat, Zwart metallic, 170 kW (231 pk)
Renault Twingo 1.0 SCe Collection zwartmetalic Bouwjaar 2016, 149.047 km, Handgeschakeld, Zwart, 52 kW (71 pk)
Volkswagen Polo 1.2 TDI BlueMotion Comfortline Bouwjaar 2011, 271.360 km, Handgeschakeld, Wit, 55 kW (75 pk)
Toyota Avensis Wagon 2.2 D-4D Linea Luna Bouwjaar 2006, 238.028 km, Handgeschakeld, Zwart, 130 kW (177 pk)
Mercedes-Benz M-klasse Grijs kent YOUNGTIMER 280 CDI Bouwjaar 2007, 270.433 km, Automaat, Zwart, 140 kW (190 pk)

Populaire artikelen:

Plaats een reactie