Tegenwoordig is de kans steeds groter dat uw BMW voorzien is van RDC / RDCi ventielen. Deze ventielen zijn compleet met druk sensor en zijn te herkennen aan de aluminium buitenkant.
Als uw auto deze ventielen heeft is het belangrijk bij het monteren van een nieuwe BMW velgen set deze ventielen ook weer gemonteerd zijn. Is dit niet het geval zal u een blijvende banden spannings storing krijgen.
De meest voorkomende types van deze ventielen bieden wij aan in onze webshop compleet met sensor.
In dit artikel wordt de configuratie van de universele HELLA TPMS-sensoren geïllustreerd met een Volkswagen Passat B8 als voorbeeld. De volgende technische informatie en praktische tips zijn door HELLA ontwikkeld om autogarages bij hun werkzaamheden professioneel te ondersteunen.
De universele HELLA bandenspanningscontrolesensor kan op bijna alle originele en aftermarket velgen worden gemonteerd. Indien nodig kunnen de sensoren ook afzonderlijk worden vervangen en met andere originele sensoren gecombineerd.
Lees ook: Audi RDK Technologie
De TPMS-sensor stuurt zijn meetwaarden draadloos naar de systeemregeleenheid op hoger niveau. Bij spanningsverlies in een band wordt via het display van het voertuig een visueel of akoestisch waarschuwingssignaal gegeven.
Hoe activeer ik een gloednieuwe TPMS-sensor?
Specificaties van de HELLA TPMS-sensor
- Frequentie: 433Mhz (Europa)
- Druk regelbereik: 0- 8,9 bar
- Stroomvoorziening: geïntegreerde 3,0 V lithium-ion-batterij
- Gewicht: ca.
Diagnose van het TPMS-systeem
Voordat de nieuwe sensoren, bijvoorbeeld voor de winterwielen, worden geïnstalleerd en de wielen worden gemonteerd, moet als onderdeel van een eerste diagnose de werking van het bandenspanningscontrolesysteem (TPMS) worden gecontroleerd. Afhankelijk van het voertuigmodel kan dit gebeuren via de boordcomputer of ook via de regeleenheidsdiagnose. De eerste diagnose wordt meestal gesteld wanneer het voertuig de werkplaats binnenkomt.
Als het TPMS-waarschuwingslampje op het dashboard uitgaat na het starten van de motor en uit blijft tijdens het rijden, kan er meestal van worden uitgegaan dat alle sensoren hun waarden doorgeven aan de regeleenheid.
Een andere testmogelijkheid is het uitlezen van de TPMS-sensoren met een TPMS-diagnoseapparaat. In veel onderhoudsapparaten kan hier de functie "Sensor controleren" worden geselecteerd.
Lees ook: Bandenspanningscontrole BMW
Bij deze functie wordt het apparaat met de antenne tegen de zijkant van de band ter hoogte van het ventiel gehouden en wordt de triggerimpuls geactiveerd door op een knop te drukken. Het apparaat activeert de sensor en de waarden worden op het display weergegeven.
De ID-code, bandenspanning, frequentie, temperatuur en batterijstatus van de sensor kunnen dan worden afgelezen. Vervolgens wordt de werking van het TPMS-waarschuwingslampje in de instrumentengroep gecontroleerd. Na het starten van de motor mag het controlelampje niet gaan branden of knipperen.
Een permanent brandend controlelampje wijst meestal op een verkeerde bandenspanning.
Voor documentatiedoeleinden moeten de uitgelezen sensorgegevens altijd worden genoteerd in het overdrachtsrapport met de desbetreffende voertuiggegevens en de kilometerstand. Dit zorgt voor transparantie in de voertuighistorie in geval van latere reparaties aan het TPMS-systeem.
Voordat er wordt begonnen met diagnose of reparatie, verdient het aanbeveling om als onderdeel eerst een visuele controle van de afzonderlijke systeemcomponenten uit te voeren.
Vervanging van sensoren
Het juiste vervangende onderdeel is essentieel voor de reparatie. Vanwege de grote verscheidenheid aan modellen en onderdelen is een exacte toewijzing van het vervangende onderdeel alleen mogelijk op basis van de desbetreffende voertuiggegevens uit het kentekenregister.
Indien deze beschikbaar zijn, kunnen de passende vervangende onderdelen worden toegewezen in de elektronische onderdelencatalogus of, afhankelijk van de fabrikant, in het TPMS-diagnoseapparaat.

Sensor ID en inleerprocedure
De sensor-ID van de nieuwe, universele TPMS-sensor kan nieuw worden aangemaakt of overgenomen (gekopieerd) van een andere sensor. Indien echter vier wielsensoren nodig zijn voor een nieuwe set winterbanden, zoals hieronder weergegeven, kunnen de gegevens van de oude sensoren van de zomerwielen worden overgedragen op de nieuwe sensoren.
Een nieuwe bandenspanningssensor tegen de antenne houden en op de startknop drukken. De overdracht wordt aangegeven met "Bezig met verwerken" en "Controle". Aangezien er geen gegevens van de oude sensor beschikbaar zijn om te kopiëren, wordt een nieuwe ID voor deze sensor aangemaakt en bij het voertuig ingeleerd.
Daartoe wordt de desbetreffende functie op het apparaat geselecteerd en gestart. Vervolgens de instructies van het diagnose-apparaat selecteren.
De nieuw aangemaakte ID-codes moeten vervolgens in het voertuig worden geregistreerd of het inleerproces van de desbetreffende voertuigfabrikant moet worden uitgevoerd.
Afhankelijk van de voertuigfabrikant en het bandenspanningscontrolesysteem zijn er verschillende inleerprocedures. Afhankelijk van het voertuigmodel kan deze procedure worden uitgevoerd via het voertuigmenu of via de OBD-interface met een geschikt diagnoseapparaat.
Inleerprocedure bij een Volkswagen Passat B8
In ons voorbeeldgeval, de Passat B8, is geen handmatig inleren nodig na de vervanging van de bandenspanningssensoren. De TPMS-sensoren en hun positie worden automatisch door het systeem herkend tijdens een daaropvolgende testrit. De snelheid van het voertuig moet hoger zijn dan 25 km/h.
Als onderdeel van de basisinstelling worden alle oude waarden van de bandenspanningssensoren gereset en de nieuwe, actuele gegevens opgeslagen. Een basisinstelling is nodig na het vervangen van een TPMS-sensor of het verwisselen van een wiel, omdat verschillende bandenspanningen kunnen leiden tot onjuiste informatie in het systeem.
Basisinstelling van de bandenspanning op de Passat B8 - Voertuigen met infotainment-systeem:
- Het contact inschakelen
- Infotainment-systeem inschakelen
- Op de CAR-toets op het infotainment-systeem drukken
- Op het aanraakscherm op de menukeuze "SETUP" drukken
- Op het aanraakscherm op de menukeuze "Banden” drukken
- Op het aanraakscherm op de menukeuze "SET" drukken
- Op het aanraakscherm op de menukeuze "Bevestigen” drukken
Als alle door de regeleenheid bepaalde bandenspanningen overeenkomen met de specificaties van de fabrikant, wordt de menukeuze voor de aanpassing niet weergegeven!
Basisinstelling van de bandenspanning op Passat B8 - Voertuigen zonder infotainment-systeem:
- Bandenspanning controleren en zo nodig corrigeren
- Knop voor bandenspanningscontroleweergave ingedrukt houden tot u een bevestigingstoon hoort.
Reparatieprocedure
In geval van een reparatie adviseren wij de volgende algemene werkwijze:
- Rubberventiel insmeren met een geschikte montagepasta (Fig. 2).
- Rubberventiel door de velg voeren en de sensor positioneren. Daartoe het ventiel met geschikt ventielintrekgereedschap monteren en ervoor zorgen dat de sensor niet klemt (afb. 3).
- Er vervolgens voor zorgen dat het ventiel direct op de velg rust (afb.
In geval van een reparatie adviseren wij de volgende algemene werkwijze:
- Het bandventiel door de velg steken en de sensor zo dicht mogelijk bij de velgrand aanbrengen (afb. 6).
- De wartelmoer over het ventiel aanbrengen en het handvast aandraaien. Vervolgens de wartelmoer met een geschikte momentsleutel vastdraaien met een aanhaalmoment van 4 Nm (afb. 7).
- Nadat de sensoren op de juiste wijze zijn gemonteerd, kunnen de banden op de velg worden gemonteerd.
Bij het monteren van de band de montagekop op de tegenovergestelde zijde van de TPMS-sensor aanbrengen De bandenspanningssensor mag niet met montagepasta worden ingesmeerd.
