De Ford Zakspeed Capri Turbo: Een Stukje Racegeschiedenis

Vroeger kregen wij Europeanen gewoon onze eigen ‘Mustang’. Sommige auto’s zijn in technisch opzicht niet zo bijzonder. De onderdelen zijn al bekend van andere auto’s. Toch kan een auto, door een simpel iets als design, compleet de harten veroveren van de kopers. Dat kan bijvoorbeeld als het design van een merk over het algemeen erg saai is, maar dan ineens staat er een bijzondere auto tussen. Als blijkt dat er weinig rationele redenen zijn om die auto níet te kopen, dan heb je een ijzersterke aanbieding. Die auto was de Ford Capri.

De Ford Capri heeft een rijke geschiedenis die teruggaat tot de late jaren zestig. De Ford Capri werd voor het eerst geïntroduceerd in 1969. De auto is ontworpen als de Europese tegenhanger van de Amerikaanse Ford Mustang. Het was een betaalbare, stijlvolle en sportieve auto, bedoeld om een breed scala aan kopers te trekken.

Voor we met de Capri beginnen: er was een ‘pre-Capri’. Ford heeft heel kort, begin jaren ’60, de Consul Capri geleverd. De eerste Ford Capri stamt uit 1969. De auto is overduidelijk geïnspireerd op de Ford Mustang. Het is moeilijk om het succes van de eerste generatie Mustang te onderschatten. Er is eigenlijk geen enkele auto die een groter succes was bij introductie dan de Mustang.

Dan meten we niet zozeer en alleen de harde verkoopcijfers, maar ook de gehele buzz eromheen. Steve Jobs zou er jaloers op zijn. Lee Ioccoca, geestelijk vader achter de Mustang, wist het recept voor de auto perfect te brouwen. Veel techniek en bodemplaat kwamen bij een bestaande Ford vandaan. Zet hierop een spectaculair koetswerk en biedt diverse motoren aan. Niet alleen heel erg grote en krachtige motoren, maar juist ook eenvoudige en kleine motoren. Zo konden veel meer mensen zo’n auto kopen. En dat gebeurde dus massaal.

Het duurde dus niet lang voordat Ford Europa het idee kreeg om exact hetzelfde recept toe te passen. Was de Mustang voornamelijk gebaseerd op de Ford Falcon, de Capri beschikte over techniek van de Ford Cortina. Aanvankelijk was het niet eens de bedoeling om de auto ‘Capri’ te noemen. Tijdens de ontwikkelingsfase refereerde men aan de Ford Colt.

Lees ook: Ford Garages: Nederland en Antwerpen

Alle Ford Capri’s waren dus gebaseerd oude Ford Cortina. Dat wil niet zeggen dat alle Capri’s gelijk waren. Je kon de Capri krijgen in een groot aantal verschillende uitvoeringen. Dat niet alleen, zelfs in Europa was het verschil per land aanzienlijk. De Capri werd vervaardigd op drie locaties. Zo werd de Britse Capri gebouwd in Halewood. Aldaar kon de Britse Capri-koper kiezen uit twee ‘Kent’ viercilinders (1.3 en 1.6 liter) en een ‘Essex’ V4 motor. Deze motoren werden geproduceerd in, je raadde het al; Kent en Essex. Topper in Engeland was de Capri met ‘Cologne’ V6. Dit klinkt veel chiquer dan dat het is. Cologne is het Brits voor ‘Keulen’.

Op het vasteland konden wij genieten van viercilinder uit de Ford Taunus. Deze viercilinders waren geen lijnmotoren, maar ‘V’-motoren. Tegenwoordig zie je dat nergens meer, maar vroeger kwam het geregeld voor. Denk bijvorbeeld aan de Lancia Fulvia. Het voorlopige topmodel in Europa was de Capri 2300 GT, terwijl niet veel later in Engeland de Capri 3000 GT gelanceerd werd. Later werd deze bijgestaan door een luxueuze Capri 3000E.

Ondanks dat de Capri een Europese variant was op een Amerikaans recept, wilde het niet zeggen dat de auto niet verkocht werd in Amerika. Daar kon de auto namelijk vermarkt worden als luxere en compactere variant van de Mustang. De Capri moest sexy en Europees zijn, wat Ford in de reclames ook niet onder stoelen of banken stak. Ondanks dat was het vooral het bijzondere uiterlijk waar de auto het van moest hebben. De meeste Capri’s hadden een eenvoudige 1.6 ‘Kent’ motor in het vooronder liggen. In sommige markten was er een 2.0 leverbaar uit de Ford Pinto.

Compleet ‘out-of-the-box’ was een samenwerking tussen Ford en Massey Furgeson. Hun idee was om met de Capri mee te doen aan het WRC. Om een competitief voordeel te halen, werden er prototypes gebouwd met vierwielaandrijving (alle andere Capri’s hebben achterwielaandrijving), de Capri 3000GT 4×4. Ford is er zelf heel erg stil over en met een goede reden. De plannen waren er al namelijk in 1970, twaalf jaar voordat de Audi zou komen met zijn revolutionaire ‘Quattro’-vierwielaandrijvingssysteem. Naar het schijnt was de extra techniek vrij complex (dus een kleinere mate van betrouwbaarheid) en het extra gewicht te hoog.

In 1970 werd de Ford Capri RS2600 voorgesteld. Aanvankelijk dacht Ford eraan om de auto geheel in aluminum uit te voeren. De 2600 RS Concept, die destijds te bewonderen was op de Salon van Geneve, was van dit lichtmetaal gebouwd. Uiteindelijk werd besloten om de competitievariant een aluminium koets te geven en de straatvarianten gewoon een stalen versie. Deze ‘Rallye Sport’ uitvoering was uitgerust met een 2.6 liter V6 met zo’n 150 pk voor straatgebruik. De racevarianten hadden uitgeboorde motoren en leverden aanzienlijk meer vermogen.

Lees ook: Kuga Problemen en Oplossingen

In Engeland zijn ze nog gekker van dit soort type auto’s, wellicht dat ze daardoor een nóg heftigere variant kregen toebedeeld, in de vorm van de Capri RS3100. Zoals de naam al een beetje aangeeft kreeg deze een 3.1 motor mee, wederom een V6. Deze werd gevoed door dubbele Weber carburateurs. Qua power scheelde het overigens niets met de gewone, Europese Capri.

De coolste Ford Capri komt niet uit Duitsland, Engeland of België, maar uit Zuid-Afrika. Aldaar werd namelijk de Ford Capri Perana gefabriceerd, door specialist Basil Green Motors (uit Johannesburg). Het was eigenlijk een soort Frankenstein-creatie. Er was al eens een Ford Escort Perana, met een dikke tweeliter Ford Pinto motor. De eerste exemplaren van de Capri Perana hadden een V6 motor, maar toen Ford deze zélf ging aanbieden, zocht Basil Green Motors het nog hogerop. Die stap werd gevonden in de vorm van de Windsor V8 uit onder andere de Ford Mustang. Deze leverde een meer dan gezonde 280 pk en dik 400 Nm aan koppel. De prestaties waren voor die tijd zéér indrukkekkend: in minder dan 7 tellen zat je op de 100 km/u!

Om het Mustang-geweld aan te kunnen, kwamen veel onderdelen van een Australische Ford Falcon vandaan. In 1972 werd de Ford Capri licht gefacelift. Het waren voornamelijk wijzigingen om de auto even iets comfortabeler te maken. Opmerkelijk, daar de standaard Capri’s niet bekend stonden om spannende rijeigenschappen. Je kon de gefacelifte Capri herkennen aan de grote koplampen en achterlichten. De Ford Capri van de eerste generatie was vijf jaar in productie. In die tijd waren er al meer dan 1,2 miljoen Capri’s gebouwd en verkocht.

De tweede Ford Capri had het een stukje lastiger. Dat kwam met name door het moment waarop de auto geïntroduceerd werd, dat was namelijk precies tijdens de oliecrisis. Er werd ervoor gekozen om de Capri nog meer als een normale auto in de markt te zetten. Zo werd de Capri iets korter, met een (iets) overzichtelijke motorkap. Dat ging overigens niet ten koste van de binnenruimte. De Capri was nog eens praktischer ook, want de achterklep was nu een hatchback, zo was er toegang tot het gehele interieur, niet slechts de kofferbak. Tegenwoordig kijken we daar niet meer van op, maar vroeger was dit best bijzonder. Sterker nog, zelfs de Escort had dat destijds niet.

Ook deze generatie Capri was leverbaar met een hele range aan motoren. In Europa kregen we de keuze uit 1.3, 1.6 of 2.0 viercilinders. De viercilinders waren met 55, 71/89 en 100 pk niet bijzonder sterk, maar wel betrouwbaar. Wilde je meer vermogen, dan moest je je wenden tot een V6 van 2.3 of 3.0 liter groot. Er waren ditmaal geen spectaculaire RS-uitvoeringen. Wel waren er semi-sportieve ‘S’, ‘GT’ en zelfs een John Player Special-Edition.

Lees ook: Verlaten Ford garage

De tweede generatie kondigde ook het einde aan voor de Britse Ford Capri in 1975. Sindsdien werden Capri’s enkel gebouwd in Duitsland (Keulen en Saarlouis) of België (Genk). De tweede generatie bleef vier jaar lang in productie en was beduidend minder populair dan de eerste.

In 1978 zag de derde generatie het levenslicht. Grootste wijzigingen ten opzichte van de vorige generatie zijn de looks. Ondanks dat de auto in technisch opzicht voor een groot gedeelte gelijk is gebleven, ziet de ‘Capri 3’ er véél moderner uit. Dat was het werk van Uwe Bahnsen. De auto kreeg een nieuw front dat deed denken aan andere Fords, zoals de (toen) nieuwe Escort RS. De vier ronde koplampen gaven de auto een indrukwekkend aanzien. De bumpers waren groter en helemaal zwart en ook de grille was nu zwart. Dat zag er aan het einde van de jaren ’70 bijzonder modern uit.

De laatste generatie Capri had het zwaar. Dat lijkt vrij vreemd, daar Ford eigenlijk niet zoveel aan het recept had veranderd. De Capri was een behoorlijk betrouwbare auto, relatief praktisch, had een geweldig fraai koetswerk en was nog eens erg betaalbaar ook (dankzij eenvoudige instapmotoren als de 1.3, 1.6 en 2.0 viercilinders). Voor de liefhebbers waren er wederom een aantal zescilinder van 2.0, 2.3 en 3.0 liter. De Capri kon zowel sportief (S, X-Pack en GT4) als luxe (Ghia) besteld worden. Kortom, waar ging het mis?

Er zijn verschillende redenen aan te wijzen. De grootste zal ongetwijfeld de doorbraak zijn geweest van de Hot Hatch. Auto’s als de Volkswagen Golf GTI, Opel Kadett GT/E en Fords eigen Escort XR3 maakten de Capri eigenlijk overbodig. Dankzij hun voorwielaandrijving waren die auto’s praktischer en goedkoper. Omdat ze véél moderner waren qua opzet en architectuur, reden ze ook nog eens beter.

Maar, er is slechts zoveel wat je kunt doen met een kleine viercilinder. De dikkere Capri’s waren uitgerust met een mooie V6. Toevallig zitten we nu eind jaren ’70 / begin ’80, waarbij de turbocompressor toeneemt in populariteit. In 1982 kon je bij enkele dealers in Duitsland kiezen voor een Capri met ‘werksturbo-anlage’. Deze waren zijdelings geïnspireerd op de raceauto’s waarmee Zakspeed furore maakte. Dankzij de turbo steeg het vermogen naar 190 pk, met navenante prestaties. Via een sperdifferienteel, Bilstein-dempers en anti-rollagers werd de wegligging ook verbeterd.

Wilde je meer vermogen in een semi-fabrieks Capri, dan was de Tickford Capri Turbo een goede optie. Althans, als je het geld ervoor had. De Capri van Tickford was namelijk twee keer zo duur als een reguliere Capri 2.8. Deze kon je vooral herkennen aan de bijzondere bodykit met een bijna gesloten front. Onder de kap een 2.8 V6 met turbo, in dit geval goed voor dik 200 pk. Daarmee was de Capri Tickford Turbo net zo snel als de Capri Perana: 6.7 seconden naar de 100 km/u. De Tickfords waren vrij luxe uitgerust met een fraaie afwerking. Geen kaal racemonster dus, maar een luxe racemonster. Van de Tickford Capri Turbo zijn er 80 stuks gemaakt.

De Ford Capri kon je in Nederland bestellen tot 1984. Sterker nog, in heel Europa kon je de Capri niet meer bestellen, op het Verenigd Koninkrijk na. Het laatste wapenfeit aldaar was de Capri 280. Deze zijn te herkennen aan de blauw-groene lak en zevenspaaks velgen. Sommige waren uitgerust met een turbokit van Turbo Technics. Daarna was het in 1987 afgelopen met de Capri. Er zijn uiteindelijk 1.183 exemplaren van de Capri 280 gebouwd. Dankzij de opkomst van sport sedans en snelle hatchbacks was de vraag voor de Capri ook in de UK opgedroogd. Er kwam dus geen opvolger van het model.

Dat wil niet zeggen dat er geen Capri’s meer waren. Zo waren er Amerikaanse Mercury Capri’s. De eerste generatie Mercury Capri was een Ford Capri 1 zoals wij deze ook kenden. De tweede generatie Mercury Capri was in feite niets meer dan een luxe Fox-body Mustang. Het meest opmerkelijk was de derde generatie. Deze auto deed nog het meest denken aan een voorwielaandgedreven Mazda MX-5. Dit vanwege het feit dat er een Mazda viercilinder in lag en het platform van de Mazda 323 stamde. De auto is van 1989 tot 1992 in productie geweest in de States, in Nieuw-Zeeland zijn ze zelfs tot 1994 verkocht.

Uiteraard behandelden we voornamelijk het snelle spul, maar de kracht van de Capri zat hem er in dat er juíst veel goedkope varianten beschikbaar waren. Ja, je droomde van de RS2600, maar als dat een burg te ver was, kon je kiezen voor heel veel andere, meer bescheiden varianten. We hebben nu al een tijdje de mogelijkheid om bij de Europese Ford dealers een Mustang te kopen. Dat is natuurlijk fantastisch. Ok, die V8 is onbetaalbaar, maar die EcoBoost is nog niet eens zo verkeerd. We vinden het alleen niet passen bij een Mustang. Eigenlijk hadden ze de Mustang iets moeten aanpassen en de viercilinder ‘Capri’ moeten noemen.

Van de Ford Zakspeed Turbo Capri is er slechts één rijdend exemplaar bewaard gebleven, dat is deze op bijgaande foto’s, die in Technik Museum Speyer te zien is.

Nürburgring Oltimer gp 2022 DRM Deutsche Rennsport Meisterschaft BMW E21 Vs Ford Capri Zackspeed

Erich Zakowski en Zakspeed

De “Zak” van Zakspeed was hij. Erich Zakowski verliet op Allerheiligen op 89-jarige leeftijd stilletjes de Duitse autosportscene. “We nemen in stilte afscheid van een persoon die veel heeft gegeven aan ons en aan de racewereld”, schreven zijn zonen Peter en Philipp Zakowski. Erich was niet alleen een teamleider, maar ook een echte vriend. Hoewel zijn leven werd gevormd door ups en downs, bleef hij met interesse en passie verbonden met de autosport.

Downs, deze inwoner van Olsztyn in Oost-Pruisen (het huidige Polen), heeft er vanaf zijn jeugd een meegemaakt. In 1945 vluchtte hij samen met zijn moeder en vijf broers en zussen op het laatste moment voor de invasie van het gebied door het Russische Rode Leger. Een reis met een overvol schip later meerde het gezin aan in Lübeck (Duitsland) en vestigde zich vervolgens definitief in Niederzissen.

Het was toen noodzakelijk om het door de Tweede Wereldoorlog gedecimeerde land opnieuw te bevolken en de economie nieuw leven in te blazen. Het is in dit kleine stadje in het Eifelmassief dat de jongeman het vak van monteur zal leren, op 25 kilometer van een circuit dat hem snel zal fascineren: de Nordschleife.

Nadat hij monteur en vervolgens dealer was geworden, repareerde Erich Zakowski in 1300 een Ford Escort 1968 GT om plezier te hebben op de noordelijke lus van de Nürburgring. Helmut Barth, zijn enige monteur, werd zijn rechterhand in de werkplaats genaamd Zakowski-Racing , en een jaar later Zakspeed, gewoon om een naam te hebben met minder connotaties voor potentiële partners.

Zijn eerste succes op het circuit kwam begin jaren zeventig, toen de in Keulen gevestigde concurrentiedivisie van Ford hem vroeg om zijn escorts voor te bereiden op het nationale toerisme. Zijn mechanische talenten maakten het mogelijk om de verschillende iteraties van de Ford Escort Group 1970 en vervolgens Capri Turbo Group 2 te creëren, twee verschrikkingen van DRM (Deutsche Rennsport Meisterschaft, voorloper van DTM).

Uit een kleine 4-cilinder, 1.7 liter Ford Cosworth BDA-motor maakte een KKK-turbo die 1.5 bar druk leverde het mogelijk om 552 pk te bereiken, terwijl het gewicht op 790 kg bleef! Aan boord won Klaus Ludwig in 1981 de DRM.

Erich Zakowski lanceerde zichzelf in 1984, niet zonder ambitie. Zakspeed is dan een van de zeldzame teams, met Ferrari, Renault et Alfa Romeo, om zijn eigen motor en chassis te bouwen. Maar deze goede wil zal nooit beloond worden, ondanks een tactiek die gericht is op het bevorderen van de hoop op promotieformules als Christian Danner (kampioen van F3000 in 1985) of Bernd Schneider (toekomstig vijfvoudig DTM-kampioen). In 74 Grands Prix zijn slechts twee punten verzameld, dankzij Martin Brundle tijdens de Grand Prix van San Marino van 1987 (5e). De overstap naar het Yamaha-atmoblok in 1989 duwde het team nog verder de diepte in op de ranglijst.

Zich bewust van zijn mislukking, geaccentueerd door het vertrek van zijn titelsponsor West, en ongetwijfeld uitgeput door dit avontuur, liet Erich Zakowski in 1990 de leiding van het bedrijf over aan zijn zoon Peter. Deze concentreerde zich opnieuw op de DTM en GT, met drie overwinningen tijdens de 24 uur van de Nürburgring met de Dodge Viper GTS-R (1999, 2001, 2002).

Tegenwoordig bestaat Zakspeed nog steeds via twee entiteiten, de ene gewijd aan GT en de andere aan Classic. Na programma's aangesloten bij Mercedes in de Blancpain Endurance Series en meer recentelijk in de ADAC GT Masters en ADAC GT4, heeft het Duitse bedrijf onlangs de krachten gebundeld met JP Motorsport voor een toekomstig GT3-programma met McLarens.

Bovendien zet een andere bekende Zak, Zak Brown, de erfenis van Zakspeed op zijn eigen manier voort.

De tweede generatie van de Capri, vaak aangeduid als Capri II, bracht een aantal wijzigingen. De auto kreeg een hatchback-ontwerp, wat praktischer was, maar behield zijn sportieve uitstraling. De derde en laatste generatie, soms bekend als Capri III, introduceerde een bijgewerkt ontwerp met verbeterde aerodynamica. Deze generatie bood ook krachtigere motoropties, waaronder de beroemde Ford V6. De productie van de Ford Capri eindigde in 1986. Ondanks dat er geen directe opvolger was, blijft de Capri een geliefd model onder autoliefhebbers en verzamelaars.

Ford Capri III

Technische gegevens

Motorisatie

De Ford Capri is verkrijgbaar in veel verschillende varianten. Afhankelijk van het land werd ook de motorisering aangepast. Het meest opvallende aan de Capri is dat Ford atmosferische benzinemotoren heeft geleverd, dus zonder turbo. Er is wel een uitzondering, want een model van Zackspeed met een maar liefst 580 pk sterke Kent-motor heeft wel turbotechnologie. De versie met 5,0-liter V8-motor is een zeldzaamheid. Deze krachtbron heeft een vermogen van 184 kW (250 pk) met 386 Nm aan koppel.

Afmetingen

Bijna alle modellen van de Ford Capri hebben dezelfde afmetingen. Sommige exemplaren zijn wel wat breder of lager. Neem de Turbo-Capri van Zackspeed, die is met 20 cm verlaagd. Omdat de auto niet leverbaar is als stationcar of bestelwagen, eindigt de maximale bagageruimte bij 640 liter. Voor een sportieve auto is deze waarde (in vergelijking met modellen van ongeveer dezelfde afmetingen van andere fabrikanten) een behoorlijk niveau. Als je kiest voor een model met ongeveer 260 liter bagageruimte, kun je die nog steeds efficiënt gebruiken om boodschappen te doen.

Varianten

De Ford Capri is verkrijgbaar met keuze uit verscheidene varianten, die vooral van elkaar afwijken door verschillende specifieke aanpassingen in het betreffende productieland. In totaal gaat het hier om drie generaties voertuigen, die zich tussen de jaren 1968 en 1986 op de automarkt hebben gevestigd.

Prijzen

De Ford Capri is over het algemeen zeer moeilijk te vinden als occasion; bovendien gaat het in veel gevallen om ingrijpend gewijzigde voertuigen die door modificaties ver verwijderd zijn van hun oorspronkelijke staat. Afzonderlijke modellen in deze staat zijn op de markt te koop vanaf ongeveer 7.000 euro. Prijzen lopen eenvoudig op tot meer dan 65.000 euro.

Design

Buitenkant

Qua ontwerp komt de oorspronkelijke Ford Capri aardig in de buurt van het ontwerp van auto's als de Opel Manta, maar ook de Ford Mustang is in dit geval qua uiterlijk duidelijk een grote broer te noemen. Met zijn sportieve uiterlijk is het geen wonder dat de Capri bijzonder populair is bij tuning- en raceliefhebbers. Dit wordt onder andere gewaarborgd door de 7x15-inch aluminium stervelgen die vaak standaard worden gemonteerd. Aangezien de Ford Capri in heel wat varianten bestaat, is ook dit aspect zo ontworpen dat het zeer variabel is.

De allereerste modellen uit 1969 zien er bijvoorbeeld nog vierkanter uit, want hier zijn zelfs de koplampen rechthoekig. De autokenner ziet meteen dat dit een jaren zeventig-sportwagen is. Dit blijkt vooral uit de hoeken en randen, die nu op de meeste Ford-modellen zijn vervangen door meer afgeronde vormen. Afhankelijk van het exacte model zijn er kleine maar significante verschillen, vooral wat de lengte betreft. Als je de twee modellen vergelijkt met een Ford Capri S 3.0 uit 1978, zie je aanzienlijke verschillen in het exterieur. Niet alleen heeft de Capri S 3.0 een zonnedak. Aan de buitenkant lijkt hij zelfs op een oude BMW 3-serie, want hij heeft een nogal klein toelopend front en oogt meer als een gezinsauto dan als een sportwagen, vooral in de witte kleur.

Als je hem ter vergelijking naast een Ford Capri Laser 2.0 uit 1985 zet, valt het verschil tussen sportwagen en familieauto hier nog meer op, want de Laser 2.0 maakt aan de buitenkant een zeer sportieve indruk, vooral in de rode kleur.

Binnenkant

Qua ruimte zijn de meeste Ford Capri-modellen nogal karig, zowel voor- als achterin. Ook de cockpit van de bestuurder oogt vrij basic. Ford kiest voor een open stuurwiel in een sportieve stijl. Het dashboard valt op door de ronde vormen van de meters en schakelaars. Wat ook vermeld moet worden is bijvoorbeeld de kleine brandblusser. In de Ford Capri is de kleine brandblusser (vooral in de speciale modellen) duidelijk zichtbaar en direct bij de hand in het midden van de voorkant van de stoel.

Veiligheid

Qua veiligheid is de Ford Capri niet meer te vergelijken met een moderne auto. In die tijd waren er simpelweg andere veiligheidseisen.

Alternatieven

Als alternatief voor de Ford Capri kunnen we de Opel Manta noemen waarvan veel exemplaren ten prooi zijn gevallen aan tuners en pimpers.

Jägermeister

Het knaloranje in combinatie met het hertenkop-logo is een van meest iconische liveries van de afgelopen decennia: Jägermeister. Naast het blauw-oranje van Gulf op de Ford GT40 en de Porsche 917 K, het rood-wit van Marlboro bij McLaren in de F1, de witte en zilveren Porsches met Martini-striping en de zwart-gouden John Player Special Lotus 79 Formule 1-bolide. Die kleurenschema’s staan bij de raceliefhebbers op het netvlies gebrand.

Pakweg dertig jaar vanaf 1972 tot de eeuwwisseling sponsorde de Duitse producent van kruidenlikeur Jägermeister diverse Europese raceteams. In de beginjaren waren het met name Porsches en BMW’s die in het oranje getooid werden. Uit die tijd kennen we de BMW 3.0 CSL en de Porsche 911 RSR. Later kwamen daar hun opvolgers bij, zoals de BMW 635 CSi, de BMW 320 Groep 5 en de BMW M3 E30. Ford mocht ook altijd op Jägermeister rekenen, in de jaren ’70 met rally-Capri’s en later met de stevig uitgebouwde Zakspeed-Capri Turbo.

Jägermeister koos er altijd voor om hoofdsponsor te zijn, dus de hele auto oranje en het hertenkop-logo prominent op de beste plekken, net als de naam in het al even iconische lettertype. De zeer herkenbare oranje auto’s streden met meer en minder succes mee. Ze haalden individueel volop overwinningen, maar sleepten zelden of nooit belangrijke kampioenschappen binnen. Die gingen naar de fabrieksteams. De Formule 1 was in dat opzicht weinig succesvol. In de koningsklasse van de racerij reden de Jägermeister-bolides mee om de eer. Stuck finishte in 1976 in de Formule 1 vaker niet dan wel.

Jägermeister Racing Cars

Populaire artikelen:

Plaats een reactie