Onze passie voor motoren in woord of beeld met anderen delen, doen we allemaal. Maar dan zijn er ook nog motorrijders die deze passie naar een nieuw niveau tillen. Zij die door de jaren heen een prachtige collectie hebben opgebouwd en die graag tentoonstellen in een museum. Maak kennis met enkele van deze absolute parels die ons land rijk is.
Hoewel het al decennia geleden is, weet de 69-jarige Tony Leenes nog precies hoe zijn liefde voor Indian Motorcycle ontstond. Ironisch genoeg blijkt een Harley-treffen de oorzaak te zijn. “Ik wilde bij zo’n rally natuurlijk wel op hetzelfde veld als mijn maten staan. Maar ja, daar mocht je enkel komen met een Harley-Davidson of een Indian. En dat was een probleem, want die had ik dus niet. Op dat moment had ik überhaupt geen motor, want daar had ik geen geld voor."
De zoektocht naar een geschikte motor leidt hem uiteindelijk naar een opknap-project. “Doordat ik nog niet in het bezit van een autorijbewijs was, moest ik wachten tot mijn broer met me mee kon gaan. Samen met hem ben ik naar dat adres gereden, maar het bleek dat die motor in onderdelen al verkocht was. Had ik nog niks.”
Een buurman van Tony blijkt soelaas te bieden. “Hij wist me te vertellen dat een collega van hem een Indian in de zaak van zijn baas had staan. Daar moest ie van af, want zijn vrouw was zwanger. Het feit dat de man zich niet in een al te sterke positie begeeft, buit de jonge Tony uit.
“Ik moest zorgen dat ik die motor zo goedkoop mogelijk kon krijgen en kreeg al te horen dat de eigenaar geen echte prater was. Ik kwam met een hoop branie aan de deur. Hij vroeg er 1250 gulden voor, maar ik gaf aan dat ik 750 veel geld vond. Zei ik tegen die man: ‘Ik kom zaterdag kijken. Als ie niet loopt, hoef ik ‘m sowieso niet.’ En weg was ik. Met open bek stond die man in de deurpost.”
Lees ook: Auto's in Chaam? Ontdek CarProf Frank Oomen
De tactiek blijkt te werken, want zaterdags staat de Indian Big Chief uiteindelijk toch buiten. “Waarschijnlijk heeft zijn vrouw er lucht van gekregen en die wilde natuurlijk gewoon geld zien. Weg met dat ding.”
Hoewel de geboren en getogen Fries mee naar het Harley-treffen kan, blijkt er uiteindelijk weinig terecht te komen van motorrijden op z’n Indian. “De ellende begon al direct. Had ik net die Indian gekocht, lag halverwege de rit naar huis al de koppakking eruit. Mijn broer was een echte Harley Davidson-man, dus die had me al gewaarschuwd. Hij kreeg gelijk. Vijf jaar sleutelen en nauwelijks gereden. Elke keer weer was er wat aan de hand.”
Hoewel hij veel ellende kent met zijn eerste Indian staat deze nu wel te stralen in het Indian Motorcycle Museum. “Uiteindelijk kreeg ik het toch zover dat hij als een zonnetje liep."
Een keerpunt in het leven van Tony Leenes
In 1989 maakt Tony Leenes een keerpunt in zijn leven mee, te danken aan zijn ontslag als magazijnmeester bij Volvo Vrachtwagens in Heerenveen. “Mijn baas had een chronische hekel aan me, maar ik had uiteindelijk wel het beste Volvo-magazijn van Nederland. Zeven jaar lang is dat goed gegaan, totdat we ruzie kregen. Dat liep uiteindelijk zo uit de hand, dat hij me eruit schopte. Uiteindelijk raakte ik overspannen, maar besloot ook om nooit meer voor een baas te gaan werken.
“Ik wilde altijd al een museum. Mijn oom was ook altijd fanatiek met het verzamelen en de historie achterhalen. Dat vond ik mooi, dus ben ik daar zelf ook mee aan de slag gegaan.” Tony, die op dat moment in de WW zit, krijgt uiteindelijk twee jaar de tijd om te laten zien dat zijn plan levensvatbaar is.
Lees ook: Frank Beelen Autobedrijf: wat zeggen klanten?
“Zodoende ben ik dus motoren gaan restaureren. Indian was in die tijd een onbekend merk, maar ik verwachtte wel dat er klanten zouden zijn. Zelf was ik niet heel technisch, maar ik vond de juiste mensen die me konden helpen. Op die manier kon ik elke winter zo’n acht motoren opknappen. De meeste exemplaren verkocht ik, maar af en toe kwam er dan eentje in het museum te staan. Dit jaar viert Tony Leenes het dertigjarige jubileum van zijn museum.
Hoewel hij geen 18 jaar meer is, gaat de Indian-liefhebber vrolijk door met zijn activiteiten rondom zijn grote liefde. “Totdat ik tussen zes plankjes lig”, meent hij. “En zelfs daarna blijft het museum voortbestaan. Met drie motorvrienden van me heb ik al geregeld dat het dan een stichting wordt.”
Tot die tijd leidt Tony uiteraard zelf zijn bezoekers rond, zodat ze meer over zijn Indian-collectie te weten komen. Overigens zijn de meeste exemplaren die je in Lemmer vindt in competitieverband gebruikt. “Hill climb, dragracen, flattrack, speedway… Zolang er maar geracet is met zo’n ding. En als ik zo’n machine aan het restaureren ben, dan wil ik er daarna ook mee kunnen rijden. Zodat ik voel wat die rijder destijds voelde.
Om die reden is de eigenaar van het Indian Motorcycle Museum ook heel trots op het feit dat hij een wereldrecord-machine kan tentoonstellen. “Die komt uit 1925 en is zeer zeldzaam. De bedoeling van Indian was om een snelheidsrecord neer te zetten. De motor is gebouwd, waarna ze wat proefritten op het dak van de fabriek hebben uitgevoerd. Om echt te zien of hij zo snel was, hadden ze een zoutvlakte nodig. Indian bracht zodoende de motor naar Argentinië om dat wereldrecord te zetten, maar het is er uiteindelijk nooit van gekomen. De rijder die dat moest gaan doen, verongelukte tussentijds. In die periode ging de ontwikkeling zo snel dat ze uiteindelijk gewoon een nieuw project startten.
Hoewel de machine nu heel wat euro’s of dollars oplevert, verkoopt Tony deze unieke Indian niet. “Ooit heeft een Amerikaan me gebeld, die te horen had gekregen dat ik die motor had staan. Hij had bijna alle bijzondere Indians staan en wilde beslist mijn motor kopen. Hij was er al jaren naar op zoek. Maar ja, pech voor hem, want deze gaat dus niet weg uit Lemmer. Daar moet je niet op rekenen, want ik heb geen belang in het verdienen van veel geld.
Lees ook: Review Frank Vervoort
Als de coronamaatregelen weer versoepeld worden, opent Tony Leenes wederom zijn Indian Motorcycle Museum. Je bent dan van harte welkom aan de Kadijk 23 in Lemmer. In principe is het museum iedere zaterdag van 13.00 tot 17.00 uur geopend, maar het is raadzaam om altijd even contact te zoeken.
